In Los Angeles Langage van Jean-Philippe Delhomme zijn vijftig olieverfschilderijen geëxposeerd van alledaagse beelden in de Amerikaanse stad.

PlusInterview

Kunstenaar Jean-Philippe Delhomme: ‘Ik hou van een staat van verval’

In Los Angeles Langage van Jean-Philippe Delhomme zijn vijftig olieverfschilderijen geëxposeerd van alledaagse beelden in de Amerikaanse stad.Beeld Tanguy Beurdeley / Courtesy of the artist and Perrotin

Jean-Philippe Delhomme, de Fransman die met zijn losse, humoristische tekenstijl het cliché van de elegante mode-illustratie doorbrak, exposeert zijn olieverflandschappen nu in Parijs. ‘Veel modemensen nemen zichzelf veel te serieus.’ 

Onder de titel Los Angeles Langage zijn vijftig olieverfschilderijen van Jean-Philippe Delhomme bijeengebracht in Galerie Perrotin in Parijs. Vistas, ­zoals de galeriehouder ze noemt, van buurten, benzinestations, industriële met sloop bedreigde gebouwen, vrachtwagens en auto’s op de snelweg in Los Angeles.

Jarenlang was zijn liefde voor schilderen ­alleen bekend in kleine kring, tot zijn eerste expositie in New York in 2015. Sindsdien heeft de 61-jarige Delhomme – die wereldfaam geniet als mode-illustrator – de smaak te pakken en heeft schilderen zijn tekenwerk grotendeels verdrongen. Aan de alledaagse landschappen van Los Angeles – eerder koos hij voor New York en Parijs – werkte hij gedurende drie jaar af en aan. “Niet de spannende stad die we kennen uit films,” zegt hij. “Ik hou van een bepaalde staat van verval, of liever nog verlatenheid, nostal­gische plekken waar ik zowel iets verdrietigs als iets moois voel. Als op een plek alles nieuw is, weet ik namelijk niet wat ik ermee aan moet.”

In zijn gehuurde Chevrolet Malibu – ‘helaas geen coole karakterauto in oranje of zachtblauw, want die waren alleen te koop’ – rondrijden zonder vooropgezet plan was onderdeel van het proces. Trok een gebouw of billboard zijn aandacht, dan stopte hij om een snapshot te nemen. Daarna ging hij regelrecht naar zijn studio in Mission Junction, Downtown, om te schilderen. De foto’s dienden enkel als aantekening, om zich de architectuur of het licht te herinneren. Elk werk werd in één keer gemaakt, om zo spontaniteit en een zekere directheid te behouden.

Avant-gardekunstenaars

Inspiratie vond Delhomme in het werk van avant-gardekunstenaars uit de jaren zestig en zeventig, schilders als Milton Avery, Fairfield Porter, maar ook Lucian Freud, Edward Hopper en Manet, en fotograaf Robert Frank. Onmiskenbaar is ook de invloed van David Hockney. “Hij was al een grote inspiratie voor me toen ik nog een kunstacademiestudent was. Door hem begreep ik dat ik gewoon mocht schilderen wat ik zag. Een bevrijding, na veertig jaar verveelt zijn werk me nog steeds niet. Robert Frank is ook zo’n held. Jarenlang liep ik langs zijn studio in Bleecker Street op Manhattan. Als er licht brandde, had ik zicht op enkele foto’s aan de muur, machtig mooi. Tijdens mijn studie vond ik fotografen al veel spannender dan schilders, omdat ze veel reisden en hun onderwerp overal konden vinden. Dat wilde ik ook met mijn werk.”

Jean-Philippe Delhomme: ‘Ik registreer de pure schoonheid van alledaagse dingen, zonder mijn ego erop te drukken.’Beeld Tanguy Beurdeley / Courtesy of the artist andPerrotin

Het schilderwerk van de Fransman staat in sterk contrast met zijn illustraties, al was het alleen al omdat er geen mens op te zien is, hooguit een schim in een auto die voorbijraast. “Bij mijn illustraties neem ik deel aan de maatschappij en lever ik soms kritiek met een knipoog. Bij het schilderen doe ik juist een stap terug. Ik registreer de pure schoonheid van alledaagse dingen, zonder mijn ego erop te drukken.”

Voyeuristische backstagescènes

De veelzijdige Delhomme schreef twee volledig geïllustreerde romans, kinderboek Visit to An­other Planet, bracht vorig jaar het geestige boek Artists’ Instagrams uit, over hoe het eruit had kunnen zien als Picasso en Chagall een Instagramaccount hadden gehad, maakte geanimeerde tv-commercials en een muurschildering voor de legendarische Parijse club Chez Castel. Tegenwoordig maakt hij wekelijks een tekening voor het Instagramaccount van Musée d’Orsay. In 2017 maakte hij samen met modehuis Moncler twee collecties, met geïllustreerde prints.

Daarnaast tekent hij al dertig jaar voor internationale tijdschriften catwalkscènes, modefeestjes, galerieopeningen en voyeuristische backstagescènes. Happenings waar het wemelt van de kleurrijke types, die hij graag vastlegt in die typische Delhommestijl: spontaan, ietwat slordig en naïef, veelal in gouache, soms in kleurpotlood of Chinese inkt.

Op een bepaalde manier minimalistisch, noemt hij zijn illustraties. “Maar wel een beetje spicy én accuraat. Details moeten herkenbaar zijn, met veel aandacht voor houdingen.” Een stijl waarmee hij meteen aan het begin van zijn carrière de mode-illustratie in een ander perspectief plaatste, ver verwijderd van het lang heersende clichébeeld van elegante illustraties van René Gruau en Tony Viramontes.

Ego's

Op zijn zesde wist Delhomme al dat hij uit­zonderlijk goed kon tekenen. “Zonder onbescheiden te willen zijn, maar er werd toen al heel ­enthousiast op gereageerd.” Zijn sterkste punt is de geestige manier waarop hij de ego’s in de ­modewereld portretteert. “Ik vind het leuk om mensen te amuseren. Voor zover ik weet is er nooit iemand boos op me geweest, maar ik probeer mensen ook niet aan te vallen of belachelijk te maken. Mijn tekeningen zijn niet agressief of bedoeld om wraak te nemen. Als je geïnteresseerd bent in het tekenen of schilderen van mensen, dan is de modewereld natuurlijk een interessant en amusant onderwerp ­vanwege alle pretenties en excessen. Veel modemensen nemen zichzelf veel te serieus. Zelf ben ik vrij nuchter en heb die wereld nooit als mijn familie gezien.”

Delhomme geniet wereldfaam als illustrator, maar stort zich steeds meer op zijn schilderwerk. Eerder waren Parijs en New York de decors van zijn schilderijen. Beeld Mark Harvey / Courtesy of the artist and Perrotin

Al 25 jaar woont hij met zijn vrouw en drie kinderen (‘allemaal volwassen’), in het vijfde arrondissement nabij Jardin du Luxembourg. Delhommes credo is relax, blijkt ook uit de naam die hij gaf aan de zwerfhond die hij meenam uit Griekenland, Kala (Grieks voor ‘het is oké’). Een van zijn zoons, Joseph Delhomme, timmert eveneens als illustrator aan de weg. In een geheel andere, grafischer zwart-witstijl, maar met dezelfde nonchalance als zijn vader.

Delhommes grote doorbraak kwam in 1992 met een grote commerciële opdracht voor warenhuis Barneys. Zijn tekeningen verschenen in de etalages, maar ook op bussen, taxi’s, billboards, en als animatiefilmpjes op tv. De vrijheid die hij daarbij genoot, zorgde voor een herwaardering van het vak.

Popsong op de radio

Zelf houdt hij niet van het woord illustratie, en hij ziet zijn werk al helemaal niet als kunst met een hoofdletter K. “Daarom werk ik graag voor print, want door het te drukken in grote oplage wordt mijn werk automatisch ontheiligd. High art kan verschrikkelijk pretentieus zijn. Ik zie mijn werk liever als het equivalent van een popsong, zoals je die voorbij hoort komen op de radio in een taxi. Mijn werk zie je misschien op een billboard of in een treinstation voorbijkomen. Het kan als lawaai ervaren worden, je kunt je eraan ergeren, of het kan je plotseling raken, het is onderdeel van het commerciële systeem, en tegelijkertijd poëtisch en onverwacht. Dat vind ik het belangrijkst, dat je mijn werk bij toeval ziet.”

Twintig jaar werkte hij vanuit zijn studio in Montparnasse, maar onlangs verhuisde hij naar een studio in een oude fabriek in Asnières-sur-Seine, een verre buitenwijk van Parijs. Reden: zijn huurcontract liep af. Aan plannen doet hij niet. “Alles komt zoals het komt, zo ben ik nu ineens motoren gaan schilderen. Ik zag er plots iets interessants in vanwege de proporties.”

Wat altijd is gebleven, is zijn liefde voor live schilderen. “Dat doe ik het liefste en daarom ­komen er bijna dagelijks mensen naar mijn studio.” Deze zomer neemt hij deel aan een groepsexpositie over portretten in galerie Perrotin in Hongkong en een aantal olieverfstillevens zijn momenteel te zien in een groepsshow in Seoul.

Klinkt als een druk baasje. “Klopt, ik ga elke dag naar studio, vaak ook in het weekeinde. Maar medelijden is misplaatst, ik háát hobby’s en spelletjes. Iets alleen voor de afleiding doen vind ik zo’n onzin. Ik hou alleen van werken. Als ik werk ben ik dolgelukkig.”

Los Angeles Langage, t/m 14/8 Galerie Perrotin, Rue de Turenne 76, Parijs 

Jean-Philippe Delhomme. Lang was de liefde voor schilderen van de mode-illustrator alleen bekend in kleine kring, tot zijn eerste expositie in New York in 2015.Beeld Claire Dorn

Parijs online

Parijs heeft de primeur van de Digital Haute Couture Week. Ronald van der Kemp maakte daarvoor acht korte films, in samenwerking met onder meer fotografen/regisseurs Daniël Bouquet, Victor Griffioen en Dana Lixenberg. Alle couturefilms (ook die van Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Chanel) zijn te zien op de site van de Paris Fashion Week (fhcm.paris)

Beeld Marijke Aerden

Transparant

Acne Studios heeft de ltd edition N3W Transparent sneaker uitgebracht i.s.m. de satirische sneaker­recensent Brad Hall (alter ego van de Amerikaanse acteur Ben Kobold). Oplage: 150 stuks wereldwijd. Bijbehorende geestige videos van Hall zijn op YouTube te vinden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden