Plus

Kwab in Rijksmuseum: Dutch design in de Gouden Eeuw

In het Rijksmuseum is vanaf zaterdag Kwab te zien, over een ontwerpstijl die opgang maakte in de zeventiende eeuw. Paul en Adam van Vianen, edelsmeden en broers, hadden een sleutelrol in deze trend.

De beroemde kan van Adam van Vianen (1614). Beeld Rijksmuseum

Met witte handschoentjes verschuift Reinier Baarsen de zilveren kan in een vitrine. Een slagje naar links, toch weer iets terug. De conservator meubelen van het Rijksmuseum wikt en weegt, loopt naar de entree van de zaal en stelt zich voor hoe de bezoeker binnenkomt.

Uiteindelijk kiest hij ervoor een aapje op de voet van de kan richting toeschouwer te laten kijken. "Zo'n kan heeft geen voor- of achterkant, daarom hebben we een video gemaakt die je de indruk geeft dat je het object vasthoudt. Je kunt het eigenlijk alleen waarderen als je het kan hanteren."

Kan
De kan is het pronkstuk van de tentoonstelling Kwab in het Rijksmuseum. Het is een object met een bewogen geschiedenis. Adam van Vianen (1568/69-1627) maakte de kan in 1614 ter na­gedachtenis aan zijn overleden broer Paulus. Het heeft er alle schijn van dat het object het ­beroemdste kunstwerk van Nederland was in de zeventiende eeuw.

De kan is dan ook vaak op schilderijen afgebeeld. Al in 1615 schilderde Pieter Lastman hem op Bewening bij het kruis. Op de tentoonstelling hangen drie schilderijen vlak naast de kan: Lastmans Paulus en Barnabas in Lystra (1617), De grootmoedigheid van Scipio (ca. 1650) van Gerbrand van den Eeckhout en Pandora (1676) van Barend Graat.

Uitvinder
Paulus van Vianen (ca. 1570-1614), broer van Adam, geldt als uitvinder van het kwab­ornament. Een drinkschaal uit 1607 laat zien dat Van Vianen onwaarschijnlijk vaardig was in het maken van sfeervolle voorstellingen in zilver. Paulus van Vianen kon zich meten met de grootste beeldhouwers.

In 1603 werd hij aangesteld aan het hof van keizer Rudolf II in Praag, broedplaats van artistieke ideeën. De realistische voorstelling op een schaal uit 1607 is afgezet met kwabachtige vormen. Op de voet, de stam en aan de onderzijde van de dekplaat verschijnen botten, fratsige maskers, pezige vormen en schedels van rammen. De voorstellingen op de schaal zijn verbonden door organische vormen.

Het eerste zilveren object met kwabornamenten maakt duidelijk dat 'kwab' lastig te omschrijven is. De kwab is een ornament en in principe abstract, maar de vormen zijn vaak gebaseerd op beenderen, schelpen en andere organische vormen. In de zilveren objecten vloeien de vormen in elkaar over. Zodra je denkt wat je ziet, lijkt het toch weer iets anders. Een masker of een monster, vaak ook vormen die je niet kunt beschrijven. De kwabvormen suggereren van alles, maar tegelijk zijn ze niets.

Uit de geest
Dat verklaart misschien ook de waardering in de zeventiende eeuw, toen een scherp onderscheid werd gemaakt tussen kunst naar het leven en kunst uit de geest. Die laatste categorie werd veel hoger gewaardeerd. Een historieschilder moest bedenken wat hij ging schilderen en dat werd veel hoger aangeslagen dan het naschilderen van iets dat al bestond. Kwabornamenten kwamen ook uit de geest van de maker voort. Ze bootsen niets na, maar zijn uniek.

Als Paulus in 1613 in Praag overlijdt, beslist het Amsterdamse zilversmidsgilde om zijn broer opdracht te geven voor een kan ter nagedachtenis. Een vreemde beslissing, want gildes sprongen alleen in de bres voor eigen leden. Blijkbaar waren de gebroeders Van Vianen van een buitencategorie. Misschien weerspiegelt het ook een vleugje nationale trots, waarvoor plaatselijke belangen opzij werden gezet.

Pandora van Barend Graat (1676), waar de kan op is afgebeeld Beeld Rijksmuseum
kabinet van onbekende hand (ca. 1660-1670) Beeld Rijksmuseum
Man en vrouw bij een virginaal van Gabriel Metsu (ca. 1665) Beeld Rijksmuseum

Twee broers
Hoe dan ook was Adam van Vianen de ongekroonde opvolger van zijn beroemde broer. Baarsen: "Dat is ook zo ongelofelijk, dat je twee broers hebt die zo verschrikkelijk goed zijn. Ik ken daar onder zeventiende-eeuwse schilders geen voorbeeld van. Er zit natuurlijk ook een technisch aspect aan. Ze moeten samen een heel goede opleiding hebben gehad, maar het waren ook gewoon genieën."

In Amsterdam werd het superieure vakmanschap van de Utrechter Adam van Vianen ­erkend, maar toen hij in 1627 overleed, hoopte men stilletjes dat er een opvolger uit eigen gelederen zou opstaan - en dat gebeurde ook nog. ­Johannes Lutma (1584-1669) groeide uit tot de beroemdste edelsmid van zijn generatie en hij wordt in de Kwab-tentoonstelling als het derde genie gepresenteerd. Hij excelleert in een grote schaal die de vorstelijke pracht van de Amsterdamse elite weerspiegelt. Op de rand van een kleine drinkschaal staat een fantasiedier dat naar beneden kijkt, waar de kop van een monsterlijk wezen opdoemt in zilver.

Slijmerige zeewezens
Rembrandt maakte in 1656 een geëtst portret van de beroemde zilversmid, die in gedachte verzonken op een stoel zit. Naast hem prijkt het drinkschaaltje. Het is alsof Rembrandt in Lutma zijn gelijke heeft gevonden, zij het in een andere discipline. Op de tentoonstelling zijn ook twee deuren van het koorhek en andere vergulde elementen uit de Nieuwe Kerk te zien, ontworpen door Lutma en zijn zoon.Kwab was geliefd en alomtegenwoordig, maar een echte stijl als rococo of art nouveau werd het niet. In de zeventiende eeuw gebruikte men de term kwab ook niet, al werd de decoratiestijl wel onderkend. De negentiende-eeuwse smaak had een uitgesproken hekel aan de kwabstijl met de weinig verheven slijmerige zeewezens en slakachtige druipvormen. Baarsen: "Rococo en art nouveau zijn net als kwab antiklassieke stijlen, met vormen die aan de natuur doen denken. Toch denk ik dat kwab ook hier maar beperkt is doorgedrongen. Ik denk dat je intellectueel moest zijn én geld moest hebben om dit te waarderen en die combinatie ligt niet erg voor de hand. Het is gewoon een zeer hoge kunstvorm."

Kwab, t/m 16/9 in het Rijksmuseum

Rembrandt de ontwerper

De gebroeders Van Vianen en ­Johannes Lutma werden wereld­beroemd met hun kwabstijl. Minder bekend is dat ook Rembrandt ontwerper van kwabornamenten was. In zijn schilderijen wemelt het van ­objecten in de kwabstijl. Op de tentoonstelling is het schilderij De heilige familie te zien, dat voorzien is van een denkbeeldige kwablijst. En het gouden bed op Rembrandts schilderij Danaë is één groot kwabmeubel. Men vermoedt dat Rembrandt door dit ledikant te schilderen het ontstaan van kwabmeubelen heeft gestimuleerd.

Wekelijks een overzicht van de nieuwste hotspots, uitgaanstips, films en restaurants in je mailbox? Schrijf je dan nu in voor de Stadsgids-nieuwsbrief van Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.