PlusInterview

Kunstenaar Salim Bayri reist heen en weer tussen culturen, vormen en media

Beeldend kunstenaar Salim Bayri is genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst, in de categorie Stimuleringsprijs. ‘Dingen bestaan niet op zichzelf, maar altijd in relatie tot andere dingen’.

Salim Bayri.Beeld Eva Plevier

Beeldend kunstenaar Salim Bayri is geboren in Casablanca (Marokko), maar is momenteel voor twee jaar resident aan de Rijks­akademie in Amsterdam. Bayri omringt zichzelf met een alter ego dat hij Sad Ali noemt, een verkorting van ‘sad alien’. Deze cartoonachtige figuur heeft geen organen, onderneemt geen acties en in tegenstelling tot een cartoonfiguur spreekt hij niet. Als ‘verdrietige buitenstaander’ voelt hij zich nergens thuis.

Bayri combineert films met verhalen over wat hem opvalt. Zijn werk stimuleert hem om na te denken over maatschappelijke thema’s, maar er is altijd een licht absurdistische ondertoon. Hij reist voortdurend heen en weer: tussen verschillende culturen, vormen en media. Uit het juryrapport: ‘Juist doordat Bayri veel belang hecht aan beweging en ongrijpbaarheid, wordt het thema waarheid in zijn oeuvre ‘de olifant in de kamer’; iets waar je steeds omheen blijft draaien, zonder het te kunnen vangen. Juist deze paradox, die op heel veel manieren raakt aan de thema’s van deze tijd, maakt dat de jury zeer uitkijkt naar Salim Bayri’s ontwikkeling.’

Wat kenmerkt uw werk?

“Sommigen zeggen dat het grappig is. Sommige mensen snappen niet waar het om gaat, maar vinden het toch goed. Sommige mensen zeggen dat het triest is, bitterzoet eigenlijk. Anderen zeggen dat het heel vrij is, omdat ik in allerlei disciplines werk. Met massa en materie maar ook digitaal en online. Tekst, geluid, muziek, van alles. Ik maak alleen geen grote schilderijen.”

Wat betekent Amsterdam voor u?

“Het is een stad met een lange historische basis. Dat vind ik mooi. En een lange geschiedenis van inclusiviteit. Het zit in de cultuur, het is niets nieuws. Sinds de zeventiende eeuw konden mensen die vervolgd werden naar Amsterdam komen, om allerlei redenen. Een plek voor vluchtelingen.”

Waarom bent u naar Nederland gekomen?

“Voordat ik naar Amsterdam kwam, ging ik naar Groningen. Om te ontsnappen aan een slechte toekomst. Daarvoor woonde ik in Spanje. Ik voelde dat ik daar vast zat. Als kunstenaar lukte het niet om zichtbaar te zijn. Ik heb van alles geprobeerd en toen liep mijn verblijfsvergunning af en moest ik weg. In Groningen kon ik een masteropleiding volgen en de docenten waren heel enthousiast.”

U bent nu tijdelijk weer in Casablanca. Wat bent u aan het doen?

“Ik moet wat administratieve dingen afhandelen. En ik ga hier wat werken produceren. Daarom probeer ik handwerkslieden te vinden om houten totems te maken.”

Kunt u iets vertellen over Sad Ali, uw alter ego?

“De laatste tijd noem ik hem een soort Google zoekmachine, maar eentje die vragen stelt en geen antwoorden geeft. Het is een karakter dat rondzweeft en emoties heeft. Helemaal kunstmatig en digitaal, als een huid zonder inhoud.”

Vorig jaar zat u tijdens een tentoonstelling op de Rijksakadamie in een hoek, hoog boven de bezoekers, achter een computer.

“Ik probeerde afstand te scheppen tot mijn eigen werk, om een vreemde te worden van wat in de ruimte te zien was. Zo wilde ik een nieuwe betekenis geven aan de werken daar. Soms kan iets een andere betekenis krijgen, afhankelijk van wat ernaast ligt of in welk verhaal het is opgenomen. Dingen bestaan niet op zichzelf, maar altijd in relatie tot andere dingen.”

Uw atelier op de Rijksakademie wordt ook gebruikt voor jiujitsu.

“Ik had tatamimatten meegenomen uit Groningen. Ze waren best duur en ik wilde ze niet weggooien. Die matten waren het eerste wat ik meenam naar het atelier. Toen dacht ik: waarom doe ik niet een activiteit samen met de andere residents? Want er is sowieso competitie tussen de kunstenaars, het verblijf daar is een soort game. Iedereen vond de jiujitsu heel leuk, dus we gingen ermee door. Tot corona kwam.”

Toen maakte u onder andere de Tower Bridge in Londen na in chocoladerepen.

“Ik vond het leuk dat het een ambitieus ding is, maar tegelijk gemaakt van heel zacht materiaal. De kans op mislukken was heel groot. Het is een goed voorbeeld van hoe dit jaar is geweest. De weg is een overgangsfase. Je kunt niet anders doen dan kijken of het in elkaar stort.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Misschien een houten deur maken, of olijfolie. Goede olijfolie, zodat ik goed kan eten. Daarna kan ik goede kunst maken.”

Het prijzengeld bedraagt 35.000 euro. Wat gaat u daarmee doen als u wint?

“Ik zou het voor een deel gebruiken om andere kunstenaars te steunen. Misschien ga ik kunst kopen, dat wilde ik altijd al doen. Of mensen in dienst nemen, meer samenwerken. Ik heb een programmeur ingehuurd, dat was heel goed. Ik zou ook willen reizen, vooral naar Ethiopië. Dus ik wil het gebruiken om mensen in te huren en geïnspireerd te raken door reizen.”

De shortlist

De winnaars van de ­Amsterdamprijs voor de Kunst, de grootste cultuurprijs van de stad, worden 26 oktober in ITA bekend­gemaakt. De zeven genomineerden:

1. Shishani Vranckx

2.Duran Lantink

3.Salim Bayri

4.Oscam

5.Jungle By Night

6.Mezrab

7.Jennifer Tee

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden