Plus

Koolhaas: 'Stedelijk heeft meer ruimte voor eigen interpretatie'

Architect Rem Koolhaas is verantwoordelijk voor de nieuwe, onorthodoxe inrichting van het Stedelijk Museum. 'Er is meer ruimte voor eigen interpretatie.'

Koolhaas: 'Het vertrek van Ruf was extreem teleurstellend, aan het einde van zo'n intensief proces' Beeld Marc Driessen

Vrijdagavond opende Stedelijk Base, de nieuwe collectiepresentatie van het Stedelijk Museum. Rem Koolhaas en Federico Martelli van het Office for Metropolitan Architecture (OMA/AMO) ontwikkelden, in nauwe samenwerking met (ex-)directeur Beatrix Ruf, een licht en speels tentoonstellingsconcept: bijna 700 hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis worden gepresenteerd op speciaal ontworpen, slanke stalen wanden, die los in de ruimte staan.

"Ik probeer al sinds de Kunsthal, en recentelijk ook met de Garage Museum of Contemporary Art in Moskou, het triomfantalisme van de kunstwereld te relativeren zowel door materiaalgebruik als door een conceptuele aanpak, om een soort eenvoud te creëren," zegt Koolhaas drie dagen voor de officiële opening, terwijl tientallen curatoren nog bezig zijn met het plaatsen van werken en ingenieurs van Tata Steel al trots poolshoogte komen nemen.

Vragen blijven stellen
"Van mijn werk is een bepaalde mentaliteit af te lezen. Ik wil het open houden, vragen blijven stellen in plaats van alles maar botweg definitief te maken."

"Ik wil de bezoeker niet één bepaalde kant op dwingen," vervolgt hij. "De bezoeker zal de stalen wanden eerder ervaren als schermen dan als muren; hij kan zelf zijn route bepalen en steeds een andere richting inslaan, alsof hij in een stad loopt en telkens iets nieuws ontdekt."

Het resultaat heeft hem zelf ook positief verrast, desondanks hangt er door het vertrek van Ruf eind oktober ook een asgrauwe sluier over het project. "Het is zeer pijnlijk dat we het resultaat van ons partnerschap niet samen hebben kunnen presenteren."

U hebt eens gezegd dat een architect niets anders is dan de oplosser van andermans problemen. Geldt dat ook voor Stedelijk Base?
"Daarmee bedoel ik te zeggen dat een architect niets is zonder de uitnodiging van iemand anders om na te denken over een probleem dat hij zelf niet heeft gedefinieerd. In dit geval was het Beatrix Ruf die ons vroeg om na te denken over een onderdeel van een transformatie van het Stedelijk."

"Meer precies: ze wilde het oude gebouw gebruiken voor de nieuwste kunst; vernieuwende experimenten laten profiteren van de kwaliteiten van het oude gebouw, van de schaal, de intimiteit en ook van de bekendheid. En de nieuwbouw moest de oudste kunst nieuw elan te geven; een nieuwe enscenering zou volgens Beatrix de algehele perceptie van de bestaande collectie kunnen vernieuwen. Ik vond dat onweerstaanbaar interessant. Zo'n drastische omkering heb ik nog niet eerder meegemaakt bij een uitbreidingsprijsvraag."

Klikte het direct tussen u en Beatrix Ruf?
"Ja, toen ik haar leerde kennen, vond ik haar al snel een spannend brein. Zij is niet alleen een bijzonder origineel mens, ze is ook een sterke, onafhankelijke mind. En we hebben overlappende interesses."

Hoe luidde precies de opdracht?
"Beatrix was niet tevreden over een aantal dingen die ze bij haar komst in het museum aantrof, met name over de manier waarop bezoekers het museum ervoeren en over het gebruik van het entreegebied. Daar had ze direct heel uitgesproken ideeën over. Het begon ermee dat we samen meermaals door het museum liepen; wij hebben haar de mogelijkheden en beperkingen van het gebouw te laten zien."

Wat waren die mogelijkheden en beperkingen?
"Het is zeer gecompliceerd, want als er beneden iets verandert, heeft dat gevolgen voor de rest van het gebouw. Zoals iedere architect heb ik heel veel meegedaan aan museumprijs­vragen, onder meer van het Museum of Modern Art en het Whitney Museum in New York en van de Tate in Londen. En ik heb destijds ook meegedaan aan de wedstrijd van het Stedelijk."

"In veel gevallen betrof het uitbreidingen van bestaande gebouwen. Het idee van een uitbreiding is waarlijk een syndroom van deze tijd, vind ik, omdat instituten worden aangepast aan de eisen van de markteconomie. Alles moet groter. Met AMO staan wij zeer kritisch ten opzicht van die ontwikkeling. We hebben gezien dat veel uitbreidingen voor enorme problemen zorgen, omdat er een nieuwe entiteit moet worden geherdefinieerd."

"Wat is het hoofdgebouw, wat is de uitbreiding? Is het ene primair en het andere secundair? De uitbreiding krijgt veel aandacht omdat die nieuw is. Terwijl het originele museum de hoofdzaak is, veroorzaakt de uitbreiding per definitie een dilemma."

Hoe bent u aan de slag gegaan?
"Vanaf het allereerste begin is er een werkelijk enorme collectieve inspanning geleverd, doordat Beatrix alle curatoren van het museum de vraag heeft gesteld om een selectie te maken van de werken waarvan zij vonden dat ze moesten worden getoond. Het was voor haar belangrijk om van het museum een geheel te maken."

"In de oude opstelling stond alles keurig naast elkaar, hier komt alles samen; dat vergt een heel andere inspanning en vorm van samenwerking. Het was aan ons om verbanden te vinden tussen al die elementen. Federico Martelli van AMO is als een embedded medewerker van het museum geworden; hij is zes maanden onderdeel geweest van een bijna dagelijkse uitwisseling van ideeën."

Het oogt overvol, toch hangt er minder dan 1 procent van de collectie.
"Of het nu 1 procent van de collectie is, of meer of minder, vind ik helemaal niet relevant. Dat is typisch zo'n argument dat wordt gebruikt om musea uit te breiden; het grootste deel van een collectie bevindt zich altijd in het depot, we hebben een groter museum nodig... Maar het is juist goed dat een groot deel van de collectie zich in het depot bevindt."

"Iedere periode heeft zijn blinde vlekken. Daarom is het zo goed dat er depots zijn. Omdat je je blinde vlekken in het depot kan stoppen. En de volgende generatie kan de blinde vlekken van anderen dan weer herontdekken. Dat is ook gebeurd tijdens de herinrichting. Er zaten veel werken tussen waar iedereen het direct over eens was. Maar er waren ook werken die na verloop van tijd belangrijker bleken dan gedacht, omdat ze een rol speelden in verschillende discussies."

Was u niet bang dat het een soort parade van greatest hits zou worden?
"Daar zijn wij even bang voor geweest, zoals we ook bang waren voor de simplificatie die dat tot gevolg zou hebben, maar dat is het niet geworden. Het vertelt juist een rijk, allesbehalve gesimplificeerd verhaal; een nieuw verhaal met onverwachte zijwegen, alternatieve mogelijkheden en overduidelijk een open einde."

"Langs de gehele wand van de gigantische museumzaal geldt een strikte chronologie, maar daarbinnen is alle ruimte gelaten om van de ene naar de andere kunstbeweging te dwalen - van abstract naar figuratief naar pop. Daardoor is er meer ruimte voor eigen interpretatie."

Wandkleden, affiches, schilderijen, werken op papier, design, sculpturen; alles wordt door elkaar gepresenteerd, maar alles krijgt dezelfde aandacht en eist dezelfde aandacht op.
"Dat was de bedoeling en ik vind dat heel spannend. Het is deels gelukt door onze opzet, maar een deel is onvoorzien. Dat komt ook door het materiaal, het staal, dat functioneert als de grote gelijkmaker. Het staal introduceert een kleur grijs en een materie die verschillende media en materialen een gedeelde achtergrond geeft."

In het begin van het proces hebt u in Het Parool gezegd dat de kosten minder dan een miljoen zouden bedragen; Ruf vergeleek de ingreep met de inrichting van een grote tentoonstelling. Maar een deel van het museum bleef bijna een jaar dicht, en de kosten liepen op.

"Het Stedelijk heeft zo'n lange tijd onder druk gestaan - er was zoveel kritiek op de langdurige sluiting, het opengaan, een directrice die niet fietste, een directrice die wel fietste - dat er een enorme verkramptheid is ontstaan over wat er al dan niet kon worden gezegd."

"Daarom wil ik op dit moment maar één ding accentueren: namelijk dat er een begenadigd intellectueel en creatief proces heeft plaatsgevonden, wat door de enorme ambities van verschillende partijen tot een geweldig resultaat heeft geleid. In dat hele proces is niets te verbergen, we kunnen met iedereen die daar in geïnteresseerd is over de kosten praten."

Gaat uw gang.
"De totale kosten van het Stedelijk Baseproject bedragen 2.870.000 euro. Dat geld is niet alleen besteed aan AMO's displaysysteem, er is ook een nieuw plafond met nieuw licht in de kelderruimte gebouwd."

"De bouw van het display-systeem heeft 1.500.000 euro gekost. De budgetoverschrijding is opgevangen door de steun van sponsors, die hebben geïnvesteerd in de innovatieve productie en toepassing van staal. De uiteindelijke kosten voor het museum zijn daardoor onder het oorspronkelijke begrote bedrag van 1.000.000 euro gebleven."

Interim-directeur Jan-Willem Sieburgh zei in NRC Handelsblad dat 'het proces, de budgettering en de communicatie over Base niet de schoonheidsprijs verdienen'.
"Geen commentaar."

Eind oktober moest Ruf vertrekken, na publicaties over neveninkomsten uit haar advies­bureau, en was u uw belangrijkste sparringpartner kwijt.
"Dat was extreem teleurstellend, aan het einde van zo'n intensief proces. Het was een hecht vennootschap, nu moesten we het afmaken zonder een van de essentiële partners. De afgelopen weken voelde ik me verweesd."

"Maar de schoonheid en kracht van dit proces is dat iedereen zo betrokken en geïntegreerd is dat het eigenlijk weinig uitmaakt. Het was niet zo dat Beatrix en ik het samen deden; er waren ook andere curatoren bij het gehele proces betrokken. Het was een enorme, collectieve inspanning. Door haar geïnitieerd, dat wel, maar ondersteund door het hele museum. En er lag een tot in detail uitgewerkt script; iedere muur was gepland."

Ruf was niet bij de opening. Denkt u dat u nog met haar door Stedelijk Base zult lopen?
"Ik ben er zeker van dat we dat op een dag zullen doen. Ik vind dat Beatrix met deze interventie en met haar grote Borgmanntentoonstellingen in korte tijd een bijzonder creatieve richting voor het Stedelijk Museum heeft geopend, waarin een ijzersterk concept is gecombineerd met nieuwe aanwinsten die hier dankzij haar kwaliteiten zijn terechtgekomen. Ik vraag me af hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat de stad Amsterdam zo'n unieke, capabele persoonlijkheid laat gaan."

Stedelijk Base is vanaf vandaag weer open voor ­publiek. Morgen is om 14.30 uur in het Teijin Auditorium een presentatie van Rem Koolhaas, Federico ­Martelli en Ann Demeester.

Rem Koolhaas
Rem Koolhaas (Rotterdam 1944) studeerde architectuur aan de Architectural Association School in Londen en de Cornell University in het Amerikaanse Ithaca. In 1975 richtte hij mede het Office for Metropolitan Architecture (OMA) op. Eind jaren negentig kwam daar AMO bij, een eigen researchinstituut dat zich bezig houdt met thema's als identiteit, cultuur en organisatie. Als bouwende architect brak Koolhaas in 1992 door met de Kunsthal in Rotterdam. Andere iconische OMA-gebouwen zijn de Nederlandse ambassade in Berlijn en het hoofdkantoor van CCTV in Peking.

Het nieuwe Stedelijk
In Stedelijk Base worden bijna 700 hoogtepunten uit de periode 1880-1980 geëxposeerd. Op de wanden worden de werken chronologisch getoond, beginnend met Van Gogh en Cézanne. Op speciaal ontworpen slanke, stalen tussenwanden, die los in de ruimte staan, zijn werken uit bepaalde periodes geclusterd. Op de eerste verdieping is kunst vanaf 1980 te zien, in een veel rustiger presentatie. De begane grond gaat onder-dak bieden aan wisselende collectiepresentaties. Onder de noemer Stedelijk Now gaat het Stedelijk tijdelijke tentoonstellingen voortaan op de eerste verdieping presenteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden