Plus

Koleka Putuma: ‘poëzie vond mij toen ik veertien was’

De Zuid-Afrikaanse performer, dichter en theatermaker Koleka Putuma treedt zaterdagavond op bij Poetry International in Rotterdam met haar activistische gedichten.

Koleka Putuma. Beeld -

‘Als je bent geboren als zwarte queer vrouw in Zuid-Afrika, bén je de belichaming van politiek, er is geen ontkomen aan,” ­ondervindt Koleka Putuma (1993) sinds jaar en dag. In haar poëzie­debuut ­Collective Amnesia (2017) legt ze haar hart bloot en confronteert ze de lezer met de koloniale geschiedenis, de apartheid, de machtsverhouding tussen zwart en wit en de patriarchale samenleving. De bundel sloeg in als een bom en kreeg al negen herdrukken. Er zijn plannen voor een Nederlandse vertaling.

Waarom vielen uw gedichten zo in de smaak bij een groot publiek?

“De bundel verscheen op het juiste moment in 2017, nadat er grote acties waren geweest van de studentenbeweging in Zuid-Afrika. Veel onderwijsinstellingen en universiteiten werkten aan de ‘dekolonisatie’ van het onderwijs. Mijn gedichten reflecteren op de actuele ontwikkelingen; de veranderingen in het denken in de maatschappij. Vrouwen en zwarte mensen beginnen zich te verweren. Dat zie je ook aan de opkomst van bewegingen als #MeToo en Black Lives Matter. Daarbij zijn mijn gedichten heel anders dan de poëzie waar ik op school mee in aanraking kwam; ze zijn geschreven in een taal waar mensen zich makkelijk toe kunnen verhouden.”

Uw boodschap over de bittere nasmaak van het kolonialisme, de apartheid en de scheve verhoudingen tussen wit en zwart zal niet bij iedereen goed vallen.

“De gesprekken tussen de verschillende groeperingen worden steeds gewaagder en eerlijker. Sommige mensen zijn bereid om een ongemakkelijke en eerlijke conversatie te hebben. Anderen hebben een nare nasmaak bij sommige van mijn gedichten, zoals het gedicht Water.”

Dit gedicht laat zich lezen als een bijtend pamflet tegen de scheve raciale verhoudingen en de witte privileges. Instemmend gejoel en gejuich zijn te zien op online video’s van Putuma’s performance. De dichter vergelijkt de verhouding van de witte en de zwarte Zuid-Afrikaanse bevolking tot het water; de witte kolonisator kwam over zee om slaven te halen, om land op te eisen en gebruikt het water nu vooral als bron van vermaak (strandbezoek). Voor de zwarte inwoners is het een bron van angst; aan zee vonden executies plaats, de meesten kunnen niet zwemmen, hiermee werden zij gedoopt en namen het christendom van de kolonisator over.

U dicht: (…) you have taken the liberty to colonize the concept of God; gave God a gender, a skin colour (…). Hoe verhoudt u zich nu tot het christendom?

“Toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, kwam ik in contact met andere culturen en religies. Dat zorgde ervoor dat ik ging reflecteren op mijn eigen opvoeding en cultuur. Ik kwam erachter dat mijn beeld van Jezus of God was ingebed in een koloniale structuur. Mijn beeld is veranderd van een God in de vorm van een witte man met blauwe ogen en lang blond haar in een hogere macht die terug te vinden is in meerdere mensen die ons onderweg in het leven helpen. Ik geloof in de kracht van het universum.”

In het gedicht Indulgence vraagt u een moeder haar dochter te leren dat de zogenaamde gekte die zich uit in woede of intens verdriet een normale respons is op de geschiedenis van Zuid-Afrika. Hoe kan men deze ‘vergeten’ zijn?

“Het consolidatieproces gaf niet iedereen de mogelijkheid om fatsoenlijk te rouwen. Het resultaat hiervan is een zekere vergeetachtigheid. Tegelijkertijd worstelen veel zwarte families nog met de traumatische geschiedenis van hun land; de kolonisatie, de apartheid. Zij moeten de gelegenheid krijgen om boos te zijn, verdrietig te zijn, te huilen om wat ze hebben verloren. Bij witte mensen is er ook sprake van vergeetachtigheid. Zij denken: dat was het verleden, wat kunnen wij hier nu nog aan doen? Maar het residu van deze geschiedenis is aanwezig in de vezels van de samenleving. Daar moeten we mee omgaan.”

Uw debuut heeft een krachtige boodschap. Tegelijker­tijd stelt u zich in deze gedichten erg kwetsbaar op. Hoe voelde u zich toen de bundel verscheen?

“Ik voelde me naakt, maar het geeft ook een machtig gevoel om zo openhartig te zijn. Het was fijn om zo moedig te zijn en hardop gedachten te formuleren die andere mensen niet uit durven spreken.”

“Ik vreesde het meest voor de gedichten die mijn familie aangaan. Ik heb het dan bijvoorbeeld over het gedicht over mijn vader die pastor is en ik die queer ben; een onderwerp dat onbespreekbaar is. Tegelijkertijd is het een troost dat er overal ter wereld mensen zijn die hetzelfde meemaken, die een streng religieuze achtergrond hebben en niet voor hun geaardheid uit kunnen komen. Wat mijn vader van mijn gedichten vindt? Hij heeft ze waarschijnlijk wel gelezen, maar we praten er niet over.”

Waarom is poëzie zo’n geschikt middel om uw boodschap in te verpakken?

“Ik heb de poëzie niet ontdekt, poëzie ontdekte mij toen ik veertien was. Het was voor mij een middel om uitdrukking te geven aan mijn gevoelens. Naarmate ik ouder werd, bleek poëzie het perfecte middel om te praten over mijn ervaringen als jonge, zwarte, queer vrouw. Het is zo’n groot en krachtig medium: poëzie geeft me de mogelijkheid om in een tijdsbestek van minder dan vijf minuten een boodschap te communiceren, daar leent een roman zich niet voor.”

Het gedicht Lifeline bestaat uit een lange lijst met namen van zwarte, veelal feministische, voorbeelden, zoals Kimberlé Crenshaw, Audre Lorde, Angela Davis. Op welke manier vormen zij de ruggengraat van uw werk?

“Sommige mensen op de lijst zijn overleden, anderen niet, er staan schrijvers tussen, vrienden, bekenden. Dit zijn de zwarte vrouwen die mij hebben geholpen om na te denken over mijn identiteit; over geslacht, ras, seksualiteit. Zij zijn vormend geweest in de manier waarop ik denk. Het gedicht On black solidarity gaat bijvoorbeeld over intersectionaliteit op een dieper niveau, over de problemen waar ik in het dagelijks leven tegenaan loop. Give me one rapper I can trust my son’s ears with/give me one lyric I can trust my daughter’s image with.

Het laatste gedicht in uw bundel eindigt met het scanderen van ‘rechtvaardigheid, rechtvaardigheid, rechtvaardigheid’. Zal recht zege­vieren?

“Dear God, ik hoop het.”

Koleka Putuma, Collective, AmnesiaUhlangapress, €22,99 Beeld -

Vijftigste Poetry

Poetry International Rotterdam viert tot en met zondag in De Doelen zijn vijftigste editie. Onder het motto What Happened to the Future? verbindt het vijftigste Poetry International Festival het rijke festivalverleden met de wereldpoëzie en dichters van vandaag. Vanavond heeft van 23.00 tot 2.00 uur de Poetry Night plaats, zondag wordt De Grote Poëzieprijs uitgereikt. Genomineerd zijn Maria Barnas, Joost Decorte, Radna ­Fabias, Roelof ten Napel, Willem Jan Otten en Xavier Roelens. Ook zondag is de uitreiking van de C. Buddingh’-prijs, waarvoor genomineerd zijn Obe Alkema, Gerda Blees, opnieuw Roelof ten Napel en Roberta Petzoldt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden