PlusNieuws

Loungen: de hype waardoor nietsdoen ineens een activiteit werd

Dé trend in het uitgaansleven eind jaren negentig: loungen. Het hangen op designbanken stond voor luxe en decadentie. De vorig weekend overleden Spaanse dj José Padilla maakte het klankdecor erbij.

Alles was spierwit in de Supperclub, eten gebeurde er liggend – de vergelijking met de laatste dagen van het Romeinse Rijk was snel gemaakt.Beeld Geert Snoeijer

Het was misschien wel de decadentste uitgaanstrend ooit: loungen. Na de extravagantie van disco in de jaren zeventig, de zwartomrande new wave van de eighties en de euforische house-explosie van de jaren negentig besloot men rond de eeuwwisseling dat er helemaal niet meer gedanst hoefde te worden. In plaats daarvan vlijde hip Amsterdam zich verveeld tegen elkaar aan, dronk champagne en luisterde naar de cd’s van Café del Mar.

Afgelopen zondag overleed de samensteller van de verzamelalbums en grondlegger van het genre, José Padilla, vaste dj in de gelijknamige strandtent op Ibiza. De muziek die hij er draaide, een lome en prikkelarme mix van ambient, dromerige house, triphop, new age, bossa nova en oosterse klanken, was bedoeld als muzikale omlijsting voor het magische moment dat de zon in de zee zakt, maar groeide uit tot de soundtrack van een kort, onbekommerd en hedonistisch tijdperk aan het einde van de 20ste eeuw.

Padilla, die al sinds eind jaren zeventig op ­Ibiza draaide, maakte zijn compilaties eerst op cassettebandjes voor vrienden. In 1993 verscheen de eerste van de zes Café del Mar-cd’s die hij samenstelde en waar wereldwijd vele miljoenen van verkocht zouden worden. De muziek bleek behalve voor zonsondergangen op de Balearen ook geschikt als klankdecor voor afterparty’s, hippe horecatenten en hotelbars. Geen muziek om uitbundig op te dansen, maar om ingetogen van te genieten: ideaal om bij te loungen dus.

Champagne in de Supperclub.Beeld Jean-Pierre Jans

Dat loungen uitgegroeide tot een werkwoord was ook toen al merkwaardig, want niemand wist precies wat het behelsde, anders dan lui op een bank liggen en je volgieten met chique drankjes. NRC Handelsblad deed begin 2000 een poging om het fenomeen te duiden: ‘Heftig uitgaan en carrière maken laten zich lastig combineren. Daarom is het loungen uitgevonden: bijpraten in een trendy gelegenheid, sushi en champagne erbij en een rustig achtergrondmuziekje van hoog niveau (...) De aanwezigen hangen op de strakke designbanken en praten met elkaar of met hun mobiele telefoons.’

In Amsterdam schoten eind jaren negentig de tenten die zichzelf als lounge afficheerden als paddenstoelen uit de grond. In het Olympisch Stadion opende Vak Zuid, op de Nieuwezijds Voorburgwal zaten NL Lounge en Seymour Likely Lounge tegenover elkaar en in een klein steegje om de hoek zat het epicentrum van de loungerage, de Supperclub. Alles was er spierwit, eten gebeurde er liggend – de vergelijking met de laatste dagen van het Romeinse Rijk was snel gemaakt. Met extravagante performers, indrukwekkende installaties en geprojecteerde videokunst vierde het avant-gardisme er hoogtij, de wc’s waren genderneutraal voordat het woord bestond. Duur was het ook, en uiteraard hyperexclusief. Er waren oesters, er was champagne, en, toen nog heel bijzonder want helemaal uit Japan: sushi.

Loungen in de Supperclub, in 2003.Beeld Emblema

Zorgeloze wereld

In navolging van het succes van de Café del Mar-reeks begon ook de Supperclub met het uitgeven van lounge-cd’s. Want lounge was behalve een activiteit en een horecaconcept, ook een muziekstroming op zichzelf geworden. Een weinig strak omlijnd genre, waarbinnen net zo goed de Weense triphoppers Kruder en Dorfmeister en het Franse popduo Air als de easy listening van Burt Bacharach en de moderne klassieke werken van Erik Satie pasten.

Maar lounge had wel een duidelijke esthetiek: het stond voor luxe en decadentie. En al wist niemand hoe je het precies deed, iedereen wilde opeens loungen.

Die plotselinge luiertrend hield nauw verband met hoe de wereld er in de laatste jaren van de vorige eeuw uitzag: behoorlijk zorgeloos. De door de Amerikaanse denker Francis Fukuyama bedachte theorie over het einde der geschiedenis, die er kort gezegd op neerkwam dat na het instorten van het communisme het westerse liberale gedachtegoed door de hele wereld omarmd zou worden, stond nog fier overeind, evenals de twee torens van het World Trade Center in New York. Veel om voor of tegen te vechten was er niet. Het waren de jaren van de paarse kabinetten, waarin ideologische veren waren afgeschud en onderlinge verschillen werden weggepolderd. Financieel groeiden de bomen tot aan de hemel: het was de tijd waarin voor elk bedrijf met .com in zijn naam de miljoenen voor het oprapen lagen en waarin de woekerwinsten op de beurs ook voor de normale man binnen bereik kwamen. Je moest bijna moeite doen om níét rijk te worden.

Hedonistische tempel

Het Amsterdamse uitgaansleven lag er in die jaren niet al te florissant bij. De RoXY was al jaren over haar hoogtepunt heen en zou in 1999 afbranden, de ooit legendarische club iT was een schim van de hedonistische tempel die het ooit was, en de Escape, waar op zaterdagavond de Chemistry-avonden waren, was verworden tot een toeristentent. Futloos en verveeld, dat vatte de situatie nog het beste samen.

Juist die futloosheid en verveling bleken, samen met de economische voorspoed en ideologische leegte van het fin de siècle, ideale bouwstenen voor de loungehype. Een hype waarin het nietsdoen tot een activiteit werd gebombardeerd, een cultureel fenomeen zonder idee of ideaal en een muziekstroming die er niet was om mensen in beweging te krijgen, maar om ze langzaam in slaap te sussen.

Zo waaide het zomerse Ibizagevoel over naar Nederland. De betoverende zonsondergangen bij Café del Mar en de bijbehorende dj-sets van José Padilla werden op het strand van Bloemendaal kundig gekopieerd door tenten als De Republiek en Solaris, waar niet dansen, maar dommelen centraal stond. Mannen droegen witte linnen broeken, vrouwen lieten de losse haren wapperen in de wind, er werden liters rosé gedronken en iedereen was reuze tevreden in het zelfgecreëerde loungenirvana.

Saai

Een lang leven was het loungen in de hippe Amsterdamse scene niet beschoren. Dat languit op banken liggen bleek toch saaier dan gedacht, en een jonge generatie uitgaanspubliek stond op. Er kwamen nieuwe clubs waarin strenge techno de norm was en het vizier niet langer op zonnig Ibiza maar op donker Berlijn was gericht.

Als stroming en als esthetisch concept zou lounge wel overleven. Ieder tuincentrum verkoopt nog steeds ‘loungesets’, bij interieurprogramma’s is ‘Ibiza’ een doodnormaal bijvoeglijk naamwoord en de verzamel-cd’s van José Padilla worden ook ruim twintig jaar na dato nog dankbaar gebruikt door televisiemakers die op zoek zijn naar verantwoorde sferische achtergrondmuziek (ook gij, Zomergasten). 

DJ Jose Padilla draait in Cafe Del Mar op Ibiza (1994).Beeld Universal Images Group via Getty

Padilla, die 18 oktober op 64-jarige leeftijd ­overleed aan de gevolgen van darmkanker, was overigens nooit erg bezig met zijn muzikale nalatenschap. “Ik was niet bezig met genres,” zegt hij in een interview op YouTube uit 2009. “Wat ik draai is ‘chill-outmuziek’ gaan heten, maar ik draai al sinds de jaren zeventig rustige muziek: soul, reggae, Brian Eno, Pink Floyd, alles door elkaar heen. Dat waren de platen die voorhanden waren op het eiland, en daar moest ik het mee doen.”

Padilla verloor na de eeuwwisseling zijn vaste dj-plek in Café del Mar, maar zou tot aan zijn dood de wereld rondreizen om te draaien in exclusieve strandtenten. Want loungen mocht dan uit de mode zijn geraakt, zonsondergangen blijven altijd in.

Loungeklassiekers

José Padilla, Café del Mar vol. 1 t/m 6 (1993-1999)
Kruder & Dorfmeister, The K&D Sessions (1998)
Air, Moon Safari  (1998)
St Germain, Tourist (2000)
Yonderboi, Shallow and profound (2000)

Zonsondergang bij Café Del Mar op Ibiza (2003)Beeld Corbis via Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden