Review

Klassiek: Jan Pieterszoon Sweelinck - Eerste Boek der Psalmen Davids Gesualdo Consort Amsterdam/Harry van der Kamp *****

Het zou volstrekt, totaal en volkomen ondenkbaar zijn dat, áls Louis Andriessen al ooit een stuk zou componeren ter meerdere eer en glorie van de burgemeester en wethouders van Amsterdam, hij vervolgens een brief aan hen zou schrijven met daarin een passage als de volgende: ''Intussen waag ik het om aan uwe Heerschappen deze eerste resultaten van mijn zwoegen te presenteren, niet vanwege het belang ervan, noch vanwege de verdienste van hem die het aanbiedt, en nog minder vanwege het hoopvolle verlangen naar enige vergoeding of voordeel dat me hierdoor zou kunnen toevallen: nee, alleen maar deels om meer uitstraling aan mijn werk te geven door het te overdekken met de gunst van de naam uwer Heerschappen, deels ter erkenning van de nauwe verplichting die me bindt in u in wie ik de ware Vaderen van mijn land herken, door wie ik op menigerlei wijze ben beloond vanaf mijn jeugd, en die ik als beoefenaars en liefhebbers van alle eerlijke kunsten en disciplines, mij in het ambt hebben aangesteld dat ik sinds vele jaren in deze stad heb uitgeoefend.

Ja, leest u die zin gerust nog een paar keer over. Het is een mooie zin. Alleen wel een beetje lang.

De zin werd op 30 maart 1604 ondertekend door 'Jan Swelinck'. Wij kennen hem als Jan Pieterszoon Sweelinck, Neerlands grootste componist, naar wie menige straat is vernoemd.

Sweelinck schreef die zin in het voorwoord bij zijn Cinquante Pseaumes de David, zijn eerste boek met psalmen van David. Er zouden er nog drie volgen. Het Vierde Psalmboek verscheen in 1621, het jaar van zijn dood, op zijn 59ste.

Het geheel is een ongelooflijk mooie, maar gek genoeg tegenwoordig vrijwel onbekende verzameling vocale muziek, waarmee Sweelinck in het zeventiende-eeuwse Amsterdam goede sier maakte.

Het Gesualdo Consort Amsterdam heeft, onder de artistieke leiding van Harry van der Kamp, een monstertaak op zijn schouders genomen. Op zeventien cd's namen zij het volledige vocale werk van Sweelinck op, uit te brengen in drie verschillende delen, met daarin de wereldlijke muziek (deel 1), de psalmen van David (deel 2) en de Cantiones sacrae (deel 3). De overkoepelende titel: Het Sweelinck Monument. Een lange stoet subsidiënten en sponsoren stelden zich voor deze buitengewone uitgave garant.

Als eerste is deel 2a, met Eerste Boek der Psalmen Davids uitgebracht, drie cd's met schitterende muziek, wonderschoon gezongen door Van der Kamp en de zijnen. Er is aan dat woord monument dus geen letter overdreven, ook al omdat de drie cd's schuilgaan in een fraai boek ter grootte van een missaal. In het boek staan zeer informatieve teksten van Sweelinckgeleerde Pieter Dirksen, psalmenkenner Dick Wusten en van Sybe Bakker over psalmberijmingen.

Dirksen schrijft dat we Sweelinck tegenwoordig vooral kennen als de grote orgel- en klavierman, die als organist internationale leerlingen van grote latere importantie had (Jacob Praetorius, Samuel Scheidt) en zo werkelijk school maakte. Maar in zijn eigen tijd was hij als componist van vocale muziek veel bekender, omdat die voor een groter publiek toegankelijk was.

Sweelincks vocale oeuvre is immens, met 254 stukken in alle genres van die tijd: chanson, madrigaal, canon, motet en, de hoofdmoot, 153 psalmzettingen.

Opmerkelijk is dat van Sweelinck voor zover bekend geen vocale muziek op Nederlandse teksten bestaat. Hij werkte alleen met Franse, Italiaanse en Latijnse teksten. Pieter Dirksen verklaart dat door te wijzen op Sweelincks 'kosmopolitische houding' - hij componeerde niet voor Nederland, maar voor de wereld. Maar ook speelde mee dat er bijvoorbeeld van het Geneefse Psalter doodgewoon geen bruikbare Nederlandse vertalingen waren. De vertaling van Petrus Datheen die de tekst in 1562 als eerste in het Nederlands vertaalde en die sinds 1568 in de Nederlandse Calvinistische Kerk officieel werd gebruikt, was in elk geval voor Sweelinck geen geschikt alternatief.

In het boek beschrijft Sybe Bakker dat Sweelinck die versie van Datheen heeft kunnen horen in de Oude Kerk, als daar de dienst begon. ''Dan trad er een voorzanger op, die de gemeente wellicht traag en isometrisch (alles op 'lange tonen') liet zingen uit Datheen. De versaccenten van deze rijmer zouden in Sweelincks psalmencomposities steeds gebotst hebben met de muzikale accenten.''

Als Sweelinck al een Nederlandse berijming had gekozen, was het ongetwijfeld die van Philips van Marnix van Sint Aldegonde, de grote en veel muzikalere concurrent van Datheen. Voor de volledigheid staan zowel de Franse, door Sweelinck gebruikte teksten, als de Nederlandse alternatieven dachtig' van Datheen en Marnix in het boek.

Voorbeeld: Psalm 20.

'La Seigneur ta priere entende'
'Godt verhoor' u' gebedt dat ghy doet' (Datheen)
'De Heer hoor dijn gebet aendachtig' (Marnix)
Of in modern Nederlands: 'Moge de heer uw gebed horen'.

Zegt u het maar.

Harry van der Kamp en het Gesualdo Consort Amsterdam en de geldschieters die het mogelijk maakten, kunnen niet genoeg voor dit project worden geprezen. Door hun toedoen staat Sweelinck nu ook op de kaart als een geweldenaar in de vocale muziek. Hulde. (ERIK VOERMANS)
(Glossa)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden