Plus Klapstoel

Leon Ramakers: 'Er is meer in het leven dan rock-'n-roll'

Leon Ramakers (1947) is concertorganisator. In Museum Prinsenhof in Delft is een expositie te zien over zijn levenswerk Mojo Concerts, dat 50 jaar bestaat.

Leon Ramakers Beeld Harmen De Jong

Geulle
"In Zuid-Limburg. Ik kom uit een echt middenstandsgezin. Mijn moeder runde de dorps­winkel, mijn vader had een confectieatelier. In de schuur achter in de tuin zaten zo'n 25 meiden broeken te naaien."

"Pas toen ik de radio ontdekte, kwam er muziek in huis. De amuzikaliteit van mijn vader werd alleen door mijn moeder overtroffen. Ze zongen weleens in de kerk, maar altijd op één en dezelfde toonhoogte. De radio moest van hen zo zacht mogelijk."

"Met mijn oor tegen de speaker luisterde ik naar de Beatles en de ­Stones. Mijn moeder vond het herrie en zei altijd: 'Klinkt allemaal hetzelfde.' De grootst mogelijk onzin natuurlijk. Maar ja, als ik nu Tiësto en Armin van Buuren hoor... de geschiedenis herhaalt zich."

Geloof
"Bij ons in het dorp was geloof geen onderwerp van gesprek. Iedereen was katholiek. Dat was een gegeven. Precies één protestant woonde er. Dat kon net, omdat hij muzikant was bij het Limburgs symfonieorkest. Dan mocht je een beetje anders zijn."

"Toen ik ging studeren, raakte ik het geloof vrij snel kwijt. In mijn studentenflat wilde een verdiepingsgenoot er met me over discussiëren. Na zes dagen tot diep in de nacht praten, waren die achttien jaar katholieke opvoeding met wortel en tak uitgeroeid. Het enige wat geloof is, is dat je gelooft in iets wat je niet kunt zien. Bewijzen zijn er nergens."

"Mijn moeder, ze is bijna 99, wil dat natuurlijk liever niet horen. Maar ik heb haar gezegd: dat ik van mijn geloof ben gevallen, betekent niet dat ik niet meer leef op een manier die je christelijk zou kunnen noemen. Dat doe je heel eenvoudig: gewoon zorgen dat je geen egoïst bent en af en toe omkijken naar een ander."

Berry Visser
"Met hem heb ik Mojo opgezet. Berry organiseerde al concerten. Ik kende zijn naam van de aanplakbiljetten in de stad. In een steegje in Delft verkocht hij de tickets. Ik kwam langs voor een kaartje voor Led Zeppelin, het moet 1969 zijn geweest. Op een koud zolderkamertje ontvouwde hij zijn plannen voor een festival. The Byrds, Pink Floyd, Canned Heat wilde hij boeken. Alleen had hij nog geen locatie en ook geen geld. Hij beloofde me 5000 gulden als ik een van beide zou regelen."

"Mede dankzij de door mij bij het ministerie van Cultuur losgepeuterde subsidie kwam het Holland Popfestival in Kralingen er. Ik viel volledig voor de sensatie van de live rock-'n-roll en voor het besef dat je iets kunt organiseren dat voor duizenden mensen een van de hoogtepunten in hun leven is. Alleen: het festival leverde groot verlies op."

"Toch gingen we door. Ik werd Berry's assistent en later gelijkwaardig partner. In 1993 werd het bedrijf hem te groot, hij wilde stoppen. Dat nam ik hem eerst kwalijk. 'Mojo, dat is jij en ik,' hield ik hem voor. Maar het ging niet meer. 'Je moet me uitkopen,' zei hij. Hij vroeg precies - hij durfde het niet te zeggen, maar schreef het op een briefje - wat ik na 22 jaar Mojo op mijn spaarrekening had staan. Toen heb ik geslikt en gezegd: 'Ik wil met jou nooit van mijn leven ruzie. Het staat morgen op je rekening.'"

Leon Ramakers Beeld Harmen De Jong

Vijf gram cocaïne
"Dat zijn foutjes die je in het begin maakt. Een internationale zanger, ik zeg niet wie, moest en zou voor zijn show vijf gram hebben. Na veel zoeken vond ik uit waar je dat spul kon kopen. ­Duizend gulden kostte het. Het zakje heb ik zelf aan de artiest overhandigd. Hij snuffelde eraan en zei: 'No good.' Zat ik daar met duizend gulden aan cocaïne. Ik weet niet waar het is gebleven. Niet in mijn neus in elk geval, want ik heb het in mijn leven nooit gebruikt. Ik dacht wel: dit doen we nooit meer. We zijn geen drugs­dealers."

Expositie
"Gek idee dat de Mojogeschiedenis nu al een halve eeuw beslaat. Ik kijk zelf veel liever vooruit, maar kreeg een warm gevoel toen ik door de expositie in het Prinsenhof in Delft liep. In de tuin heeft Berry een kunstwerk gemaakt, een soort begraafplaats voor alle in die jaren over­leden popsterren. Jimi Hendrix staat er ook bij. Wij hadden in 1970 een concert in De Doelen in Rotterdam gepland. Zijn bassist werd ziek, dus hij zegde af. Een week later was Hendrix dood."

Artiestenprater
"Dat ben ik dus niet. Waarom zou ik willen proberen vriendjes te worden met de artiest die komt optreden? Vanaf het begin heb ik gedacht: we doen het samen. Ik vervul mijn taak, jij de jouwe. Toen Madonna of Michael Jackson voor het eerst kwam, voelde ik geen enkele behoefte handjes te gaan schudden. Die mensen komen niet naar Nederland om met Leon Ramakers te kletsen. Aan de andere kant: soms groei je met mensen mee. Met Bono of Mark Knopfler heb ik vriendelijke gesprekken. We werken al zeker veertig jaar samen, hè."

Blauwe M&M's
"Het klassieke verhaal van Van Halen. Die rockband eiste indertijd drie kilo M&M's in de kleedkamer. Maar: wel alle blauwe er uitgehaald. Die gasten hebben zich gek gelachen toen ze die eis opschreven natuurlijk. Er zijn echt collega's zo gek geweest om die dingen eruit te vissen. Ik niet, nee. Ben je besodemieterd. Dat was gewoon een marketingstunt van die jongens."

"Verder moet je natuurlijk wel zo veel mogelijk meebuigen met een artiest, hem in de watten leggen. Lou van Rees, God hebbe zijn ziel, maakte een keer ontzettende heisa omdat Frank Sinatra zes verschillende whisky's wilde. Waar moest hij die op een zaterdagavond vandaan halen? Tja, dacht ik, je hebt twee maanden geleden een brief gekregen met die boodschappenlijst. Toen had je ook langs de slijterij kunnen gaan."

Renny
"The love of my life. We zijn nu 43 jaar getrouwd. We kwamen elkaar tegen op 5 mei 1970 in een studentensociëteit in Delft. Na vier jaar van aantrekken en afstoten, liefde en veel ruzie, zei ze: 'Vertrek maar. Ik laat mijn leven niet door jou verpesten.' Ik reageerde kalm. Dacht dat ik prima zonder haar kon. Nou, nee dus. Maanden heb ik geprobeerd haar terug te winnen. Toen het lukte, schijn ik de grootst mogelijke zucht van verlichting te hebben geslaakt. Sindsdien zijn we onafscheidelijk. Dat is best uitzonderlijk in de wereld van de popmuziek, dat besef ik. Maar ik heb nooit meer getwijfeld: zij is het gewoon. Ik ben nog steeds verliefd."

Belediging
"Ik zat eind jaren negentig bij Mojo aan de Delftse gracht te vergaderen toen er werd gebeld. Een Amerikaans zakencontact met de vraag of ik het bedrijf niet wilde verkopen aan wat uiteindelijk Live Nation werd. Hij noemde meteen een prijs. Ik had nog nooit over verkoop of een mogelijke bedrag nagedacht en zei het eerste wat in me opkwam: 'I don't like to be insulted.' Een dag later belde hij weer: 'What if we double?' Ik antwoordde alsof ik dagelijks dat soort gesprekken voerde: 'Now we're talking.' Belachelijk hè, die bravoure. Maar ik zweer je dat het zo is gegaan."

Old boys network
"Daar maak ik tegenwoordig deel van uit. Veel promotors uit de jaren zeventig blijven gewoon doorwerken. Ik ben in 2004 gestopt als directeur, maar als je eenmaal een bandje onder je hebt, blijf je bijna altijd de boeker. Dat is voor mij zo bij Bruce Springsteen, Paul McCartney en de Rolling Stones. Die hebben al tientallen jaren dezelfde managers en die doen liever zaken met mensen die ze kennen. Toen ik de agent van de Stones vijf jaar geleden op een borrel in Londen vroeg: 'Spelen de jongens dit jaar nog?' antwoordde hij doodleuk: 'Make me an ­offer.' Dat heb ik gedaan. Zo kwamen de Stones op Pinkpop."

Een miljoen per Stone
"Hoe vaak Jan Smeets van Pinkpop dat bedrag ook in de media heeft geroepen, ik ga dat niet bevestigen. Wat zeker klopt: de gages voor ­artiesten blijven maar stijgen. Omdat het publiek klaarblijkelijk bereid is voor duurdere kaartjes te betalen. Tot het einde van de jaren negentig hebben we artiesten steeds verteld dat het in Nederland niet kon, die hoge entreeprijzen. Dat paste niet bij onze cultuur. Maar als ­artiesten dat megabedrag in België of Duitsland wél krijgen, waarom dan niet hier? We moesten wel mee. Een hoofdact van een groot festival vraagt nu twee miljoen. Dat kun je te veel vinden, maar dan zijn er in de buurt vijf festivals die het wel betalen."

Ziggo Dome
"Toen we met de Heineken Music Hall (tegenwoordig Afas Live, red.) begonnen, was het nooit vertoond: een concertorganisator met een eigen zaal. Eigenlijk is het zo logisch als wat. Ik snap niet dat mijn collega's in Europa het nooit hebben bedacht. Toen het goed uitpakte, konden we ook de investering voor de grotere Ziggo Dome doen. De exploitatie­rechten van de Ziggo Dome hebben we vorig jaar aan Live Nation verkocht. Die hebben nu echt een eigen zaal. Ik ben alleen nog mede-­eigenaar van het gebouw zelf."

Geen vrienden
"Ik heb er aan die vijftig jaar in de concert­organisatie inderdaad niet één overgehouden. Goede contacten, dat wel hoor, maar er zitten me te veel types tussen die over niets anders praten dan hun werk. Ik begin weleens over kunst of over de actualiteit, maar elk gesprek komt na een paar minuten weer terug op de ­zaken. Armoedig, vind ik. Er is wel meer in het leven dan rock-'n-roll."

Manon Schaap
"Van het Tassenmuseum tegenwoordig toch? Ik ben er nog niet geweest, maar wil het zeker een keer doen. Manon is een kennis van mijn vrouw. Ik ken haar als een aardig mens met een brede belangstelling. En heel belangrijk: ­iemand met smaak en inzicht."

Mojo Backstage. Delftse meesters in de muziek­industrie, t/m 1/9 in Museum Prinsenhof in Delft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.