Klassiek: Bruno Monsaingeon - Mademoiselle/Nadia Boulanger ****

Bruno Monsaingeon, de bekende Franse muziekdocumentairemaker, heeft in het verleden de wereld verblijd met films over Glenn Gould, Svjatoslav Richter, David Oistrakh, Yehudi Menuhin, Dietrich Fischer-Dieskau en jongere sterren als Michael Tilson Thomas. Maar het begon allemaal met een film die hij in 1977 maakte over de toen negentigjarige pedagoge Nadia Boulanger. Zij gaf al zes decennia elke woensdag in haar appartement in Parijs les aan jonge componisten, musici en dirigenten en had daarmee in de geschiedenis van de twintigste-eeuwse muziek een legendarische status opgebouwd.

Haar invloed was zo groot dat werd gesproken van de Boulangerie. Soms liefkozend, en dan vooral in Amerika, waar sinds de vroege jaren twintig in de voetsporen van Aaron Copland hele contingenten jonge Amerikaanse componisten naar het American Conservatory in Fontainebleau togen om les te nemen bij mademoiselle Boulanger. Soms ook badinerend, en dan vooral bij de componisten die zich in het kielzog van Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez hadden overgegeven aan de zegeningen van de strenge en ongenaakbare componeerstijl genaamd serialisme. Boulez en Stockhausen moesten niets hebben van het veel luistervriendelijkere en tonale neo-klassicisme dat Nadia Boulanger als apostel van haar held Igor Stravinsky propageerde.

Tot de componisten en uitvoerende musici die haar bezochten, behoren klinkende namen als Elliott Carter, Daniel Barenboim, Dinu Lipatti, Roger Sessions, Walter Piston en Igor Markevitsch. Zelf studeerde nadia Boulanger, dochter van een Franse componist en een Russische prinses, bij Fauré en was ze een tijdlang assistent van Paul Dukas.

Componeren deed ze zelf niet, althans, niet meer. Het verhaal wil dat de tragische dood van haar jongere zusje, de razend getalenteerde Lili (ze stierf op haar 24ste en liet een handvol verbluffende stukken na) Nadia's componeerdrift voorgoed had verstomd.

Daarover gaat het in de film van Monsaingeon - helaas - niet. Hij stelt de vrouw die talloze componisten vakmanschap bijbracht weliswaar de vraag of ze zelf ook heeft gecomponeerd, maar hij neemt genoegen met het antwoord: "Ik ben niet in staat iets te schrijven. Daar kwam ik al op mijn twintigste achter. Maar zo interessant is dit allemaal niet." (Ze was 38 toen haar zuster overleed.)

Misschien had Monsaingeon, in 1977 nog een beginnend cineast, te veel respect voor de negentigjarige levende legende. Hij wilde trouwens ook alleen maar een vlieg op de muur zijn tijdens haar fameuze lessen op de woensdag, al ontpopte hij zich dan wel als een vlieg die met enorm veel herrie om de elf minuten de filmrol in zijn zestienmillimetercamera moest vervangen. Mademoiselle Boulanger werd enigszins chagrijnig van die hinderlijke onderbrekingen.

Hij heeft niettemin prachtig materiaal kunnen schieten van de negentigjarige dame, die vanachter een enorme bril met metersdikke glazen de wereld nog steeds met een grote scherpzinnigheid bezag.
Op sfeerrijke zwart-witbeelden is te zien hoe Boulanger zestig jaar lang te werk moet zijn gegaan. Ze laat een leerling een stukje spelen (Mozart, Stravinsky), zingt de notennamen mee en geeft onderwijl commentaar - 'Tonica, dominant, hier B groot met een bes in de bas' - of onderbreekt de frase door abrupt de rechterhand van de pianist van de toetsen te tillen, wat altijd weer een wat onzekere lach van verbazing bij het lijdend voorwerp teweeg brengt.

Geestig is ze als ze een leerling een melodie laat voorspelen die door de hele klas op notennamen moet worden nagezongen, wat de eerste keer uiteraard heel aarzelend en zacht gebeurt. "Pardon! Pardon!" onderbreekt ze de verlegen mompelaars. "Jullie zingen prachtig, maar ik hoor alleen maar wat gekreun. Heer, vergeef het ze!" De keer erna klinkt het meteen al een heel stuk overtuigender.

Mooi zijn ook de herinneringen van Leonard Bernstein, die weliswaar nooit officieel bij haar studeerde, maar wel haar lesmethoden via zíjn docent Copland had leren kennen. "Ze was in staat ons op fouten in onze eigen stukken te wijzen die we zelf over het hoofd hadden gezien. Op haar verzoek speelde ik een lied van me voor en bij deze bastoon - hij speelt een lage bes - riep ze opeens 'Nee!'. Ik was toen 58, maar ik voelde me 21. Ze vond die noot niet goed omdat hij ook al kort daarvoor had geklonken. Ze wilde liever quelque chose plus frêche," zegt Bernstein in zijn beste Frans. En je hoort aan zijn stem dat hij vond dat ze gelijk had.
In de interviewfragmenten is ze tegen Monsaingeon niet altijd even helder, wat trouwens voor kunstdocenten geen slechte eigenschap is omdat de verbeelding van de leerling erdoor wordt geprikkeld. Maar soms is ze ook verrassend, ontwapenend en pretentieloos eerlijk. "Ik kan wel zeggen wanneer een stuk goed gemaakt is, maar niet wat een stuk tot een meesterwerk maakt. Ik accepteer dat ze bestaan, maar wat ze definieert kan ik niet zeggen." (Idéale Audience) (Erik Voermans)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden