Tips

Kunst voor thuis: Talking trees

Corona legt ook de kunstwereld plat, maar thuis is er ook genoeg moois te zien en te doen. Vandaag: Talking trees

Beeld Shutterstock

In het verhaal Het kermen der bomen van Roald Dahl bedenkt een uitvinder een machine die het mogelijk maakt geluiden te horen die het menselijk oor niet waarneemt. En krijg nou wat, planten en bomen blijken geluiden te maken. Sterker nog, ze hebben ook gevoelens. Als de uitvinder een bijl in de stam van een boom jaagt, hoort hij in zijn koptelefoon een afgrijselijk gekerm.

Een typische Dahlfantasie, maar bomen maken wel degelijk geluid. Dat wil zeggen: de vibraties in een boom kunnen worden omgezet in geluid, in muziek zelfs. Kunstenaar Bert Barten, eerder werkzaam bij Greenpeace en als theaterregisseur, organiseert al jaren boomconcerten. Met de hulp van wetenschappers slaagde hij er in de sapstromen, fotosynthese en ‘ademhaling’ van bomen om te zetten naar elektronische klanken die doen denken aan zowel ambient- als new age-muziek.

Op het eerste internationale bomenquarantaineconcert, morgenavond op de NSDM-werf, gaat Barten een stap verder. Samen met collega-kunstenaar Scot ­Gresham-Lancaster uit San Francisco laat hij via een livestreamverbinding een Nederlandse en een Amerikaanse boom op elkaar reageren. Hier in Amsterdam is dat een wilg, ver weg in Californië een pruimenboom. Het is de bedoeling dat ze tezamen morgen de sterren van de hemel zingen.

En behalve die Nederlandse en die Amerikaanse boom is er ook nog een koor van soortgenoten uit Brazilië, Guatemala, Polen, België en Frankrijk. “Het concert wordt volledig gecomponeerd door de bomen,” laat Barten weten in een persbericht. “Wij vertalen alleen de vibraties die ze afgeven naar geluid.”

De snelheid van de bomen uit het ‘achtergrondkoor’ is wel aangepast. “Een boom ademt namelijk maar één keer per dag en de sapstromen hoor je vooral overdag als de boom drinkt. Om tot een wat pittiger ritme te komen is hun geluid van enkele maanden gecomprimeerd naar een uur.”

Het livestreamconcert is zaterdag vanaf 20.00 uur te volgen via talkingtrees.com/

Celia SwartBeeld Els Swart

Het project Music for empty spaces van componist Heather Pinkham begon als een bescheiden idee om musici en componisten die vanwege de coronacrisis hun werk niet meer konden doen een steuntje in de rug te geven. Nu het concept is omarmd door het Muziek­gebouw en ook NPO Radio 4 belangstelling heeft getoond, is het uitgegroeid tot een opmerkelijk evenement.

Het idee was simpel genoeg. Pinkham vroeg elf collega’s een stuk van een minuut of vier te schrijven, dat een persoonlijke uitdrukking zou zijn van de tijden waarin we momenteel leven. Zelf schreef ze Days blur over de dagen die in elkaar overlopen – een gevoel dat velen zullen herkennen. Ze maakte het voor celliste Maya Fridman, die ook haar stem zal gebruiken. Verder hoort er een soundtrack bij.

Alle stukken worden vanavond om 20.00 uur gestreamd en live uit­gezonden via NPO Radio 4 vanuit het Muziekgebouw, waar telkens één musicus op het podium zal zitten.

Naast Pinkham gebruiken ook ­Anthony Fiumara, Jacob ter Veldhuis, Monique Krüs, Chiel Meijering en Karmit Fadaël elektronische middelen. Zij vullen hun soundtracks aan met respectievelijk een accordeon, een piccolo, een bariton, een basklarinet en een kalimba. Celia Swart houdt het op een solo viool, Joey Roukens zet alleen een piano in, Bianca Bongers een saxofoon, Matthias Kadar een dwarsfluit, Piet-Jan van Rossum een harp en Aspasia Nasopoulou een elektrische gitaar.

Tot de deelnemende musici behoren pianist Ralph van Raat, accordeonist Vincent van Amsterdam, piccolospeelster Ilonka Kolthof, slagwerker Dominique Vleeshouwers en gitarist Sjors van der Mark.

Stilistisch gaan de twaalf stukken alle kanten op. Daarmee geeft ­Music for empty spaces een aardig overzicht van wat er in Nederland zoal wordt gecomponeerd.

Luisteraars kunnen via de site van het Muziekgebouw een donatie doen.

Erik Voermans

Beeld Chris Pizzello/Invision/AP

Met Nanette schudde Hannah Gadsby de comedywereld flink op. Stand-up over vrouwenhaat, misbruik en persoonlijke trauma’s is immers geen dagelijkse kost. Ze hield er veel fans aan over, maar ook haters én twijfelaars die bewonderden wat ze deed, maar zich afvroegen of het comedy was.

Die laatste groep krijgt in opvolger Douglas direct antwoord van Gadsby. Nee, natuurlijk was het geen comedy, maar je krijgt nu eenmaal geen zalen vol met een voorstelling over misbruik. Nanette verkopen als comedy was de beste grap die ze kon maken.

Douglas is luchtiger, maar Gadsby zet haar aanval op het ­patriarchaat gewoon voort. Onder de sarcastische bovenlaag zitten wederom verbijsterende ­taferelen over de macht en kunde die mannen zich soms toedichten.

Toen ze naar de dokter ging met niet nader omschreven klachten vond die dat ze de pil maar weer moest gaan slikken. Gadsby, die hier ook haar ‘coming out’ als ­autist beleeft, vertelde hem dat de pil haar in het verleden zelfmoord­gedachten had bezorgd. Daarop antwoordde de arts dat ze eens goed naar hem moest luisteren. Hij wist toch zeker wel waar hij over praatte?

Een punt van kritiek op Nanette was dat de show te veel op een ­lezing leek. In Gadsbyaanse traditie schotelt ze haar publiek dit keer daarom een échte, behoorlijk verhelderende lezing voor over de ­dominante mannelijke blik in schilderijen uit de renaissance.

Douglas is bij vlagen hilarisch, maar bevat ook zeker mindere stukken. Grappen maken over anti-vaxxers is altijd een goed idee, maar Gadsby komt niet voorbij het simpelweg bespotten van deze figuren. Jammer, want er zijn voldoende argumenten om ze inhoudelijk op aan te vallen.  

Douglas is nu te zien op Netflix

Dialogues des CarmélitesBeeld dno

Als je moet wenen bij concerten of opera’s staat in elk geval vast dat je diep bent geraakt. Toch zorgt oogvocht van ontroering in een concertzaal of theater voor een ongemakkelijke situatie. Huilen is niet iets wat je graag en plein public doet.

Je kunt je afvragen of die geremdheid wel zo zinvol is. Het is geloof ik juist mooi als andere mensen je bij een voorstelling zien huilen.

Ik moet denken aan die keer dat ik in de bioscoop naar E.T. the Extra-Terrestrial zat te kijken, in 1982. Ik was 24 en ik stond toen nogal snobistisch in het leven. Huilen bij zo’n commerciële film van Spielberg? Het idee. Maar op het moment suprême, als het jongetje Elliott afscheid van zijn buitenaardse vriendje moet nemen, zat ik toch een paar keer flink te slikken. Ik weet nog dat ik naar een oudere man in een stoel schuin voor me keek en zag hoe bij hem de tranen van­ achter zijn bril over de wangen stroomden.

Nu ben ik zelf zo’n oudere man. En ik vrees dat ik een grote huilebalk ben geworden. De dikste tranen plengde ik bij een opera van Francis Poulenc, Dialogues des Carmélites, een productie – geënsceneerd door de briljante Robert Carsen – die door De Nationale Opera meerdere malen met veel succes op de planken is gezet. Het stuk eindigt met de onthoofding van vijftien nonnen. Slechts gekleed in een witte doodsjurk zingen ze het Salve Regina, dat letterlijk wordt doorkliefd door de luguber schrapende metaalklank van een guillotine. Non na non zijgt ter aarde, alleen de allerlaatste, Blanche, blijft staan. Hartverscheurend, zeker ook door de muziek die Poulenc erbij bedacht.

Op het YouTubekanaal van De Nationale Opera & Ballet is de slotscène te zien. (In het theater hakte het er nog veel dieper in.)

Sorjonen.

Sorjonen

Fascinerende man, die Sorjonen. De rechercheur uit de gelijknamige Finse Netflixserie (seizoen 3 is nu te zien) heeft zich met gezin – vrouw met hersentumor en tienerdochter – van Helsinki laten overplaatsen naar het minder drukke, aan de grens met Rusland gelegen Lappeenranta. Daar vallen natuurlijk meteen de lijken bij bosjes uit de lucht.

Kari Sorjonen is een loner, iemand die heel erg zijn eigen theorieën aanhangt, en daardoor zijn collega’s niet helemaal serieus neemt. (Sorjonen: Ben ik nou zo slim, of ben jij zo dom?) Dat waarderen zijn collega’s weer niet heel erg. Hij heeft een houterige motoriek (sympathiek!), en een tic: als hij nadenkt, wrijft hij met zijn bonestakerige vingers over zijn kaalgeschoren hoofd.

Het is een beetje een aanstellerige gimmick, vooral ook als hij er zijn schoenen en sokken bij uittrekt. Maar door dat wrijven gaan er dingen gisten in zijn onnavolgbare brein en lost hij wel de ene na de andere moordzaak op. Er zijn verschillende, soms te simpele zaken per seizoen. (Of is hij echt zo slim, en de criminelen zo dom?)

Maar Kari Sorjonen maakt veel, als het niet alles is, goed. De schitterend gefilmde serie is vooral een karakterstudie van een man die de duistere wereld om hem heen maar merkwaardig vindt, en moeilijk kan inzien dat hijzelf, met zijn donkere kanten, misschien niet ­helemaal spoort.

De omgang met zijn zieke vrouw, die bij aanvang van seizoen 3 nog niet beter is, is even onbeholpen als liefdevol. Hij doet zijn best, maar hij snapt er geen zak van, en gaat, aangespoord door zijn vrouw, dan telkens maar snel weer doen waarvoor hij is gemaakt: boeven vangen.

Kari Sorjonen is de vreemde in deze wereld. 

Seizoen 3 van Sorjonen is nu te zien op Netflix.

Robert Fripp.Beeld Dave J Hogan/Getty Images

Robert Fripp

In de begrijpelijke overvloed aan online-initiatieven van musici uit alle denkbare genres om de nieuwe, volslagen abnormale tijden waarin een eng virus het leven bepaalt een beetje draaglijker te maken, is zeker ook de serie Music for quiet moments van de Britse gitarist Robert Fripp het beluisteren waard. Het is een serie met een lange adem. Elke vrijdag, en dat vijftig weken achter elkaar, zal hij samen met zijn technische man David Singleton een nieuwe improvisatie op YouTube, Spotify en andere digitale kanalen plaatsen, ‘om ons te helpen door deze Onzekere Tijden heen te komen’.

Fripp zou nu eigenlijk met zijn band King Crimson op toernee moeten zijn, samen met The Zappa Band, om jongere generaties kennis te laten maken met zijn muziek, maar ja, toen kwam opeens die pandemie. Singleton en Fripp zien vooral de voordelen. Een jaar thuiszitten biedt ze de mogelijkheid liveregistraties te beluisteren, en zo stuitten ze op mooi ouder materiaal van Fripp, uit de tijd dat hij in kerken en kathedralen op zijn gitaar met veel elektronica zijn zogeheten sound­scapes ten gehore bracht. Meditatieve, sfeervolle, langzaam evoluerende improvisaties zijn dat, soms zeer verstild en minimalistisch, andere keren zeer dramatische fresco’s van klank. Ze besloten er een serie van te maken, met de titel Music for quiet moments. Aanstaande vrijdag is het tijd voor aflevering vier.

In zijn toelichting legt Fripp uit wat een quiet moment voor hem betekent, in onvertaald spiritueel Engels: ‘A quiet moment prepares the space where silence may enter.’

Over de betekenis daarvan kunnen we fijn nadenken terwijl we naar de muziek luisteren.

Robert Fripp, Music for quiet moments, elke vrijdag op de streamingplatforms.

Drie dagen van Anders Roslund

Eerst was er Drie seconden. Toen Drie minuten. Daarna Drie uur.

En nu: Drie dagen. Van de Zweedse thrillerschrijver Anders Roslund.

Met de in 2017 overleden Borge Hellström schreef hij de eerste twee boeken. Drie uur en Drie ­dagen schreef hij in z’n eentje. Maar de ­titels doen er eigenlijk niet toe, want het gaat in deze boeken, die schreeuwen om een verfilming, eigenlijk alleen om Ewert Grens. Rechercheur Ewert Grens. ‘Vierenzestig en een half. Nog zes maanden te gaan.’

Ewert Grens staat wat in de schaduw van Kurt Wallander, Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander, Joona Linna en Harry Hole. Dat is jammer en onterecht. (Er zijn al acht boeken met Ewert Grens verschenen, u hoeft ze niet te lezen om van Drie dagen te genieten, maar u doet uzelf er wel mee ­tekort.)

Grens is dwars, onorthodox en feilbaar, slapend op een oude manchesterbank in zijn kamer op het politiebureau van Stockholm. Hij is zo’n beetje in alles de mindere van de hierboven genoemde goden, en dat maakt hem juist sympathieker.

Ewert Grens, ‘hij die nooit bang was’, is in Drie dagen wel bang. ‘Omdat hij het zwarte gat vreesde. Dit hier was het enige wat hij had, hij kon niets anders, kende geen andere mensen buiten het bureau (…), had nooit naar een ander plek verlangd.’

Om de angst te bezweren stort hij zich op een nieuwe zaak. Hij heeft drie dagen om een jonge vrouw te vinden, zeventien jaar nadat in hetzelfde huis is ingebroken. Waar die jonge vrouw als meisje van vijf iets afschuwelijks heeft meegemaakt.

Volgen nog Drie weken, Drie maanden en Drie jaar?

Anders Roslund: Drie dagen. De Geus, 528 blz., €22,50. 

You Must Remember This

Podcasts zijn een heerlijke manier om een verloren uurtje te vullen. En daarvan hebben velen er momenteel nogal wat. Een podcast die geen ­cinefiel mag missen, is You Must Remember This, van het Amerikaanse online magazine Slate, waarin filmjournalist Karina Longworth vergeten geschiedenissen uit het Hollywood van de 20ste eeuw ophaalt.

Vooral de reeksen zijn zeer de moeite waard. Zoals het twaalf­delige Charles Manson’s Hollywood, waarin Longworth niet zozeer de gruwelijke moorden door de sekte oprakelt, maar de verhalen in de periferie daarvan. Zo wijdt ze een aflevering aan het leven van Bobby Beausoleil, de ­talentvolle componist die een soundtrack voor Kenneth Angers Lucifer Rising schreef, vervolgens in aanraking kwam met Manson en in diens opdracht een moord pleegde. Daarvoor belandde hij ­levenslang in de gevangenis.

En als we het dan toch over ­Kenneth Anger hebben: diens schandaalroddelboek Hollywood Babylon is onderwerp van inmiddels negentien afleveringen waarin Longworth de scandaleuze anekdotes die Anger optekende (vaak vertrekkend vanuit een feitelijke gebeurtenis en daar fluitend op los fantaserend) minutieus ontleedt en factcheckt. Met als verrassende conclusie dat de waarheid niet zelden fascinerender is dan Angers versie ervan.

Op 26 mei begint een nieuw seizoen, ditmaal rond Polly Platt. Die werkte jarenlang in het epicentrum van Hollywood als producent, scenarist en production designer, maar de geschiedenis vooral inging als de vrouw die door regisseur ­Peter Bogdanovich werd bedrogen met Cybill Shepherd. Onterechte geschiedschrijving waar deze podcast wel raad mee weet.

Candy Dulfer.Beeld ANP

Club Dauphine TV

Nederland zat nog niet binnen of saxofoniste Candy Dulfer, die ­eigenlijk in Japan had zullen touren, stond in haar keuken voor de ­camera, in een geïmproviseerde #musicinmykitchenchallenge op Instagram met toetsenist en ­zanger Roger Happel. Het was de aftrap van veel meer keuken­sessies, onder anderen met Dave Stewart met hun oude hit Lily was here.

Ook met Dulfer ging twee maanden geleden Club Dauphine TV van start. Met de vaste bezetting van Club Dauphine, die normaliter elke vrijdagavond in restaurant Dau­phine te vinden is.

Tal van gastartiesten grijpen de kans om mee te spelen in dit ­‘wekelijkse scheutje melodische vrolijkheid in lastige tijden’. Van Do, Shirma Rouse en ­Michelle David tot Leona Phillipa en Alain Clark.

Elke vrijdag is er een nieuw optreden, te zien via Facebook, ­Instagram en YouTube. Patrick Drabe van Lakeside Studio Loosdrecht tekent voor de productie.

Loop vrijdag om 20.00 uur (of op elk ander gewenst moment, want dat is dan wel weer het fijne van Club Dauphine TV: dat je er niet per se heen moet) door Dauphine naar de deur van de zaal, waar de doorman op de hoogte is van je komst en host Martijn Roes de gasten welkom heet. ‘We volgen met ­argusogen elke persconferentie van Rutte. We gaan nog even een tijdje zo door. Maar elke week is ook dit weer een feestje.’

Via een livefeed kan op vrijdagavonden worden gedanst met ­ dj Irwan: ga naar Club Dauphine op Instagram en klik op het ronde ­logo. En zing elk gewenst moment van de dag medicinaal mee met Alain Clark: Don’t Worry be Happy.

Gastheer Pepijn SchoneveldBeeld Jethro Reesinck

Cabaretpodcast PepTalk

De eerste afleveringen van cabaretpodcast PepTalk verschenen al in 2016. Daarna bleef het anderhalf jaar stil. Gastheer Pepijn Schoneveld, zelf cabaretier, had andere dingen te doen. Ook worstelde hij met zijn eigen rol. Wie vakgenoten naar hun inspiratie vraagt, loopt het risico onderdanig over te komen. Alsof je het allemaal niet zo goed weet en hoopt van anderen te kunnen leren.

Hij lijkt dat risico te hebben aanvaard. Sinds de zomer van 2018 verschijnen regelmatig nieuwe afleveringen, waarin Schoneveld zich een ontwapenende interviewer toont. Hij kent bijna al zijn gesprekspartners uit ‘het wereldje’, wat na het aanvankelijke gegiechel meer dan eens leidt tot een goed gesprek over werk en leven.

Schoneveld is niet bang om simpele vragen te stellen, bijvoorbeeld over hoe iemand een cabaret­programma maakt. Het zijn slechts aanknopingspunten. Bovendien is het antwoord vaak veelzeggend. Janneke de Bijl kijkt heel analytisch naar haar voorstelling en kan elke bijzin verklaren, terwijl Kasper van der Laan vindt dat uitleg afbreuk doet aan de magie.

Soms schuurt het. Soms krijgt hij hoon over zich heen. Maar doorgaans levert het interview toch een kijkje in de ziel op. Omdat Schoneveld zelf in de cabaretwereld zit en van zijn hart geen moordkuil maakt, vertellen zijn gasten dingen die ze tegenover een journalist voor zich zouden houden. We mogen gewoon horen dat Peter Pannekoek hem voor de coronacrisis een slechte vriend vond, die alleen belde als hij iets nodig had.

Raoul Heertje gaat uitgebreid in op zijn vertrek bij Comedytrain.

Zeker de afgelopen maanden, waarin hij bijna elke week ‘belt met de sterren’, is Schoneveld goed op dreef. De viruspaniek heeft velen doen inzien wat hij allang wist: het leven is niet maakbaar. 

PepTalk is te beluisteren via alle podcastaanbieders.

Lub Tropiana

Waarom lijken veel hits van Marco Borsato op de opera’s van Verdi? Wat betekent klankkleur? En ligt de muzikale erfenis van vader André het meeste bij Roxeanne of bij Dré junior? Prangende vragen die beantwoord worden in de podcast Lub Tropiana.

Makers Niels de Jong en Job Reijntjes noemen Lub Tropiana ‘de gezelligste podcast over popmuziek’ en hoewel die belofte ruimschoots wordt ingelost – er wordt veel en uitbundig gelachen – doen ze zichzelf daarmee tekort.

Want Lub Tropiana (de woordgrap wordt duidelijk als je het refrein van Club Tropicana van Wham! tot het einde zingt) is behalve gezellig ook interessant voor iedereen die iets van popmuziek wil begrijpen. Zo wordt uitgelegd hoe akkoordenschema’s doorwerken in het brein van de luisteraar, waarom het betaalsysteem van streaming­diensten de structuur van liedjes heeft veranderd, of welke thema’s uit de klassieke muziek nog steeds te horen zijn in de muziek van nu.

Pretentieus wordt het echter geen moment, leerzaam des te meer.

Lub Tropiana lijkt in vele opzichten op Switched on Pop, een Amerikaanse podcast die popmuziek bespreekt. De toon is opgewekt en wars van cynisme, zelfs als de teksten van John Ewbank worden ontleed.

Reijntjes is de aangever van het stel, De Jong, die aan het conservatorium studeerde, vervult de rol van docent en fabriceert muziekfragmenten waarin hij de nummers die besproken worden net even anders laat klinken.

Af en toe worden artiesten ontvangen (onder anderen Trijntje Oosterhuis was te gast), maar Lub Tropiana is op z’n best als De Jong en Reijntjes samen de muziektheorie en -geschiedenis induiken. Dat het af en toe wat compacter kan, is hun vergeven: gezelligheid kent immers geen tijd.

Roelf Jan Duin, podcastluisteren.nl/pod/Lub-Tropiana

Circus of Books Beeld netflix

Netflix: Circus of Books

Het is het laatste wat je vermoedt als je ze op de bank ziet zitten in de documentaire Circus of Books, maar het Joodse echtpaar Karen en Barry was decennialang eigenaar van een boekwinkel en ­videotheek gespecialiseerd in homo­porno.

In de Netflixdocumentaire duikt Rachel Mason, dochter van het echtpaar, in de geschiedenis van de winkel, die jarenlang een begrip was in de homogemeenschap. ­Mason had in haar jeugd geen idee wat er in de winkel van haar ouders verkocht werd. Dat VHS-tapes met titels als Don’t Drop the Soap haar studie bekostigden, zoals haar moeder fijntjes opmerkt.

Circus of Books is als portret van de wereld van gay porno, net als het aanbod van de winkel, dat vrijwel uitsluitend gericht is op homomannen, wat te eenzijdig en ook kritiekloos. Hoewel er zeker ruimte is voor de schaduwzijden – de aids­epidemie in de jaren tachtig, de heksenjacht op ‘perversiteit’ onder Ronald Reagan – overheerst warmte en weemoed in de blik waarmee oud-werknemers en bezoekers terugkijken op die tijd. Een tijd waarin porno nog iets was waarvoor je de deur uit moest.

De documentaire is bovenal een liefdevol portret van twee mensen die pionierden zonder dat ze zich daar echt bewust van leken. Die uit zakelijke overwegingen een winkel overnamen die voor velen veel meer was dan dat. Want Circus of Books was ook, of misschien wel vooral, een ontmoetingsplek en toevluchtsoord. Een plek waar je jezelf mocht zijn.

Circus of Books staat op Netflix.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden