PlusLijstje

Leesvoer voor de feestdagen: dit waren de beste boeken van 2019

De boeken waar u tot nog toe niet aan toe kwam, liggen klaar nu de wereld vrijwel stil is gevallen. Redacteuren en recensenten frissen de herinnering op aan de romans, dichtbundels, graphic novels, thrillers en jeugdboeken die de moeite zeker waard zijn.

Beeld Yoko Heiligers

Joukje Akveld (jeugdboeken)

1. Het werkstuk, Simon van der Geest (Querido)
Een werkstuk maken over ‘iets waar je meer over wilt weten’, Eva weet het wel: biologische vaders. De hare heeft ze nooit gekend. Geholpen door een tv-programma gaat ze op zoek en belandt midden in de Surinaamse jungle. Roller­coaster-avontuur met diepgang en een genuanceerd happy end van tweevoudig winnaar van de Gouden Griffel.

Het werkstuk

2. Aladdin, Sjoerd Kuyper & 20 tekenaars (Hoogland & Van Klaveren)
Smeuïge versie van het oosterse sprookje, bewerkt door meesterverteller Sjoerd Kuyper. In zijn lenige zinnen schuilt humor achter elke komma, het schrijfplezier spat er vanaf. Twintig illustratoren maakten een tekening. Zij presteerden vrijwel allemaal op de toppen van hun kunnen. Aladdin kreeg vele gezichten – het origineelste smoelenboek van het jaar.

3. Uit elkaar, Bette Westera & Sylvia Weve (Gottmer)
Ze dichtten en tekenden eerder over de dood en wonnen er vele prijzen mee. Nu buigt het duo Westera-Weve zich met evenveel humor, wijsheid en stilistische brille over de voorbije liefde. Hulde ook aan ontwerper Bockting Design die het boek hoog uittilde boven het gemiddelde niveau van dichtbundels en zo het lees- en kijkplezier verdubbelde.

4. Zwerveling, Peter Van den Ende (Querido)
Verbluffend ‘rijp’ debuut van Vlaamse illustrator blinkt uit in technische beheersing en verbeeldingskracht. De woordloze graphic novel doet denken aan het werk van M.C. Escher en Shaun Tan. In al hun grafische eenvoud vertellen de zwart-wit illustraties over de schoonheid van de natuur en de gevaren die haar bedreigen.

5. Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt, Edward van de Vendel & Martijn van der Linden (Querido)
Unieke handleiding in dichtvorm voor problemen waarvan je niet wist dat je ze had (geen lievelingsdier hebben, je eigen naam niet mooi vinden etc.) Edward van de Vendels poëzie stuitert van de taalnoviteiten en absurde vondsten. Voorspelling: Gouden Griffel 2020. Ook de illustraties van multi­talent Martijn van der Linden zijn prijswaardig materiaal.

Dirk-Jan Arensman

1. Opnieuw Olive, Elizabeth Strout (Atlas Contact)
‘Ik mag jou wel, Olive,’ aldus haar levensherfstliefde Jack in deze episodische roman. ‘Ik weet eigenlijk niet waarom, maar het is zo.’ Wie in de doorleefde moment­opnamen leest hoe de kwetsbare mopperkont Olive Kitteridge nieuwe vrienden maakt, oude bekenden bruuskeert en worstelt met ouderdom en eenzaamheid, overkomt hetzelfde: ze steelt onwillekeurig je hart.

2. De jongens van Nickel, Colson Whitehead (Atlas Contact)
Na het allegorische fantasyvuurwerk van De ondergrondse spoorweg (2017) schreef Whitehead dit ingetogen, indringende verhaal over modelstudent Elwood Curtis, die in 1963 op Nickel Academy belandt. Dat blijkt een sadistische horrortuchtschool, waar gekleurde leerlingen worden misbruikt en vermoord, en waaruit hij met cynische lotgenoot Turner moet ontsnappen. Gebaseerd op ijzingwekkende historische feiten.

De jongens van Nickel

3. Een vrouw apart. En de stad, Vivian Gornick (Nijgh & Van Ditmar)
Memoir, waarin Gornick (1931) een beeld schetst van haar intellectuele eenzaatleven, haar vriendschap met de ‘geestige, intelligente homo’ en hilarische zwartkijker Leonard, én van New York City. Een associatieve lappendeken vol levendige stadsvignetjes en (straat)dialogen, overpeinzingen over vergeten schrijvers en de vrouwenbeweging, met flashbacks naar haar jeugdjaren. Fenomenale stem.

4. Hier maak ik mijn stad, Robin Robertson (Querido)
Roman in rijmloze verzen over een getraumatiseerde D-Day-veteraan die tien jaar door de VS doolt, terecht beland op de shortlist van de Man Booker Prize 2018. Robertson vangt alles, van McCarthy’s paranoia en alledaags racisme tot het dynamische vooruitgangsdenken van de fifties, in een ode/klaagzang vol haarscherpe film noirbeelden en zinnen, swingend als jazzsolo’s.

5. Normale mensen, Sally Rooney (Ambo Anthos)
Zullen ze elkaar krijgen? Met die plot leest het verhaal van (bijna) studenten Marianne en Connell haast als een literaire Four Weddings and a Funeral. Maar Rooney biedt veel meer. Ze schetst haar hoofdpersonages fabelachtig realistisch en genuanceerd, net als het genot en de intimiteit van stimulerende gesprekken en seksuele passie, het spanningsveld tussen vriendschap en liefde. 

Peter van Brummelen (Graphic Novels)

1. Hondsdol, Victor Meijer (Scratch Books)
De eerste graphic novel van Victor Meijer, bekend van het portret dat hij maakte voor de omslagen van de dagboeken van Hendrik Groen. Hoofdpersoon van Hondsdol is een jongetje dat lijdt onder de vechtscheiding van zijn ouders. Aanvankelijk is Amsterdam te herkennen op de echt wonderschone tekeningen, later speelt het verhaal zich af in een droomachtig decor. Blauw en paars zijn de dominante kleuren.

2. De balling, Erik Kriek (Scratch Books)
In zijn eerste lange boek introduceert Erik Kriek het genre Vikingwestern. Als tekenaar heeft hij zich allang bewezen, ook als verteller houdt hij de aandacht moeiteloos 190 pagina’s lang vast.

De Balling

3. Taxi!, Aimee de Jong (Scratch Books)
Als internationaal succesvolle Nederlandse stripmaker zit Aimee nogal eens in een taxi. In Taxi! rijden we met haar mee tijdens vier buitenlandse ritten. Aanvankelijk norse chauffeurs blijken boeiende persoonlijkheden.

4. Rusty Brown, Chris Ware (Concertobooks)
Eenzaamheid, vervreemding, depressie, het zijn steevast zware thema’s die Chris Ware behandelt in zijn boeken. Die boeken zijn altijd grafische hoogstandjes, met op het eerste oog misschien kille, maar altijd razend inventieve tekeningen. Zestien jaar lang werkte hij aan het 352 pagina’s tellende Rusty Brown, dat op een Amerikaanse high school is gesitueerd. De tekenleraar daar is een gluiperd die onder de rokjes kijkt. Zijn naam is opvallend genoeg Mr. Ware.

5. Cassandra Darke, Posy Simmonds (De Harmonie)
Net op tijd voor de kerst is deze Nederlandse vertaling verschenen. Net als in eerdere boeken van de Britse veteraan Simmonds (74) is Cassandra Darke héél losjes gebaseerd op een klassieker, ditmaal Dickens’ A Christmas Carol. De eigentijdse én vrouwelijke versie van vrek Ebenezer Scrooge is een Londense kunsthandelaar.

Marjolijn de Cocq

1. Atlas van een bezette stad, Bianca Stigter (Atlas Contact)
Het decor stond er en staat er nog. In een monumentaal boek is, van adres tot adres, de oorlogs­geschiedenis gedocumenteerd van Amsterdam, waar bijna een tiende van de bevolking zich had moeten verstoppen of was weggevoerd en vermoord. Levenswerk van Stigter, die zichzelf uitvlakt en de feiten voor zich laat spreken.

Atlas van een bezette stad

2. Archief van verloren ­kinderen, Valeria Luiselli (Das Mag/Karaat)
Het verslag van de reis naar Arizona van een uiteenvallend samengesteld gezin is ingenieus ­vervlochten met het lot van kindvluchtelingen uit het zuiden en dat van de Apachen. Luiselli creëert een archiefkast in de achterbak van de auto vol literaire verwijzingen, sound­scapes en polaroids en verrast met schrijnende perspectiefwisselingen.

3. Vallen is als vliegen, Manon Uphoff (Em. Querido’s Uitgeverij)
‘Wie kan voorspellen wat zich op een dag zal losmaken uit het donker om ons te achtervolgen als een bange hond?’ schrijft Uphoff in het verhaal dat ze nooit van haar leven wilde vertellen, tot het onontkoombaar werd. Over de vader en zijn gezin als erotisch universum – het labyrint van de Minotaurus waar de meisjes in opeenvolging binnengaan: uitverkoren, voor altijd beschadigd.

4. Op aarde schitteren we even, Ocean Vuong (Hollands Diep)
Een brief aan een moeder die de schrijver, haar zoon, met elk woord verder van haar verwijdert; want de moeder, dochter van een Vietnamese dorpelinge en een Amerikaanse soldaat, kan niet lezen. Een tegelijk keiharde en poëtische gedachtestroom waarin de zoon, bijna dertig en homoseksueel intellectueel in New York, de moeder/het monster ook met groot mededogen beziet.

5. M. De zoon van de eeuw, Antonio Scurati (Podium)
Scurati kruipt in hoofd, huid en hart van Benito Mussolini en beziet de opkomst van de fascisten in het Italië van 1919-1925 door de ogen van de man die Il Duce zou worden, zijn vertrouwelingen en zijn tegenstrevers – en goed gedocumenteerd. Deel een van wat vier boeken moeten worden, minutieus, inzichtelijk, soms duizelingwekkend, overweldigend.

Hans Knegtmans (thrillers)

1. Niemand hoort het, ­Linwood Barclay (Boekerij)
Om de lezers op het juiste spoor te zetten, werd misdaadauteur Linwood Barclay aanvankelijk aan­geprezen als ‘De nieuwe Harlan Coben’. Dat is gelukkig voorbij. Tegenwoordig wordt hij gezien als vernieuwende misdaad­pionier, met een ongeëvenaarde plottechniek. Hoezo Harlan Coben?

2. Metropolis, Philip Kerr (Boekerij)
De eerste drie delen over politieman Bernie Gunther – gepubliceerd tussen 1989 en 1991 – worden tezamen wel aangeduid als De Berlijnse trilogie. Daarna duurde het tot 2006 tot het vierde deel uit kwam. De schrijver springt lustig heen en terug in de tijd, maar Kerr houdt de teugels strak. Daardoor kan de lezer net zo goed beginnen met nummer 14, Metropolis (dat speelt in 1928) als met een ander deel uit de reeks.

3. De tweede slaap, Robert Harris (Cargo)
Het verhaal speelt in 1468. Een historische roman? Ja en nee. Na een wereldwijde ramp hebben de overlevenden flink wat moeten puzzelen over een nieuwe jaartelling. Het is me de wereld wel, sindsdien. De ‘overheid’ verbiedt letterlijk alles wat ook maar een beetje naar nieuwigheid ruikt. Een soort omgekeerde science­fiction. 

De tweede slaap

4. In de stilte van de nacht, Michael Connelly ­(Boekerij)
Cultheld Harry Bosch wordt weer eens gekweld door de verloedering van de mensheid. Na zijn pensionering als rechercheur in Los Angeles heeft hij een baantje bij de politie van San Fernando. Niet zaligmakend, maar door een gelukkige speling van het lot komt hij in contact met nieuweling Renée Ballard. Twee stronteigenwijze maar competente karakters.

5. Resurrection Bay, Emma Viskic (Luitingh-Sijthoff)
Sinds de dood van het Australische thrillergenie Peter Temple in 2018 moesten we het stellen met Michael Robotham. Nu heeft toptalent Emma Viskic zich gemeld. Haar debuut Resurrection Bay kreeg terecht de Ned Kelly Award. De dove hoofdpersoon, privé­detective Caleb Zelec, maakt van de nood een deugd en wendt ook stomheid voor. Wel zo makkelijk.

Dieuwertje Mertens

1. Kom, Erik Jan Harmens (Lebowski)
In Kom staat een ziek en verlangend lichaam centraal. De zinnen van dit poëziespektakel zijn kort en hard. Harmens gebruikt geen interpunctie en hij combineert verschillende taal­registers: straattaal, medische vaktaal en zelfverzonnen woorden (‘gilgamejeske’), wat een vervreemdende uitwerking heeft en ondanks (dankzij!) zijn onwil te ontroeren, het tegenovergestelde bewerkstelligt.

Kom

2. De vriend, Sigrid Nunez (Atlas Contact)
De vertelster rouwt om haar overleden beste vriend. Ze krijgt zijn Deense dog ter grootte van een pony in haar maag (of tiny apartment) gesplitst. Dat klinkt wat slapstick­achtig, maar de roman is ook een prachtige verzameling van nooit meer te vergeten beelden, metaforen en anekdotes over dood, leven en literatuur.

3. Archief van verloren ­kinderen, Valeria Luiselli (Das Mag/Karaat) 
Kindvluchtelingen, een uiteenvallend huwelijk en de geschiedenis van de Apachen zijn moeiteloos verweven in deze roman die is opgebouwd als een archiefkast met citaten, beelden en geluidsfragmenten. Luiselli benadert literatuur als een beeldend kunstenaar. Het laatste hoofdstuk bestaat uit polaroids.

4. Frankkusstein, Jeanette Winterson (Atlas Contact)
Winterson combineert het levensverhaal van Mary Shelley, schepper van Frankenstein, met een hedendaags spiegelverhaal over kunstmatige intelligentie (robottechnologie). Het levert een intelligente roman waarin ze met het nodige gevoel voor humor de grote levensvragen behandelt. Frankkusstein blijkt een liefdes­roman vermomd als hedendaagse horror.

5. De grom uit de hond halen, Iduna Paalman (Querido) 
Paalman heeft een groot voorstellingsvermogen en blinkt uit in het gebruik van ontsporende dreigende metaforen. Ze gebruikt rijm, assonantie, dissonantie en houdt van zelfbedachte samenstellingen (‘doorzakpoonie’). Daaruit blijkt haar liefde voor taal. Een eigenzinnig poëziedebuut vol valse geruststellingen om te koesteren.

Maarten Moll

1. Zwarte schuur, Oek de Jong (Atlas Contact)
De beste schrijver van Nederland schreef dit jaar het beste boek. Roman over het leven van schilder Maris Coppoolse, die getekend is door een voorval uit zijn jeugd. De Jong weet, net als in Hokwerda’s kind en Pier en oceaan, onnadrukkelijk en met prachtige kleine zinnen onder je huid te komen. Je voelt dit zintuiglijke boek bij elke zin die je leest.

2. Kaart van Canada, Dorthe Nors (Podium)
Steengoede verhalen over liefde, afwijzing. Al dan niet in wasbakken onanerende mannen en jerrycans en vrieskisten zijn onheilspellende voorwerpen. Ik moest tijdens het lezen denken aan het ook geweldige Onder het water (Koppernik) van de ten onrechte nog niet ontdekte Daisy Johnson.

Kaart van Canada

3. Hier maak ik mijn stad, Robin Robertson (Querido)
Hier maak ik mijn stad is een lang prozagedicht, of roman in verzen, wat u wilt. Het is een in geweldige taal gevatte reis van de getraumatiseerde Canadese D-dayveteraan Walker die vanaf 1946 door Amerika zwerft en de maatschappij ziet veranderen. Krachtig, filmisch, en vooral heel erg levendig.

4. Voorbij het geheugen, Maria Stepanova (De Bezige Bij)
Weer een zoektocht naar familiegeschiedenis? Je moet moeite doen om in dit verhaal te komen, maar dan krijg je een meer dan intrigerend epos over haar Joods-Russische familie vol vervolging en onderdrukking in de twintigste eeuw. En het even intrigerende zoeken hoe zich te verhouden tot die verloren levens.

5. Buiten de lijnen, Frank Heinen (Das Mag)
Beste sportboek van het jaar, 171 verhalen over min of meer vergeten voetballers, afwisselend van stijl en lengte. Bijvoorbeeld over Zivko Lukic, de Joegoslavische voetballer die in 1970 53 minuten speelde voor Paris Saint-Germain. Hij blufte zich naar binnen maar bleek er niets van te kunnen.

Dries Muus

1. Otmars zonen, Peter Buwalda (De Bezige Bij)
Een verhaal dat begint in een Limburgse woonkamer, een tussenstop maakt in een Nigeriaans penthouse, en voorlopig eindigt op een Siberisch eiland. Terecht werd Peter Buwalda geprezen om zijn grote greep – maar de kleinere, huise­lijke voorvallen (bijvoorbeeld die rondom een kostbare absintfles) zijn minstens even onweerstaanbaar.

Otmars zonen

2. Zwarte schuur, Oek de Jong (Atlas Contact)
Niet alle vijf de delen zijn even sterk, en De Jong diept de achtergronden van zijn hoofdpersonen soms wel erg ver uit. Maar daar staan springlevende karakterschetsen, ijzersterke observaties, en een bij vlagen dwingende suspense tegenover. Zwarte schuur is geen volmaakte roman, maar bevat meerdere onwaarschijnlijk volmaakte hoofdstukken.

3. Opnieuw Olive, Elizabeth Strout (Atlas Contact)
Strouts tweede roman over Olive Kitteridge doet niet onder voor de eerste. Ze verplaatst zich even overtuigend in middelbare scholieren als in dementerende tachtigers. Stinkend rijk en straatarm, provinciaals, grotestads, laagopgeleid en hooggeleerd: iedereen krijgt een stem, een hart, een kostbaar, breekbaar leven.

4. Onrustige dagen, F.B. Hotz (De Arbeiderspers)
Geweldig dat een deel van Hotz’ verhalen opnieuw verkrijgbaar is in bloemlezing. Zelfs Hotz’ mindere werk is beter dan dat van de meeste andere schrijvers van korte verhalen. Hotz’ beste – zoals het titelverhaal, over een grootse liefde met een handdruk als climax – staan op eenzame hoogte.

5. De onbetrouwbare verteller, Maxim Februari (Prometheus)
Februari’s verhalen en romans zijn goed, de gebundelde essays en columns zijn nog beter. Hij prikkelt met ogenschijnlijk droge onderwerpen als digitale surveillance, in columns die leerzaam zijn maar nooit belerend. Februari is besmettelijk vrolijk en aanstekelijk bezorgd over onze tijd.

Hans Renders (non-fictie)

1. Alles voor Vincent. Het leven van Jo van Gogh-Bonger, Hans Luijten (Prometheus)
Verrassende biografie van de schoonzus van Vincent van Gogh. Jo Bonger regelde tentoonstellingen, verkocht werk en gaf al in 1914 zijn brieven uit, waardoor ook Vincents literaire talent internationaal herkend werd. Nieuw is het verhaal over haar liefdesrelatie met schilder Isaac Israëls.

Alles voor Vincent. Het leven van Jo van Gogh-Bonger

2. De hoeve en het hart, Een boerenfamilie in de Gouden Eeuw, Enny de Bruijn (Prometheus)
Prachtig boek over de boerenfamilie Van Rijckhuijsen uit Herwijnen in de Gouden Eeuw. De Bruijn gaat voorbij de stereotypen van Hooft, Huygens en Brederode door de archieven te raadplegen. Deze intieme cultuurgeschiedenis achterhaalt wat zeventiende-eeuwers voelden.

3. De avant-gardisten, Sjeng Scheijen (Prometheus)
Na de Oktoberrevolutie in 1917 nam de communistische staat radicale kunstenaars in dienst als hoge ambtenaar. Kandinsky, Malevitsj, Vladimir Tatlin en El Lissitzky zouden in Rusland een utopische samenleving vormgeven. Toen kwam de repressie: ‘Velen gingen weg. Maar het leek alsof zij die bleven ook waren vertrokken.’

4. Our Man - Richard Holbrooke, George Packer (Spectrum)
Intrigerende biografie van Amerika’s bekendste onderhandelaar Richard Holbrooke. In 1962, onder Kennedy, werd hij diplomaat. Na Vietnam volgden vele brandhaarden, onder elke Democratische Amerikaanse president tot aan Barack Obama, die een gloeiende hekel aan hem had. Het Dayton Akkoord maakte hem beroemd.

5. Adolf Hitler, Deel II, Volker Ullrich (De Arbeiderspers)
Informatief over Hitlers omgang met vrouwen. Soms stelde hij botweg de vraag: ‘Wilt u mij kussen?’ Ullrich legt in dit tweede deel van zijn biografie uit waarom Hitler een zwak militair was, met veel beginnersgeluk. Nooit bij stilgestaan dat Der Führer tijdens de oorlogsjaren meer dan achthonderd dagen doorbracht in zijn bedompte bunker Wolfsschanze.

Thomas Verbogt

1. Sontag, Benjamin Moser (De Arbeiderspers)
Meeslepende biografie van de grillige, fascinerende Amerikaanse auteur Susan Sontag. Inspirerend ook: je pakt voortdurend het werk erbij waaraan Moser refereert. De auteur spaart Sontag niet. Misschien zou ze daarover verontwaardigd zijn, maar ook weer niet, want: zo moet het.

2. Good Things out of Nazareth, Flannery O’Connor (Convergent)
Tijdens haar korte 39 jaren schreef Flannery O’Connor twee romans en 31 korte verhalen die je telkens opnieuw kunt lezen en waaraan je altijd blijft denken. Tere grimmigheid, meedogenloos, poëtisch. Die brieven zijn geweldig, vaak prettig chic en ze gáán altijd ergens over. Onweerstaanbaar.

3. Brief aan mijn vader, Franz Kafka (Athenaeum-Polak & Van Gennep)
Mooie vertaling van Willem van Toorn van Brief an den Vater en ander proza uit de nalatenschap van Franz Kafka. Wat een rijkdom, deze nieuwe editie. De brief aan vader verklaart Kafka’s hele oeuvre, voor zover dat mogelijk is.

4. Een stralende toekomst, Rebecca Makkai (Nieuw Amsterdam) 
Waar het ons in wezen om gaat is veiligheid. Als die verdwijnt, blijft angst over. Levenskunst wordt dan een manier daarmee om te gaan, bijvoorbeeld door die te camoufleren. Dát is deze roman die speelt in de kunstwereld van Chicago, het begin van het aidstijdperk, een kantelend wereldbeeld, het grillige en destructieve regime van het noodlot.

5. Zwarte schuur, Oek de Jong (Atlas Contact)
Om veel redenen prachtig, bijvoorbeeld hoe de personages dichtbij komen. Bijvoorbeeld waarom het verleden nooit voorbij is. Bijvoorbeeld door hoe mensen mensen maken tot wie ze zijn. Wordt zeker een film, al heb ik die al gezien – zo’n roman is het ook!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden