Low Festival: Fietsen, vuilniswagenpop en Hongaarse contexten

Dag 2: Boedapest met zijn 1,7 miljoen inwoners doet vermoeden dat er minstens zoveel auto's rondrijden. De grote boulevards zijn één lint van auto's, de gevels van de huizen bruin van de uitlaatgassen. Fietsers zie je hier niet veel, al zijn er steeds meer fietspaden te vinden in de stad.

Wie beter dan Herb van Drongelen kan de Hongaren op de fiets krijgen. Zo moet de organisatie van My City: Amsterdam hebben gedacht toen ze de fietser programmeerde voor een lezing over zijn reis rond de wereld. Van Drongelen legde in dik zes jaar 105.000 kilometer af en deed 69 landen op alle continenten aan.

Als we in de lounge van club A38, een omgebouwd Oekraiens vrachtschip dat midden in het centrum aan de Donau ligt afgemeerd, zitten te wachten op de lezing van Herb, zien we de ene na de andere fietser arriveren bij de boot. Het lijkt wel of iedere fietsliefhebber uit Boedapest vanavond aanwezig is - of zijn het allemaal fietskoeriers? Buiten staan de fietsen tegen elkaar en wanen we ons voor de deur van een Amsterdamse club. Alhoewel: de fietsen hier zijn allemaal dure sportfietsen en de coureurs dragen allen een helm en zijn netjes voorzien van voor- en achterlicht. Daar kunnen wij Amsterdammers nu nog eens iets van leren.

Van Drongelen vertelt voor een mudvolle zaal over zijn tochten door het mulle woestijnzand, de brand die hij in Afrika meemaakte en hoe hij in zijn eentje mentaal de tocht had beleefd. Op de vraag van een Hongaarse fietsfanaat in welke landen er veel wordt gefietst was hij kort: China, India (in mindere mate) en Nederland. Je kunt je dus afvragen of de Hongaren in de toekomst en masse op de tweewieler stappen.

Direct na de lezing staat er aan de kade een omgebouwde vuilniswagen van het Amsterdamse ontwerpbureau Natwerk, waarin Eboman zit. Hij heeft die middag door de stad gereden en in de wagen opgetreden. Op de zijkant van de kar zijn de projecties te zien en beuken zijn drukke elektronische beats over het voorbijrazende verkeer.

Eerder deze week hebben de Amsterdam Klezmer Band en Alamo Race Track al met deze vuilniswagen door Boedapest gereden en hier en daar straatoptredens gegeven. Dat was allemaal goed verlopen. Als 's middags Eboman door de stad rijdt en zijn assistent tegen een deur leunt, vliegt die open en valt hij uit de rijdende vuilniswagen op de weg. Wonder boven wonder komt hij er zonder noemenswaardig letsel vanaf.

Voor de deur van club A38 is het stampdruk. De show van Alamo Race Track en het Hongaarse Quimby is stijf uitverkocht. Al heeft de Nederlandse band hier al een aardige naam opgebouwd, het gros van het publiek komt voor de Hongaarse topband Quimby, die al vijftien jaar aan de weg timmert en één van de grootste Hongaarse undergroundbands is. Normaal zouden ze op het hoofdpodium van het Sziget Festival staan, maar voor deze gelegenheid kunnen we de band aan het werk zien in een relatief kleine club.

Je zou kunnen zeggen dat Alamo Race Track het voorprogramma is van Quimby. Het optreden van ART is aanstekelijk en puntig. De popnummers die in de verte iets van The Beatles weghebben, krijgen een diepere lading door de aanvullende percussie, waardoor de ritmes een extra zwier krijgen. Muzikaal is ART wat ongrijpbaar, maar blijft wel boeien, omdat de (intellectuele) songstructuur niet op drift raakt. De band heeft een onmiskenbaar geluid dat hoort bij het sympathieke Excelsior-label, want hun muziek blijft drijven op de gitaar. Zanger Ralph Mulder praat veel met het publiek en roept na ieder nummer 'Kusenum' (Hongaars voor bedankt). Als de band aankondigt een nummer van Quimby te gaan spelen, gaat even het dak eraf. Excelsiorbaas Ferry Rosenboom kijkt vanaf de zijkant van het podium genoegzaam rond en de Nederlandse ambassadeur Ronald Mollinger, die tot nu toe alle avonden aanwezig is geweest, wiegt mee op de maten van de muziek.

Als Quimby het podium opkomt en het eerste nummer inzet is het duidelijk waarvoor de Hongaren zijn gekomen. Het is een beetje duwen en trekken, want alle Hongaren willen naar voren. Het geluid is massief en de band staat als een huis. Je hoort meteen dat deze mensen op elkaar zijn ingespeeld. Vol overgave wordt er door het publiek meegezongen. Muzikaal gaat het van polka, naar (free-)jazz, Tom Waits, Kurt Weill en hier en daar een vleugje funk. Wij worden niet meegezogen in de muziek. De percussionist/frontman praat veel tussen de nummers door, maar wat de boodschap is blijft ons onduidelijk. We kunnen de context niet echt begrijpen en blijven een buitenstander van dit Hongaarse feestje. (ROY MANTEL en MICHELLE STRADAL)
www.lowfestival.hu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden