Plus

Lovers, exen, vrienden en vreemden

Als lovers, exen, vrienden en vreemden onderzoeken Adelheid Roosen, Titus Muizelaar, Lineke Rijxman en George Groot in een voorstelling hun visie op de liefde en (hun) relaties. 'Ze zeggen vaak: 'ik speel', maar ik denk dan toch: jaja.'

Adelheid Roosen en Lineke Rijxman Beeld Leendert Vooijce

In het midden van een repetitieruimte in de Cliffordstraat zitten Adelheid Roosen en Lineke Rijxman zwijgend tegenover elkaar aan een vierkant tafeltje, armen op tafel, licht naar elkaar toe gebogen. Titus Muizelaar zit op een stoel in de hoek van de kamer. George Groot staat in de buurt van de deur naar de gang. De vloer is bezaaid met witte ballonnen.

Ze werken aan de autobiografische voorstelling Rijsen & Rooxman, DeDikkeMuiz & Sjors. Titus zegt: "Ik vind het gruwelijk, maar ik doe het voor jou."

Adelheid staat op en doorkruist de kamer (voorzichtig, want die ballonnen) en zegt: "Wat is dat toch met die privacy terwijl iedereen even eenzaam in bed ligt? Ik hou zo van de openbaarheid. Ik wil leven met wat er is, in plaats van met verborgenheden. Ik zwaai liever twee ruggen uit die samen op kerstvakantie gaan dan dat het ondergronds blijft."

Tranen
Even later volgt een pijnlijk geestige scène over die vakantie, waarin Lineke zichzelf en Titus speelt: wie vroeg nu wie mee, na de beëindiging van hun relatie, toen Titus inmiddels alweer een tijd samen was met Adelheid?

Er was geen sprake van dat het idee om samen naar een mooie tentoonstelling in Parijs te gaan zomaar 'ontstond', zegt ze. "Titus, wil je met mij op kerstvakantie, bladiebla? Zo is het niet gegaan. Jij hebt mij gevraagd."
Stilte. Dan George vanuit de hoek (spelend? Niet spelend? Who knows): "Ik wil iets meer horen over hoe lekker jullie vakanties vroeger altijd waren."

Even later komt Adelheid tegenover Titus zitten, Lineke heeft zich verplaatst naar een andere hoek en kijkt met haar ellebogen op haar knieën wat er gebeurt, als naar de ontknoping van een spannende film. Titus krijgt tranen in zijn ogen als Adelheid zegt: "De pijn zit er niet in dat jouw hart zo groot is als het luchtruim. Dat vind ik mooi. De pijn zit in de leugen, ik zou bijna zeggen in de onderschatting, maar ik voel me niet snel onderschat. Nee. De pijn zit in het wegnemen van de mogelijkheid om dat luchtruim vol te beleven, met Lien daarbij."

Titus staat op en stapt naar achteren, Lineke neemt zijn plek in tegenover Adelheid. Een paar minuten later wordt het spel gestopt om te praten over het aantal wisselingen aan het tafeltje. Adelheid vindt dat het er te veel zijn: "De tafel wordt dan een beetje opgelegd pandoer."

Spelenderwijs
De herinnering aan het bewuste platonische vakantieplan voor twee ex-geliefden waar het in dit stukje van de repetitie over gaat, dient als kapstok, een van de velen, in de volledig uit improvisatie opgetrokken voorstelling Rijsen & Rooxman, DeDikkeMuiz & Sjors. Lovers, exen, vrienden en vreemden, dat zijn de vier acteurs van elkaar, staat in een persbericht.

Adelheid (60) en Titus (over een maand 70) hebben een relatie sinds 1999. Daarvoor was Titus tien jaar samen met Lineke (61). Adelheid en George (76) hebben een wat zij omschrijven als 'toneelhuwelijk', door de vele voorstellingen die zij al sinds 1990 met elkaar maken, waaronder Hetty & George, theatrale openbare gesprekken waarin ze onderzoeken wat een mens zoal doet met wat er op haar of zijn pad komt.

Rijsen & Rooxman, DeDikkeMuiz & Sjors (een coproductie tussen de gezelschappen Mugmetdegoudentand en Adelheid+Zina) is ook een onderzoek; een speels, kwetsbaar en weergaloos eerlijk onderzoek naar hun visie op de staat van de liefde en (hun) relaties door vier zeer ervaren toneelspelers wier levens met elkaar verweven zijn, ook al hadden Adelheid en Lineke en George en Lineke voor deze samenwerking nog nooit met elkaar gesproken.

Er was niets om uit het hoofd te leren voor de eerste samenkomst. Ze zijn niet begonnen met een script, de voorstelling ontstaat spelenderwijs, ook vaak door even niet te spelen. En wat de ene dag naar boven komt, wordt de volgende dag misschien weer geschrapt.

Exemplarisch
Een dag na de bijgewoonde repetitie schuiven Adelheid en Titus aan voor een interview. Het is vijf uur 's middags. Het spelen/niet spelen is afgelopen voor vandaag. Er wordt nog wat nagepraat met een groepje voor advies uitgenodigd publiek.

Titus vertelt over James, het vierjarig zoontje van een van de twee kinderen die hij kreeg met dramaturg Dirkje Houtman, zijn geliefde vóór Lineke. "Ik kreeg een foto van hem, met allemaal stickers van kleine voetballetjes op zijn gezicht. Er stond bij: 'opa Ti, ik heb voetbaluitslag.'" Opa Ti moet er weer heel hard om lachen.
Adelheid, oma Roos voor de kleinzoon, komt erbij zitten, op het moment dat Titus zegt dat het een verpletterend lief kind is. Ze knikt: "Het is voor iedere medemens zo fijn dat we er van die intens lieve types tussen hebben zitten." George Groot, onderweg naar de deur, met een lachje: "Is dit een interview over kinderen?"
Titus: "Heel even. Dat mag best."

Lauren, Adelheids assistent, die alles wat de spelers tijdens de repetities toevoegen of verwerpen razendsnel bijhoudt op een laptop, gaat als laatste weg. Van haar wordt afscheid genomen met 'dag liefste schat' en 'dag intelligente vrouw'. Men is hier in elk geval lief voor elkaar. Dat viel eerder ook al op, niettegenstaande de pittige uitspraken die de spelers doen.

Rode lippenstift
Adelheid steekt een sigaret op. Ze is laat begonnen met roken, zegt ze. "Toen ik zelf pakjes ging kopen was ik al eind twintig, denk ik." Titus, met een grinnikje: "Ik was er niet bij."

Ze leerden elkaar kennen na een door Titus geregisseerde eindexamenvoorstelling van de toneelschool Maastricht. Aan het einde van de avond belandden ze samen aan de bar. Adelheid kende hem wel - wie kent elkaar niet in de Amsterdamse theaterwereld - maar voor het eerst kreeg hun gesprek een sprankel waardoor ze dacht: wow, leuke gast.

Ze werkt haar idiosyncratische rode lippenstift bij. "En toen bleek, en dat was verbijsterend, dat wij allebei op vakantie gingen naar de Drôme, een miniklein gebiedje in Frankrijk, je kunt het bijna befietsen, zo klein. Ja, moet je wel de hele dag fietsen." T: "Ik deed dat wel."

A: "Daar hebben we elkaar opgezocht. Jij was met de jongens, ik met een stel vrienden onder wie mijn ex Titus Tiel Groenestege. We zijn nog immer bevriend. Toen ik zestig werd, kreeg ik van Titus en Titus een schilderij, een groot rood vlak met een oudere man erin. Ze overhandigden het me in een act die eindigde met: alsjeblieft, Titus III."

Volledig vertrouwen
Het gebaar van dat schilderij, de act en alles wat erachter zit, is exemplarisch voor de ruimhartigheid, het vertrouwen en de generositeit die Adelheid wil voelen in haar relaties (en dan heeft ze het niet, we schrijven het er maar even bij, over vreemdgaan). Uit dat verlangen groeide ook het idee voor Rijsen & Rooxman, DeDikkeMuiz & Sjors.

Ze vertelt over een andere ex, Wessel, die ze ooit confronteerde met haar wens voor filmbeelden bij een concert in Carré een maand naar India te gaan, met Titus I want hij maakte met haar het filmdecor. Zij zei: "Het fijnste maar ook het moeilijkste voor jou zou zijn om mij volledig te vertrouwen. Als je nu, schoon, kunt aannemen dat Titus en ik daar 24 uur per dag samen zijn, maar niet met elkaar naar bed gaan, zijn we eigenlijk in één minuut klaar en kunnen we keilekker gaan eten in de stad."

Hij was even stil en antwoordde toen: "Ik vind het moeilijk, maar ik vertrouw je."

Adelheid nu: "Zo'n magisch moment. Ik sprong van geluk tegen het dak, dat iemand zoiets durft te ontvangen." De eerste keer dat Adelheid bij Titus (II) ging slapen, gaf ze hem een gedicht van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke.

Adelheid: "De kwintessens daarvan was voor mij: wat je altijd zou moeten behouden in een relatie is dat ik jou blijf zien tegen jouw horizon en jij mij tegen mijn horizon. In plaats van aan elkaar te gaan trekken, zoals veel mensen doen in de liefde: kom tegen mijn horizon staan, of tegen de gezamenlijk horizon die ik voor ons heb bedacht." Ze steekt nog een sigaret op: "Daarom ben ik nooit tot samenwonen gekomen, denk ik."

Adelheid Roosen, Titus Muizelaar, Lineke Rijxman en George Groot Beeld Leendert Vooijce

Het gegeven dat Adelheid en Titus geen huis delen is ook een onderwerp dat langskomt in de voorstelling, althans, dat zou kunnen want de improvisaties zijn nog in volle gang. Zij heeft nog nooit samengewoond. Hij wel, met de moeder van zijn kinderen en daarna met Lineke.

T: "Als zij zou zeggen: Muiz, ik zou graag willen dat we bij elkaar gaan wonen, denk ik dat ik het zou doen ja, maar het zal niet gebeuren. Ik denk er nooit over na, nog los van het gegeven dat ik in tegenstelling tot hoe ik me uiterlijk opstel - gemakkelijk, behoorlijk sociaal - volstrekt solitair ben. Ik vind het enorm fijn als ze er is, maar ik verheug me er ook op dat ik straks alleen op de fiets naar huis ga."

A: "De liefdesbevestiging die wij allemaal nodig hebben omdat we hem ook allemaal ooit ergens hebben ontbeerd, zou volgens mij niet moeten zitten in de bevestiging van elkaar in de relatie, maar in de ontplooiing van je eigen levenskracht."

Ongenadige observaties
Terug naar de voorstelling, waarin het, benadrukt Titus, niet alleen om de waarheid gaat, maar om het verschil in interpretatie van herinneringen. Zoals dat vakantieplan.

"Ik herinner me niet eens meer of het de kerstvakantie was, dat doet er ook niet toe. Wat er wel toe doet, is dat je kunt zeggen dat ik 'eromheen draaide', als je aardig wilt zijn, of dat ik 'loog', als je het hard wilt benoemen. Het gehannes over dat onderscheid herkent iedereen: wie zonder zonde is, werpe de eerst steen."

In het begin van de repetitietijd had Titus het zwaar met de rake, soms ongenadige observaties, vragen en opmerkingen die de spelers elkaar voor de voeten gooien. Hij barstte vaak in tranen uit of klapte dicht en kon geen woord meer uitbrengen. "Er kwam van alles langs dat ik niet wilde zien van mezelf. Bovendien, alles wat Adelheid, Lien en George zeggen kan ik alleen maar inhaleren als zijnde echt, wat het niet is want ze zeggen ook vaak 'ik speel', maar ik denk dan toch: jaja."

"Toch wist ik vanaf het begin dat het prachtig zou worden omdat ik ze alle drie zo vertrouw - artistiek ook. Dat is de enige zekerheid die ik had. En nu we een eind verder zijn in de ontwikkeling denk ik steeds: fantastisch, we slagen erin onze persoonlijke anekdotiek naar universaliteit te brengen. Daar kan het publiek iets mee beginnen."

Adelheid knikt: "Of een voorstelling nu autobiografisch is of goed geschreven, het gaat erom dat het publiek kan projecteren en associëren over hoe haar eigen relaties in elkaar zitten. In welke dynamiek ook, want het gaat in de voorstelling niet alleen om geliefden, maar om alle mensen met wie je liefde deelt of van wie je liefde leerde of juist niet."

Zo geboren
Zij ervaarde de eerste repetitieweken als van grootse schoonheid. "Het was een paradoxale, absurde situatie: we wilden onveiligheid creëren in de improvisatie, maar om dat te kunnen doen moest iedereen zich eerst veilig voelen. Fascinerend was het."

De lippenstift wordt weer bijgewerkt. Op de vraag of een relatie tussen twee acteurs per definitie moeilijk is, zeggen ze allebei tegelijk: "Nee." T: "Ik kijk niet eens naar Adelheid als een actrice."

A: "Ik ben altijd hoogst verbaasd als iemand in het dagelijks leven zegt: jij kunt dat zo zeggen of zo doen omdat je toneelspeler bent. Mensen, nee, wat een misverstand, zo ben ik geboren. Zelf denk ik nooit: ik zit nu naast Titus de acteur, hij speelt iets."

T: "Ik doe weleens..."

A: "Tussen de schuifdeuren."

T: "Een verschrikkelijk slechte mime bij het wakker worden."

Hij doet het voor. Naar voren buigen, breed glimlachen, met je ene hand een kopje maken en met je andere hand net doen alsof je erin roert en dan vragend kijken: koffie?

A: "Dat is heel geestig."

T: "Zij noemt mij weleens de vrijetijds­cabaretier."

A: "Altijd in een blauwe korte broek."

Het blijft even stil, tot Titus zegt dat hij moeilijk te verleiden is om in therapie te gaan. "We hebben het wel gedaan, maar het is niets voor mij." Hij lacht. "Zij dacht natuurlijk: het toneel, dat doet ie wel. Dat is ook zo, toneel kan ik niet vermijden."

Ze kijkt hem aan, zoals ze ook doet in de voorstelling (niet spelen). "Jij kunt het niet vermijden omdat jij zo bestaat in dat vakgebied. Dat leven snap jij, ben jij, daarin kan jij leven."

Petieterige hokjes
T: "Ik zal een voorbeeld geven dat duidelijk maakt wat ze bedoelt. Op mijn dertiende namen mijn ouders me mee naar De huisbewaarder van Pinter. Iedereen deed moeilijk over dat stuk, het zou onbegrijpelijk zijn. Ik begreep het meteen, ik zat in de zaal en dacht: dat is mooi. Eindelijk hoor ik mijn eigen inwendige gemurmel en gestotter verwoord. Die avond heb ik besloten dat ik toneelspeler moest worden. Op het toneel kan ik het leven samenvatten en snappen."

A: "En voor mij is het leven eigenlijk een soort schitterend speelgoed, wat alle kanten opkukelt en jou meeneemt, wat jij achterna rent als een kind achter een strandbal. Als hij klapt, ervaar je verdriet, als je hem vangt, voel je geluk en als iemand hem afpakt, kom je in aanraking met hebzucht of miskenningspijn: er is geen gevoel dat je niet kent."

"Ik vind het zo gek dat mensen obstakels en problemen krampachtig uit de weg gaan om pijn te omzeilen, want je krijgt er altijd een andere pijn voor terug. Ik wil juist bij alles wat er op mijn levenspad valt denken: wow, dat kan ik misschien wel aan. Je kunt nog zo veel controle willen, maar je krijgt het nooit in handen. Jouw leven ontvouwt zich aan jou, en niet omgekeerd. Dat is voor mij een kern van de voorstelling."

Petieterige hokjes
Ze haalt diep adem. "Mensen nemen elkaar zo ontiegelijk snel iets kwalijk. Elke avond als ik door de stad fiets en kijk naar al die muren waar mannen, vrouwen en kinderen tussen wonen; samen, alleen, ruziënd, vrolijk, kil, warm - al die variaties. Ik wou dat iedereen wat meer de deur zou openzetten. Dat is toch veel ontspannener dan in die petieterige hokjes proberen te becontroleren wat van jou is, omdat het niet uit elkaar mag vallen. Maar je bent al helemaal uit elkaar gevallen. Je bent toch 24 uur per dag een verzameling van bij elkaar geraapt ik? We doen toch allemaal maar wat, in de mooie zin van het woord?"

Titus legt een hand op haar knie. "Dat zegt ze dan zo fantastisch. Meesterlijke vrouw. Ik kan naar haar kijken en luisteren in volslagen bewondering en verwondering. Ik denk zelfs af en toe: een onsje meer mag wel."

A: "Dat heb ik ook wel in huis."

Hij kijkt hoe laat het is. Gaan ze zo ieder een eigen kant op?

A: "Ja. Ik ben pragmatisch, als artistiek leider van Female Economy, ik moet mails beantwoorden."

T: "En ik moet natuurlijk naar Ajax kijken."

A: "Hoe laat begint dat dan?"

T: "Negen uur."

A: "O, wat hééérlijk."

T: "Kun je dit nog een keer zeggen?"

A: "O, wat hééérlijk. Klonk het aannemelijk?"

T: "Fantastisch gespeeld, schat."

Rijsen & Rooxman, DeDikkeMuiz & Sjors, oa 23, 24, 26 en 27 maart in Bellevue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden