PlusAchtergrond

Kunstenaar Julian Stips: ‘More is more, dat is mijn credo’

Vrijdag opent de eerste soloshow van kunstenaar Julian Stips. In contrast met zijn bescheiden persoonlijkheid is zijn werk zeer kleurrijk en royaal: dandy’s en ambigue, surrealistische persoonlijkheden. ‘Al mijn excentriciteit stop ik in mijn werk.’

Fiona Hering
null Beeld Julian Stips
Beeld Julian Stips

Julian Stips timmert flink aan de weg. Tijdens een groepsexpositie bij Fos­bury & Songs vorig jaar vloog zijn werk nog net niet de deur uit. Danie Bles, eigenaar en directeur van de Amsterdam Fashion Week, kocht drie werken. Haar ­favoriet: een digitaal ingekleurde illustratie van een vrouw in een Balenciagajurk hangt thuis boven de panterprintbank in de keuken. Ze is een van de velen uit de modewereld die als een blok vallen voor de royale en kleurrijke stijl van Stips en dat betaalt zich uit: vrijdag opent zijn eerste solo-expositie in de I love illustration Gallery in De Hallen, de eerste belangstellenden hebben zich al gemeld.

Het belooft een levendige en bonte verzameling te worden van zo’n 25 werken – hij is nog druk aan het schilderen – mode-illustraties en schilderijen, allen one of a kind. Inspiratie daarvoor vond hij in recente couture- en menswearshows. “Ik had mazzel, de wereld stond op z’n kop en dat heeft veel creativiteit opgeleverd, grenzen werden verlegd, heerlijk om mee te werken.”

Hij werd vorige week 31 en met de jaren is hij rustiger geworden, zegt hij. “Ik heb less fucks to give: ik ben een stuk minder onzeker. Er komt ook meer ziel in mijn tekeningen, en ik weet beter wat ik wil laten zien.”

In 2012 was Stips met zijn eindexamencol­lectie van kunstacademie Artez een van de geselecteerden voor de Frans Molenaar-coutureprijs, maar in tekenen had hij meer plezier. “Ontwerpen vond ik te gek, maar mijn aandacht verwaterde zodra het papiergedeelte voorbij was. Ik ben ook best een einzelgänger en voor ­tekenen hoef je geen rekken kleding in een car2go te proppen. Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het op papier krijgen. Het leukste vind ik om een personage te creëren in een fantasiewereld, waaraan ik vaak interieurelementen toevoeg.”

null Beeld Julian Stips
Beeld Julian Stips

Eerder maakte Stips vooral digitale collages door ingescande texturen en delen van foto’s en schilderijen aan zijn handgemaakte tekeningen toe te voegen. De lockdown gaf hem echter de rust en mogelijkheid om zich op het handmatig schilderen te storten. “Dat deed ik al wel, maar ik was er nog wat onzeker over. Ik ben de afge­lopen anderhalf jaar bijna alleen maar van huis naar mijn atelier om de hoek gegaan, met kwasten in de weer. Ik zat er in een lekkere flow.”

Nieuw voor zijn stijl zijn de grote doeken, twee stuks van 120 bij 80 cm, een kleurexplosie, waarop hij zijn eigen surrealistische fantasie helemaal heeft uitgeleefd. “Waar een collega als Piet Paris meester is in de kunst van het weglaten, doe ik er juist meer zout bij. Mijn credo is: more is more. Mijn huis is ook redelijk more, zeg maar, een bomvol, saliegroen, knus hol.”

Zijn gedetailleerde zwart-witte werk is tijdelijk geparkeerd. “Monnikenwerk. Achteraf bezien zat ik in die periode anders in mijn vel. Ik vond het toen fijn om bijna autistisch aan een tekening te werken, heel secuur, met alleen een potje zwarte inkt en een kroontjespen. Maar op een gegeven moment had ik niet meer zo’n plezier in dat proces en kreeg ik zin om vrijer en meer onbevangen te werk te gaan. De grootste ommezwaai van nu met de hand schilderen is dat ik geen backspace meer heb. Als iets eenmaal op papier staat, is er no way back. Dat vergt een andere concentratie, ik ben me bewuster van elke stap in het tekenproces, dat bevalt me prima.”

Grijs gebied

Hoewel zijn werk nog steeds gedetailleerd is – hij gebruikte zelfs minieme kwastjes bestemd voor nail art – zit er meer vrijheid in, zegt hij. “Mijn eerste schetsen zitten al zo vol details, dat het soms doodsloeg als ik er met allerlei toeters en bellen een eindproduct van wilde maken. Dat vrije en het wilde van die schetsen én het ­gedetailleerde komen nu op een natuurlijker ­manier samen.” Zo krijgt zijn werk de schwung van de Puertoricaanse Antonio Lopez, een van Stips helden, die in de hedonistische New Yorkse jaren zeventig en tachtig faam genoot. “Ik zou zo in een tijdmachine willen stappen, dat moet geweldig zijn geweest.”

Julian Stips. ‘Als ik schilder, spoken er soms tips van mijn vader door mijn hoofd.’ Beeld
Julian Stips. ‘Als ik schilder, spoken er soms tips van mijn vader door mijn hoofd.’

De figuren die hij tekent, zijn dan ook vaak dandy’s, vrouwen en meer ambigue types. “Er is een enorm grijs gebied waarin ik me graag ­beweeg en waar de wereld langzaam ook steeds meer ruimte voor aan het maken is. Dat grijze gebied zit ook erg in mij. Ik heb me altijd zwevend gevoeld tussen de rollen die mannen en vrouwen worden opgelegd, wat een man of vrouw zou moeten zijn, dus dat schemert door in mijn tekeningen. Ik heb mijn hele jeugd in jurken gelopen. Ik ben gelukkig in een fantastisch gespreid bedje gevallen, mijn ouders (kunstenaar Wouter Stips en presentatrice Martine van Os van Omroep Max), en mijn zus en halfbroer hebben daar nooit een wenkbrauw over opgetrokken. Sterker: voor mijn zevende verjaardag kreeg ik een gigantische houten schatkist vol jurken en verkleedstukken.”

Inmiddels is hij niet meer zo uitgesproken. “Ik val niet graag altijd op als persoon, ben best introvert, mijn zelfexpressie bewaar ik voor mijn tekeningen, daarin durf ik alles te laten zien.” Hij bekent op het atelier al een maand hetzelfde T-shirt te dragen. “Maar ik heb wél een vintage double-breasted pak gekocht voor de opening.”

Stips werkt regelmatig voor Het Parool, maakte eerder een tekening op de etalageruit van ­Filippa K in de P.C. Hooftstraat, een muurschildering voor de Urban Outfitters winkel én één voor die van Dr. Martens in de Negen Straatjes. Maar, geeft hij toe, de meeste tijdschriften en merken moeten hem nog ontdekken, zien dat hij toepasbaar kan werken, want vooralsnog maakte hij met name vrij werk. Zichzelf verkopen moest hij leren. “Ik moest aan het idee wennen dat mooi werk maken slechts de helft van dit vak is. Het aan de man brengen, brutaal zijn en netwerken, dat moest van een stuk verder komen dan het tekenen zelf.”

Stronteigenwijs

Met zijn vader Wouter Stips exposeerde hij ­eerder in Wassenaar en Bilthoven. “Heel leuk om naast hem te hangen, maar na twee keer was het wel even genoeg vader en zoon, zeg maar. Het werk van mijn pa is heel anders, veel autonomer, Cobra-achtig, er is niks illustratie aan, maar door het kleurrijke ben ik nu wel een stukje dichter bij zijn werk en ik herken nu ook zijn invloed. Als ik schilder, spoken er soms tips

null Beeld Julian Stips
Beeld Julian Stips

van hem door mijn hoofd, over hoe je een kwast vasthoudt bijvoorbeeld, maar ook smaakgerichte dingen. We zijn allebei stronteigenwijs, maar ik kan me geen fijnere vader voorstellen. Alleen kritiek van hem kan ik slecht hebben. Die komt extra binnen doordat hij zo goed is. Onbewust voel ik toch druk om hem trots te maken en te bewijzen dat ik het kan, ook omdat we in dezelfde lijn van werken zitten en hij zoveel succes heeft behaald.”

“Mijn vader kan álles, maakt ook glasbeelden in samenwerking glasblazers in Italië en Tsjechië, en bronsbeelden. Je kunt het zo gek niet bedenken of hij heeft het gedaan. Toen ik klein was, zat hij ineens weer in Bangladesh: een hospitaalschip aan het beschilderen. Hij kan niet stilzitten en heeft ook niet zo veel onzekerheden of twijfel. Daar ben ik soms wel jaloers op.”

Ach, zijn tijd komt ook nog wel. Hij heeft nu eenmaal een nicheberoep gekozen. Om de eindjes aan elkaar te knopen geeft hij tekenles aan eerstejaarsstudenten van stylingacademie Artemis en werkt hij een avond per week bij ­arthousebioscoop Cinecenter. “Best fijn, want ik heb een vrij solitair beroep en een avond per week 200 mensen aan je voorbij zien gaan en een beetje over koetjes en kalfjes praten, is goed voor de geest. Ik vertrouw erop dat ik op den duur de kost met dit vak kan verdienen, rijk hoef ik niet te worden. In mijn eentje een huis kunnen huren in Amsterdam is voorlopig het doel.”

null Beeld Julian Stips
Beeld Julian Stips

Hij woont nu in een woongroep aan de Overtoom, een voormalig jongensinternaat, tussen studenten, kunstenaars en jonge gezinnen en met een grote tuin met kippen. “Heel kneuterig midden in de stad. Ik ben in vijf jaar tijd twaalf keer verhuisd en werd daar krankjorum van. Over niet al te lang hoop ik dan toch eindelijk een eigen appartementje te vinden. Én natuurlijk die Bijenkorfetalages met mijn werk aan te kleden, of grootser: die van Harrods en Macy’s. En eindelijk eens met mijn portfolio naar New York of Parijs. Ik geloof dat ik daar het zelfvertrouwen nu voor heb.”

Julian Stips solo-expo, I love Ilustration Gallery, De Hallen, Hannie Dankbaarpassage 5, 3 september-10 oktober, werken tussen 350 en 2000 euro.

JeanPaul Paula

Nos Kultura, Papiaments voor ‘onze cultuur’, is de titel van de foto-expo van stylist en creative director JeanPaul Paula in samenwerking met Calvin Klein. Een verzameling intieme beelden over herkomst en black gay identity. Paula, geboren op Curaçao, werd na zijn coming-out min of meer verstoten, de expositie gaat ook over de hereniging met zijn familie. Te zien tot 29 augustus van 12.00 tot 18.00 uur, Hazenstraat 18.

Foam Talent

De vijftiende editie van Foam Talent2021 | Digital toont werk van twintig kun­stenaars uit 72 landen, geselecteerd via de jaarlijkse Foam Talent Call. De rode draad door het werk van de talenten is de focus op de condition humaine. Veel van de werken gaan over herkomst, migratie, afstamming, ontheemding en diaspora. talent.foam.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden