PlusReportage

Lolita wordt Loo Lie Taa in virtual reality-versie

De theatervoorstelling Loo Lie Taa, een radicale bewerking van Vladimir Nabokovs Lolita door Het Zuidelijk Toneel, wordt omgezet naar een virtual reality-omgeving. ‘Het moet geen nabootsing van theater worden.’

Lo Lie Taa in virtual reality. Beeld Simone Michielsen
Lo Lie Taa in virtual reality.Beeld Simone Michielsen

Het is een ongewoon gezicht. In het midden van de grote zaal bij Het Zuidelijk Toneel in Tilburg staat een kubus van ongeveer vijf bij vijf meter, omlijst met zwart doek. Daarnaast tafels vol laptops, laptops en nog eens laptops. Hier filmen theatermaker Marijn Graven, acteur Benno Veenstra en een drie man sterke technische crew een virtual realityversie van de voorstelling Lo Lie Taa.

Het idee is ontstaan toen Stan Bannier, technicus bij Het Zuidelijk Toneel, een VR-bril had aangeschaft. Hij gebruikte de bril aanvankelijk om decorplannen mee te bekijken. Bannier stond versteld van wat er allemaal met virtual reality (VR) mogelijk is – “Het is een gekkenhuis” – en deelde zijn enthousiasme met artistiek leider Piet Menu. Die opperde Lo Lie Taa naar VR te vertalen.

Graven, verbonden aan Plan Brabant en tot voor kort aan Frascati Producties, was direct enthousiast. Haar voorstelling, die in 2019 in première ging op Festival Cement, is een radicale bewerking van Vladimir Nabokovs Lolita.

Lo Lie Taa gaat over een prepuber die zijn seksualiteit ontdekt, over een verboden verlangen naar intimiteit en de eenzaamheid van alleen zijn met dat verlangen. Het past bij het voyeurisme van VR, waarin je dichtbij kunt komen maar niet kunt aanraken.

Vreemd gevoel

De ochtend van de opnamedag staat een technische doorloop op het programma. Als Veenstra in de zwarte kubus zijn spelposities doorloopt, wordt dat vanaf de laptopschermen gemonitord. Dertig centimeter naar links, een pasje naar achteren. Er worden laatste aanpassingen gedaan aan het licht. “Op de testdag bleek dat we veel te weinig licht hadden,” legt Graven uit. “Met meer licht werd het realistischer en dat wilde ik. Het moet geen nabootsing van theater worden.”

Voor Veenstra betekende die testdag wennen aan de camera. “Het voelde vreemd. Plastisch ook. Het ging heel erg over waar je kunt stilstaan en waar niet.”

Veenstra doelt daarmee op de zogeheten stitchlijnen, waar de beelden van de acht lenzen van de bolvormige VR-camera aan elkaar gelijmd worden. “Als je in zo’n lijn staat, kom je totaal vervormd uit de montage.”

Het is een van de vele aspecten die door VR-technici Dajo Brinkman en Henk van Engelen en technicus Tom IJpelaar nauwlettend bewaakt worden wanneer ’s middags de eerste take wordt opgenomen.

Na afloop is Graven, die de opname volgt via een VR-bril, tevreden over het spel, blijkt Veenstra de stitchlijnen goed onder de knie te hebben, maar valt het geluid tegen. Wat dat betreft is dit ook voor de VR-crew geen doorsnee project. Met ruim een half uur, dat in één take wordt opgenomen, moet er veel op z’n plek vallen.

Veel mogelijkheden

In de vier repetitiedagen voorafgaand aan de opnames is vooral versoberd. Van het oorspronkelijke decor blijft alleen een spiegelstreep op de vloer over. Verder is het aan Veenstra en zijn kostuum, een in een lange sleep uitlopend wit overhemd. “We hebben het helemaal uitgebeend,” zegt Graven. “Er kan natuurlijk technisch ontzettend veel, maar die bril ophebben is best vermoeiend en je hebt helemaal geen zin steeds je hoofd te draaien. Het is dus goed om het subtiel te houden.”

De grootste aanpassing zit in de verhouding tot de toeschouwer, want juist de interactie met het publiek is een pijler van Gravens werk. “Dat collectieve ritueel, en hoe het individu zich daartoe verhoudt, is waar mijn hart als maker naar uitgaat. Je legt als toeschouwer ook iets in de waagschaal met dat fysieke samenzijn. Je stelt je bloot aan de grillen van de acteur.”

Voor de VR-vertaling zijn de teksten van de Italiaanse theatermaker Nunzio Caponio (met wie Graven ook werkte bij Prospero e Miranda) omgeschreven naar een ‘dialoog’ met de toeschouwer, die door Veenstra direct wordt aangesproken. “Voor mij is dat de grootste uitdaging tijdens de opnames: die camera tot leven wekken, voelen dat daar een persoon zit waarop dat jongetje zijn woorden afvuurt.”

Graven merkt op dat VR daarin ook onverwachte mogelijkheden biedt. “In bepaalde opzichten kan Benno nu verder gaan dan in een theatersetting zou kunnen. Hij kan in virtual reality bijvoorbeeld wel de anderhalve meter overschrijden. Dat zijn fascinerende bijkomstigheden.”

Uit de sleep gerold

Bij de tweede take wordt de acht gigabyte per minuut slurpende opname al snel gestopt. Veenstra rolt aan het begin uit de sleep van zijn kostuum, maar komt verkeerd uit. Terug inwikkelen en opnieuw. Nu is het geluid goed, maar vindt Graven het spel te vlak. Even lijkt de energie weggevloeid, maar al snel gaat bij iedereen de knop om naar een derde take.

Als de opnames achter de rug zijn, rijst de vraag hoe deze VR-ervaring bij het publiek terecht moet komen. Daar zijn ideeën over, maar niets is nog zeker. Het zal een kwestie worden van aanpassen aan wat kan en mag. Iets wat dit hele project kenmerkt. Zoals Graven het bondig samenvat: “Het is de kunst om binnen de beperkingen je vrijheid te zoeken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden