Plus PS

Lowlandsdirecteur: 'Vorig jaar liep ik als een zombie over het terrein'

Tijdens het festival van 2016 stierf de moeder van Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg (56). 'Die vrijdagochtend heb ik me door een limo naar haar huis laten rijden.' Voor de editie van volgend weekend verheugt hij zich vooral op Solange. 'R&B is de nieuwe popmuziek.'

Eric van Eerdenburg Beeld Linda Stulic

In interviews met u gaat het vooral over Lowlands, vrijwel nooit over uzelf. Houdt u persoonlijke vragen af of ­worden die niet gesteld?
"In tegenstelling tot veel andere mensen heb ik er geen behoefte aan mijn doopceel te laten lichten en al helemaal niet een BN'er te worden. Interviews over mij of mijn privéleven houd ik meestal af. Ik doe eigenlijk alleen media in de tijd van Lowlands."

Het is bijna weer zo ver. Loopt u te stressen, zo vlak voor het festival?
"Nee, dit is een relatief rustige periode. Bij Mojo is iedereen op vakantie, dus de vaste vergaderingen hebben we niet. En voor Lowlands zelf: het programma is rond, de belangrijke beslissingen zijn al genomen. Het is nu echt een productieding. Daar wordt keihard gewerkt. Ik doe vooral aan, hoe noem je dat, trouble shooting, de laatste losse eindjes aan elkaar knopen, media. Ik heb het druk, maar niet belachelijk druk."

Wat is uw drukke tijd?
"In maart, april. Alle balletjes hangen in de lucht, er lijkt er geen een te vallen. Dan is de druk op mijn hoofd groot. Op een gegeven moment moet je gaan hakken; dat doen we wel, dat niet. Programmeren laat ik over aan de boekers, maar aan de bovenkant bemoei ik me er wel mee."

"Een festival heeft headliners nodig, maar daar zijn er maar relatief weinig van. Per jaar zijn er een stuk of vijftien bands die iedereen wil hebben. Mumford & Sons zou geen festivals doen dit jaar. Samen met buitenlandse festivals ga je dan kijken of ze er toch toe te verleiden zijn. Wat dus is gelukt."

Hoe bent u gedurende het festival?
"Dat ligt eraan. Als het takkeweer is en er springen rioolleidingen, dan is het stressen natuurlijk. Maar voor de rest is het een heel strakke organisatie. Iedereen heeft zijn taak. Mijn taak is: rondlopen en kijken wat er gebeurt en wat we volgend jaar eventueel anders moeten doen. Ik geef ook interviews, schud handjes. Nu lijkt het of ik niks doe, geloof ik, maar dat is dus niet zo."

Vorig jaar overleed tijdens Lowlands uw moeder.
"Heel onwerkelijk, ook al wist ik dat het ging gebeuren. Ze had hartfalen en zat zo zwaar onder de medicijnen dat ze geen boe of bah meer kon zeggen. Ze wilde niet meer. Ze wilde euthanasie en dat kon. Maar vanwege alle procedures pas op ­vrijdag, de eerste festivaldag. We hadden afgesproken: er zijn belangrijke dingen en er zijn héél belangrijke dingen."

"Die vrijdagochtend heb ik me door een limo van artiestenvervoer naar mijn moeders huis laten rijden. Nadat ze was overleden, hebben mijn broer en zus verder alles geregeld en heb ik zo goed en zo kwaad als het ging Lowlands gedraaid. Vooral die eerste dag liep ik met mijn vrouw als een zombie over het terrein."

The show must go on?
"Ja. Mijn moeder zou ook niet anders hebben gewild. Ik was drie weken heel intensief met haar bezig geweest. Elke dag op en neer naar het ziekenhuis. Elke dag praten. We waren wel een beetje uit­gepraat zelfs. Zaten we samen naar De Slimste Mens te kijken en deden we een wedstrijdje wie de meeste antwoorden wist."

"Nadat ze was gestopt met de medicijnen, kreeg ze ineens een enorme opleving, was ze weer heel helder. Maar ze kon wel elk moment een hartaanval of een hersenbloeding krijgen. We hebben het goed gedaan, het was heel doorleefd allemaal, maar evengoed was het enorm aangrijpend natuurlijk. Terug op het Lowlandsterrein was het heel schizofreen: al die uitbundigheid daar, ik met mijn verdriet."

Maar u kon wel werken.
"Ja, op de een of andere manier heb ik het echte verdriet voor me uit weten te schuiven. Op de woensdag na Lowlands was de begrafenis. Tot vrijdag heb ik zaken afgehandeld en daarna ben ik naar Texel gegaan. Op het strand, waar we een hutje hebben, heb ik mijn tranen de vrije loop gelaten. Ik was altijd een enorm moederskindje en ben echt maanden van slag geweest."

U bent geboren in het Drentse Een. Ik had er nog nooit van gehoord.
"Het is ook een gehucht. Mijn ouders wilden in 1958 naar Amerika emigreren. Ze hadden de papieren al in huis, maar zagen toen in de krant een advertentie: 20 hectare heidegrond te koop. En dat terrein heette ook nog eens America. Dat kwam van het Duitse Am Erica, wat 'aan de hei' betekent."

"Op dat terrein zijn ze toen camping America begonnen. Hippies avant la lettre. Geen water, geen stroom, geen gas. Maar er liepen wel honderd kippen los rond. Ze leefden van de eieren en de liefde. Ik ben verwekt op de heide, zei mijn moeder altijd."

Wat was uw vader voor man?
"Een gevoelige man, hypergevoelig zelfs. De reden dat hij naar het platteland wilde, was om de verleidingen van de grote stad te ontlopen. Hij was homoseksueel. Hij zei altijd dat hij bi was, maar nadat mijn moeder en hij zijn gescheiden, heeft hij alleen nog maar mannelijke partners gehad. Ik was tiener in de jaren zeventig. Alles moest kunnen. Er was zelfs een periode dat mijn vader en moeder allebei een vriend hadden."

"Maar zelfs in de jaren zeventig was het in Drenthe moeilijk uit de kast te komen. Dapper van mijn pa dat hij het heeft gedaan. Maar hij was ook een beetje een lastpak. Hij had het wel heel vaak over zichzelf, was erg egocentrisch. Maar ik heb ook goede herinneringen aan hem. Hoe langer hij dood is, hoe beter ze worden. Ik heb een liefdevolle jeugd gehad."

Wat voor rol speelde muziek in uw jeugd?
"Als kind was ik eens mee met mijn ouders naar Groningen. Ik voel nog de blinde paniek toen ik ze ineens kwijt was. Ik was bij een draaiorgel blijven staan. Ik heb lang lopen zoeken naar mijn moeder, en zij naar mij. Betoverd door de muziek was ik de wereld om me heen totaal vergeten."

"Thuis was er ook altijd wel muziek. Mijn vader speelde goed orgel. En hij draaide platen. Jazz van Oscar Peterson en Lionel Hampton. De soundtrack van Turks fruit. En ook Introspection deel 1 tot en met 28 van Thijs van Leer. Als tiener ontdekte ik Jeff Beck en Creedence Clearwater Revival. Daar blowde je dan bij. In het jongerencentrum in Roden kwam die hele Groningse scene langs: Jan Rot, Herman Brood, Phoney and the Hardcore. En toen kreeg je punk en new wave. Ik was meer van de new wave dan van de punk."

Voelde u als jongen in de provincie de lokroep van de grote stad?
"Mede door de spanningen thuis was ik vroeg uit huis, op mijn zeventiende al. Ik ging naar de Jelburg in Baarn, een soort sociale academie, maar dan met muziek. Ik was er ingeluisd door mijn moeder. 'Echt iets voor jou, Eric!' Negenhonderd aanmeldingen, dertig plekken. En ja hoor, ik werd ingeloot."

Beeld Linda Stulic

"Je werd er opgeleid tot muziektherapeut en zo. Maar ik werd daar zo níet goed van al die socio's dat ik er al na twee maanden ben weggegaan. Meteen door naar Amsterdam. Omdat ik in dat jongerencentrum in Roden had gezeefdrukt, kon ik er aan de slag bij een drukkerij. Ik zou worden opgeleid tot offsetdrukker, maar bleek allergisch voor inkt te zijn. Zat ik in 1980 werkloos in Amsterdam."

Interessant op uw cv: u was glazenhaler bij de Mazzo.
"Ik ben er op oudejaarsavond begonnen. Ik had geen geld, kende nog bijna ­niemand en dacht: dit wordt de saaiste oud en nieuw ooit. Maar toen belde de buurman, die bij de Mazzo werkte, of ik wat wilde bijverdienen."

"Al snel klom ik van glazenhaler op tot barman. Gewéldig vond ik het er. Iedereen kwam in de Mazzo: ­Philip Glass, Robert De Niro, Grace Jones, bands die in Paradiso hadden opgetreden. En begin jaren tachtig hing ook de hele creatieve scene van Amsterdam er rond. De Mazzo was voor mij een heel natuurlijke manier om daar tussen te komen."

"Mijn ouders waren allebei best creatieve mensen, maar het idee dat je van iets kunstzinnigs je werk zou kunnen maken, stond zo ver van ze af. In kwam in Amsterdam terecht in een wereld waarvan ik in Drenthe nooit had kunnen vermoeden dat die bestond. In de Mazzoscene was iedereen aan het schilderen, schrijven, muziek maken. Het was de tijd van do it yourself. Voor ik het wist, speelde ik ook in bandjes."

Ik herinner me Terras Bangkok.
"Ja, ja. Clock DVA en Hula, heel artistieke bands uit Engeland, waren onze grote voorbeelden. In die scene hadden we ook wel een soort van naam. We stonden op festivals in Rennes en Barcelona, speelden ook met regelmaat in Berlijn. En in het Engelse muziekblad Sounds kreeg onze EP een 4,5 sterrenrecensie."

"Maar dan stond je later toch weer in het Möpke in Delden te spelen voor maar vier man. Er viel geen droog brood mee te verdienen. We zaten bij het boekingskantoor van Frans Vreeke, die tegenwoordig in Utrecht directeur van muziekcentrum Vredenburg is. Laat ik die maar gaan helpen, dacht ik. Zo ben ik de muziekbusiness ingerold."

U was tourmanager van gangsterrapper Ice-T.
"Heel Europa met hem doorgeweest. Ontzettend leuke man, heel slim ook. Het was rond 1987, hiphop begon net door te breken. Hij had dat album Rhyme pays uit, met op de hoes die prachtige vriendin van hem. Ik kan je vertellen: ze was niet fotogeniek, in het echt was ze nog veel en veel mooier. Aan het einde van de show kwam ze altijd even het podium op. Het publiek werd wild. Bij mijn taken als tourmanager hoorde dat ik die gasten terug de zaal in moest smijten. Mijn grootse en meeslepende leven was begonnen."

"Ook een avontuur was de tour met bluesgitarist Albert King. Een bejaarde man, toen al, maar het begon ermee dat hij veel te laat op het vliegveld aankwam omdat hij bij vertrek uit Amerika aanvankelijk had geweigerd zijn gun in te leveren. Hij wilde niet dat zijn concerten werden opgenomen, maar overal stond er weer zo'n radiowagen klaar. Ik was de jongen die dan de stekkers eruit moest trekken. Of soms ter plekke alsnog een lucratieve deal maakte."

U belandde aan de zakelijke kant van de popmuziek. Mist u het nooit zelf muziek te maken?
"Ik ben niet creatief meer in praktiserende zin. Ik schilder niet, speel geen gitaar meer. Maar ik begrijp creativiteit goed. Ik geloof ook dat ik een goed oog en oor heb voor nieuwe ontwikkelingen. Ik combineer dat met zakenmannetje zijn, ja, maar zit daar niet mee. Het is nodig."

In 1993 was u een van de bezoekers van de eerste editie van Lowlands. Wat zag u?
"Iets heel nieuws. Iedereen was Pinkpop en varianten daarvan gewend: een zwarte kast in een weiland, op het affiche de ene grote naam na de andere, veel sponsorvlaggen, bier en friet. Wat ik bij Lowlands herkende: dit was niet voor hen, maar voor ons, de scene."

"Alles was anders op Lowlands. De muziek, maar ook de aankleding, de randprogramma's. En je kon er zowaar goed eten. Ik liep daar rond en wist niet wat ik zag: huh, een Italiaans restaurant, op een popfestival!? Met die aanpak is Lowlands echt baanbrekend geweest."

Er kwamen die eerste keer maar zesduizend bezoekers op af.
"Dat realiseerde ik me pas veel later, maar die eerste keer Lowlands was financieel een debacle. Bij Mojo was in de weken vooraf enorme paniek. Hoe groot zou het verlies zijn? Konden ze het festival niet beter maar helemaal afblazen? Vanuit een telefooncel in Spanje belde Mojobaas Leon Ramakers: 'Het kan me niet schelen hoeveel het kost, we gaan door!'"

"Je had die zesduizend betalende bezoekers, maar ik geloof dat er ongeveer nog eens zoveel mensen rondliepen op uitnodiging van Mojo. En iedereen vond het te gek. Die buzz ging rondzingen. Maar het heeft lang geduurd voor Mojo geld ging verdienen aan Lowlands. Pas na drie jaar kwamen ze op nul uit."

Onder uw leiding is Lowlands langzaam maar zeker van een alternatief festival een hip festival geworden.
"De wortels van Lowlands liggen in de new wave en bij de gitaarbands. Maar ­'s nachts waren er altijd al de Quazars en de dj's. Dat nachtprogramma heeft een enorme vlucht genomen; het was supernieuw dat je op een festival tot vijf uur 's ochtends kon doorgaan. Maar ook die dj-cultuur zelf en de elektronische muziek hebben zich enorm ontwikkeld natuurlijk. En daar zijn we in meegegaan."

Eric (rechts) en oudere broer Peter Beeld Privé

"We konden niet meer volstaan met de dj's van de Noodlandingavonden in Paradiso, die dance voor rockers draaiden. De echt grote dj's kwamen toen ook naar ­Lowlands. We hebben sowieso elektronische muziek in de breedste zin des woords omard, met uitzondering van EDM dan, wat echt te ver van ons afstaat. We moesten ook wel, want de ontwikkelingen in de gitaarwereld staan op een laag pitje, de tijd van de Franz Ferdinands is echt voorbij."

Hiphop is inmiddels ook een vast onderdeel van het programma.
"Daar sukkelden we een tijdje achteraan, maar we hebben het ingehaald. Een kwestie van een goede boeker aantrekken. En dan hebbben we nog die crossover met R&B. Ik verheug me dit jaar erg op Solange. Ik heb haar gezien op Primavera in Spanje: ge-wel-dig. Vijftien jaar geleden zou je gezegd hebben: wát, een R&B-artiest op Lowlands? Maar dit is de nieuwe popmuziek. Als we daar niet in meegaan, worden we het soort festival waar we ons vroeger tegen hebben afgezet."

"Een deel van de Lowlandsaanhang heeft het overigens moeilijk met deze ontwikkelingen. Broederliefde en New Wave waren vorig jaar een enorm succes. Maar je had ook oudere bezoekers die klaagden: dit is ons Lowlands niet meer."

Wie is de gemiddelde Lowlandsbezoeker?

"Ik liep een keer met een Britse marktonderzoeker over het terrein, zo eentje in kakibroek en ruitjesoverhemd, op brogues. Met bekakt accent zei hij: 'Hmm, individually everybody the same.' Onze bezoekers zijn individualisten, daar had hij gelijk in, maar er is op het festival een enorme verbinding."

"Het zijn types met een brede culturele belangstelling. Ze houden ervan ­'s avonds te knallen, maar vinden het ook leuk overdag een debat of filosofisch programma te bezoeken. Ze zijn enorm hoogopgeleid: 88 procent heeft minimaal havo/ hbo of vwo/universiteit. Ze werken opvallend vaak in de creatieve sector dan wel de zorg."

"En de gemiddelde leeftijd is weer aan het dalen. We zaten een tijd boven de dertig, nu weer eronder. De gemiddelde bezoeker is 28 jaar oud. Maar als vijftiger loop je er niet voor lul."

In al die jaren heb ik nooit rottigheid gezien op Lowlands.
"De burgemeester van Dronten zei eens op zondagochtend: 'In die drie kroegen bij mij op het dorpsplein was gisteravond weer mee gedonder dan in die hele stad van jou.' Er zijn op Lowlands geen rivaliserende groepen, daar letten we ook op in de programmering. In wezen is het, laten we het maar gewoon zo noemen, een gated community voor gelijkgestemde zielen."

Lowlands heeft een heel wit publiek. Is dat een probleem?
"Vind ik wel, ja. Nou ja, het is op zich geen probleem, maar het klopt niet natuurlijk. Zo is Nederland niet. Laatst kwam mijn zoon met foto's van een vriendenfeest thuis. Ik zei nog: die zouden we op moeten sturen naar Wilders."

"Die groep is zó gemengd. En dat is de toekomst. Op Lowlands is er ook wel wat aan het veranderen. In de jaren negentig was het publiek nog volledig wit, bij de nieuwe generatie die binnenkomt is dat echt niet meer zo. Wat ook te maken heeft met die hiphop en R&B in het programma.

Vroeger werd gezegd dat Lowlands zo wit was omdat allochtonen niet van kamperen zouden houden.
"Ik was laatst op Woo Hah!, het hiphopfestival in Tilburg, dat ook een camping heeft. Echt wel dat daar ook Surinamers en Antillianen stonden. Ook dat verandert."

Drie jaar geleden was Lowlands voor het eerst in jaren niet uitverkocht.
"Natuurlijk zijn we daarvan geschrokken. Ook al wisten we dat het een keer moest gebeuren. Als je zo lang een succes bent en elk jaar weer binnen een paar uur bent uitverkocht, kan zich dat uiteindelijk ook tegen je keren. We hadden dat jaar echt een heel goed programma, maar toch hoorden we er vanaf het begin serieus gezeik over. Niets zo ongrijpbaar als de groepsvibe."

"Het lontje in het kruitvat was een negatief stuk op de fansite Lowlove. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Als je die vibe tegen je hebt, kun je weinig anders doen dan take the punch. Het jaar daarop waren we ook niet uitverkocht. Ik zal nooit vergeten dat een vriendje van een van mijn zoons tegen me zei: 'Ik ga niet naar Lowlands, hoor. Zo'n kutprogramma dit jaar.' Er waren toen nog maar zes bands bekendgemaakt."

Nu hebben jullie die vibe weer mee.
"We zijn weer uitverkocht, ja. We luisteren naar kritiek. En op een bepaalde manier luisteren we er ook helemaal niet naar. Als je het iedereen naar de zin wil maken, wordt het niets natuurlijk. Onderling is er ook wel onenigheid, hoor, over hoe we verder moeten, ruzie soms zelfs. Het is een mooi proces."

Hoe lang kun je directeur van Lowlands zijn?
"God, waarom vraagt iedereen me dat toch elke keer? Dan voel ik me zo oud. Je moet je kracht en je zwaktes onderkennen. Ik besef dat ik, als het om muziek gaat, niet meer het excitement ken van iemand van twintig. Tot mijn 35ste, mijn 40ste wel, kon ik in Paradiso echt helemaal opgaan in een optreden. Ik ben wel enthousiast, maar op een veel afstandelijkere manier. Maar hallo, het zou toch ook idioot zijn als ik daar met mijn 56 jaar tussen die kids ga staan hossen?"

"Het programmeren laat ik grotendeels over aan veel jongere collega's, specialisten die helemaal in een bepaalde scene zitten en die ook vóelen wat die kids voelen. Maar het bedrijf Lowlands leiden, dat kun je tot aan je pensioen doen.

Beeld Linda Stulic
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden