Interview

Laatste gesprek met Joost Zwagerman: over stilte en zelfverdwijning

Babel Magazine, een faculteitsblad van de UvA, bracht vorige week dit interview met Joost Zwagerman. De studenten spraken de schrijver, die dinsdag een einde aan zijn leven maakte, over zijn nieuwe essaybundel: De Stilte van het Licht.

30 juni 2015, Joost Zwagerman in zijn tuin. Beeld Vera Duivenvoorden

'Eigenlijk was het heel natuurlijk dat ik op het thema stilte uit zou komen in een boek over kunst,' zegt Joost Zwagerman. 'De stilte, onzichtbaarheid en afwezigheid keren telkens terug in eerder werk van mij.' Een voorbeeld: 'Kijk (...). Ik ben er niet en kijk' - een regel uit een van zijn eerste dichtbundels. Deze thematiek haalde hij ook uit werken van andere schrijvers, onder wie Willem Brakman. 'Brakman zegt in zijn werk dat ieder mens een heel diep compartiment van zijn bestaan kent, waarin hij eigenlijk hunkert naar een vorm van niet-bestaan. Het verlangen om er niet te zijn. Dat verlangen kan ook in kunstwerken zitten, waar stilte symbool kan staan voor de hunkering naar het niet-bestaan. Kunst met een groot stiltecomponent erin: daar heb ik altijd al een zwak voor gehad.'

Centraal in Zwagermans essaybundel De stilte van het licht staat dan ook de vraag hoe stilte eruitziet. Het voorstellen van stilte als afwezigheid van geluid is geen enkel probleem volgens Zwagerman, maar het uitdrukken van stilte door middel van beelden, dát is eigenlijk een zoektocht naar het onmogelijke. Het gebruik van metaforen moet daarbij buiten beschouwing worden gelaten, zoals het afbeelden van een heel klein wezen in een uitgestrekt landschap. Je ziet dan immers wel de stilte, maar het is niet de stilte zelf: 'Het afbeelden van de stilte zelf, daar hebben veel kunstenaars in de twintigste eeuw hun tanden op stuk gebeten.'

Verbazing
Wanneer hij eenmaal is begonnen met praten, is het lastig Zwagerman te onderbreken. Voorbeelden van stilte in de literatuur, in zijn eigen werk of dat van Gerard Reve, en stilte en verdwijning in de kunst, zoals bij perfomance-kunstenaar Marina Abramovic, omschrijft hij kleurrijk.
'Door zielsverhuizing weet je pas wat stilte is. Luister maar naar Prince, een volbloed romanticus. In een nummer dat If I was your girlfriend heet, eindigt hij met de zin 'Now I know what silence looks like'. Kortom: de ik-figuur probeert door de stilte en in de stilte zijn geliefde te bereiken. En niet door zijn geliefde te bezitten en haar te willen, maar door de ander te willen zijn.' Zelf hoopt hij nu een aanstekelijk beeld voor de lezer te hebben beschreven van deze zoektocht naar de stilte.

Ontwapenend, zonder veel rompslomp, maar met genoeg diepgang neemt Zwagerman de lezer in De stilte van het licht mee op de zoektocht naar de verbeelding van de stilte door vier thema's te behandelen: stilte, schoonheid, onbehagen en zelfverdwijning. Over zijn schrijfstijl en opvatting van kunst is Zwagerman duidelijk: 'Ik schrijf over kunst met de wapenuitrusting van een romancier. Ik probeer met taal mijn ervaring van kunst over te brengen en recht te doen aan de kunstenaar. Door met artistieke middelen andermans artistieke presentaties te beschrijven vanuit een bewondering voor en nieuwsgierigheid naar de wereld. Ik laat mij graag verbazen door andermans werk.'

Alles is gekleurd
Verbazing en nieuwsgierigheid zijn voor Zwagerman van groot belang, vooral bij het beschrijven van kunst: 'Het werk van K. Schippers is hier een goed voorbeeld van. Ooit schreef hij: 'Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is.' Iedereen ziet natuurlijk dat alles gekleurd is, maar in de praktijk van alledag zien we het niet écht, het wonder dat de wereld kleuren heeft.'

'Een andere dichtregel, genaamd Nederland, laat dit ook zien: 'Als dit Ierland was, zou ik beter kijken.' In een nieuwe omgeving ben je ontvankelijk voor andere kleuren, geluiden enzovoorts, je kijkt anders naar de werkelijkheid. Deze onschuldige blik zou je eigenlijk moeten implementeren in het dagelijks leven, of een stapje verder: bij het kijken naar kunst.'

Kunst kan de zintuigen volgens Zwagerman trainen, maar dit is niet voor iedereen een noodzakelijkheid. Wel vindt hij dat meer mensen de gelegenheid moeten krijgen te ervaren dat kunst er is, bijvoorbeeld in het onderwijs, waar meer ruimte zou moeten komen voor kunst en ook literatuur. 'Een plicht van de samenleving,' aldus Zwagerman. 'Daarna mogen mensen zelf bepalen of ze kunst een rol willen laten spelen in hun leven.'

Essentiële sensatie
Naast kijken met een nieuwsgierige en open blik is kennis over kunst voor Zwagerman essentieel: 'Mijn vorige boek over kunst heette niet voor niets Kennis is geluk. Een ondergewaardeerd begrip, dat in mijn geval zeker voor kunst geldt. Toen ik zeventien was, ging ik met mijn middelbare school naar Amsterdam. In die tijd, vanuit Alkmaar, een wereld van verschil. Toen we halverwege de bustrip te horen kregen waar we naartoe gingen - het Stedelijk Museum - viel de sensatie snel uiteen in plakjes teleurstelling. Met vijftig scholieren sjokte ik naar binnen, waar ik oog in oog kwam te staan met een blauwe monochroom. Tsja.'

'Toen ik een jaar of 23, 24 was, kwam ik erachter dat dit blauwe monochroom een werk was van Yves Klein en dat deze kunstenaar jaren de hele wereld was afgereisd op zoek naar het mooiste blauw van de wereld: van Mexico tot de Noordpool. Dit mooiste blauw vond hij uiteindelijk in een basiliek in Assisi, in de blauwe gewaden van de engelen op een fresco van Giotto. Sindsdien fixeerde hij zich op dit blauw: een ode aan Giotto. Sinds ik dit weet, kijk ik met andere ogen naar de blauwe monochromen van Yves Klein.'

Handenwrijvend nieuwsgierig
Vol verbazing ontdekte Zwagerman dat hij in de loop van de jaren iets minder hartstochtelijk is gaan lezen, maar wel hartstochtelijk bleef kijken naar kunst. Als hij leest over een bepaalde tentoonstelling van een kunstenaar wiens werk hij graag wil zien, wordt hij nog steeds overvallen door een handenwrijvende nieuwsgierigheid. Een nieuwsgierigheid die kan uitgroeien tot een ware sensatie als hij de juiste kunst op het juiste moment ziet. En als hij weer met een onschuldige blik naar kunst kan kijken. Want het prachtige aan kunst is volgens Zwagerman juist de illusie dat je je onschuld hebt herkregen.

'Ik denk dat kunst je op onverhoedse momenten kan verzoenen met het bestaan, terwijl je misschien eigenlijk helemaal niet op zoek bent naar zo'n verzoening. Dat is ook een typisch kenmerk van kunst. Dat geldt trouwens ook voor literatuur. Al kijkende of lezende merk je dat er een sensatie ontstaat waar je helemaal niet naar op zoek was. En terwijl je dat ervaart, besef je dat het een vrij essentiële sensatie is. Dat is het mooie van kunst. Het voldoet aan een behoefte waar je zelf eigenlijk niet op afgesteld bent.'

Al jong speelde kunst een rol in het leven van Zwagerman. Hij wilde kunstenaar worden en deed er enorm zijn best voor. Hij keek op tegen de wereld van kunstenaars, wilde er deel van uitmaken. Wat voor kunst hij maakte? 'Verschrikkelijke kunst. Het heet niet voor niets kunst, je moet het wel kunnen. Ach ja,' verzucht hij. 'Je kunt mokkend in een hoekje gaan zitten of bedenken dat het niet zo moet zijn. Schrijven was toen al een onderdeel van mijn leven, maar een vanzelfsprekend onderdeel, ik stond er niet bij stil. Maar wat is er nu mooier dan je sensatie bij het kijken te omschrijven en al schrijvend zo dicht mogelijk bij de kunst te komen?'

Beeld Vera Duivenvoorden
Beeld Keke Keukelaar
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden