Plus Achtergrond

Lichting 2019 van de Filmacademie studeert af: de docu’s zijn beter

De 81 bachelorstudenten van Lichting 2019 van de Filmacademie studeert af met zes documentaires en zeven fictiefilms. De docu’s zijn beter. 

Shalky, van regisseur Lance Hossein Tangestanin: in een prettig-loom tempo langs een bonte stoet personages.

Voor de vertoning van zijn eindexamenfilm (Nader te bepalen) vertelde regisseur Martijn de Vos – een slungel van 26 met een vlassig snorretje en een studentikoos brilletje in een korte broek – dat hij op zijn computer al jarenlang een quote van Jean-Pierre Melville uit Jean-Luc Godards À bout de souffle heeft staan: ‘Devenir immortel… et puis mourir.’ Oftewel: onsterfelijk worden… en dan dood gaan.

Omdat hij geen idee had waarmee hij onsterfelijk moest worden, besloot De Vos dat dan maar tot onderwerp te maken van zijn afstudeerfilm. Het resultaat is een egodocument over keuzestress en prestatiedruk, waarin hij uitlegt dat hij nog maar een paar jaar heeft om een klapper te maken; Martin Garrix was 16 en Mark Zuckerberg net 20 toen ze al grootse daden verrichtten. En De Vos is al 26, bijna 27, en heeft nog steeds niks bereikt. Hij heeft niet eens een Wikipediapagina.

Die maakt-ie dan maar zelf, maar de pagina wordt na een dag alweer off-line gezet omdat bijna alles verzonnen is. Vervolgens besluit De Vos een borstbeeld van zichzelf op het Beursplein neer te zetten, als symbool voor ‘verwezenlijking van alle dromen’. 

Van alle uitgenodigde pers hapt alleen De Telegraaf toe; er verschijnt zelfs een bericht met foto op de voorpagina van de Amsterdam-sectie, maar na de onthulling neemt De Vos het beeld weer mee naar huis, om te voorkomen dat handhaving het weghaalt. “Je doet het verkeerd om,” legt iemand hem uit. “Je krijgt een standbeeld als je dingen hebt bereikt.”

Dat De Vos de onsterfelijkheidsstatus gaat bereiken met (Nader te bepalen) lijkt uitgesloten; daarvoor is de film te puberaal, navelstaarderig en voorspelbaar. Hij is wel enigszins exemplarisch voor Lichting 2019; de blik van veel studenten blijft beperkt tot de eigen wereld en die wereld is nog niet zo groot.

Vorkheftrucks

In Ik moet niks volgt Lieke Heil een jongen die ze jaren geleden heeft leren kennen tijdens een vakantie op Ibiza, die, zoals de titel al aangeeft, helemaal niks moet van zijn hippieouders (“Je bent al duizend zonnen, je moet helemaal niks”). Dat had een interessant companion piece bij (Nader te bepalen) kunnen opleveren, maar de documentaire is te ongefocust en op het moment dat het interessant lijkt te worden vraagt Heil niet door.

Er zijn meer studenten die niet goed lijken te weten óf er, en zo ja welke vragen gesteld moeten worden. In Thuishaven, een respectvol portret van de bewoners van het Amsterdamse Judith van Swethuis (een woonvoorziening voor mensen met een lang psychiatrisch verleden) vraagt regisseur Niels Beth net te vaak naar de bekende weg. 

En in Un chanteur invisible, een poëtische zoektocht naar de betekenis van de mistral, stelt regisseur Hannah van Tassel nauwelijks open vragen en lijkt ze ook niet naar de antwoorden te luisteren.

Veel beter geslaagd is Traag naar de hemel van Marlies Smeenge, een portret van drie stokoude nonnen in een immens, vervallen klooster in Mechelen. Zorgvuldig gemaakt, en humorrijk, maar je moet wel een héél slechte filmmaker zijn om geen fijne film te maken met zulke hoofdpersonen.

De enige non-fictiefilm waarin al enigszins de hand van de maker zichtbaar is, is Als je later groot bent. In zijn beeldessay toont Max Baggerman mensen die forenzen, wachten, naar hun telefoon staren of geestdodend lopendebandwerk doen en andere dingen waarvan je je in gerede kunt afvragen of ze daar de onsterfelijkheidsstatus mee gaan bereiken. 

Het mooist in de scène waarin twee vorkheftrucks in een enorme loods pallet na pallet verplaatsen: strak vormgegeven als zijn grote voorbeeld Nikolaus Geyrhalter, absurdistisch als zijn andere inspiratiebron Albert Camus.

Tomeloze ambities

De meeste van de zeven fictiefilms zijn genrefilms met ingewikkelde titels, en in bijna alle gevallen wreekt het zich dat het budget geen gelijke tred houdt met de tomeloze ambities en er zoveel aandacht gaat naar bijkomende zaken als special effects dat plot en acteren erbij inschieten. El Muerto van Loïs Dols de Jong (die in 2009 de hoofdrol speelde in Marc de Cloe’s Het leven uit een dag), bijvoorbeeld, bevat een prachtig topshot van drie cowboys die per paard door een besneeuwd landschap rijden, maar daarnaast net te veel scènes in een tent en voor een knisperend vuurtje.

De meest geslaagde fictiefilm is de eenvoudigste: Shalky van regisseur Lance Hossein Tangestani (Iraanse ouders, geboren en getogen in Diemen). Daarin voert de zoektocht naar de sleutels van de verkeerd geparkeerde auto van zijn vriendin, de Nederlands-Marokkaanse kettingblowende Shalky in een prettig-loom tempo langs een bonte stoet personages in een lekker a-filmische hoogbouwwijk in Diemen. Een kapper met praatjes, de buurtsloerie, een vereenzaamde invalide man en een oude bekende; ze hebben niet veel, maar ze hebben elkaar.

Alle eindexamenfilms zijn t/m 6 juli te zien op het Keep an Eye Filmacademie Festival in Eye en worden vanaf 7 juli rond 23.30 uur uitgezonden op NPO 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden