PlusMuseumrecensie

Lucht in Museum Kranenburgh is een fijne en prikkelende tentoonstelling

Museum Kranenburgh in Bergen wijdt zijn zomertentoonstelling aan lucht. De installaties, objecten en performances maken het fenomeen ervaarbaar, zonder het direct te becommentariëren.

Marinus Boezem, Show IX – The Curtain Room. Het gordijn vormt de denk­beeldige omtrek van zijn atelierruimte.Beeld Museum Kranenburgh

Met de expositie Lucht lijkt museum Kranenburgh in het Noord-Hollandse Bergen een tikje hijgerig in te spelen op recente ontwikkelingen die heel Nederland in de ban houden. Op het Covid-19-virus dat onzichtbaar door de lucht dwarrelt. Op de lucht die tijdens de lockdown zo ongelooflijk helder was. Op de tragische dood van George Floyd, die meer dan twintig keer zei dat hij geen lucht kreeg tijdens zijn hardhandige arrestatie. Op de stikstofuitstoot van de (protest)boeren.

Het idee voor de fijne tentoonstelling is echter al ouder; de opening stond gepland op 25 april, maar het coronavirus gooide juist roet in het eten. Gastcurator Colin Huizing liet zich voor Lucht inspireren door een honderd jaar oud kunstwerk van Marcel Duchamp. De grondlegger van de conceptuele kunst, die eerder al een porseleinen urinoir ondersteboven in een museum hing, vulde in 1919 een glazen ampul met lucht uit Parijs en stelde die tentoon in New York. Het opschrift luidde ‘50 ml Air de Paris’, ofwel 50 milliliter Parijse lucht.

Zware ademhaling

In Museum Kranenburgh verzamelde Huizing werken van veertien kunstenaars(duo’s) die, in navolging van Duchamp, het fenomeen lucht tastbaar maken en bevragen. Het zijn dus geen werken die lucht als onderwerp verbeelden (hoewel in een apart zaaltje een aantal schilderijen van de Bergense School is opgehangen), maar installaties, objecten en performances die het onzichtbare zichtbaar maken. Die in de woorden van Huizing ‘het fenomeen ervaarbaar maken, zonder het direct te becommentariëren’.

Wie de tijd neemt om de inleidende muurtekst te lezen, hoort allereerst de zware ademhaling van kunstenaar Herman de Vries. Dat staat overigens niet op een bordje; wie meer wil weten over de geëxposeerde werken kan terecht in een boekje dat bij de kassa wordt meegegeven.

De afwezigheid van bordjes geeft de bezoeker alle ruimte om op eigen houtje door de zalen te dwalen. Het kan er echter ook toe leiden dat je zomaar voorbijloopt aan Marinus Boezems Show V, Immateriële plastiek. Dat werk, bestaande uit een koude en een warme luchtstroom die zachtjes zaal 3 worden ingeblazen, maakt deel uit van een vijftiental ‘shows’ die Boezem in de periode 1964-1969 maakte. Die van I tot en met XV genummerde voorstellen bestonden uit tekeningen en op papier vast­gelegde instructies, die op verzoek van een museum of kunstinstelling gerealiseerd konden worden.

Show IX, Curtain Room uit die serie is een van de hoogtepunten van Lucht. Het is een white ­cube die niet is opgebouwd uit muren, maar bestaat uit witte gordijnen, die doordat er zes ventilatoren op de grond staan te draaien zachtjes wapperen – zoals was aan een waslijn in een zomer­briesje. De meeste bezoekers lopen alleen om het werk heen; wie iets minder respect heeft voor de heilige kunst en wel naar binnen durft, belandt in een lege ruimte met dezelfde oppervlakte als Boezems atelier in Middelburg.

De bewegende wanden verbeelden de voortdurend wisselende verhoudingen tussen Boezem – die in 1960 al een stuk polder nabij Asperen als ‘ready-made’ tentoonstelde – en de omringende wereld. Net als in een persoonlijk domein bestaan er geen fysieke scheidingen tussen een binnen- en buitenwereld, wil hij maar zeggen.

Lucht uit verschillende landen

Zoro Feigl slingerde een 40 meter lange brandslang door een benauwd zaaltje, die langzaam op spanning komt en vervolgens weer slap hangt omdat er met een compressor lucht in en uit wordt gepompt. David Rickard maakte het gewicht van alle lucht in de tentoonstellingszaal tastbaar in zijn massieve installatie A Room Full of Air, bestaand uit een pallet met een enorme stapel betonblokken erop (volgens het begeleidende boekje weegt lucht 1293 kilogram per kubieke meter, dat moet 1,293 kilo zijn).

Net zo conceptueel is Rickards International Airspace, waarvoor hij lucht verzamelde uit 27 landen die in 1919 – het jaar waarin Duchamp Parijse lucht bottelde – in Parijs het Verdrag betreffende de verordening van de Luchtvaart ondertekenden. Het nieuwe ‘samenwerkingsluchtruim’ zit in een glazen ampul, althans volgens de kunstenaar, die wordt tentoon­gesteld met foto’s van lucht uit de verschillende landen.

Al even prikkelend: voor haar installatie Air Dispensers – vijf snoepautomaten op een rijtje – verpakte Yoko Ono in 1971 lucht in ontelbare plastic capsules. Zou het (steeds schaarsere) schone lucht zijn, die Ono aanbiedt voor 50 cent, of is het gebakken lucht?

Lucht: t/m 29 november in Museum Kranenburgh in Bergen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden