Plus Achtergrond

Kunstenaar Joseph Sassoon Semah: ‘Als Jood heb je geen huis’

Kunstenaar Joseph Sassoon Semah legt in de kunstmanifestatie On Friendship zijn Joods-Iraakse roots vast met beeldende kunst, performances en debatten. ‘Het is een zoektocht naar een culturele erfenis.’

Joseph Semah is niet religieus opgevoed, maar gaat op zoek naar zijn Joods-Iraakse wortels. Beeld Marc Driessen

Generaties lang woonde de familie van Joseph Sassoon Semah in Irak. Joseph werd er in 1948 als oudste kind geboren en was de kleinzoon van de opperrabbijn Sassoon Kadoori in Bagdad. Sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 kregen de Joden het er zwaar te verduren. Toen Joseph amper twee was, werden hij en zijn ouders, samen met de ongeveer 125.000 Joden uit Bagdad, naar Israël getransporteerd. Ze werden gedwongen hun bezittingen achter te laten.

“In Bagdad was ongeveer een kwart van de mensen Joods. Ze vormden de hogere middenklasse, waren vooraanstaande zakenlui, ministers. De culturele motor van Bagdad. Mijn vader was advocaat en juridisch adviseur van het Iraakse leger,” zegt Sassoon Semah (71).

Autodidact

Zijn grootvader weigerde tijdens dit massale transport naar Israël te vertrekken, tezamen met een kleine groep andere Joden. Sassoon Semah pakt een foto van de synagoge van zijn grootvader, de sjoel Meir Tweig in Bagdad, gelegen op de oostoever van de rivier de Tigris. “De synagoge werd nog lange tijd gebruikt voor diensten. Nu komen er geen Joden meer. De sjoel is omringd door Egyptenaren, vluchtelingen uit Syrië en prostituees.”

Zelf is hij niet religieus opgevoed. “Mijn grootvader was heel liberaal. Hij predikte vaak over vrede tussen het jodendom, de islam en het christendom. Geen van zijn drie zonen en twee dochters was trouwens religieus. Ik heb zelf ook geen bar mitswa gedaan.”

Sassoon Semah groeide op in Givataym, een stad ten oosten van Tel Aviv. “Als kind had je geen zorgen. Ja, er was af en toe oorlog. Pas toen ik ging studeren en het leger in moest, begon ik me zorgen te maken over de politiek. Hoe zou het gaan met de Palestijnen, de oorlogen, de maatschappij en de invloed van religie?”

Hij zat onder meer tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 en de Jom Kippoeroorlog in 1973 in het leger. “Na die ervaringen nam ik de beslissing weg te gaan. Ik was moe van de oorlog. Mijn studie electrical engineering en filosofie aan de Universiteit van Tel Aviv heb ik daardoor niet afgemaakt.”

Via Londen, Parijs en Berlijn belandde hij uiteindelijk in 1981 in Amsterdam. Hij begon in die jaren te tekenen. “Ik was geen kunstenaar, maar hield erg veel van kunst en theater. Als auto­didact deed ik onderzoek naar allerlei kunstvormen. Ik ontdekte dat mensen vanuit hun eigen traditie naar kunst kijken. Neem het zwarte vierkant van Malevich, dat het begin vormde van de abstracte kunst. Ik ontdekte dat na de destructie van de Tempel in Jeruzalem 70 jaar na Christus gelovige Joden in Irak een zwart vierkant van 50 bij 50 centimeter boven en tegenover de entree schilderden om die vernietiging te herinneren. Als je dit weet, kijk je op een heel andere manier naar dat schilderij van Malevich.”

In de kunstmanifestatie met de lange titel On Friendship/(Collateral Damage) III – The Third GaLUT: Baghdad, Jerusalem, Amsterdam laat hij de verloren gegane culturele erfenis zien uit zijn geboortestad. “Het is een zoektocht naar de culturele erfenis in de steden Amsterdam, Bagdad en Jeruzalem. Deze steden waren van oudsher gastvrije en tolerante toevluchtsoorden. Zijn ze dat vandaag de dag nog?”

Deze kunstmanifestatie is de derde in de serie On Friendship, die hij samen met Stichting Metropool Internationale Kunstprojecten organiseert. Bij deze manifestatie gaat hij dieper in op zijn eigen verleden in de drie steden en ‘de conflicterende identiteiten’. “Er is voor een balling nooit een plek waar je je thuisvoelt. In Irak kreeg ik bommen op mijn hoofd. In Israël en Europa ben ik tweederangsburger. Als men hier over de Joodse cultuur spreekt, gaat het altijd over de Holocaust. Over de verloren gegane Joodse Babylonische cultuur hoor je niets, niet in Irak of Israël en ook niet in Europa.”

Piepkleine foto’s

Voor On Friendship III heeft Sassoon Semah 36 architecturale modellen ontworpen van de synagoge, Joodse begraafplaatsen, ziekenhuizen, scholen, hotels, musea, stations en huizen in het Bagdad van voor 1948 om zo de Joods-Babylonische cultuur van toen te laten zien. Deze modellen heeft hij soms nagebouwd van piepkleine foto’s die hij op internet of in boeken vond. Ze staan vanaf 7 september ruim een half jaar lang niet alleen in bekende Amsterdamse musea maar ook in het Hilton Hotel, het Anne Frankhuis en opmerkelijke locaties als een fietsenwinkel, moskee en advocatenkantoor. Er worden performances, lezingen en debatten georganiseerd.

De objecten, waaronder verschillende Joodse huizen, staan op houten schragen. “Als Jood heb je geen huis. Joden leven een geschiedenis lang in ballingschap en dragen hun huis met zich mee. Het is wankel en verplaatsbaar. Daarom staan mijn objecten op schragen.”

Aan het eind van de manifestatie worden de objecten bij elkaar gezet en vormen ze een stad. “Ze verbeelden dan de eerste jaren van mijn leven. Een Joodse wijk met Joodse huizen, een Joodse school, Joods ziekenhuis en zo verder. Nu is alles daar weg.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden