PlusAchtergrond

Liefde, champú en sigaretten in Huis Marseille

Fotograaf Vincent Delbrouck fotografeerde Cubaanse jongeren. ‘Toen ik ze ontmoette, was het alsof ik al jaren naar ze op zoek was.’

Kees Keijer
Op de portretten kijken de Cubaanse jongeren dromerig voor zich uit, roken een sigaret of hangen in elkaars armen. Beeld Vincent Delbrouck
Op de portretten kijken de Cubaanse jongeren dromerig voor zich uit, roken een sigaret of hangen in elkaars armen.Beeld Vincent Delbrouck

‘Je kunt hier zien hoe de foto’s over de muur golven. Het is een soort constellatie. Elke ruimte roept een ander gevoel op.” De Waalse fotograaf Vincent Delbrouck (1975) vertelt in Huis Marseille over zijn laatste project, dat in Cuba is ontstaan. Grote en kleine opnames hangen door elkaar, sommige bijna monochroom, andere zeer kleurrijk. Er hangen foto’s van bladeren of stukken plastic op straat, maar het beeld wordt gedomineerd door portretten van Cubaanse jongeren. Ze kijken dromerig voor zich uit, roken een sigaret of hangen in elkaars armen.

Delbrouck leerde het eiland kennen in 1997, toen hij voor zijn studie communicatie in Brussel een praktijkopdracht moest doen. Hij besloot naar Cuba te gaan om er te fotograferen.

Spannend en exotisch

Het was een land dat hij niet kende, maar dat hem wel spannend en exotisch leek. “Vanaf de eerste dag dat ik in Cuba begon te werken, voelde ik een soort tegenstrijdigheid, een paradox.” Delbrouck werd geconfronteerd met het beeld dat veel reizigers van Cuba kennen, van oude auto’s en bijzondere huizen die nooit opgeknapt worden. Het imago van een eiland waar de tijd heeft stilgestaan. Tegelijk kreeg hij het gevoel dat hij er thuishoorde. “Het was voor mij ook een manier om te ontsnappen uit België, om iets te vinden, om mijn nest te bouwen in mijn geheime artistieke tuin.”

Na wat tegenslagen – na drie dagen werd Delbroucks camera gestolen, plus een deel van zijn kleding – ging hij met een geleende camera aan de slag. “Ik begon op straat foto’s te maken, in een soort Magnumstijl.” Sindsdien keert hij steeds naar het eiland terug. “Mensen zullen het niet direct zien, maar de manier waarop ik werk staat heel dicht bij mijn persoonlijke leven. Dat is ook zo in foto’s die ik op andere plekken maakte. In 2009 woonde ik bijvoorbeeld met mijn vrouw en zoon een jaar in Nepal. Daarna heb ik drie boeken gemaakt over die ervaring.”

De foto’s in Huis Marseille maakte hij de afgelopen jaren. “Begin 2017 had ik een burn-out en kon ik helemaal niks meer. Ik wilde terug naar Cuba en ging op het platteland wat foto’s maken. Ik begon langzaam meer rust te vinden.” Tijdens een volgend bezoek, in de lente van 2018, liep Delbrouck met zijn camera door een park in La Víbora, een wijk van Havana. Hij raakt al snel in gesprek met een groepje jongeren. Gabriela, een van de meisjes, vroeg of hij foto’s wilde maken. “Het was heel vreemd. Op het moment dat ik ze ontmoette, was het alsof ik al jaren naar ze op zoek was. Het waren tieners uit de middenklasse, ze vertegenwoordigen een bepaald soort verandering in Cuba. Vanaf 2010 gingen meer bars open en jongeren in Havana kregen een beetje meer vrijheid. Het was vanaf het begin alsof ik deel uitmaakte van de groep.”

Goedkope rum

De vrienden komen elke middag naar het park. “Dat trekt ook weer oudere jongens aan, die er komen om meisjes te ontmoeten. Ze voelen zich er op hun gemak, roken sigaretten en drinken champú, goedkope rum. Delbrouck werd ‘supergoede’ vrienden met sommige jongeren en trouwde afgelopen mei zelfs met een van hen. Dat had nogal wat gevolgen voor zijn persoonlijke leven. De relatie met zijn vriendin kwam na 25 jaar ten einde en hij was ineens getrouwd met iemand van 19, die even oud was als zijn zoon. Eigenlijk was de selectie voor de tentoonstelling in Huis Marseille en het bijbehorende boek al rond, maar hij heeft er toch nog een paar foto’s van het huwelijk ingestopt. “Er is geen tekst die zegt dat het mijn bruiloft is. Als we naar de donkere kant van de werkelijkheid kijken, zien we dat al deze tieners over vijf jaar misschien niet meer in Cuba zijn. Ze willen bijna allemaal naar Europa of de Verenigde Staten.” En ja, ook hij had argwaan dat zijn jonge vrouw alleen voor hem had gekozen om een visum voor Europa te bemachtigen. Maar dat is niet het geval, daar is Delbrouck van overtuigd.

De liefde, daar komt zijn fotoproject toch steeds op terug. “Ik denk dat je hetzelfde kunt vinden als je hier naar een feestje gaat. Jonge mensen die met hun vrienden in hetzelfde bed slapen. Ik heb het niet over seks maar over intimiteit. Ik heb nooit geprobeerd om iets seksueels te fotograferen, zoals Larry Clark.”

Zijn haat-liefdeverhouding met Cuba is ook een terugkerend thema. “Ik heb eens een ruit in een winkel in Cuba ingeslagen omdat de bediende me te weinig wisselgeld gaf. Ik haat dat.” En de laatste keer dat hij het land bezocht, moest hij zes uur in de rij staan voor wat boodschappen. Toch keert Delbrouck steeds terug naar het eiland. “Waarom? Ik kan heel angstig zijn voordat ik naar Cuba ga, maar als ik daar ben, valt dat weg. Het is mijn thuis.”

null Beeld Vincent Delbrouck
Beeld Vincent Delbrouck

Vincent Delbrouck, Champú in Huis Marseille
Keizersgracht 401, t/m 5 december

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden