PlusDe erelijst

Les nuits d’été van Hector Berlioz: op eenzame hoogte

In deze rubriek bespreekt de muziekredactie van Het Parool een klassieker uit de geschiedenis van pop, jazz of klassieke muziek, die het – zeker in deze tijden van thuisblijven – waard is opnieuw te beluisteren. Deze keer: Les nuits d’été van Hector Berlioz door Lorraine Hunt Lieberson.

Les nuits d'été van Hector Berlioz door mezzosopraan Lorraine Hun Lieberson met het Philharmonia Baroque Orchestra onder leiding van Nicholas McGegan. Beeld
Les nuits d'été van Hector Berlioz door mezzosopraan Lorraine Hun Lieberson met het Philharmonia Baroque Orchestra onder leiding van Nicholas McGegan.

Hondertachtig jaar geleden schreef Hector Berlioz zijn liederencyclus Les nuits d’été, die sinds de uitvinding van de grammofoon door talloze zangers en zangeressen is opgenomen. De uitvoering van de de Amerikaanse mezzosopraan Lorraine Hunt Lieberson met het Philharmonia Baroque Orchestra onder leiding van Nicholas McGegan is een van de allermooiste.

Terug in de tijd Les nuits d’été staat in het vocale repertoire vrijwel op zichzelf. Ook in kwaliteit. Er was lang geen componist die ook maar in de buurt kwam van het niveau dat Berlioz hier aan de dag legt in een werk voor stem en orkest. Pas een halve eeuw later, wanneer componisten als Mahler zich over het orkestlied gaan buigen, komt er concurrentie.

Les nuits d’été begon in maart 1840 met Villanelle, voor piano en tenor (of mezzosopraan). Daarna volgde in november Absence en Le spectre de la rose. In 1841 waren ook Sur les lagunes, Au cimetière en L’île inconnue voltooid. De tekst en waren van Berlioz’ vriend Théophile Gautier, verantwoordelijk voor de dichtbundel La comédie de la mort, met daarin 56 gedichten, waaruit de componist er zes koos. De titel voor zijn liederencyclus bedacht Berlioz zelf, wellicht geïnspireerd door A Midsummer Night’s Dream van Shakespeare, wiens werk hij hevig bewonderde.

In 1841 verscheen Les nuits d’été in druk bij Catelin, maar de belangstelling was gering. Dat veranderde pas toen Berlioz in 1843 Absence bewerkte voor orkesten voor concerten in Leipzig van mezzosopraan Marie Recio, die later zijn tweede echtgenote zou worden. Over haar zangkwaliteiten was hij overigens maar matig te spreken (‘ze miauwt als een dozijn katten’).

Pas in 1856 waren ook de andere vijf liederen georkestreerd. Berlioz leefde niet lang genoeg om ze allemaal als een geheel uitgevoerd te horen, ook al omdat zijn visie was dat de liederen door verschillende zangers en verschillende stemtypen moesten worden gezongen.

De eerste opnamen van Les nuits d’été stammen uit de jaren vijftig van de twintigste eeuw en werden allemaal gezongen door sopranen (Suzanne Danco, 1953; Eleanor Steber, 1954; Victoria de los Ángeles, 1955; Leontyne Price, 1960; Régine Crespin, 1963 – de lijst gaat nog even verder). Later komen de mezzosopranen, te beginnen met Janet Baker (1967), die tegenwoordig toch als het ideale stemtype voor de liederen worden gezien.

In 1995 nam Lorraine Hunt Lieberson met het Philharmonia Baroque Orchestra onder Nicholas McGegan Les nuits d’été op. In deze spectaculaire liveregistratie doet Hunt Lieberson met haar glorieuze stem de muziek alle denkbare eer aan. Toch zijn er twee grote concurrenten. De opnamen van de Franse sopraan Régine Crespin met het Orchestre de la Suisse Romande onder Ernest Ansermet en die van mezzosopraan Brigitte Balleys met het Orchestre des Champs-Elysées onder Philippe Herreweghe zijn vanwege de natuurlijke Franstaligheid van de zangeressen een genot op zich. Gelukkig hoeven we niet te kiezen, maar kunnen we ze gewoon lekker alle drie achter elkaar beluisteren.

Waarom nu herbeluisteren? Omdat er bijna geen mooiere muziek bestaat dan Les nuits d’été.

Verder luisteren? Alle genoemde uitvoeringen zijn op Spotify te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden