Plus

Leonard Cohen (1934-2016): Steeds dieper en donkerder

Somber? Zelf noemde hij zijn songs liever serieus. Aan een nog niet bekendgemaakte oorzaak is overleden Leonard Cohen, een dichter in de popmuziek.

Leonard Cohen in Venetië, 2009 Beeld Manuel Silvestri/Photo News

In 1967 verscheen zijn debuutalbum Songs of Leonard Cohen. Een van de mooiste nummers op de plaats was So Long, Marianne, een ode aan Marianne Ihlen, de vrouw met wie hij eerder in de jaren zestig had samengewoond op het Griekse eiland Hydra. Deze zomer overleed ze, 81 jaar oud. Vlak voor haar dood schreef Cohen haar een brief, die op haar begrafenis werd voorgedragen.

Hij liet zijn oude vriendin weten haar snel te zullen volgen: hij was zo dichtbij dat ze haar hand maar hoefde uit te strekken om de zijne te voelen. Bij een presentatie van zijn vorige maand verschenen album You Want It Darker hield hij journalisten voor dat het allemaal wel meeviel. Hij had overdreven, dat zat nou eenmaal in zijn aard. "Ik ben van plan eeuwig te leven."

Nobelprijswaardig
Vannacht werd bekendgemaakt dat de Canadese singer-songwriter en schrijver op 82-jarige leeftijd is overleden. You Want It Darker was wel degelijk zijn muzikale afscheid. Zo liet de plaat zich ook beluisteren.

De dood kwam vaker voor in zijn werk, maar was hier wel heel nadrukkelijk aanwezig. 'I'm ready, my Lord,' zong Cohen al meteen in het openingsnummer. Verder op het album liet hij weten: 'I'm leaving the table, I'm out of the game.' En dat dan met een stem die nog dieper en donker klonk dan we van hem waren gewend.

You Want It Darker was Cohens derde album in vijf jaar tijd. Bij andere artiesten is een dergelijke productiviteit niets bijzonders, bij hem was het een opvallende eindsprint in een carrière waarin alles altijd heel rustig en beheerst leek te verlopen. In bijna een halve eeuw tijd maakte hij slechts dertien albums. Toen hij zijn debuutalbum opnam was hij al 33 jaar oud.

Het was niet alleen die gevorderde leeftijd die hem in de jaren zestig deed verschillen van collega-singer-songwriters. Ook later zou hij een opvallende verschijning in de popmuziek blijven. Een intellectueel, die eigenlijk zijn zinnen had gezet op een carrière in de literatuur.

Als zanger had hij maar een heel klein bereik, op de gitaar is hij nooit veel verder gekomen dan de basisakkoorden. Maar dat zware stemgeluid had een enorme zeggingskracht en van zijn teksten valt goed te verdedigen dat ze even Nobelprijswaardig waren als die van Bob Dylan.

Covers
Hij sprak er een heel breed publiek mee aan. In de jaren zestig en zeventig werd Cohen nog wel eens smalend weggezet als een troubadour voor meisjes van de heel romantische soort. In de late jaren tachtig en negentig sloeg hij ook in heel andere kringen aan.

Nick Cave, toen nog een echte wildeman, was een toegewijd fan van hem en op het tribute-album I'm Your Fan (een toespeling op Cohens eigen I'm Your Man) werden zijn songs uitgevoerd door rockers als The ­Pixies en R.E.M.

Werk van Cohen werd sowieso veel uitgevoerd door anderen. Zijn Hallelujah behoort tot de meest gecoverde songs van de popmuziek; Jeff Buckley nam er een prachtige versie van op, maar ook bij vrouwelijke deelnemers aan talentenjachten op tv was het een tijd lang favoriet.

In Nederland had Herman van Veen in de vroege jaren zeventig succes met een bewerking van Suzanne, waarschijnlijk Cohens bekendste nummer. In 1984 wist het duo Ron Brandsteder en José Hoebee (ex-Luv) de Top 40 te halen met hun versie van So Long, Marianne.

Romans
Leonard Cohen groeide op in een welvarende buitenwijk van Montreal. Zijn ouders waren nazaten van uit Oost-Europa geëmigreerde Joden, pa had een goedlopende kledingzaak. De jonge Cohen werd al vroeg gegrepen door de muziek, maar had nog meer met literatuur. Voor hij bekend werd als singer-songwriter publiceerde hij al diverse dichtbundels (waarvan één met de opvallende titel Flowers For Hitler) en twee romans.

Vooral die romans werden goed ontvangen. Over Beautiful Losers schreef The Boston Globe: 'James Joyce is niet dood. Hij leeft in Montreal onder de naam Cohen.' Grote verkoopsuccessen waren zijn boeken echter niet, waarna Cohen halverwege de jaren zestig zijn geluk als singer-songwriter beproefde in New York. Platenbaas John Hammond, die eerder Bob Dylan had ontdekt (en later Bruce Springsteen naar Columbia Records zou halen), herkende zijn talent.

Geboren voor het podium was Cohen niet. Voor hij moest optreden werd hij geregeld overvallen door paniek. Liever liet hij op platen horen wat hij te zeggen had. Hij bereikte er aanzienlijk meer mensen mee dan met zijn boeken. Vaak werden zijn songs somber genoemd. Cohen vond het geen goede omschrijving. Hij noemde ze serieus.

Olympisch Stadion
Maar gekweld door depressies werd hij wel. Hij ging ze te lijf met onder meer meditatie: het joodse geloof zei hij nooit vaarwel, maar hij voegde daar in de jaren zeventig wel het boeddhisme aan toe. Later, in de jaren negentig, trok hij zich regelmatig terug in een zenboeddistisch klooster in Californië.

Platen bleef hij maken, maar voor het podium leek hij verloren.
Maar gedreven door financiële zorgen begon hij in 2008, na vijftien jaar niet te hebben opgetreden, toch weer te touren. En hij vond het op zijn oude dag tot zijn eigen verbazing nog leuk ook. Zo leuk zelfs dat hij er ook toen die financi­ele sores al achter de rug waren, gewoon mee doorging.

Het leverde in 2012 een prachtig concert in het Olympisch Stadion in Amsterdam op. Wat vooral is bijgebleven van dat legendarische optreden is Cohens gretigheid. Om acht uur rende hij letterlijk het podium op, uren later stond hij er nog.

Bij het afsluitende First We Take Manhattan sprak hij vooraf zijn vrees uit dat hij het einde van het nummer niet zou halen, want klokslag half twaalf moest het stil zijn. Maar met in zijn handen, met groot komisch effect, een keukenklok redde hij het.

Waarna hij, ook weer letterlijk, het podium afhuppelde.

Lees ook Theordor Holman: Ik hoor Suzanne en ik ben gelukkig

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden