PlusInterview

Kunstenaar Erik Kessels over Shit: ‘Het meurt enorm en dat blijft hangen’

Nu de opening van de 36ste KunstRAI door de Japanse ambassadeur Horinouchi Hidehisa weer is uitgesteld, moet Erik Kessels installatie Shit in de Europahal ook wachten op publiek.

Beeld Nosh Neneh

Het zijn vreemde tijden voor curator, kunstenaar, reclameman, fotocollectioneur en boekenmaker Erik Kessels (54). Zijn installatie Shit had vanaf donderdag een van de trekpleisters moeten zijn van de 36ste editie van de KunstRAI. En zijn werk ­Destroy My Face had nog te zien moeten zijn in skatepark Pier15, als onderdeel van de tweejaarlijkse fototentoonstelling BredaPhoto.

Voor Destroy My Face stelde Kessels met een algoritme zestig portretten samen, op basis van honderden internetfoto’s van mannen en vrouwen die enige vorm van plastische chirurgie hebben ondergaan. Het algoritme selecteerde alleen vrouwen. De portretten werden geprint en in Pier15 geplaatst, waar skaters het natuurlijke verval van de gezichten voort hadden moeten zetten door er overheen te skaten. Kort na de opening van BredaPhoto verscheen er echter een online-petitie, waarin Kessels werd beschuldigd van seksisme en misogynie. Onder druk van een aantal grote sponsors besloot het skatepark Destroy My Face te verwijderen.

Hoe gaat het inmiddels met u?

“Ik heb een paar dagen natuurfilms gekeken, thuis, onder een dekentje. Ik was redelijk shaky om eerlijk te zijn. Ik kreeg mails met een foto van mijn hoofd en daaronder een paardenlul en de tekst ‘zuig hierop’. En ‘When is trash day, because you belong in the trash, of ‘You fucking piece of shit’. Het polariseert enorm; er zit geen rem meer op. Ik dacht: wat gebeurt hier? Het deed me echt wat.”

Kessels neemt een slok koffie. “Op een bepaalde manier sta ik er ook buiten – dat is iets heel geks. Ik zou er denk ik een veel uitgesprokener mening over hebben gehad als het werk van iemand anders was. Ik ben er zo mee vergroeid, ik ben er meer dan een jaar mee bezig geweest, ik heb het al eerder laten zien aan tal van mensen, er zijn voorpublicaties geweest, maar niks wees erop dat het voor tumult zou zorgen.”

Hebt u achteraf een idee hoe het toch mis kon gaan?

“Door de snelheid waarmee het online werd geframed, denk ik. Mensen kennen en lezen niet het hele verhaal. Het is online precies tegenovergesteld neergezet dan hoe ik het bedoelde. Het werk is bedoeld als spiegel van de maatschappij. Hoe maakbaar zijn we als mens? Het gaat juist over zelfacceptatie van vrouwen.”

De petitie heeft wel voor veel aandacht gezorgd.

“Er waren mensen die dachten dat ik dit zelf had bekokstoofd, maar dan begrijp je het echt niet. De aandacht voor de huidige cancelcultuur en het feit dat kunstenaars worden ingeperkt is ook belangrijk, maar daar was het me niet om te doen.”

“Een paar dagen nadat hier de commotie was losgebarsten, kreeg ik een mail van de organisatie van het Engelse fotofestival Format21: of ik me wilde terugtrekken uit de jury. Maar dan op zijn Engels, met veel beleefdheden en heel omfloerst. Nou, absoluut niet. Twee dagen later kwam er nog een mail: het zou toch wel goed uitkomen als ik me zou terugtrekken, want anders komt het festival misschien in gevaar. Maar wacht even, dacht ik toen, dat komt niet door mij. Dat komt omdat je je in een hoek laat drukken door je sponsors en begunstigers. Ze mogen me eruit gooien, maar ik stap niet zelf op.”

Praten helpt niet op zo’n moment?

“Vooralsnog niet. We hadden de initiatief­nemers van de online petitie ook uitgenodigd voor een gesprek. Maar dat wilden ze niet, omdat ze anoniem willen blijven en weigerden om onbetaald werk te verrichten voor een organisatie waar de machtsstructuren scheef zijn. Nu komt er alsnog een discussieavond, over het fenomeen cancelcultuur, op 23 oktober in Breda.”

Er is steeds minder plek voor ironie, wat een wezenlijk bestanddeel is van uw werk.

“Dat klopt. Ik wil me daar niet door laten beperken, maar het is geen 2005 meer. Je werkt wel in de wereld waarin je leeft.”

Kunt u iets vertellen over Shit, uw installatie die op de KunstRAI te zien zou zijn?

“In dat werk zit ook ironie, maar het is ook realistisch, en op een vreemde manier choquerend. Het zet mensen op het verkeerde been, omdat je niet direct weet wat je ervan moet vinden. Is het grappig bedoeld? Humaniseert het de Duitse soldaten? Dat vind ik interessant.”

De installatie is gebaseerd op een boekje dat u eerder hebt gemaakt, met foto’s van poepende nazisoldaten. Hoe komt u daaraan?

“Ik zag er eentje voorbijkomen op een Duitse veilingsite. Die heb ik gekocht. Toen ben ik verder gaan zoeken met toepasselijke termen als ‘Erinnerungen an meine Dienstzeit’ en Donnerbalken. Dat is zo’n houten balk met een kuil eronder, waar soldaten naast elkaar tegenaan konden staan om in de openlucht te poepen. Binnen drie maanden had ik tachtig foto’s.”

Het maakt wel benieuwd hoe uw huis eruit ziet; hebt u een enorm archief van dit soort inspiratiebronnen?

“Nee, ik ga altijd gericht op zoek – online en bij kringloopwinkels – en daarna is het klaar. Het klinkt misschien gek, want ik heb zo’n vijftienduizend familiealbums in een loods liggen, maar ik ben geen verzamelaar. Ik ben een verhalenverteller, en daarbij maak ik gebruik van foto’s.”

En hoe werd het boek een installatie?

“Ik wilde al langer iets met geur doen in een tentoonstelling – dat zat al jaren in mijn achterhoofd, maar er was nooit een goede gelegenheid. Nu lag het voor de hand. De foto’s hangen in een afgesloten cabine, een ‘white cube’, die je door een soort sluis betreedt. Als je eenmaal binnen bent, weet je waarom; want het meurt enorm. Het is echt heel vies. En het blijft urenlang hangen. Nee, daar helpt geen mondkapje tegen. Sterker: met zo’n kapje wordt het alleen nog maar viezer, omdat de geur een beetje blijft hangen.”

Bent u nog bang voor reuring?

“Nee, ik heb Shit vorig jaar al laten zien in het Italiaanse Bolzano, niet ver van de Duitse grens, en het boek is al toe aan zijn tweede druk. Ik ben benieuwd wat bezoekers van de KunstRAI ervan vinden.”

KunstRAI 2020, van 10 tot en met 13 december.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden