Plus PS

Kostbare instrumenten horen niet in kluizen

Met een kostbare Bergonzi- of Lupotviool de tram in? Dat kan gewoon, zegt het Nationaal Muziek-instrumenten Fonds, dat ze uitleent. 'Ze horen niet in kluizen.'

Violiste Carla Leurs Beeld Dingena Mol

De naam Nationaal Muziekinstrumenten Fonds (NMF) roept beelden op van een groot, geheimzinnig depot met honderden instrumenten achter slot en grendel. "Kunnen wij jullie collectie komen bekijken?" vragen mensen dan ook weleens opgewonden, met dat intrigerende beeld in hun achterhoofd.

Dan blijkt echter dat het NMF huist in een pijpenla in een zijstraat van de woelige Warmoesstraat. Boven, in een krap bemeten kamer, liggen hooguit twintig instrumenten in afgesloten glazen vitrines.

De vierhonderd andere kostbare instrumenten, waaronder violen, cello's, vleugels en harpen, zijn waar ze thuishoren: bij musici, onderweg naar optredens, op concertpodia. "Wij zijn een mobiel museum en tegelijkertijd een soort bibliotheek voor musici," legt Marcel Schopman, ­directeur van het NMF, uit.

Donateurs
Instrumenten horen niet in kluizen, zegt hij. Ze moeten bespeeld worden, te horen zijn, deelnemen aan het leven. Schopman vertelt het met een opgeruimd relativeringsvermogen, dat misschien ook wel nodig is als je dagelijks in de weer bent met peperduur, cultureel erfgoed.

Een NMF-bestuurslid trok wit weg toen Schopman eens zwierig uit de tram stapte, met de achttiende-eeuwse Bergonziviool van Herman Krebbers in zijn hand.

"Heb jij met de viool van Herman Krebbers in de tram ­gezeten?! Weet je wel hoeveel die waard is?" vroeg het ­bestuurslid verbijsterd. "Dat weet ik heel goed, ik heb hem zelf betaald," had Schopman toen luchtig gezegd.

Betaald vanuit het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds welteverstaan. De Bergonziviool waarop Herman Krebbers 51 jaar heeft gespeeld, was een van de vele aankopen, dankzij donateurs. Het fonds krijgt per jaar gemiddeld anderhalf miljoen, waarvan na aftrek van exploitatiekosten instrumenten kunnen worden gekocht.

Op veilingen, waar nu en dan kostbare instrumenten ­onder de hamer komen, vertoont collectiebeheerder Frits Schutte zich liever niet. "Dan moet je snel beslissen en wij hebben juist ruim de tijd nodig om een instrument op klank te testen. Als violist kan ik dat enigszins beoordelen, en ik krijg daarbij hulp van musici als Liza Ferschtman, Daniel Rowland, Pieter Wispelwey of Carla Leurs."

110.000 euro
Alleen als een zeldzaam, oud-Hollands instrument op de veiling komt, schakelt het NMF een handelaar in om het voor Nederland te kunnen behouden. Schutte: "Niet ­alleen omdat het cultureel erfgoed is, maar ook om internationaal te kunnen concurreren. Voor beroepsmusici is het van cruciaal belang dat ze een goed instrument hebben." Het NMF krijgt daarnaast geregeld instrumenten, als schenkingen en legaten. Andere eigenaren zijn bereid hun instrument in bruikleen te geven.

Zo kreeg het NMF onlangs een verzameling van vijf ­negentiende-eeuwse Franse strijkstokken te leen van een voormalig violiste, die zelf niet meer kan spelen. "Hoewel de stokken zeer zeldzaam en kostbaar zijn, wil zij niet dat ze onbespeeld bij haar thuis liggen. De duurste stok is 110.000 euro," aldus Schutte.

De viool 'Lupot' Beeld Dingena Mol

Die waarde zit hem volgens hem vooral in de uniciteit. "Strijkstokken zijn erg kwetsbaar en kunnen gauw breken, waardoor er niet veel meer van zijn. Ze zijn bovendien ­gemaakt door vier van de beste bouwers die er ooit zijn geweest." Een groot Nederlands viooltalent speelt nu met een van deze strijkstokken: een Peccatte.

Het zijn dit soort onbaatzuchtige gebaren die het NMF in staat stelt musici op de beste instrumenten te laten spelen. Instrumenten die een bijzondere geschiedenis hebben, en vaak ook nauw verbonden waren met de eigenaar.

Ontroerend
Schopman maakte mee dat iemand op zijn sterfbed het fonds een viool van 15.000 euro schonk. "Die momenten zijn heel emotioneel. Zo herinner ik me ook acht erfgenamen van een overledene die diens waardevolle instrument aan ons wilden geven. Het was zijn diepste wens, al stond het niet in zijn testament. Ik vind het ontroerend dat mensen daartoe besluiten, zonder er iets voor terug te willen. Puur omdat ze anderen willen helpen hun talent verder te ontwikkelen."

De gemiddelde waarde van de instrumenten die het NMF in bruikleen geeft, is 62.000 euro - geen bedragen die musici zo even op de bank hebben staan. Schopman: "Een hypotheek krijgen ze er niet voor en ze verdienen ook niet al te veel. Het NMF biedt dan uitkomst."

De musici sluiten een overeenkomst van zes jaar, die elke keer kan worden verlengd met vijf jaar. Ze betalen ­alleen de verzekering en een bijdrage aan de collectiekosten.

Jonge talenten en beroepsmusici kunnen een aanvraag indienen en worden daarna uitgenodigd voor een ­gesprek. Voorwaarde is wel dat zij op een bepaald niveau spelen en te zien zijn op de podia. Schutte: "In het gesprek kijken we naar hun instrument, wat kan worden verbeterd en waarnaar ze op zoek zijn. Vervolgens nemen we in de instrumentencommissie een besluit over de aanvraag."

Paradepaardje
Niet iedereen kan meteen spelen op het instrument dat hij in gedachten heeft. Op die uit het hoge segment moeten musici vaak lange tijd wachten, omdat er weinig van zijn. Een topstuk uit de collectie is bijvoorbeeld de zeldzame Joseph Guarnerius Filius Andreae cello, waar Quirine Viersen op speelt. Ook een door Gijsbert Verbeek gebouwde viool uit 1682 is een paradepaardje. De violist Francisco Javier Lupiáñez Ruiz heeft hem in bruikleen.

Minstens even trots is Schutte op de nieuwbouwcollectie in een iets lagere prijscategorie. "Deze verzameling instrumenten hebben we zelf opgebouwd. Over honderd jaar is dat ook cultureel erfgoed. Veel jonge musici spelen erop."

In de aangrenzende collectieruimte staat Carla Leurs te spelen op haar Franse viool van Nicolas Lupot, die ze al twaalf jaar in bruikleen heeft. Andere violisten hadden de vlammende Lupot al afkeurend opzij gelegd, maar Leurs was binnen vijf minuten verkocht. "Het is net als met mensen. Waarom val je wel op de ene man en niet op de andere? Mijn vorige violen waren vriendjes. Dit is mijn man."

Toch speelde Leurs laatst drie weken op een Italiaanse Gaglianoviool. "Prachtig, maar niet voor mij. Ik vond hem te netjes."

Onderzoeken
Ze begon aan dat drieweekse Italiaanse intermezzo, omdat ze ineens wat twijfelde over de Lupot. "Ik vond de klank in de hoge tonen wat nasaal en zou meer diepte willen. Totdat ik een keer met een andere stok speelde en merkte dat het probleem dáár moest liggen."

Leurs speelt nu met een Fétique, een van de onlangs in bruikleen gegeven Franse strijkstokken, en probeert nu drie anderen: de Persoit, de Maire en de Peccatte. "Ik heb een dure smaak," zegt ze, want ze kiest uiteindelijk voor de Peccatte, de meest waardevolle stok. Toch wil ze de ­komende tijd nog alle mogelijkheden en eventuele beperkingen ervan onderzoeken.

Bij het opruimen van haar viool, haalt Leurs een carbon strijkstok tevoorschijn. Een aanzienlijk minder duur exemplaar dan de knappe, Parijse stokken op tafel.

"Was maar 90 euro op het Spuiplein," zegt ze. En lacht. Het is een reservestok. "Ik ga nu even iets heel slechts doen," fluistert ze, samenzweerderig. Uitdagend strijkt ze enkele keren met de reservestok over de snaren. Die wint het heel even van de eeuwenoude, verfijnde exemplaren.

Voor een kapitaal aan strijkstokken Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden