Klassiek: Hans Vonk - Hans Vonk Edition **

Er zijn im grossen Ganzen twee soorten dirigenten: de mannen (ja, vooral mannen) van het uiterlijk en de mannen van het innerlijk. De mannen van het uiterlijk hechten aan status, geld en macht. Ze hebben dure agenten en staan voor 'de grote orkesten'. Lorin Maazel, Riccardo Muti, Christian Thielemann, Von Karajan natuurlijk. Vul het rijtje zelf aan.

De mannen van het innerlijk gaat het eerst en vooral om de muziek. Bij 'de grote orkesten' staan ze meestal niet op de A-lijst, wat goedbeschouwd vreemd is, maar zo zit het nu eenmaal in elkaar. Denk aan Günter Wand, die pas op zijn 77ste debuteerde bij de Chicago Symphony, aan Hartmut Haenchen, Ed Spanjaard.

In Nederland was het schoolvoorbeeld van een man van het innerlijk de in 2004 overleden Amsterdammer Hans Vonk. Hij had het talent en het charisma voor een echt grote carrière en een leven in de spotlights, maar hij koos voor de muziek en de waarachtigheid.

Was het anders verlopen als niet Riccardo Chailly, maar Vonk destijds de opvolger was geworden van Haitink als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest? Vast niet. Vonks rolmodel was immers Eduard van Beinum, Haitinks voorganger - en ook typisch een man van het innerlijk.

Vonk was jaren chef van het Residentie Orkest in Den Haag, hij was Kapellmeister van de Staatskapelle Dresden (toen hét toporkest uit het Oostblok) en leidde enkele jaren het orkest van de Keulse radio. Maar naar eigen zeggen het gelukkigst was hij bij het orkest waar hij in 1996 werd aangesteld als opvolger van Leonard Slatkin: bij de Saint Louis Symphony, als de elfde chef in de geschiedenis.

Dat geluk zou uiteindelijk slechts zes jaar duren. In 2001 manifesteerde zich bij Vonk een niet te genezen kwaal aan het zenuwstelsel die zijn spieren aantastte, waardoor hij tot groot verdriet van het orkest zijn positie moest opgeven. In de bloei van zijn dirigentenbestaan kwam hij in een rolstoel terecht. Drie jaar later stierf hij, op zijn eenenzestigste.

Platen en cd's van Vonk zijn er niet in overvloed, reden extra gelukkig te zijn met de reeks opnamen die bij PentaTone gaan verschenen en samen een Hans Vonk Edition zullen vormen, die acht cd's omvat - alle nog door de maestro gefiatteerd. Het betreft zonder uitzondering liveregistraties vanuit de Powell Symphony Hall in Saint Louis uit de periode 1997-2002.

De eerste vier cd's in de reeks zijn niet onopgemerkt gebleven. In de categorie Bijzondere Uitgaven van Historische Aard werden ze bekroond met een Edison Klassiek. 'Nergens nadrukkelijk, nooit overdrijvend en 'Spaans-benauwd' voor pathetique, komt Vonk op deze cd's naar voren als een dirigent die de muziek niet leidt maar geleidt,' schrijft Roland Kieft in het juryrapport en dat is een treffende karakterisering.

Erg goed is bijvoorbeeld de opname van Debussy's La mer, niet het gemakkelijkste stuk om geloofwaardig en overtuigend over het voetlicht te brengen, maar Vonk kan het, gewoon door het orkest te laten spelen wat er staat - niet meer maar vooral ook niet minder. Het resultaat is prachtig en ontroerend. De uitvoering van Ravels La valse doet er nauwelijks voor onder.

Van hoge kwaliteit is ook de uitvoering van Messiaens Turangalîla-symphonie, die we in dit Messiaenherdenkingsjaar vaak hebben gehoord, zij het niet altijd zo goed als Vonk hier laat horen.

Met de Vierde symfonie van Bruckner zijn we in het hart van Vonks repertoire beland. Er zijn weinig componisten met wier muziek hij zo'n natuurlijk intuïtief rapport had als met de gonzende architectonische bouwwerken van deze Oostenrijkse symfonicus.

Ook zijn Beethoven mag er zijn, al neigt de uitvoering van de Eerste symfonie in het Menuet en in de finale naar rommeligheid. Maar de aangenaamste verrassing is toch de nieuwste cd in de serie, althans het eerste stuk daarop: Mozarts Symfonie nr. 40, een van de vaakst gespeelde stukken die er zijn. Luchtig fraserend en articulerend geeft Vonk het stuk een weldadige frisheid, zonder het in het langzame deel aan dramatiek en melancholie te laten inboeten.

Het doet reikhalzend uitzien naar de delen zes, zeven en acht, te verschijnen in oktober, met Mahlers Vierde symfonie en werken van Fauré, Schönberg en Tsjaikovski. (PentaTone)
(ERIK VOERMANS)

Foto ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden