PlusTen slotte

Louis van Dijk (1941-2020): pianist, organist, alleskunner, levensgenieter

Pianist, organist en alleskunner Louis van Dijk is zondag op 78-jarige leeftijd overleden. De Amsterdammer leed aan alzheimer.

Louis van Dijk.Beeld ANP Kippa

De muzikale geboorte van Louis van Dijk, pianist, organist, alleskunner, levensgenieter, Gevleugelde Vriend en spreekwoordelijke gevatte Amsterdammer, vond plaats in de Staatsliedenbuurt. Daar stond in de Schaepmanstraat de Prinsessekerk, waar Louis’ vader door de Nederlands Hervormde Gemeente was aangesteld als koster. 

In die kerk, in 1982 gesloopt, speelde de toen vooraanstaande organist Piet van Egmond op het prachtige Steinmeijerorgel (dat de sloop niet overleefde) en er was niemand die daar meer van genoot dan kleine Louis. Daar begon zijn levenslange liefde voor het werk van Johann Sebastian Bach en daar begon hij te dromen van een leven in dienst van de muziek. Hij kreeg les van Van Egmond en al snel mocht hij kerkdiensten begeleiden. Zijn talent was zo monsterlijk groot dat het vanzelf sprak dat hij naar het conservatorium ging. Daar studeerde hij piano bij Jaap Callenbach en orgel bij Simon C. Jansen.

Hoewel zijn docenten zich uitsluitend bezighielden met klassieke muziek raakte Louis als student al in de ban van een minstens zo grote liefde, de Amerikaanse jazz, aangestoken door de pianisten Oscar Peterson, Bud Powell en Bill Evans en door het Modern Jazz Quartet. Hij formeerde met Cees Hamelink op bas en Harry ten Siethoff op drums een trio, dat niet veel later uit het niets in 1961 het Loosdrecht Jazz Concours won, waarmee zijn naam was gevestigd.

Beeld ANP

Wars van de regels

Dat hij op het conservatorium nog gewoon een klassieke pianostudent was, die niet geacht werd zich in te laten met dat soort muziek, daar trok hij zich niets van aan. ”Jazz, Brahms, Beethoven, Chopin - in de acht jaar die ik bij Callenbach studeerde, liep dat allemaal door elkaar. Hoe Callenbach dat zag? Ik heb hem omgekregen toen ik hem een langspeelplaat gaf van pianist Art Tatum, met Buddy Rich op drums en Lionel Hampton op vibrafoon. Zonder bas. Kamermuziek op het hoogste niveau. Callenbach heeft dat thuis gedraaid en zei de volgende les. ‘Louis, ik begrijp het. Dit is grote muziek.’ Dat verbaasde mij niet. Callenbach was zelf een techneut bij de gratie gods. Ik wíst dat hij plat zou gaan.”

In 1964 studeerde hij cum laude af en formeerde met bassist Jacques Schols en en drummer John Engels het Trio Louis van Dijk, dat behalve een virtuoze jazzact ook de het begeleidende combo werd van Ramses Shaffy en Liesbeth List. De Shaffy Cantate, met een luidkeels meezingende Van Dijk vanachter de vleugel, werd een klassieker in de Nederlandse muziek.

Hij kwam inmiddels regelmatig op radio en televisie, maar bleef ook voor de Hervormde Jeugdraad in kerkdiensten spelen.

In 1968 wordt de nieuwe groep van Ramses Shaffy voor het programma Shaffy Chantant gepresenteerd. Van links naar rechts: Liesbeth List, Ramses Shaffy, Jacques Scholts, Louis van Dijk (aan de vleugel), Thijs van Leer, John Engels, Marjol Flore, Sylvia Alberts en Eelko Nobel.

Grootheden

Van Dijk musiceerde met jazzgrootheden als Dizzy Gillespie, Toots Thielemans en Thad Jones, maar deed ook een Amerikaanse tournee met de beroemde Nederlandse sopraan Elly Ameling, met wie hij muziek van Gershwin, Cole Porter en Jerome Kern uitvoerde. Zeer regelmatig was hij op tv te gast bij Pim Jacobs in het programma Music All-In, waar hij telkens zijn briljante improvisatietalent etaleerde. 

Met Jacobs, Daniel Wayenberg en Pieter van Vollenhoven vormde Van Dijk later De Gevleugelde Vrienden, waarmee hij een groot en breed publiek bereikte. Hij keek daar geenszins op neer. Muziek was muziek en als de mensen het mooi vinden, moet je daar verder niet moeilijk over doen, was zijn devies. Zijn publiek omarmen, dat is wat hij wilde. “Ja. Ik wil dat de mensen van me houden. Dat gevoel heb ik altijd gehad. Als kind al.”

Van Dijk vatte zijn muzikale filosofie in deze krant prachtig samen met een metafoor: “In de muziek loop je op een heel smal rotspad. Aan je rechterhand gaapt het ravijn van de commercie. Aan de linkerkant heb je de rotswand van je muzikale geweten. Het is af te raden met je hoofd tegen die rotswand aan te blijven stoten, maar je wilt ook niet in dat ravijn storten. Het is dus zaak een goede middenweg te vinden. Dat heb ik altijd nagestreefd. En als je dat doet, gaat het publiek blij naar huis.”

Avant-gardistischer weg

Dat collega’s als Willem Breuker of Misha Mengelberg, die een wat avant-gardistischer weg bewandelden, hun hoofden schudden over de ‘Avrojazz’ die Van Dijk met grote liefde maakte, deerde hem niet, al was hij wel blij toen de storm ging liggen. “Tegenwoordig zijn die tegenstellingen er niet meer. Via Arvo Pärt houdt de wereld weer van droommuziek en van eclecticisme. Nou, ik ben zelf altijd al eclectisch geweest. Eclectisch en elastisch.”

Tien jaar terug werd hij uitgeschakeld door slokdarmkanker. Hij viel dertig kilo af (‘ik was een dikke tor hoor’) en pakte de draad weer op. In 2017 werd alzheimer bij hem vastgesteld. Hij besloot zijn laatste concert te geven waar zijn carrière was begonnen, in Loosdrecht, en verhuisde naar het Rosa Spierhuis. Daar is hij op Eerste Paasdag overleden. Louis van Dijk was 78.

Beeld Jan van Breda
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden