PlusAchtergrond

Levensgrote vogels, door genie én fantast Audubon, na jaren weer te zien in Teylers Museum

Steenarend door J.J. Audubon, 1833, Aquarel

 Beeld Met dank aan The New York Historical Society, digital image created by Oppenheimer Editions
Steenarend door J.J. Audubon, 1833, AquarelBeeld Met dank aan The New York Historical Society, digital image created by Oppenheimer Editions

De fantastische vogels van de Frans-Amerikaanse natuurvorser annex schilder John James Audubon zijn na vele jaren weer te zien in Teylers Museum. Maar nu gaat het ook over zijn relatie met slavernij en wetenschapsfraude.

In 1833 betaalde Martinus van Marum, de eerste directeur van Teylers Museum in Haarlem (in 1778 gesticht als ‘boek en konstzael’), anderhalf keer zijn jaar­salaris aan Victor Audubon, die als colporteur door Europa reisde om het idee van zijn vader John James Audubon aan de man te brengen: een boek met ­afbeeldingen op ware grootte van álle vogels die leefden in Noord-Amerika.

Natuurvorser annex schilder Audubon had berekend dat hij met driehonderd exemplaren uit de kosten zou zijn. Het werden er nog geen tweehonderd, meer belangstelling was er niet. Het Britse koningshuis en een aantal andere ­gefortuneerde Britse liefhebbers kochten The Birds of America, maar op het vasteland van West-Europa wist Victor Audubon, behalve aan Van Marum, alleen een abonnement te slijten aan een vermogende Italiaanse edelman.

Jas van wolvenhuid

Van Marums forse investering – omgerekend 2243 gulden – was een gouden greep; The Birds of America verwierf in de loop der jaren wereldfaam als een van de mooiste boeken ooit ­gedrukt. En een van de duurste. Vandaag de dag vertegenwoordigt het een astronomische waarde; in 2010 werd een exemplaar geveild voor 11,5 miljoen dollar, in 2012 ging een exemplaar voor bijna 8 miljoen dollar onder de hamer.

Sinds de vorige keer dat Teylers zijn even kostbare als kwetsbare schat tentoonstelde, in het najaar van 2007, is er het nodige veranderd. ­Destijds lag de nadruk op de wervelende afbeeldingen; Audubon werd gezien als een wat zonderlinge doorzetter met een formidabel talent om vogels te schilderen. Een man die vaak ­weken in zijn eentje in de wildernis verdween om in een jas van wolvenhuid vogels te bekijken en schetsen te maken (op een blow-up aan een van de museummuren is een ‘zelfportret’ te zien, hangend boven een ravijn met een geschoten vogel op zijn rug – een detail dat overigens niet op de gedrukte plaat van de steenarend ­terecht is gekomen). En die er ook niet voor ­terugdeinsde om vogels af te schieten, zodat hij hun spierenstelsel en verendek thuis beter kon bestuderen.

In de huidige tentoonstelling Vogelpracht wordt stilgestaan bij het feit dat Audubon bij het maken van The Birds of America tot slaaf ­gemaakten voor zich liet werken. ‘Ze droegen bij op allerlei manieren, ook inhoudelijk,’ staat er te lezen. Slavernij was ten tijde van zijn expedities naar Amerika nog niet afgeschaft, maar stond al wel ter discussie. Toen de slavernij in 1834 in ­Engeland was afgeschaft, was de behoudende Audubon het daar niet mee eens. ‘Het vormt een pijnlijk onderdeel van zijn nalatenschap.’

Amerikaanse flamingo door J.H. Audubon  Beeld Teylers Museum
Amerikaanse flamingo door J.H. AudubonBeeld Teylers Museum

Pr-stunt

De tentoonstelling stelt ook Audubons belangrijkste claim to fame in een ander daglicht. In 1826 meldde de Franse Amerikaan een on­gelooflijke ontdekking: een nieuwe soort, vergelijkbaar met, maar groter dan de zeearend, de nationale vogel van Amerika. De spectaculaire vondst betekende zijn doorbraak, hoewel de vogel nooit door anderen is gezien. Nu meldt Teylers dat uit recent onderzoek blijkt dat Audubon de vogel heeft verzonnen om ­wetenschappelijk draagvlak te creëren voor The Birds of America. De plaat is niet gebaseerd op een foute waarneming; Audubon kan geen jonge zeearend hebben aangezien voor een nieuwe soort, want hij wist dat Amerikaanse zeearenden pas na zes jaar de kenmerkende witte veren op hun kop krijgen. Er was helemaal geen waarneming, het ging om een pr-stunt. ‘Al tijdens zijn leven werd het waarheidsgehalte van ­sommige van zijn waarnemingen betwijfeld. Achteraf blijkt die kritiek terecht, hoewel het slechts om een klein deel van zijn totale werk gaat.’

Het doet niet af aan het feit dat Audubon wel degelijk een aantal vogelsoorten heeft ontdekt. Ook tekende hij soorten die later zijn uitgestorven. Maar wat hij ook tekende of schilderde, hij deed het werkelijk fenomenaal. De kleurenpracht, dynamiek en dramatiek zijn nog altijd ongeëvenaard.

Vogelpracht – Een vlucht door Teylers vogelcollectie: t/m 09/01/22 in Teylers Museum in Haarlem.

Zelf inbinden

John James Audubon (1785-1851) maakte zijn platen op het zogenaamde ‘double elephant-formaat’: 99×66 cm, zodat hij alle vogels op ware grootte kon afbeelden. En anders paste hij een kunstgreep toe: een reiger liet hij naar achter spieden zodat ze precies op de pagina past, een rozerode flamingo wringt zich in vreemde bochten zodat hij binnen het kader blijft. Van zijn aquarellen werden etsen ­gemaakt door de Londense graveur Robert Havell jr., die vervolgens met de hand zijn ingekleurd. Abonnees ontvingen de platen tussen 1827 en 1838 in sets van vijf (één spectaculaire en vier met kleinere vogels) en bonden ze vervolgens zelf in. Teylers Museum bond de platen in vijf delen in, de meeste andere exemplaren bestaan uit vier banden. Soms kregen de platen een andere bestemming: een Engelse gravin liet er kamers mee behangen. Vandaag de dag zijn er nog maar 119 complete exemplaren in omloop; slechts een handvol is in ­particulier bezit.

Vogelpracht

In de tentoonstelling Vogelpracht liggen de vijf banden van The Birds of America opengeslagen in glazen ­vitrines; om de zoveel tijd worden de pagina’s omgeslagen. Aan de muren hangen pagina’s uit de facsimile die Teylers in de jaren zeventig heeft laten maken; ook zijn er andere vogelboeken uit de eigen collectie te zien, van voorlopers zoals de Schots-Amerikaanse vogelaar Alexander Wilson (1766-1813) en van Nederlandse vakgenoten zoals Aert Schouman (1710-1792), Cornelis Nozeman (1720-1786) en Willem van Trigt (1790-1840). Er worden opgezette bruiklenen van ­Naturalis getoond en speciaal voor de tentoonstelling modelleerden twee Haarlemse taxidermisten een roze flamingo naar Audubons iconische flamingo uit The Birds of America. Frivool detail: op zijn linkerpoot zit een blauwe kever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden