Kweekvijver voor nieuwe dansers

Er is veel freelance danstalent in Amsterdam, maar hun werk is weinig te zien omdat er nauwelijks podia voor zijn. Om acht aanstormende dansmakers een duwtje in de rug te geven en nieuw publiek te vinden, heeft Gary Feingold de serie Dance Stories georganiseerd. 

Het verpakte lichaam heeft veel te vertellen in I am a poem, there is no way out. Beeld NIENKE ELENBAAS

Gary Feingold loopt ze bijna dagelijks tegen het lijf: danskunstenaars met talent, maar zonder mogelijkheid zich aan publiek te presenteren. Feingold is directeur van de Henny Jurriëns Studio, die lessen en workshops geeft aan onafhankelijke professionele dansers die buiten de gevestigde gezelschappen werken. Zij moeten het lichaam, hun instrument, in topconditie houden. Hun belangrijkste doel: mee dansen in voorstellingen en zelf choreografieën maken.

Feingold regelde iets voor deze groep: Dance Stories. Dat is een serie van vier programma’s in Het Amsterdams Theaterhuis, waarin telkens twee talenten eigen werk aan publiek tonen.

Maatje groter

“Het is een leuk theater, technisch goed geoutilleerd en met een behoorlijke grote dansvloer. Ik kan het bovendien huren voor een zeer betaalbare prijs.” Het is een maatje groter dan het podium in Café Belcampo in De Hallen, waar Feingold eveneens met regelmaat voorstellingen presenteert onder de naam First Fridays.

Een fijne presentatieplek is één ding, maar Feingold wil zijn dansmakers ook ruimte aanbieden om te repeteren en een bescheiden honorarium. Twee fondsen en een private geldschieter, dansgezelschap LeineRoebana en Het Nationale Ballet sprongen bij met respectievelijk financiële ondersteuning en studioruimte.

Dat was voldoende om vorige maand met de eerste editie Dance Stories te beginnen en die loopt tot de zomer. “Dat dit nodig is, komt doordat Amsterdam nog altijd geen goed productiehuis heeft voor dans of performance. Dans­makers heeft te weinig geld en het Veem is maar honderd dagen per jaar open.”

Bont gezelschap

De acht makers selecteerde Feingold zelf. Of ze een klassieke of een moderne achtergrond hebben maakt hem niet uit. Zijn criterium is: wie heeft een stuk van maximaal een half uur dat ook voor niet-ingewijden begrijpelijk is. Dat is volgens hem de basis om in de stad een groter en diverser publiek op te bouwen: combinaties van korte, toegankelijke dansvoorstellingen in kleine theaters.

Feingold koos voor een bont gezelschap. Makers die dans en mode studeerden (Anna Jacobs & Hanna van der Meer), urban dans (Emma Evelein) of toneel (Laila el Bazi). Ze werken in een klein collectief (Chronos), dansten in een groot gezelschap (Peter Leung) of werden buiten Nederland geboren (Corneliu Ganea in Roemenië, Klevis Elmazaj in Albanië).

“Ze hebben allemaal talent en hun werk moet hier vaker te zien zijn,” aldus Feingold. “Ik ben blij dat ik dit nu met al deze kleine beetjes steun kan realiseren. Na deze voorstellingen rolt de bal wellicht verder.”

Dance Stories: 22/03, 23/03, 19/04, 20/04, 31/05, 01/06, Het Amsterdams Theaterhuis

Jacobs & Van der Meer

Anna Jacobs (Geleen, 1988) en Hanna van der Meer (Leiden, 1986) studeerden beide aan de Rambert School in Londen. Daarna volgden ze een mode-opleiding en dansten ze een aantal jaren in verschillende projecten. Toen was het tijd voor Luna­tics & Poets: daarmee maken ze ‘interdisciplinaire en beeldende producties die het poëtische en het absurde combineren’.

Tijdens Dance Stories is hun duet I am a poem, there is no way out te zien. De kortste versie, een dansfilm van 5 minuten, is deze maand op Cinedans vertoond. Voor de Internationale Duet Competitie in Rotterdam maakten ze een choreografie van 10 minuten, waarmee ze de Club Guy & Roni Productieprijs wonnen. Op het podium in Amsterdam is het een stuk van 20 minuten.

Inspiratiebron vormen gedichten en verhalen van Charles Bukowski. “We zijn fans, omdat hij schrijft over alledaagse taferelen maar niet om de bijbehorende emoties heen draait. Daardoor is zijn werk tegelijkertijd licht en zwaar, het heeft verschillende kleuren. Het is interessant om daar beweging aan te koppelen, omdat een lichaam ook die twee kanten heeft. Anonimiteit en identiteit zijn de sleutelwoorden voor dit duet. We dansen zelf, maar onherkenbaar. Onze gezichten laten we nooit zien, het is een zoektocht hoe het lichaam communiceert. Wat gebeurt er als we dat bewegende lijf verpakken, vervormen of juist afpellen? Invent and reinvent yourself, luidt ons motto. Daar gaan dans en mode voor ons over.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden