PlusAchtergrond

Kunstsector reageert op minister De Jonge: ‘Wat een minachting’

De kunstsector reageert verontwaardigd op de persconferentie van dinsdag, toen demissionair coronaminister Hugo de Jonge stelde dat Nederland wel ‘een dag zonder’ theaters en musea kan. ‘We worden gediscrimineerd.’

Demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) loopt over een loper, gemaakt van posters van allerlei door de coronapandemie geannuleerde voorstellingen en concerten.  Beeld ANP
Demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) loopt over een loper, gemaakt van posters van allerlei door de coronapandemie geannuleerde voorstellingen en concerten.Beeld ANP

Verbijsterd zat de Amsterdamse kunstenaar Tinkebell dinsdagavond voor de televisie. “Wat een onbenul, wat een minachting,” blikt ze een dag later terug op de persconferentie, waarin de kunstinstellingen opnieuw niet voorkwamen in de aangekondigde versoepelingen en demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zich niet erg tactisch uitliet over de sector.

“We zijn allemaal kunstliefhebber en we gaan graag naar een theater en een museum,” waren de woorden van De Jonge. “Maar stel je voor dat je een dag zonder zou moeten, dan kan dat.” De opmerking staat niet op zichzelf. Onlangs zei de minister in een Kamerdebat dat ‘je ook níét naar het theater kunt gaan en een mooie dvd kunt opzetten’.

In verkeerde keelgat

Dit soort uitspraken schiet om verschillende redenen in het verkeerde keelgat bij mensen uit de sector – allen weten ze desgevraagd niet waar ze moeten beginnen. Net als Tinkebell stelt De Balie-directeur Yoeri Albrecht allereerst vast dat zulke teksten enorm vernederend zijn.

Om te beginnen voor de 5 procent van de beroepsbevolking die werkzaam is in de sector, aldus Albrecht. “Die mensen werken daar vanuit passie en overtuiging, en nu verdwijnt hun bestaan. Mensen zijn zich aan het omscholen, moeten een nieuwe levensinvulling vinden. En dan kiest de regering ervoor om te praten over ‘een dagje’. Hoe kun je dat nu zeggen?”

Daarnaast impliceren de opmerkingen dat kunst en cultuur niet zo belangrijk zijn, zegt Tinkebell. Het tegenovergestelde is volgens haar waar. “Kunst zorgt ervoor dat we beter kunnen denken, ingewikkelde situaties kunnen verwerken, met stress kunnen omgaan. Dat is juist het allereerste dat we nodig hebben om met deze pandemie te kunnen dealen.”

Ook de directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem, Ann Demeester, snapt niet waarom kunst en cultuur wederom ‘onderaan de prioriteitenladder bungelen’. “Wij hebben ons lang stil gehouden uit respect voor de situatie en iedereen die het moeilijk heeft. Maar nu op allerlei vlakken risico's worden genomen, valt niet meer te verklaren waarom een museum niet open mag. De sector wordt gediscrimineerd.” Overigens wordt een uitzondering gemaakt voor culturele buitenlocaties, die mogen vanaf 19 mei weer open.

Testwet

“Het kabinet gaat ervan uit dat mensen louter gebaat zijn bij materiële zaken,” aldus Albrecht. “Het is de totale ontkenning van de mens als psychologisch wezen met behoeftes die verder gaan dan consumeren,” zegt hij. “De regering geeft de voorkeur aan kopen, en niet aan ervaren en beleven. Dat is heel schokkend.”

Echt verbazingwekkend vindt Albrecht de opmerking van De Jonge dinsdagavond overigens niet, ‘eerder bevestigend’. Volgens hem blijkt al een jaar lang dat de sector niet hoog op het prioriteitenlijstje staat van de overheid. Sterker nog, ze komen niet eens voor op de lijstjes. “In al het cultuurgerelateerde coronabeleid gaat het over recreatie, zoals festivals en pretparken. De kunst wordt daarmee over een kam geschoren. Maar de python in de Efteling is geen kunst.”

Dat er geen onderscheid wordt gemaakt bleek deze week bijvoorbeeld uit de zogenoemde testwet, die eerder op dinsdag werd aangenomen in de Tweede Kamer. Deze wet regelt dat bepaalde sectoren, zoals theaters, voetbalclubs en delen van de horeca, weer meer publiek kunnen ontvangen, op voorwaarde dat bezoekers zich van tevoren laten testen.

Nekslag

Deze wet biedt weliswaar uitkomst voor festivals en massa-evenementen zoals sportwedstrijden waar veel mensen dicht op elkaar zitten, stellen honderden prominenten uit de kunstsector maandag in een open brief gepubliceerd in NRC, maar is een nekslag voor musea, theaters, concertzalen en bioscopen. De brief was een initiatief van Albrecht en Tinkebell.

Het vooraf testen zou namelijk een te grote drempel opwerpen voor bezoekers, legt Demeester uit. “Op een terras kun je gewoon gaan zitten, maar voordat je een museum in mag moet je eerst een soort hindernisparcours af. Dat is voor een festival als Dance Valley misschien nodig, maar niet bij kleine tot middelgrote kunstruimten. Die hebben al zulke veilige protocollen opgesteld, dat extra testen niet nodig is. Vrijen met drie condooms om is niet veiliger dan met één.”

“De denkfout die gemaakt wordt,” zegt ook Albrecht, “is dat een poeziëavond voor een paar mensen hetzelfde regime zou moeten krijgen als een groot festival met duizenden bezoekers.”

Ook Tinkebell vindt dat je ‘Lowlands niet op een lijn met de Hermitage kunt zetten’. Die laatste kan allang verantwoord open en het belang daarvan zou De Jonge volgens haar wellicht zien als hij ‘zelf eens naar een museum zou gaan’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden