Tips

Kunst voor thuis: Leegstand van Aafke Romeijn

Corona legt ook de kunstwereld plat, maar thuis is er ook genoeg moois te zien en te doen. Vandaag: de bundel Leegstand van Aafke Romeijn.

Aafke RomeijnBeeld Marc Deurloo

Leegstand

De bundel zou gepresenteerd worden op het Tilburgse festival Tilt, maar kwam per post: Leegstand, poëzie en proza van muzikant-schrijver Aafke Romeijn (33) over depressie en (Tilburgse) architectuur. In 2018 debuteerde ze met ­Concept M, een politieke sf-roman over een mysterieuze ziekte die Nederland verlamt. ­Diezelfde verlamming kenmerkt Leegstand, maar dan als gevolg van Romeijns terugkerende depressie.

Die depressie isoleert haar, maar hijst haar ironisch genoeg ook op een podium. Ze verkent de depressie als lege winkelpanden – een thematiek die in tijden van lege schappen haast profetisch aanvoelt – en verwoordt die ondanks de intrinsieke zwaarte lichtvoetig.

Over deel negen van de Japanse Godzillafilms, Destroy all Monsters uit 1968, waarin het monster Godzilla Tokyo vertrapt schrijft ze: ‘Als mijn hoofd en ­lichaam een stad vormen, dan is Godzilla de depressie die ik denk te bevechten.’ Lees voor Godzilla corona:

‘Spaar ons niet Godzilla
Vermorzel ons, verkruimel ons,
vernietig wat je aantreft

(…)

Spaar ons niet Godzilla
Stamp gaten in ons wegdek
We hoeven nergens heen

‘Laat glazen puien rinkelen
Brul de etalages leeg
We hebben niets meer nodig

(…)

Spaar ons niet, Godzilla
breek af wat ons belast

verlos ons van de hoogmoed
die in onze stenen schuilt’

Haar donkerste dagen als steden vol mislukte architectuur, als de laatste snikkende zomerdag voor V&D, waar ze ooit werkte, definitief zijn deuren sloot – een slecht verlicht strijdveld waar ook zij met primitieve geldingsdrang wil toeslaan. ‘Ik zou halen wat mij toekwam. ­Niemand zou mij in de weg lopen.’

Haast profetisch, ik schreef het al.

Leegstand, Aafke Romeijn, De Arbeiderspers/Tilt, €6,99, 67 blz

Igor Levit.Beeld Getty Images

Igor Levit

De Duits-Russische meesterpianist Igor Levit is een van de meest vooraanstaande musici van deze tijd en roert zich, zeer ongebruikelijk, ook op sociale media (vooral Twitter), mengt zich in maatschappelijke discussies en draagt T-shirts met opschriften als ‘love music hate racism’. Op 12 maart kondigde hij aan met iets te komen waarvan hij zelf ook niet precies wist wat het zou worden: concerten vanuit zijn huiskamer, elke dag om 19 uur, live op Twitter en Instagram, gewoon, omdat hij ‘nooit eerder de levensreddende betekenis van muziek en klank’ zo diep had ervaren. Op 13 maart zou hij beginnen. Wat hij ging spelen, wist hij nog niet. ‘Mal gucken’: we zien wel. En hij beloofde ermee door te gaan zo lang als nodig is, omdat ‘saamhorigheid juist in deze grimmige tijd essentieel is’.

En dus monteerde Levit op 13 maart twee iPhones op statieven, eentje voor Twitter en een voor Instagram, ging op zijn pianokruk zitten, draaide zich naar de camera, sprak zijn virtuele publiek toe, eerst in het Duits, toen in het Engels, draaide zich weer naar de toetsen en begon te spelen – een sonate van Beethoven. De pedalen van de vleugel bediende hij op sokken, want thuis draagt hij geen schoenen. Een rokkostuum was er ook al niet bij. Hij droeg een eenvoudige hoodie.

Die eerste livestream werd door 10.000 mensen bekeken; vijf keer een uitverkocht Concert­gebouw. Nu, bijna twee weken later, zit hij al op 300.000 views. Door Levits Hauskonzerte is iets ontstaan wat nog niet bestond: massale ­intimiteit.

Een coronagedicht van Ingmar Heytze.Beeld coronagedicht.nl

Coronapoëzie

Tsead Bruinja, Dichter des Vaderlands, is samen met dichter Mario Reijnen coronagedicht.nl begonnen, een online verzamelplaats voor coronapoëzie. “Iedereen kan het virus krijgen, dus ook iedereen mag een gedicht voor op de site insturen,” vertelt Bruinja. “Alleen kwetsende of racistische gedichten vissen we eruit.”

Dat poëten de behoefte voelen zich te uiten vanwege de coronacrisis is te merken: binnen een week werden al 200 gedichten ingestuurd door 150 dichters, zowel hobbyisten als profs. Bruinja vindt het vooral interessant om te zien hoe dichters verschillend omgaan met het onderwerp. “Sommigen foeteren over corona, maar de meesten schrijven over het effect op hun dagelijks leven. Mijn vriendin Heidi schreef bijvoorbeeld over hoe het is om haar vijftienjarige dochter thuis les te geven, Babs Gons maakte een gedicht over eenzaamheid in Amsterdam.”

Bruinja merkt dat de gedichten sterk geïnspireerd worden door het nieuws: zo gingen de eerste schrijfsels die binnendruppelden veel over hamsteren. “Dat woord heeft grote indruk gemaakt. Ik geef les in creative writing op de kunstacademie in Arnhem, en een student van mij schreef zelfs over de gebarentolk die dat gebaar voor hamsteren uitbeeldde, waar iedereen het over had. Zelf schreef ik mijn eerste coronagedicht over een etentje met een vriendin, twee weken geleden. Zij is 87, en ik gaf haar bij het afscheid een kus op de wang. Een automatisme, waar ik me bijna schuldig over voelde.” 

Bruinja verwacht dan ook dat de nieuwste inzendingen zullen gaan over actuele gebeurtenissen zoals het monopolie van de Zwitserse farmaceut Roche, dat leidt tot een tekort aan coronatests. “Het is een kwestie van tijd totdat de dichters dat oppakken.”

De duistere humor van striptekenaar Jeff Smith

Droominfiltreerders, spookcirkels, enorme ratachtige wezens en humeurige draken; wie op zoek is naar escapisme van het hoogste niveau, kan terecht bij de strip­roman Bone van Jeff Smith. Geschreven tussen 1991 en 2004 en verkrijgbaar in een ruim 1300 pagina’s tellende bundel vertelt Bone het verhaal van de neven Fone, Phoney en Smiley Bone.

De drie worden uit hun thuishaven Boneville verjaagd. Ze verdwalen in een mysterieuze vallei en raken verstrikt in een epische saga.

Bone is een ambitieus avonturenverhaal dat met veel geduld zijn geheimen prijs geeft, maar vooral ook een striproman boordevol verrassende (visuele) grapjes en tot de verbeelding sprekende wezens met eigenzinnige karakters. Zoals de twee ratwezens die constant kibbelen over de quiche die een van hen wil maken van het vlees van de neefjes.

Smith neemt alle tijd om die bonte stoet aan personages kleur te geven. Figuurlijk dan, want alle tekeningen zijn in zwart-wit. Er bestaat een ingekleurde editie, maar hier geldt een nadrukkelijk leesadvies: neem die niet! Juist in zwart-wit komen de prachtige stijl en nuances van Smiths tekeningen tot hun recht. De cartoonachtige neefjes, aangezet met een paar simpele, dikke lijnen en overdreven expressie, contrasteren zo het best met de zeer gedetailleerde wereld waarin ze terechtkomen.

De soms vrij duistere humor en ondertoon en de complexiteit van de verhaallijnen in combinatie met die wervelende verbeeldingskracht maken Bone een uitermate geschikt boek voor volwassenen die het kind in zichzelf koesteren.

Podium Splendor 

Zet vijftig topmusici bij elkaar en je hebt een orkest. Of Splendor, het muzikale laboratorium waar musici regelmatig samenwerken in bijzondere combinaties. Ook nu. Elke dag rond 15.00 uur verschijnt een miniconcertje op het eigen You­Tubekanaal.

Contrabassist Wilmar de Visser trapte af met een onheilszwangere improvisatie in de grote zaal in de Nieuwe Uilenburgerstraat. Aan de telefoon vertelt hij dat inmiddels iedereen staat te trappelen: “Ik ben nu al tot half april aan het inplannen. Het begint met een idee, vervolgens mag elke Splendor­musicus zijn gang gaan.”

Zo zagen we op 17 maart de van oorsprong Ierse hoboïste Aisling Casey het traditionele An Chúilleann vertolken tijdens een stille St. Patrick’s Day. Geheel anders van toon is de melige orgelimprovisatie van toetsenist Akim Moiseenkov (‘I never get key-bored’).

Via online verbindingen ontstaan er ook concertjes vanuit huiskamers en ander particuliere locaties, maar de meeste musici laten zich inspireren door de melancholie die de lege ruimten van Splendor losmaken.

Klarinettist Maarten Ornstein blaast op een verveloos trapje ­Willard Robisons Old Folks voor zich uit. Tussen de opgestapelde stoelen brengen sopraan Claron McFadden en cymbalist Vasile ­Nedea een bluesy Het is stil in ­Amsterdam. “Ik wou dat ik eindelijk iemand tegenkwam,” besluit McFadden de Shaffyklassieker. “Maar wel met anderhalve meter afstand.”

Interesse? www.youtube.com/user/podium­splendor

Podium Splendor speelt Het is stil in Amsterdam.

Quarantaine-comedy

Heb je na jaren ploeteren eindelijk een avondvullende cabaretvoorstelling, breekt er een pandemie uit. Andries Tunru (1991) was op 12 maart onderweg naar een ­optreden in Barneveld toen alle theaters plotseling dicht gingen. Diezelfde avond nog besloot hij live op Instagram zijn fans te entertainen met Quarantaine-comedy, drie kwartier grotendeels geïmproviseerde sketches, raps en liederen. Het beviel zo goed dat Tunru er een dagelijkse traditie van maakte. ­Zolang de crisis strekt. Of de lol.

Nee, Quarantaine-comedy heeft natuurlijk niet hetzelfde niveau als een cabaretprogramma waar maanden of jaren aan is gewerkt, maar Tunru beoogt er ook niet hetzelfde mee. Het is een vanuit de woonkamer gemaakte show, die drijft op de interactie tussen de ­cabaretier en de kijkers thuis, die hem live van brandstof voorzien voor de verschillende onderdelen. Humor is mooi, maar het gevoel ondanks alles toch samen te zijn is nog veel belangrijker.

Dat directe contact met het ­publiek is Tunru op het lijf geschreven. Hij vormt met Joep Hullegie en Stefan Hendrikx (zijn sparringpartner tijdens Quaran­taine-comedy) het trio Beperkt Houdbaar, dat in 2018 en 2019 Nederlands kampioen improvisatietheater werd.

Je ziet die ervaring duidelijk terug. Een musicalnummer over een fietsenstalling? Geen probleem. Wat Nijntje te ­zeggen heeft over de loonkloof tussen mannen en vrouwen? ­Tunru verzint het ter plekke.

Daarnaast selecteert hij iedere avond een kijker voor de quiz. Wie aan het einde van de week de meeste punten heeft gescoord, krijgt twee vrijkaarten voor zijn ­cabaretvoorstelling Vlees, vis, wal en schip. Ooit gaan we immers de deur weer uit.

Quarantaine-comedy is voor Tunru zo niet alleen een manier om de verveling te verdrijven, maar ook een puik staaltje cultureel ondernemerschap.

Andries Tunru.Beeld Willemijn van der Eijk

Dichter draagt voor

Een naakte oude man zit in het bad. Zachtjes klotst het water. Dan een stem, voice-over: ‘Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen/ Haast dravend en vaak hakend in de mat/ Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen/ Gaat elke week de idioot naar ’t bad.’

Die stem is van schrijver, dichter en acteur Ramsey Nasr, het gedicht van Maria Vasalis (1909 -1998): De idioot in het bad. Nasr was van 2009 tot 2013 Dichter des Vaderlands. In die tijd bedacht hij het project Dichter draagt voor, waarvoor hij 21 gedichten selecteerde en waarbij hij met zijn broer, filmmaker Shariff Nasr, filmpjes maakte (te zien op dichterdraagtvoor.nl).

Met de poëzieclips wilde Nasr een brug slaan naar potentiële lezers en alle vooroordelen over poëzie – lastig, elitair, zweverig, onbegrijpelijk – wegnemen. Hij realiseerde het project in 2013 met crowfunding, uitgeverij De Bezige Bij bracht de gelijknamige poëziebundel uit.

Nasr publiceert nu de Dichter draagt voor-filmpjes opnieuw op zijn sociale media. Want: ‘In alles-vertragende tijden als deze kunnen we poëzie gebruiken’. Met een NB bij het 2.56 minuten durende filmpje bij De idioot in het bad: ‘De acteur is Jaap Maarleveld, die een paar dagen geleden zijn 96ste verjaardag vierde.’

Rillend wordt hij afgedroogd, onwillig uit het bad gehesen. In de woorden van Vasalis: ‘En elke keer, dat hij uit ’t bad gehaald wordt/ En stevig met een handdoek droog­gewreven/ En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord/ Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.’

Dichter draagt voor – gelieve als een zacht virus te verspreiden.

Dichter Ramsey Nasr.Beeld ANP

Okater & Chill

Het beestachtige gedrag van de mens is het onderwerp van de Orkatervoorstelling Fabel, die morgen in première zou gaan. Die houden we nog even tegoed, maar op elke dag dat Fabel zou spelen, komt er nu om 15 uur een registratie van een oude Orkatervoorstelling online, en daar zit genoeg werk bij waarin mensen ook niet uitblinken in fijnzinnigheid.

Neem Julius Caesar, als eerste gepubliceerd op Vimeo, over de keizer die slachtoffer wordt van gekonkel. Een muzikale Shake­speare­bewerking, in 2017 opgenomen in het Amsterdamse Bos­theater, met Mattias van de Vijver in de titelrol en verder onder anderen Matthijs van de Sande Bak­huyzen als Brutus en de koper­blazers van K.O. Brass. Het is een uitstekende meercameraregistratie; je komt dichter bij de spelers dan je in het bos ooit zou kunnen komen. Tegelijkertijd blijft de weidsheid van het speelvlak met het fraaie esthetische zwart-witdecor van Janne Sterke goed voelbaar; picknickmand op de salon­tafel en de Bosbeleving is compleet.

Bij Alabama Chrome van Nieuw­komersgroepje The Sadists (2008) zit je permanent op de lip van de drie spelers (Viktor Griffioen, Erik van der Horst en Kaspar Schellingerhout), hoor je de reacties van de toeschouwers vlak naast je en voel je je in het zompige zuiden van de VS met fysiek spel en stevige gitaarrock.

Inmiddels staat ook het sterke familiedrama Woiski vs. Woiski uit 2018 online, een coproductie met het Bijlmer Parktheater. Binnenkort in dit thuistheater: Welkom in het Bos (2001), De Familie Mansøn (2015) en 237 redenen voor seks (2011).

www.vimeo.com/showcase/6862105

Julius Caesar.

The Case of the Missing Hit

Iedereen kent het gevoel: een ­melodie die in je hoofd zit (of een flard van een liedje, een deel van de tekst), maar je hebt geen idee welk nummer het is. Onuitstaanbaar. Hoe ver sommige mensen gaan om erachter te komen om welk liedje het gaat is te horen in The Case of the Missing Hit, een podcast in de luisterenswaardige serie Reply All.

Het begint als Tyler Gillet, de dwangneurotische hoofdpersoon van het verhaal, in de auto een liedje zingt voor zijn vriendin. Als zij dit niet herkent, terwijl hij ervan overtuigd is dat het een grote hit was in de jaren negentig en iedereen het dus moet kennen, start zijn zoektocht.

Google biedt geen uitkomst, software die melodieën herkent evenmin. Uit pure wanhoop gaat hij het liedje, of wat hij zich ervan herinnert, zelf namaken. Hij weet hiervoor zelfs professionele muzikanten een studio in te krijgen. Naarmate de tijd vordert en zijn zoektocht intensiever én wanhopiger wordt, slaat de twijfel toe. ­Bestaat dit liedje überhaupt wel, of is het ergens in Tylers brein ­ontstaan?

Helemaal origineel is het idee van The Case of the Missing Hit niet: in een aflevering van Married with Children trof Al Bundy al eens hetzelfde lot (het liedje dat hij zocht was Anna (go with him) van Arthur Alexander). Maar de zoektocht van Gillet is geen fictie, wel minstens zo geestig als die van Bundy, en kent een onverwachte uitkomst.

The Case of the Missing Hit, (52 minuten) in de podcastserie Reply All.

Beeld Netflix

Liefde is blind

In Nederland hebben we net het heerlijke Married at First Sight gehad, waarin mensen trouwen met een wildvreemde (terug te kijken via NLZiet of RTL XL); momenteel zijn liefhebbers van de betere datingshow in de ban van het Amerikaanse Love is Blind.

In deze nieuwe Netflixserie wordt ook getrouwd, maar met een semi-onbekende. De deelnemers krijgen eerst tien dagen de kans om te kijken of er een vonk overslaat: ze gaan op date in een soort moderne biechthokjes, waar ze kletsen over van alles en nog wat. De liefdes­betuigingen die in no time over en weer gaan, zijn ronduit bizar, en heerlijk on-Nederlands (“Ik wil de rest van mijn leven met je delen!”,“Ik laat je nooit in de steek!”).

Binnen een paar dagen zijn sommige deelnemers ervan overtuigd dat de stem aan de overkant de liefde van hun leven is en vragen ze elkaar ten huwelijk. Pas daarna mogen ze elkaar zien. Dat kan overigens nooit een extreme teleurstelling zijn, want alle kandidaten zijn erg knap en volledig onder handen genomen door de afdeling styling, haar en make-up, maar soit.

Daarna begint deel twee van dit maffe dateprogramma: voordat het huwelijk wordt voltrokken, gaan de setjes eerst een maand samenwonen in hun thuisstad, inclusief familiebezoekjes. Met het toe­nemen van de dagelijkse beslom­meringen gedragen de stelletjes zich ineens een stuk minder klef. Love is Blind is verschrikkelijk verslavend, omdat het heel langzaam (tien afleveringen van een uur!) toewerkt naar dé vraag: ­geven ze elkaar straks écht het jawoord? 

Schaamte, Het uur van de wolf en Een hartstocht.

Gevarieerde rollen van Max von Sydow

Zeg Max von Sydow en je zegt Ingmar Bergman. De op 9 maart overleden Zweedse acteur speelde in vele films en theatervoorstellingen van de befaamde regisseur. Het bekendste is Het zevende ­zegel, waarin hij op het strand schaakt met de dood.

Naast deze film zijn echter ook de weleens als trilogie ­bestempelde films Schaamte, Het uur van de wolf en Een hartstocht zeer de moeite waard. In elk van die drie films spelen Von ­Sydow en de Noorse ster­actrice Liv Ullmann een koppel wier relatie onder hevige druk komt te staan.

Het zijn drie gevarieerde rollen van Von Sydow, die elkaar raken in een hunkering naar rust – om hem heen en in zijn hoofd. Zoals de kunstschilder in Het uur van de wolf die wordt geplaagd door nachtmerrieachtige hallucinaties. Een van de hoogtepunten in die film is een dinerscène waarin Von Sydow geen woord zegt, maar waarin hij zienderogen de controle over zijn geest verliest – we zien hoe hij krampachtig met een servet zijn gezicht en handen probeert schoon te wrijven.

Juist door zijn robuuste voor­komen was Max von Sydow meesterlijk in het neerzetten van mannen die van binnen gebroken zijn. Wanneer in Schaamte een burgeroorlog uitbreekt, zakt de boomlange Zweed op de trap van zijn huis ineen en huilt.

En in Een hartstocht verstopt hij een totaal gebrek aan zelfrespect, zoals hij opbiecht in een bijna fluisterend gesproken monoloog, waarin elk aarzelend zoeken naar woorden, elke zucht die hij slaakt, klopt. Het is die koppeling van technische begaafdheid aan kwetsbaarheid die Max von Sydow zo’n prachtacteur maakte. 

Schaamte, Het uur van de wolf en Een hartstocht zijn verkrijgbaar op dvd.

Stormwaarschuwing, Doggerland 2, Maria Adolfsson

Reis mee naar Doggerland

Vergeet de ware wereld en reis met de Zweedse schrijver Maria Adolfsson mee naar Doggerland. Tussen 10.000 en 7000 jaar geleden kon je van Schotland naar Denemarken lopen. Maar door overstromingen is het vasteland tussen Groot-Brittannië en Scandinavië diep onder de Noordzee komen te liggen. ‘Doggerland’ wordt het genoemd, en het spreekt tot veler verbeelding.

Adolfsson bedacht een fictieve eilandengroep aan de Zweedse kust met die naam: Heinö, Noorö en Friaell, die gedrieën een republiek vormen. Ze schiep een kaart met steden en vissersdorpjes, autowegen en schapenpaadjes, creëerde een weerbarstige bevolking met eigen tradities, een veerdienst met vertrek- en aankomsttijden en een misogyne politiemacht waarin rechercheur Karen Eiken Hornby zich staande moest zien te houden.

Vorig jaar verscheen deel één van de Doggerlandreeks, Misleiding, vertaald door Elina van der Heij­den. Een naar meer smakende introductie tot de bewoners van het uiterst geloofwaardige eilandenrijkje. Nu is er deel twee, Stormwaarschuwing. Ja, Adolfsson is thrillerauteur en er wordt ge­moord, maar meer dan in gruwelijkheden verdiept ze zich in de intermenselijke verhoudingen.

Er zijn lezers die haar om vakantietips hebben gevraagd omdat ze dachten dat Doggerland echt bestaat, vertelde Adolfsson vorig jaar in deze krant. Maar nee, ze schiep deze wereld voor zichzelf. Ze is claustrofobisch, zal zich nooit in mensenmassa’s begeven en reizen per trein en vliegtuig is voor haar ten enenmale onmogelijk. Met het schrijven van haar boeken kan ze ‘reizen in haar hoofd.’ En dat levert fijn escapistisch leesvoer op voor tijden van verwarring.

Stormwaarschuwing, Doggerland 2, Maria Adolfsson, Luitingh-Sijthoff, €20,99, 398 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden