Plus

Lee Miller was zoveel meer dan fotomodel en muze

In haar debuutroman Het gouden uur schrijft de Amerikaanse Whitney Scharer over de liefde tussen fotografenkoppel Lee Miller en Man Ray in de avant-gardistische scene van Parijs.

Lee Miller neemt haar eerste bad in weken in Hitlers badkuip in München, 1945. Beeld The LIFE Picture Collection/Gett

‘ Spreek jij Frans? Snap jij wat dit precies is?” vraagt Whitney Scharer terwijl ze haar telefoon laat zien. ‘Les Muses de Montparnasse’ staat er – ­zoals op de banieren die ze op weg van het vliegveld naar haar hotel in Parijs, Montparnasse, had gezien. 

Scharer was eerst in Milaan voor promotieactiviteiten rondom de Italiaanse vertaling van haar boek The Age of Light over de Amerikaanse fotografe Lee Miller en haar verhouding eind jaren twintig, begin jaren dertig met fotograaf en kunstenaar Man Ray. 

En juist vandaag, in het quartier dat het decor vormt van haar debuutroman, blijkt om de hoek een driedaags festival te beginnen waarin Lee Miller (1907-1977) als een van de muzen van het tijdperk van de avant-gardisten een centrale rol vervult. Het evenement is gesponsord door een designers outlet die zich graag als mecenas opwerpt voor de schone kunsten.

Dus zo zien we daar, in stijlvolle setting – ’s avonds wordt absint geschonken in de binnenhoven; er zijn dans- en muziekperformances geïnspireerd op de sterren van die tijd – een fototentoonstelling met portretten van Lee Miller van Man Ray die Scharer nog niet eerder had gezien. En zien we Lee Miller in haar enige filmrol, in Le sang d’un poète van Jean Cocteau uit 1932, waarin ze een levend standbeeld speelt dat een dichter bezielt en uiteindelijk door hem aan stukken wordt geslagen. Scharer kent de beelden van YouTube, maar het is toch een andere ervaring haar op groot scherm te zien, Millers knauwerige Frans te horen.

Vogue

In The Age of Light, hier vertaald als Het gouden uur, beschrijft Scharer hoe Lee Miller haar entree maakt in Parijs. Miller is een in de VS gevierd ­fotomodel – ontdekt door Condé Nast en als ­covermodel voor Vogue vastgelegd door fotografen als Edward Steichen en George Hoyningen-Huene. Ze streeft een carrière achter de camera na en wordt assistent en later geliefde van de dan al gevierde Amerikaanse fotograaf Man

Ray (Emmanuel Radnitzky, 1890-1976). Samen ontdekken ze een nieuwe afdruktechniek ­waardoor zwarte contourlijnen ontstaan, die ze solarisatie noemen. Man Ray strijkt echter met de eer en hun relatie houdt geen stand.

Miller trekt de wereld in en maakt naam met haar reportages van de bevrijding van Normandië en Parijs en de nasleep van de oorlog in Duitsland en Oost-Europa. Scharer doorsnijdt het liefdesverhaal met de oorlogservaringen die Millers leven dermate ­tekenden dat ze de fotografie aan de wilgen zou hangen om zich op de haute cuisine te storten.

Lijken in Dachau

De eerste scène die ze schreef voor wat een internationaal succesdebuut zou worden, was die gebaseerd op een foto van Miller in Hitlers badkuip. Haar reisgezel Dave Sherman legde haar vast in het appartement van de Führer op Prinzregentenplatz 16 in München, haar modderige legerkistjes op de badmat. Ze drinken er Hitlers cognac in glazen waarin zijn initialen en swastika’s zijn gegraveerd.

“Die scènes uit de Tweede Wereldoorlog heb ik door het boek gestrooid als granaatscherven. Om aan te geven hoe in haar hoofd die ervaringen telkens weer opduiken en niet zijn te onderdrukken. Ze had zo’n enorme zendingsdrang, ze wilde de wereld laten zien hoe relatief de ‘bevrijding’ was. Het was niet: oorlog voorbij en alles is weer oké. Ze fotografeerde de verwoestingen van heel dichtbij: de lijken in Dachau, een dode Duitse soldaat, de dochter van de burgemeester van Leipzig die met haar ouders de hand aan zichzelf had geslagen. Ze voelde zich er zo verbonden mee, maar het heeft haar enorm beschadigd. Ze kon wat ze had gezien niet meer loslaten.”

Hoe kwam u op het spoor van Lee Miller?

“In 2011 bezocht ik een tentoonstelling over het werk van Man Ray en Lee Miller in Massachusetts. Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd, ben altijd in fotografie geïnteresseerd geweest. Ik kende het werk van Man Ray al, maar na die tentoonstelling vond ik haar eigenlijk veel interessanter. Ik had meteen het gevoel dat het geweldig materiaal was voor een roman, maar ik wist niet of ik haar verhaal recht kon doen. Ik zat bij een schrijfgroep, er waren een paar korte verhalen van me gepubliceerd, maar ik had van mijn schrijven nog niet echt werk gemaakt.”

“Ik heb een paar jaar alles wat los en vast zat gelezen over Lee Miller en research gedaan. Langzaamaan werd ik zekerder van mezelf en ik kreeg het gevoel dat ik me in deze complexe vrouw kon verplaatsen. Wat is dat voor een vrouw, die zomaar in het bad van Hitler stapt, die een dutje doet op Eva Brauns sofa? Ik begon met losse stukken voor mijn schrijfgroep, beschrijvingen van de scènes achter die foto’s.”

Er zijn biografieën geschreven over Lee Miller, onder anderen door haar zoon Antony Penrose. U hebt gekozen voor fictie, met een focus op die vroege jaren in Parijs. Waarom?

“Haar start daar lijkt zo perfect te zijn geweest. Beeldschone jonge vrouw, in de leer bij Man Ray, zo’n makkelijke landing. Maar als je begrijpt wat er allemaal bij haar van binnen moet hebben geleefd, maakt haar dat zo ongelooflijk fascinerender. Haar zoon wilde niet mee­werken, ik mocht de archieven die hij beheert helaas niet inzien. Ik was me er echter ten zeerste van bewust dat ik schreef over iemand die echt heeft geleefd, ik wilde dicht bij haar blijven.”

U speelt wel met de feiten, zo begint Miller in uw boek een affaire met een zekere Antonio – een figuur die nooit heeft bestaan.

“Ze had veel meer affaires, Antonio staat als personage voor al die andere mannen. Mij ging het er vooral om in haar hoofd te kruipen. Het is fictie, historische fictie over het Parijs van begin jaren dertig. Over de vrouw achter de man, terwijl die vrouw zo veel meer in haar mars had. Ik heb wel van lezers gehoord dat ze vinden dat ik Man Ray zo negatief neerzet. Ik heb geen hekel aan hem gekregen, maar ik zie hem als een man van zijn tijd – onderdeel van de door mannen gedomineerde surrealistische scene die vrouwen als object zag.”

“Man Ray was bezeten van haar. Ik beschrijf in mijn boek hoe hij in de kantlijn van een brief eindeloos ‘Elizabeth Lee Elizabeth Lee Elizabeth Lee’ schrijft – als een verliefde puber. In werkelijkheid is dat een pagina in een van zijn Parijse notitieboeken. Hij was jaloers en een dwingeland en kon zich niet inhouden omdat hij zo verliefd op haar was. Dat is nog te vergeven. Maar hij nam haar niet au sérieux. Ik word opnieuw kwaad als ik denk aan de manier waarop hij zich hun uitvinding, die solarisatie, heeft toegeëigend. Bij veel tentoonstellingen en in naslagwerken staat die nog steeds op zijn naam.”

Bij een ontmoeting tussen Man Ray en Millers vader Theodore beschrijft u hoe de mannen op elkaar lijken, zelfde kleren, Man Ray in leeftijd dichter bij haar vader dan bij haar. Conclusie: in Man Ray had ze onbewust een vaderfiguur gezien.

“In het boek is er inderdaad een moment dat ze dat beseft. Ik weet niet of dat in het echt zo geweest is. Het is wel een vrij onontkoombare conclusie als je ziet hoezeer haar vader haar ­leven heeft beïnvloed.”

Als jong meisje werd Miller verkracht door een ‘oom’ waarbij ze gonorroe opliep. Daarna wierp haar vader zich heel sterk op als de trooster – onder meer door haar te fotograferen. Gekleed, maar ook naakt. Dat laatste deed hij nog steeds toen ze volwassen was en zelfs al samen was met Man Ray. U wekt de suggestie van misbruik.

“Ik heb er erg mee geworsteld hoe ik dat moest neerzetten. Op een moderne lezer zal de band die Lee had met haar vader als ongezond en zelfs schadelijk overkomen. Ik denk niet dat zij daar zo tegenover stond, ze hield van hem en respecteerde hem.”

“Wat mij betreft heeft hij grenzen overschreven – die naaktfoto’s van haar als meisje, die waren volgens hem bedoeld om haar te laten ‘helen’. Yeah right, nou dat zal geholpen hebben. Het heeft haar juist getekend, ze wilde naar Parijs en zelf fotograferen omdat ze níet meer als object wilde worden gezien.”

“Ik wilde alleen niet het hele boek daarover laten gaan. Ik wilde vooral ook haar artistieke ontwikkeling laten zien, de overgang van studiofotografie naar fotojournalistiek. Het besef dat ze vergroeid is met haar camera, de dynamiek van het vangen van het juiste moment.”

Uw boek opent met een scène waarin Lee ­Miller, getrouwd met de Britse kunstenaar en dichter Roland Penrose, een uitgebreid diner toebereidt, langzaam verzinkend in whisky­nevelen. De teloorgang.

“Veel mensen zouden niet over de trauma’s zijn gekomen die zij in haar jeugd opliep. Maar zij kwam er zo sterk uit, stoer, je zou kunnen zeggen roekeloos. Ze is in zekere zin mijn rolmodel geworden, ze heeft me gedwongen te zeggen: ik ben schrijver. Ik ben schrijver van een roman over een vrouw die haar identiteit ontdekt als kunstenaar en door haar heb ik mijn identiteit als schrijver ontdekt.”

“Wat mij nog steeds zo bezighoudt: het werk dat ze tijdens de oorlog deed was voor haar het meest bevredigende wat ze ooit heeft gedaan. Het was haar krachtigste. Het heeft haar echter ook gesloopt. Daarna was het voor haar vrijwel onmogelijk zich nog op kunst toe te leggen. Ze kon zich niet meer losmaken van wat ze had gezien. Ze heeft die foto’s in een doos op zolder weggeborgen en wilde er niet meer over praten.”

Whitney ­Scharer, Het Gouden uur. The Age of Light, ­vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen. Nieuw Amsterdam, €22,99, 335 blz.

Chunky Monkey

Vijf jaar heeft Whitney Scharer (41) gewerkt aan haar debuut Het gouden uur. Ze kreeg daarbij feedback van haar schrijfclub Chunky Monkeys (de naam heeft niets te maken met het ijs, maar met de chunks, de brokken tekst die ze bij elke bijeenkomst moeten in­leveren) waarvan ook ­Celeste Ng (Kleine brandjes overal) deel uitmaakt. Toen ze het complete manuscript toezond aan literair agent Julie Barer, ontstond een biedingsoorlog waarbij uitgeverij Little, Brown and Company voor meer dan een ­miljoen dollar aan het langste eind trok.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden