PlusAchtergrond

Kunstenaar werkt al 5 maanden aan exacte kopie van de Nachtwacht: ‘Er komt geen eind aan’

Kunstenaar Lisa Wiersma. Zij maakt voor het tv-programma Het geheim van de meester een exacte kopie van de Nachtwacht. 
 Beeld Jean-Pierre Jans
Kunstenaar Lisa Wiersma. Zij maakt voor het tv-programma Het geheim van de meester een exacte kopie van de Nachtwacht.Beeld Jean-Pierre Jans

Nachtmerries krijgt ze er soms van, maar ze buffelt door. Kunstenaar Lisa Wiersma werkt al vijf maanden lang aan een exacte kopie van De Nachtwacht. ‘Ik blijf doorwerken en tegen mezelf zeggen: dit is leuk werk, niet zeuren.’

Lisa Wiersma is niet het type dat bij tegenslagen haar schilderspalet woest door het atelier smijt, maar in de eerste maand van de monsterklus kwam het aan op zelfbeheersing. Het doek – 4 bij 5 meter – zoog zoveel verf op, dat elke penseelstreek na twee dagen was verdwenen. De behandeling van het schilderij duurde liefst een maand. “Alle gezichten die ik had geschilderd, moesten opnieuw. Daar kreeg ik zoveel stress van, dat ik nachtmerries kreeg. Zou dit werk wel op tijd klaar zijn?” vertelt ze.

Wiersma’s deadline is over vijf weken. Eind vorig jaar werd ze gevraagd door de makers van tv-programma Het geheim van de meester om Rembrandts beroemdste werk te reconstrueren tot in de allerkleinste details. In april begon ze eraan. Behalve de grootte en de moeilijkheidsgraad van De Nachtwacht – doe de grootmeester maar eens na – was er een derde bijzonderheid: haar atelier was middenin het Rijksmuseum, tegenover het origineel.

Saai

Speciaal voor dit project werd een steiger gebouwd, die met een knopje omhoog en omlaag kan langs het enorme doek. In de eerste maanden werkte Wiersma – witte schildersjas, rode All Stars – in stilte op die stellage. Vanwege corona was er geen publiek toegestaan. Inmiddels kijken toeristen dagelijks op haar vingers, maken foto’s en leveren commentaar.

Vandaag staat er een klein ventje tussen de toeschouwers. “Hoe lang schildert zij. Krijgt die mevrouw wel te eten?” vraagt hij zich hardop af. “En mag ze pauze nemen?” Gefascineerd blijft hij staan kijken. Als zijn ouders een kijkje willen nemen bij de échte Nachtwacht, is zijn spanningsboog op. “Saaaaai!” klinkt het.

Ook Mike Sterk (59) uit Eindhoven staart langer naar het werk van Wiersma dan naar het eeuwenoude exemplaar aan de overkant. Hij is voor het eerst van zijn leven in het Rijksmuseum. “Vijf maanden? Wát een geduld heb jij,” complimenteert hij.

De schilder glimlacht. Ze werkt vier dagen per week, zes uur per keer. Licht ongeduldig is ze inmiddels wel, bekent ze. “Ik wil graag op vakantie, maar tegelijkertijd wil ik niet dat het project uitloopt. Dus ik blijf doorwerken en tegen mezelf zeggen: dit is leuk werk, niet zeuren.” Ze heeft geen last van de nieuwsgierige blikken. “Het grappige is dat ik – na vijf maanden – nu vaak hoor: wat moet je nog veel doen! Terwijl ik juist best ver ben.”

De lekenopmerking is begrijpelijk. Wie naar de vorderingen van Wiersma kijkt, ziet nog veel bruine vlakken en donkere kostuums. Het belangrijkste duo – kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch – die in het originele schilderij letterlijk in het stralende middelpunt staan, lijken nu één van de vele schutters. De dramatische licht-donkereffecten waar Rembrandt om wordt geroemd, volgen nog, belooft ze.

Het moeilijkste deel heeft de schilder achter de rug. Dat zat ‘m in de gezichtsexpressies van de ruim twintig figuren op het doek. “Wanneer een verfstreek in het gezicht niet klopt, zie je dat meteen. Bij de kostuums, waar we nu aan werken, kan ik iets losser schilderen. Omdat we in het begin zoveel vertraging hadden, heb ik losgelaten dat elke lijn precies hetzelfde moet zijn. Dan ben ik volgend jaar nog niet klaar.”

Dat klinkt alsof ze uit de losse pols de kostuums inkleurt, maar zo is het ook weer niet. Wiersma doet zeker een uur over de witte plooikraag van een schutter. Ze werkt met de penseel in haar rechterhand en haar mobiel in de linkerhand. Op het schermpje van haar telefoon zoomt ze in op een foto van De Nachtwacht. “Die heeft zo’n hoge resolutie dat ik zelfs alle barstjes in de verf kan zien. Soms loop ik ook even naar de overkant, maar de details zie ik op de foto eigenlijk beter.”

Het geheim van de meester zal waarschijnlijk in januari op televisie komen. Daarin is te zien dat Wiersma hulp krijgt van haar zusje Maria – ook schilder en illustrator –, vier collega-schilders, restaurateur, materiaaldeskundige en wetenschapshistoricus. “Ik hoop dat Rembrandt ook hulp heeft gehad. Het geheel is prachtig, maar al die poppetjes... Er komt geen eind aan. Ben je met de één klaar, wachten er nog tien. En ze hebben allemaal een speer, helm of vlag. Dat maakt het schilderen eentonig.”

Mest en urine

Op haar verstelbare werkplek staat alleen een kleine tafel met daarop een schilderspalet en verschillende tubes verf. In de zeventiende eeuw kwam er uiteraard nog geen verf uit de fabriek. Er werden de gekste stoffen gebruikt om pigment te verkrijgen, zoals mest, urine en botten van dieren. Net als de eerdere edities van het AvroTrosprogramma was aanvankelijk het idee om de verf zelf te maken, maar gezien de werkplek – in het Rijksmuseum kan je niet naar hartenlust poedertjes mengen – en de geringe tijd was dat ondoenlijk voor alle kleuren. “Verf uit tubes is lekker smeuïg. Dat schildert heel soepel, maar geeft niet dezelfde effecten en structuren als bij De Nachtwacht. Ik hoop dat het vanaf afstand straks lijkt op het origineel.”

Eind september, als dit megaproject eindelijk klaar is, zal het schilderij worden verouderd door een restaurator zodat de kleuren beter overeenkomen met Rembrandts werk uit 1642. Ook wordt er aan alle kanten een stuk van het doek gesneden. Dat gebeurde met het origineel namelijk ook. 46 jaar na de dood van de grootmeester werd zijn werk verplaatst naar het toenmalige stadhuis, het huidige Paleis op de Dam. Daar bleek het doek te groot voor zijn nieuwe plek, tussen twee deuren in, waarop het werd ingekort. “Die twee schutters en dat kindje op links zullen het niet overleven,” wijst ze. Wiersma weet dat het pijnlijke moment gaat komen. “Ik protesteer al weken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden