Plus

Liefdesverhaal overlevenden: 'Auschwitz zat bij ons aan tafel'

Hij zat in de onderduik, zij in Auschwitz. Beiden (91) verloren nagenoeg hun gehele familie. Elke dag denken ze aan de oorlog.

Meijer en Tedje van der Sluis. 'Een band voor het leven, for better and for worse'Beeld Eva Plevier

Heel langzaam stroopt Tedje van der Sluis de mouw van haar trui op. Op haar onderarm verschijnt het getatoeëerde kampnummer.

Tedje is 'vergeetachtig', zoals haar man Meijer van der Sluis het noemt. Praten gaat moeilijk. Maar als het over Auschwitz gaat, grijpt ze naar haar linkerarm.

"Onze dochter Mirjam tekende als klein meisje een keer op haar arm. We zeiden dat we dat liever niet hadden. Ze zei: 'Mama doet dat toch ook.' Toen hebben we uitgelegd dat héle, héle slechte mensen dat hadden gedaan. Het woord Duitsers lieten we niet vallen. We wilden onze kinderen niet met haat opvoeden," zegt Meijer van der Sluis.

Over de oorlog werd in het gezin niet vaak ­gesproken, zegt Meijer, die samen met Tedje een dochter en een zoon heeft. "Althans, dat herinner ik me niet." Maar Mirjam beleefde dat ­anders, zegt ze in de indrukwekkende EO-documentaire Tedje & Meijer, die Heleen Minderaa over het Joodse echtpaar maakte. "Auschwitz zat bij ons aan tafel en at altijd een hapje mee."

Afschrikwekkende verhalen
Meijer is met zijn broer de enige overlevende in zijn familie.Hun ouders wilden niet onderduiken. Zij geloofden de afschrikwekkende verhalen van de Duitse kampen niet. Maar hij en zijn oudere broer Simon, in 1942 respectievelijk 16 en 20 jaar oud, wel: "Wij wisten dat we vermoord zouden worden."

Broer Simon vluchtte uit het werkkamp in Hardenberg en dook als eerste onder. Ook Meijer ging op zoek naar een adres.

"Op 10 november 1942 werd er drie keer aangebeld bij ons huis op de Roose­veltlaan. Ik vluchtte meteen naar de zolder en kroop onder een bed. Ik probeerde mijn veertienjarige zusje Beppie mee te krijgen, maar ik kon haar niet overtuigen. Mijn hele leven heb ik me daar schuldig over gevoeld. Elke dag denk ik aan haar... Ze had nog kunnen leven."

Op de tocht naar de trein wist zijn moeder een voorbijganger een briefje in de hand te drukken, gericht aan haar buurvrouw, Rika Bach-Wolf. In het briefje vroeg ze haar om voor haar zoon te zorgen. "Dat was riskant. Ik kon enkele dagen ­later op het duikadres van mijn broer terecht."

Meijer vindt het niet moeilijk om over de oorlog te praten. "Ik zat in de onderduik bij geweldige mensen in Purmerend. Eerst bij apotheek Jurgens in de Peperstraat en later, lange tijd, bij de families Moerbeek en Van Braam. Ik zat in het Amstelhotel vergeleken met waar zij is geweest," zegt hij, wijzend naar zijn vrouw.

Tedje werd halverwege de oorlog opgepakt en ging via de Hollandsche Schouwburg naar Kamp Vught. Meijer: "Walter Süskind zorgde ­dat ze daar terechtkwam en niet in Westerbork. Ze kwam in het Philips-Kommando."

Warme deken
Ook later in Auschwitz genoot ze daardoor enige bescherming en kon ze met anderen uit het Philips-Kommando bij Telefunken werken. Na de bevrijding besloot ze vanuit Zweden naar Nederland terug te keren, toen ze hoorde dat haar zusje Esther de oorlog ook had overleefd.

Meijer en zijn broer keerden op 7 mei 1945 ­terug naar Amsterdam. Daar ervoeren ze een van de pijnlijkste momenten. "We zaten op een stoepje bij een winkel en vroegen ons af: waar moeten we heen? We hebben niemand meer."

Ze kregen onderdak bij goede vrienden van hun ouders en trachtten hun leven weer op te pakken. Meijer ging naar de Gemeentelijke Inhaalcursus voor Ondergedoken Leerlingen aan de Tweede Boerhaavestraat, waar hij ook zijn vrouw leerde kennen. Ze waren allebei wees. "Een band voor het leven, for better and for worse," zegt Meijer.

Ze wonen sinds kort in een aanleunwoning van de Joodse zorginstelling Beth Shalom. Het portret van zusje Beppie stond in hun vorige huis midden in de woonkamer, bij de portretten van andere vermoorde familieleden. Dochter Mirjam heeft de foto's in de nieuwe woning naar een andere kamer verplaatst.

Beth Shalom voelt als een warme deken. "We hebben hier ons leven teruggekregen. We gaan naar concerten en musea. We ontmoeten hier onze vrienden," zegt Meijer.

'De mens verandert niet'
Er gaat echter geen dag voorbij of Meijer denkt aan de oorlog. "Ik heb me vaak afgevraagd: wat zouden mijn ouders gedacht hebben toen ze in de trein naar Auschwitz zaten?"

Meijer, later maatschappelijk werker, en Tedje hebben vaak als gastsprekers op scholen hun verhaal verteld. "We hopen dat men eindelijk eens leert dat we er niet zijn om elkaar pijn te doen. Erg optimistisch ben ik er niet over. Ik ­geloof niet dat de mens verandert."

Tedje heeft haar kampnummer vaak laten zien aan schoolklassen. Ze heeft ooit met haar huisarts gesproken of ze het nummer kon laten weghalen. Meijer: "Maar onze Joodse huisarts zei: 'Is het dan weg, wat er allemaal gebeurd is? Nee..? Nou, laat dan maar zitten.' Kijk, wij zijn alle twee beschadigd door de oorlog. Maar ach, ­iedereen heeft wel wat en wij hebben dit."

Tedje & Meijer: De Belofte van Liefde, EO 2Doc, vrijdagavond, 23.00 uur NPO2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden