Plus

Koos het Stedelijk Museum een verkeerd ontwerp?

Vier jaar na de heropening gaat het Stedelijk Museum alweer op de schop. Maandag sluit de kelder; de iconische 'badkuip' krijgt een nieuwe indeling. Al vóór de bouw werd gesignaleerd dat het ontwerp ­tekortkomingen zou hebben.

De nieuwe luifel in 2012, na de afronding van de vernieuwing Beeld Mark Kohn/De Beeldunie

"Verbazingwekkend dat er zo weinig ophef is over de nieuwe sluiting. Dat was in 2004 wel anders. Waar blijft de bemoeienis van de gemeenteraad?" Als wethouder van Cultuur (2002-2006) was het Stedelijk Museum een hoofdpijndossier voor Hannah Belliot. Onder haar verantwoordelijkheid sloot het museum in 2004 zijn deuren om pas weer in 2012 open te gaan, na een eindeloze verbouwing die met 127 miljoen euro bijna zestig procent duurder uitviel dan begroot.

Vier jaar na de heropening staat er vanaf maandag voorlopig geen grote tentoonstelling geprogrammeerd in de enorme kelder van de nieuwbouw (55 bij 22 meter), de grootste tentoonstellingsruimte van het Stedelijk.

Directeur Beatrix Ruf wil de indeling van het museum op de schop nemen, vooral omdat bezoekers vaak in verwarring zijn over wat waar is te zien. De vaste collectie verhuist van het oude gebouw naar de 'badkuip'. Tijdelijke tentoonstellingen verhuizen naar het oude gebouw.

Moord en brand
Oud-wethouder Belliot had verwacht dat de politiek moord en brand zou schreeuwen over de nieuwe plannen. Maar op raadsvragen van het CDA na blijft het stil. De huidige wethouder van Cultuur, Kajsa Ollongren, is laconiek. "Soms gaat een ruimte dicht vanwege een nieuwe tentoonstelling. Nu is ie gewoon wat langer dicht," zei een woordvoerder van haar vorige maand.

Ook het museum zelf zag het probleem niet. "Om de zoveel tijd doe je nu eenmaal een rehang." De verantwoordelijke architect Mels Crouwel sloot zich daarbij aan. "Het gebouw gaat toch niet op de schop? Iedere directeur mag met het museum doen wat hij of zij wil."

Het ontwerp van Benthem Crouwel Architecten van de 'badkuip' gold en geldt als spectaculair. De enorme luifel leverde een iconisch gebouw op, waarmee het Stedelijk zichzelf weer op de kaart heeft gezet. De verplaatsing van de entree naar het Museumplein was een vondst, die er in belangrijke aan bijdroeg dat een vakjury bij de uitgeschreven prijsvraag Benthem Crouwel als winnaar koos.

Checklist
Ingewijden vertellen dat destijds in en rond het vertrouwelijke juryberaad kanttekeningen zijn geplaatst bij de gebruikersvriendelijkheid van de in 2012 opgeleverde nieuwbouw. "De jury liep een checklist langs," herinnert Duco Stadig zich, die toen wethouder van Ruimtelijke Ordening was. "Op het criterium 'stedenbouwkundige bijdrage aan het Museumplein' scoorde Benthem Crouwel hoog. Maar dat ontwerp was volgens de jury matig geschikt voor de museumfunctie."

Dat lag omgekeerd bij de sobere inzending van Henket & Partners Architecten, dat een soort kopie van de oudbouw had ontworpen. Qua uitstraling leverde dat een lage beoordeling op. Maar de neutrale zalen met bovenlicht golden als zeer geschikt voor het tonen van schilderijen en andere kunst. Bij het personeel van het Stedelijk had Henket de voorkeur.

De jury zette Henket op de tweede plaats. Herman van Vliet, die als ambtenaar namens de gemeente Amsterdam de bouw begeleidde en voorzitter van de jury was, zegt nu dat 'niemand een probleem zag' rond de invulling van de museumfunctie bij Benthem Crouwel. "Niemand heeft toen gezegd dat het een ander ontwerp moest worden. Iedereen in de jury was het eens."

Fait accompli
Maar een aantal juryleden zag wel degelijk het nadeel van een ondergrondse zaal zonder daglicht. "Geen een plan is perfect," zei jurylid Maarten Kloos er in 2005 over. "Het werk van Benthem Crouwel is prachtig, maar Henket lost de problemen beter op."

De inmiddels overleden Hans van Beers, destijds directeur van het Stedelijk, zei later iets soortgelijks: "Henket was degelijk, geschikter op onderdelen. Maar weinig spannend."

Oud-journalist Max van Rooy, destijds jurylid, bevestigt dat de directie van het Stedelijk het meest enthousiast was over Benthem Crouwel.
Jurylid en architect Sjoerd Soeters 'was niet zo erg voor Benthem Crouwel', zegt hij nu. "En ik was niet de enige. Maar het museum wilde alleen maar het ontwerp van Benthem Crouwel. Er kon over niets anders worden gepraat. De jury werd voor een fait accompli gesteld."

Museumplein
Soeters weerspreekt dat de jury unaniem was. "Helemaal niet. Ik vond dat het gebouw van Henket bijvoorbeeld veel meer een museumfunctie had. Nadeel was dat de ingang niet aan het Museumplein lag en dat was een heel belangrijk punt toen."

"De museumfunctie is bij Benthem Crouwel heel duidelijk opgeofferd aan het restaurant, een spectaculaire ingang en de winkel. De kelder is daar het slachtoffer van." Volgens Soeters is de kelder veel te laag, gezien de omvang. "Vergelijk het met een heel grote garage. Als die drie meter hoog is denk je nog: wat een lage ruimte. Het heeft met proportie te maken."

Op de vraag of destijds goed is nagedacht over de museumfunctie bij Benthem Crouwel, zegt Soeters: "Dat kun je achteraf betwijfelen. Nu zit je in de kelder met een grote zaal die te laag is en geen daglicht krijgt."

Museale bruikbaarheid

Dat in die zaal straks de vaste collectie te zien is en in de oudbouw de tijdelijke exposities, noemt Max van Rooy, op persoonlijke titel, een 'contradictie'. Wel benadrukt hij dat de jury niet gekeken heeft naar wat precies waar zou moeten hangen. "Dit bedenk ik me nu. We hebben daar toen geen oordeel over gegeven."

De toenmalige wethouders Stadig en Belliot hadden toen al hun bedenkingen bij Benthem Crouwel. Maar ze voelden zich gedwongen de jury te volgen en zijn daar achteraf ongelukkig mee. Belliot: "Het Stedelijk is er niet op vooruitgegaan." Stadig: "Zo moet je het dus nooit meer organiseren, met een jury die bepaalt."

Architect Hubert-Jan Henket wil twaalf jaar na dato niet zijn gelijk halen. "Wij kozen primair voor de museale bruikbaarheid en niet voor een spectaculaire vorm. Dat de jury uiteindelijk koos voor een spectaculaire oplossing in plaats van dienstbaarheid is, afhankelijk van de omstandigheden, goed uit te leggen. Alleen was dat voor ons erg jammer."

Verantwoording

Maarten Kloos wilde niet meewerken aan dit artikel. Het citaat van hem komt uit het archief van journalist Barbara van Erp, die hem in 2005 sprak. Het citaat van Hans van Beers komt uit een gesprek van deze krant met hem in 2011 voor een reconstructie van de verbouwing.­

Wat staat er te gebeuren?

De vaste collectie van het Stedelijk verhuist van het oude gebouw naar de 'badkuip' en is vanaf volgend jaar in de kelder en op de eerste verdieping van de nieuwbouw te zien. Tijdelijke exposities gaan van de nieuwbouw naar de eerste verdieping van de oudbouw.

Op de begane grond van het oude gebouw komen kleine thema-exposities.
Het Stedelijk verwacht eind mei/ begin juni 2017 de nieuwe opstelling te presenteren.

Rem Koolhaas is voor de invulling aangetrokken. Voorlopig is er in de kelder geen grote tentoonstelling geprogrammeerd. Wel zijn er in november bijvoorbeeld 'performances'. Het museum stelt dat de kelder toegankelijk blijft voor publiek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden