Plus Achter het boek

Laurens Ubbink: 'Je wordt zelf beter van een goede schrijver'

Achter elke schrijver schuilt een ­redacteur, die bepaalt wat er in de boekhandel komt te liggen, en ­uiteindelijk op uw nachtkastje. ­Vandaag in deze serie: Laurens Ubbink van Ambo/Anthos.

Laurens Ubbink: 'Bij non-fictie is men geneigd te denken; dat schrijf je gewoon op want het is toch echt gebeurd?' Beeld Inta Nahapetjan

Laurens Ubbink (41) is sinds drie jaar uitgever non-fictie en (voor een deel) Nederlandse literaire fictie bij Ambo/Anthos. Hij begeeft zich op verschillende terreinen; van serieuze geschiedenis tot filosofie, sport, psychologie en narratieve non-fictie.

Hij heeft in zijn 'stal' onder anderen Herman Koch, Jannah Loontjes, Coen Simon, Marthe Kaan, Murat Isik en Rosita Steenbeek.

Vandaag zijn we geïnteresseerd in het verschil in begeleiding tussen fictie en non-fictie­auteurs. Is dat verschil er wel? "Het schrijven is heel anders, non-fictie is veel gerichter. Non-fictieschrijvers hebben meestal een doel. Maar ook binnen de non-fictie zijn er grote verschillen.

Echt gebeurd
"Filosoof Coen Simon bijvoorbeeld is nu bezig met een boek over oordelen, dat wordt echt een essayistisch, zoekend geschreven boek.

Dat vereist een heel andere aanpak dan het boek van iemand die veel weet over één onderwerp, zeg de Eerste Wereldoorlog, en daar gericht en toegankelijk over schrijft."

Bij een roman, zo betoogt Ubbink, gaat het meer om vorm, stijl, structuur en de spanningsboog. "Het grote misverstand is dat mensen denken dat het redigeren van literatuur het hoogste is, of het moeilijkst. Bij non-fictie is men geneigd te denken; dat schrijf je gewoon op want het is toch echt gebeurd?

Dat is niet zo, het redigeren van non-fictie is anders, maar zeker niet makkelijker. Je let veel meer op argumenten van de schrijver, dat is heel belangrijk, want daar valt en staat het boek mee. Dat is bij fictie niet het geval, daar mag een personage ­alles zeggen of vinden. Over zijn argumentatie heb je eigenlijk niets te zeggen."

Napoleon

De vraagstelling en de argumentatie is dus veel belangrijker voor de non-fictieschrijver. "Dus het uitgangspunt is ook anders. Napoleon was niet zo'n goede strateeg, en dat ga ik in tien hoofdstukken uit de doeken doen. Dat kan een aanpak voor een non-fictietitel zijn. Ik kan dan met de auteur gaan brainstormen; wat ga je in het eerste hoofdstuk vertellen, hoe schets je de context, wat wordt de opbouw, en hoe onderbouw je je argumenten?"

Een ander punt bij non-fictie is dat alles moet kloppen. Hoe waarborgt Ubbink het waarheidsgehalte? "Ik ga er in eerste instantie van uit dat de ­auteur zijn zaakjes voor elkaar heeft. Maar soms, als je aan het lezen bent, ga je twijfelen. Klopt dit wel? Dan zoek ik het op. Bij het persklaar maken van het manuscript wordt er ook scherp op gelet."

Goed geheugen

Een goed voorbeeld wat dat betreft is het boek dat Femke Halsema schreef: Pluche. Politieke memoires. "Ze zei, voor ze begon te schrijven: 'Ik heb niets, geen aantekeningen, geen dagboeken, niets.' Ik dacht: dat is een groot risico.

Het moet wel kloppen, want je wordt er genadeloos op afgerekend als er dingen in het boek staan die niet juist zijn. Aan de andere kant merkte zij al snel dat het voor haar als schrijver wel fijn was niet geblokkeerd te zijn door gedachtes als: was het wel in die week?, of: zei ik dat wel precies zo? Het gaf haar de vrijheid om te schrijven. Nu was ze, merkten we snel, gelukkig wel behept met een goed geheugen, haha."

Betrokken blijven
Ubbink vindt fictieauteurs niet lastiger dan non-fictieauteurs. Hij heeft ook geen voorkeur. "Als de auteur openstaat voor kritiek kun je als redacteur meer toevoegen, en daar gaat het om. Wel is het zo - en dat heb ik geleerd van uitgever Tilly Hermans, die mij heeft opgeleid - dat je als redacteur beter wordt als de auteur ook goed is. Dan word je toegevoegde waarde groter, en til je het boek naar een hoger plan."

Beeld Coen Simon



In de portefeuille: Coen Simon “Filosoferen is makkelijker als je denkt is zo goed omdat het laat zien dat we op onze eigen smaak en mening moeten leren vertrouwen in plaats van die van anderen. Ook een mooie inleiding in de filosofie.”

Een onderbelichte kant van het redacteurschap vindt Ubbink het proces nadat een boek is geschreven. "Die periode is heel belangrijk. Dat je dan ook nog echt betrokken bent en blijft. Meedenken over marketing en publiciteit. Ik bedoel: de redacteur is toch de eerste eigenaar van een tekst. Je gooit het niet zomaar over de schutting. En ook daarna houdt het werk niet op.

Het is noodzakelijk met een auteur te blijven praten, te horen waar hij mee bezig is, of samen een nieuw boek te bedenken. Samen dat schrijverschap vorm te geven."

Dit was het slot van deze serie. Lees ook de andere delen:

- Redacteur Janneke Louman: 'Heel veel is heel slecht geschreven' [+]
- Redacteur Lolies van Grunsven: 'Past een auteur bij mij aan tafel?' [+]
- Jasper Henderson (uitgeverij Lebowski): 'Prima is niks; we zoeken retegoed' [+]
- Redacteur Josje Kraamer: 'Een goede auteur stelt grote vragen' [+]

Praten

"Het is belangrijk met een auteur te blijven praten over hun schrijverschap. Jannah Loontjens had een proefschrift geschreven over het schrijverschap bij modernistische auteurs. Virginia Woolf, Marcel Proust, Franz Kafka. Kun je van dat proefschrift niet een essayistisch boek maken over de filosofie van het schrijverschap, vroeg ik haar. Hoe denkt en werkt een schrijver? Was de eerste zin ook de eerste zin? Dat boek, Mijn leven is mooier dan literatuur, is er gekomen, en daar waren we allemaal heel blij mee."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden