PlusOnverdoofd

Lize Korpershoek: ‘Die laagte is ook een beetje bij me gaan ­horen’

Videomaker en tekenaar Lize Korpershoek (35) bouwde vorig jaar haar gebruik van antidepressiva af, maar onlangs raakte ze weer in een ‘lage periode’. De vraag ligt voor: weer slikken of niet? ‘Gaat het niet zonder, dan voelt dat toch een beetje als mislukken.’

Lize Korpershoek. Beeld Marc Driessen
Lize Korpershoek.Beeld Marc Driessen

Seks. Het woord noemen betekent: meer lezers. Sex sells en seks is overal. Seks is niet voor iedereen vanzelfsprekend, waaronder voor mij. De dichter Jan Arends schreef: “Een/­strelende hand/doet/mij ook pijn.” Bij mij doet ­strelen geen zeer, maar als iemand me aanraakt, vind ik dat wel heftig en een kus is een uitvergroting van een aanraking. Vrijen is dat weer tot de honderdste macht.

Ook voor Lize Korpershoek is seks niet iets ­triviaals. Ze maakte anderhalf jaar geleden een documentaire: Mijn seks is stuk, waarin ze onderzoekt waarom haar zin in seks binnen lange relaties op den duur verdwijnt. “Er bestaat een heel eenzijdig beeld van seks,” zegt ze, “en als je je daar niet mee identificeert, voelt het al snel alsof er iets mis met je is. Er is weinig ruimte om te kunnen zeggen dat je het niet prettig vindt om aangeraakt te worden, of dat je alleen wilt knuffelen, zonder dat het meteen een enorm ding wordt. Het zou geen zwaar onderwerp hoeven te zijn, maar we vinden het niet normaal en daarom wordt het dat wel.”

Korpershoek heeft wel een verklaring waarom zij en ik moeite hebben met intimiteit: we hebben ons als kind allebei niet veilig kunnen voelen. Haar vader stierf toen ze vijf was, mijn vader liep weg op mijn negende. Vervolgens hebben we allebei de verantwoordelijkheid genomen om alles thuis een beetje in goede banen te leiden, de stemming erin te houden.

Korpershoek was ‘een lopende thermometer’ geworden. “Als ik de woonkamer in kwam, checkte ik razendsnel of mijn moeder blij was of boos. Ik was altijd alert: kan ik blijven of moet ik wegrennen? Als mijn moeder en mijn zus aan het ruziën waren, gooide ik snel iets kapot, ­zodat de aandacht naar mij uit zou gaan en het ruziën ophield. Ik had een veel te groot ­bewustzijn voor zo’n jong iemand. Als je zo niet de ruimte krijgt om je te ontwikkelen, is het niet zo gek dat je je onveilig voelt in situaties die ­anderen als normaal ervaren. Je krijgt helemaal de kans niet om bij je gevoel te komen, om je te laten gaan.”

Al op haar 17de ging ze uit huis, waarna ze tot haar 23ste fijne relaties had waar richting het einde seks niet echt meer een belangrijk onderdeel van uitmaakte. Op haar 24ste werd ze aan de kant gezet door een jongen, wat uitzinnig veel pijn veroorzaakte. “Door het afgewezen worden kwamen er gevoelens vrij die ik niet kende.”

Houten kast

Ons gesprek kent de nodige stiltes. Ik complimenteer haar uitvoerig voor haar documentaire en ben blij dat ze überhaupt tegenover me zit. Dit omdat Korpershoek in ‘een heel lage peri­ode’ zit en dus net zo goed niet had kunnen ­komen. Vorig jaar stopte ze met het gebruik van antidepressiva, ze had twaalf maanden de tijd genomen om af te bouwen. Het overlijden van de vader van haar beste vriendin aan corona maakte het gemis van haar eigen vader nog duidelijker.

Haar vader was luitenant ter zee bij de marine in Den Helder. Op een gegeven moment begon hij steeds regelmatiger flauw te vallen, waarna een hersentumor werd geconstateerd. “Na de eerste chemo had de arts gezegd: ga iets doen waar je blij van wordt. Toen is hij een kast gaan bouwen, die nog altijd bij mijn moeder in de woonkamer staat. Het is een oranje houten kast met van die grote knoesten erin en deurtjes waarachter de tv kon. Die was uitschuifbaar, hij stond op wieltjes. Er staat nu een flatscreen op, daar is hij niet voor gemaakt, dus dat is niet echt stabiel, maar dat is ook wel weer geinig.”

“Vorig jaar ging ik op zoek naar de bouwtekeningen van die kast, want ik dacht: misschien staat er iets op waar ik iets mee kan. Ik vond ze in een doos waarin ook oude agenda’s zaten. Wat opviel, was hoe gedetailleerd mijn vader ­alles had opgeschreven. Elke stap was uitgetekend en hij had ook dingen opgeschreven waar hij met mijn moeder over wilde overleggen. ‘Met Petra bespreken!’ stond er. Dat precieze was heel erg herkenbaar voor mij, dat niets aan het toeval willen overlaten.”

“Ik vond ook een stukje tekst dat hij aan zichzelf had gericht. Hij schreef: ‘Korpershoek, luister. Je bent herstellende. Verwacht niet teveel van jezelf.’ Dat was het. Ik vond het zó mooi en ik kan dat nu ook zo goed op mezelf betrekken. Ik kan wel allemaal dingen willen, maar ik ben óók herstellende.”

Weer normaal

Zwaar depressief beschouwt Korpershoek zich niet, ze is ook nooit suïcidaal geweest. “Ik wil niet dood, dat is prettig. Wel heb ik altijd het gevoel dat ik aan het vechten ben. Soms kom ik op voorsprong, soms nemen mijn depressieve gevoelens de overhand. Ik zou die laagte graag níét voelen, maar hij is ook een beetje bij me gaan ­horen. Als ik antidepressiva slik, is het weg. Dan word ik ’s ochtends wakker, zet ik koffie, lees ik de krant, zonder steeds te denken: heeft dit zin? Heb ik hier zin in?”

Ze heeft drie jaar geslikt. “Toen ik ze kreeg voorgeschreven werd gezegd: ze beginnen te werken na zes weken, maar de ochtend nadat ik mijn eerste had geslikt, werd ik wakker en dacht ik: whoooo! Ik voelde me weer normaal en dat werd alleen maar sterker toen ik de beoogde ­dosis van 10 milligram per dag had bereikt. Het was zo makkelijk geworden om alles van mijn schouders te laten glijden, om gevoelens van anderen bij hen te houden, daar waar ze hoorden. In plaats van dat ik die gevoelens opzoog en er negatieve verhalen van maakte.”

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is ­eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veel­gebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij antwoord op de vraag: is het mogelijk onverdoofd te leven?

Twintig jaar lang maakte drank mijn leven draaglijker, al het scherpe werd zachter. Elke dag na de eerste slok slaakte ik een gelukzalige zucht. Het nuchtere leven van nu brengt verlichting, maar is ook vaak een beproeving, waardoor mensen soms vragen waarom ik niet gewoon weer ga drinken.

Als ik aan Korpershoek vraag waarom ze niet gewoon weer antidepressiva gaat gebruiken, antwoordt ze: “Ik ging ervan stinken. Dat vond ik echt vies, bijvoorbeeld als ik mijn haar ging föhnen. Ik heb een heel sterk reukvermogen, ik heb een keer ergens gelezen dat je dat ontwikkelt als je je vaak onveilig voelt. Als ik bij mijn vriend naar binnen loop kan ik meteen al roepen: doe die banaan weg, terwijl die helemaal aan de andere kant van de kamer ligt. Als ik zwanger wil worden, wat ik binnenkort misschien wel wil, is het ook beter om niet te slikken. En je slaapt er minder diep van. Ik heb een ring om die mijn slaap trackt en ik zie echt een groot verschil.”

Hersenen vrijaf

Een andere overweging voor onthouding is dat Korpershoek beter met de laagte kan dealen dan drie jaar geleden. “Ik ga nu niet meer de hele dag in mijn bed liggen. Ik weet hoe ik ermee om moet gaan, maar dat haalt het gevoel zelf natuurlijk niet weg. Soms sta ik in de keuken maar wat voor me uit te staren en denk ik: ik ga koken. Kom op, zeg ik dan tegen mezelf, kom op! Ik zit al drie weken in een traject met mijn therapeut waarin we onderzoeken of ik het zonder pillen red, of dat ik toch weer terug naar het verdoofde leven ga. Ik hoop dat het zonder lukt. Gaat dat niet, dan voelt dat toch een beetje als mislukken.”

Dichter Jan Arends schreef: ‘Ik ben/een pleister/op mijn leven.//Als ik/hem losmaak/schreeuwt mijn verleden/van pijn.’ Soms wil Korpershoek geen pil, maar ook niet de laagte voelen. Dan geeft ze haar hersenen vrijaf door computerspelletjes te spelen. Op dit moment is het The Sims, een soort virtueel interactief poppenhuis, dat mijn kinderen jaren geleden speelden. Urenlang zaten ze aan het scherm vastgeplakt, tot ik ze erachter vandaan trok. “Gisteren heb ik drie, vier uur gesimst, maar ik heb ook de heg geknipt en mijn tuinhuisje schoon­gespoten met een hogedrukspuit. Dus dan doe ik alsnog veel te veel. Wat voor mij belangrijk is, is dat ik The Sims spelen niet als iets slechts zie, niet zie als tijdverspilling, maar als een moment van rust. Alsof je griep hebt en op bed gaat liggen. Het spel heeft iets heel geordends; je leeft je ­leven even nep en je hebt alle controle.”

Dit is aflevering 6 in de serie Onverdoofd. Eerdere afleveringen, met onder anderen Imanuelle Grives en Henk van Straten, zijn hier terug te lezen. Reageren? onverdoofd@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden