PlusAnalyse

Kunst in tijden van culture wars: naakt in het museum, kan dat nog?

-Beeld Julian Stips

Schaadt kunst met vrouwelijk naakt de ‘inclusiviteit’ van musea? Politiek correcte keuzes kunnen leiden tot frictieloze decoratie, stelt Edo Dijksterhuis, kunstjournalist van Het Parool.

‘Ik had geen tijd om iemands muze te zijn, ik had het te druk met rebel­leren tegen mijn familie en te leren kunstenaar te zijn.’ Dit citaat van Leonora Carrington is te lezen in de tentoonstelling De tranen van Eros, die vorige week opende in het Centraal Museum Utrecht.

Uitgangspunt van deze tentoonstelling is het werk van surrealist Joop Moesman, waar curator Nina Folkersma ‘tijdens mijn studie niet zo van hield omdat het nogal vrouwonvriendelijk is’. En inderdaad, Moesmans vrouwen zijn passieve lustobjecten, gereduceerd tot borsten en billen, soms zelfs zonder hoofd. Maar zijn schilderijen worden niet weggestopt of voorzien van een sticker ‘FOUT!’. Ze worden in volle glorie getoond, geflankeerd door werk van vrouwelijke surrealisten als Carrington en hedendaagse kunstenaars die een ander perspectief tonen en Moesman van weerwoord voorzien.

Umberto Veruda: Vrouwelijk naakt.Beeld Mondadori via Getty Images

Misschien had Emilie Gordenker dit in gedachte toen ze in Buitenhof van 9 februari zei: “Die hele discussie of vrouwelijk naakt wel geschikt is voor alle mensen van alle culturen die binnenkomen, moet je tackelen.” De kersverse directeur van het Van Gogh Museum maakte de opmerking naar aanleiding van Edgar Degas’ Badende vrouw (1886), een topstuk dat het ­museum net had verworven. Vervolgens noemde ze ook de #MeToo-beweging.

‘Bange mannetjes’

De berg bagger die Gordenker over zich heen kreeg was aanzienlijk. Op sociale media werd haar ‘doorgeschoten cultuurrelativisme’ verweten en het ‘ondermijnen van draagvlak voor de multiculturele samenleving’. Dat waren de genuanceerde commentaren. Veel vaker vielen termen als ‘politiek correcte preutsheid’ en ‘drammende minderheden’. GeenStijl vond dat ze boog voor ‘het wereldbeeld van bange middeleeuwse mannetjes met een religieus defect’.

Edgar Degas: Badende vrouw.Beeld Van Gogh Museum

Opmerkelijk genoeg spitste het meeste commentaar zich toe op het verdedigen van ‘onze’ culturele waarden ten opzichte van gevoelig­heden van migranten, meestal ingevuld als islamitisch. Zo werd Degas de loopgraven van de culture wars ingetrokken. Een ruim 130 jaar ­oude pasteltekening werd munitie in de strijd tussen wij en zij. ‘Bloot moet kunnen’ versus ‘naakt is haram’.

In zo’n discussie raakt het kunstwerk zelf vrijwel uit beeld. En daarmee ook de intentie van de schilder, die in de huidige tijdsgeest eigenlijk veel problematischer is dan het wel of niet aan hebben van kleren. Want de Badende vrouw is van achter afgebeeld. Zij wordt bespied en is het doelwit van een male gaze

Dat is in ons post-Weinsteintijdperk iets om je echt over op te winden. Want we zijn anders gaan denken over vrouwelijk naakt in de kunst, niet langer in termen van esthetiek of anatomische correctheid, maar als weergave van ongelijke verhoudingen en machtsmisbruik. Wat in Degas’ tijd voor onschuldig voyeurisme kon doorgaan, is nu al snel visuele aanranding.

Pierre-Auguste Renoir: Zich drogende baadster.Beeld UIG via Getty Images

Op een tekstbordje uitleggen dat zo’n tekening uit een andere tijd stamt, toen andere waarden golden, is het minste wat een museum moet doen. Maar gelukkig zijn er genoeg Nederlandse musea die het onderwerp expliciet problematiseren. Zo bracht Museum Jan Cunen in Oss vorig jaar de tentoonstelling Naakt of bloot? Vrouwelijke naakten van impressionisten als Breitner, Israëls en Sluijters – tijdgenoten van Degas – werden gecombineerd met hedendaags werk. 

Lichamen als lijdend voorwerp contrasteerden hier met uitingen van girlpower, emancipatie en zelfbeschikking. Maar soms schemerde er in de recente werken schaamte door die niet veel verschilt van de victoriaanse preutsheid waar de impressionisten mee te maken hadden. De museumbezoeker werd zo geprikkeld om zich steeds af te vragen of het tentoongestelde formeel naakt is of ongemakkelijk bloot.

Hetzelfde effect had Bloot – het kwetsbare ­lichaam (2018-2019) in Museum Kranenburgh te Bergen. De tentoonstelling combineerde onder andere Joep van Lieshouts uitvergrote anatomisch model van een pik en Rineke Dijkstra’s strandfoto van een blote peuter met de bloederige geboorteomslag van Ouders van Nu en het campagnespotje van de SP waarin een stokoude vrouw protesteert tegen bezuinigingen op de zorg door zich uit te kleden. Gastcurator Thomas Widdershoven stelde: “Ik wil op zoek naar het grijze gebied waar het vrijwel onmogelijk wordt om voorbeelden in te delen in goed of slecht; seksueel of niet-seksueel, shockerend of niet.”

Witte heteromannen

Het morele oordeel over kunst is misschien nog meer aan verandering onderhevig dan de esthetische waardering. De erotische foto’s van Sanne Sannes die nu in de Rotterdamse Kunsthal te zien zijn, baarden opzien in de jaren zestig, werden zelfs subversief gevonden, maar de kunstenaar werd alom geprezen. Nu vinden sommigen ze ronduit misogyn. Toch heeft nog niemand ge­ëist dat ze worden verwijderd. Dat gebeurde drie jaar geleden wel in New York, waar het Metropolitan Museum Thérèse Dreaming van ­Balthus had opgehangen. Een groep moeders liep te hoop tegen de afbeelding van een elfjarig meisje dat recht in haar kruis met wit onderbroekje wordt gekeken. In het licht van toenemend seksueel geweld kon dit echt niet, vonden zij.

Eilif Peterssen: Nocturne.Beeld Universal Images Group via Getty

Nu is het inderdaad zo dat musea niet opereren in een maatschappelijk vacuüm. Sterker nog, ze reflecteren vaak op de actualiteit en leve­ren commentaar. Daarom is het ook goed dat het aanbod breder is dan de kunst van witte, heteroseksuele mannen. Dat komt de relevantie alleen maar ten goede.

Veel musea zijn bezig aan een inhaalslag. Het Stedelijk Museum Amsterdam heeft de afgelopen jaren Isa Genzken, Marlene Dumas, Jacqueline de Jong, Maria Lassnig en Raquel van Haver getoond. En de collega-instelling in Schiedam liet met Meesterlijke vrouwen (2019) zien dat je prima een hoogwaardig en spannend kunst­historisch overzicht kunt samenstellen zonder dat er ook maar één man aan te pas komt.

Schuren en knetteren

Het openbreken van de canon en het meer representatief maken van het museumaanbod heeft inmiddels ook politieke weerklank gekregen. In de nota De kracht van kunst en cultuur, die wethouder Touria Meliani in november 2019 presenteerde, vielen de woorden ‘inclusie’, ‘inclusief’ en ‘inclusieve’ 37 keer en ‘divers’, ‘diverse’ en ‘diversiteit’ 29 keer. Amsterdamse instellingen die voor de voor de periode 2021-2024 subsidie aanvragen, kunnen zich maar beter hiertoe verhouden.

Edgar Degas: Vrouw droogt zich af. Beeld Universal Images Group via Getty

Het probleem met deze politisering is echter dat de kunst tot instrument wordt gemaakt, een breekijzer voor de emancipatie van vrouwen en minderheden. Dan worden al snel stellige oordelen geveld over goed en fout, waardoor inclusiviteit leidt tot een vorm van uitsluiting. Maar als alle kunst die iemand tegen de borst stuit weg moet, blijft enkel frictieloze decoratie over en kun je je afvragen wat de meerwaarde van het museum nog is. 

Is het museum juist niet die maatschappelijke vluchtheuvel waar extreme stellingen kunnen worden ingenomen en onvoorstelbare dingen gezegd? Dit is de vrijplaats waar tegenstellingen zonder directe consequenties op de spits mogen worden gedreven. Waar het lekker kan schuren en knetteren, zodat we het niet op straat hoeven uit te vechten.

Ondanks haar wat onhandige bewoording is Emilie Gordenker zich daarvan bewust. ­Degas hangt gewoon op zaal, klaar om de discussie te tackelen.

Pionierswerk in de kunstwereld

In de Angelsaksische wereld zijn musea al veel langer bezig met inclusiviteit en diversiteit. In de Verenigde Staten gebeurde dat in de jaren tachtig en negentig onder de vlag van positive discrimination en affirmative action, totdat die termen de bijklank van voortrekkerij kregen. In Groot-Brittannië werd pioniers­werk gedaan door Bernadette Lynch, die in 2011 het invloedrijke rapport Who’s cake is it anyway? publiceerde.

Hierin verwerkte ze haar ervaringen als adjunct-directeur van het Manchester Museum, dat actief migrantengroepen betrok bij het opzetten van tentoonstellingen. Mondig publiek noemde zij friendly enemies of critical friends.

In Nederland zette staats­secretaris Rick van der Ploeg (1998-2002) culturele diversiteit als eerste op de agenda. Dat was ruim twintig jaar geleden. Toch duurde het lang voordat het inclusieve denken doordrong tot de musea. Inmiddels zijn gespecialiseerde bureaus actief, zoals Studio-i, dat voor onder meer het Stedelijk Museum Amsterdam programma’s en hulpmiddelen ontwikkelt met betrekking tot gender, leeftijd, culturele achtergrond en lichamelijke beperkingen.

Joop Moesman: Ontmoeting.Beeld Centraal Museum Utrecht / Ernst Moritz

Drie commentaren: ‘Racisme is veel ernstiger’

Mieke Bal, emeritus literatuurwetenschapper en kunstcriticus: “Ik sta sceptisch tegenover de nieuwe preutsheid. Censuur is nooit een oplossing. En: naakt bij voorbaat veroordelen is ­ahistorisch denken. Het is wel degelijk zinvol mensen hierover tot nadenken te brengen, maar dat kan ook door korte teksten bij het kunstwerk en teksten in folders.”

“De Degas toont een vrouw die actief bezig is, die niet uitgestald ligt op een sofa. Dat kan een leerzame vergelijking zijn. Het afgesneden hoofd suggereert dat ze in beweging is en geen passief object is.”

“Overigens vind ik de invoeging van zwarte slaven, meestal kleiner en op de achtergrond, wel degelijk schofferend. Racisme en – nog steeds veel voorkomende – slavernij vind ik veel ernstiger dan vrouwelijk naakt.”

Mirjam Westen, curator van Museum Arnhem, gespecialiseerd in gender en kunst van vrouwen: “Commotie over vrouwelijk naakt in de kunst is van alle tijden, ik vind het tendentieus om nu de suggestie te wekken dat je dat kunt op­hangen aan moslim­migranten. Kijk naar de Veluwe, waar een deel van de mensen ook een mening heeft over vrouwelijk naakt. Veel migranten zijn hoog­opgeleid, die vinden dat echt niet per definitie slecht.”

“Ik heb zelf veel moeite met het feit dat het nog steeds gaat over vrouwen die naakt worden afgebeeld door mannelijk kunstenaars. Het zegt iets over de mannelijke blik waarop naar kunst wordt gekeken, de male gaze. En tja, het Van Gogh schaft voor veel geld een Degas aan, maar heeft zelf ook weinig vrouwelijke kunstenaars. Laten we het daarover hebben.”

Ann Demeester, directeur Frans Hals Museum: “Je moet niet aarzelen om naakt op te nemen in je museum, no way. Als er geen wetten worden overtreden, moet alles kunnen, als je dat belangrijk vindt. Het wordt pas gevaarlijk als je als museum valkuilen probeert te ontwijken. Kunst uit een andere tijd moet je uitleggen. Hoe kan je er nu naar kijken? Artistieke waarde staat altijd boven alles.”

“Wat niet wil zeggen dat je alles zomaar moet tonen. Je hebt de plicht om context te bieden. Je moet uitleggen wat je doet en waarom. Waarschuw bij de ingang als je denkt dat er mensen zijn die ergens aanstoot aan nemen. Dan kunnen ze zelf bepalen of ze een zaal bezoeken of niet.”

Sanne SannesBeeld RV
Pierre Bonnard, Naakt bij de haard.Beeld Pierre Bonnard
Hippolyte Petitjean: Baadster wast haar harenBeeld © Christie's Images/Corbis
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden