Plus Interview

Lilian de Bruijn deed een verbazingwekkende ontdekking over haar mythische vader

De vader van Lilian de Bruijn was jarenlang ongrijpbaar voor haar. Toch dook ze in zijn verleden, en deed een verbazingwekkende ontdekking. 

Ton de Bruijn, Loosdrecht eind jaren veertig Beeld -

Dat er een verhaal achter haar vader zat, wist Lilian de Bruijn (63) best. Ze durfde het alleen heel lang niet aan om erin te duiken, om uit te zoeken wie hij nu eigenlijk was, wat hij had meegemaakt. 

“Ik wist eigenlijk heel weinig over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook daarna. Ja, dat hij in een kamp had gezeten, en dat dat vreselijk was geweest. Ik vond het allemaal ellende, en droomde ervan, maar meer wist ik niet,” zegt De Bruijn. Ze is een rustige spreker, die met een glinstering in haar ogen vertelt over haar zoektocht naar haar ongrijpbare vader.

In de proloog van het pas verschenen Ik kreeg mijn vader niet dood zet ze uiteen hoe het kwam dat ze zich in Ton de Bruijn ging verdiepen. Ze kwam te werken op het Centraal Bureau voor Genealogie en een collega bood aan eens iets over De Bruijns familie uit te zoeken.

De persoonskaart van haar vader bleek te ontbreken: iets dat zelden of nooit gebeurt. ‘Iemand niet dood krijgen’ is genealogenjargon voor het niet kunnen vinden van iemands overlijdensdatum, schrijft ze. Zo begon een zoektocht, die haar langs archieven, woonkamers en dagboeken zou voeren.

Bij de feiten

“Gaandeweg merkte ik dat mijn vader een personage voor mij was geworden. Een schelm, haast. Dat was heel prettig: daardoor kon ik afstand nemen, durfde ik mijn vaders leven in te stappen. Heel lang durfde ik niets met zijn verhaal te doen, het was taboe. Ik durfde amper ­foto’s te kijken, tot het moment dat ik naar een foto keek en niet langer mijn vader zag, maar gewoon een jongen van 20,” vertelt De Bruijn.

Aan de hand van foto’s, archiefstukken, het dagboek van haar grootmoeder en interviews reconstrueert De Bruijn het leven van haar vader en doet tegelijkertijd verslag van die zoektocht. Het boek leest als een roman, maar is nergens fictie. “Op een gegeven moment heb ik gedacht: zal ik er een roman van maken? Maar dat kon niet, omdat ik al zoveel niet wist van die werkelijkheid. Ik wist niet of ik door dingen te gaan verzinnen dan per ongeluk de werkelijkheid zou verzinnen. Ik heb me ingeleefd, maar ben zo dicht mogelijk bij de feiten gebleven. Al heb ik er natuurlijk mijn draai aan gegeven.”

Hasjsmokkel

Het onnavolgbare levensverhaal van Ton de Bruijn begon, zo schrijft zijn dochter, als een jongensboek. Om te voorkomen dat ze zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz, trokken hij en zijn vriend Wessel vanuit de Zaanstad in 1943 naar, het klinkt tegenstrijdig, Duitsland. Via de grens met het neutrale Zwitserland wilden ze uiteindelijk naar Engeland.

“Het was echt een vlucht naar voren,” zegt Lilian de Bruijn. “We weten eigenlijk zo weinig over de Engelandvaarders. Het gros daarvan haalde Engeland helemaal niet: ze verongelukten onderweg of werden opgepakt door de Gestapo.” Zo ook De Bruijns vader, die aan de grens met Zwitserland werd opgepakt en terechtkwam in Dachau.

“Hij was daar een eenling, kwam niet bij de Nederlanders terecht,” zegt De Bruijn. “Dat is een beeld dat we nog niet zo kennen van de concentratiekampen; uit de literatuur kennen we vooral de verhalen van mensen die toch op de een of andere manier in een gemeenschap terecht zijn gekomen.”

Na de oorlog – De Bruijn kwam nog in Buchenwald terecht, en maakte de dodenmarsen mee – keerde haar vader terug naar Nederland, en trouwde. Uit dit huwelijk werd Lilian de Bruijn geboren. Na een paar jaar verliet hij het gezin, voor een tweede vrouw. Tot halverwege de jaren zestig was hij een tamelijk succesvol zakenman. Maar: De Bruijn ontdekte ook dat hij in de jaren zeventig, tijdens de beginjaren van de internationale drugshandel, betrokken was bij hasjsmokkel. Hij overleed op 56-jarige leeftijd op een boot in Gibraltar.

“Ik had van alles verwacht toen ik aan het boek begon,” zegt De Bruijn. “Ik wist dat hij in 1970 in de gevangenis had gezeten, maar niet wat hij had gedaan. Maar hij had daar natuurlijk niet voor zijn zweetvoeten gezeten. Ik vond het eerlijk gezegd vooral ook best spannend om het zo precies mogelijk uit te zoeken. Op een gegeven moment mailde ik iemand, op zijn vraag hoe het met mij ging: ‘Heel goed, ik kan nu met zekerheid zeggen dat mijn vader een boef was.’ Dat moet wel vreemd overgekomen zijn.”

Zware jongen

Tegelijkertijd verbaasde het haar ook niet. “Door zijn kampverleden was hij de burgermaatschappij ontwend, en paste hij daar eigenlijk niet meer in. Dat is een verhaal wat ik heb geprobeerd te vertellen. Er zaten in die naoorlogse tijd wel meer mensen in de Amsterdamse penose met een kampverleden.”

Ze praat er makkelijk over. “Ik kan er ergens ook wel om lachen. Het is natuurlijk niet netjes wat hij deed, hij heeft wel indirect meegewerkt aan inbraken bij bedrijven, bij particulieren. Toch geloof ik niet dat hij echt een zware jongen was in de hasjhandel. Rijk is hij er trouwens helemaal niet van geworden.”

Het schrijven heeft haar dichter bij haar vader gebracht. “Hij was een grote onbekende. Enerzijds was hij altijd een mythisch figuur, een onbereikbare held; een charmante man, een bon vivant. Maar anderzijds was ik ook kwaad op hem. Kwaad dat hij ons gezin had verlaten, zo met zichzelf bezig was. In wezen was het natuurlijk een heel egocentrische man, die zijn kinderen in de steek liet. Tot twee keer toe. Maar mijn verhouding tot hem is veranderd. Mijn boosheid heeft plaatsgemaakt voor begrip. Ik snap nu beter hoe het is gegaan is.”  

Non-Fictie
Lilian de Bruijn
Ik kreeg mijn vader niet dood
Boom, €20,-, 224 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden