Review

Klassiek: Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra - Live: The radio recordings 1980-1990 ****

Het omvangrijkste cd-project in de geschiedenis van de Nederlandse klassieke muziek heet Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra. Het project is een initiatief van Radio Nederland Wereldomroep en de samenstellers, Lodewijk Collette (Wereldomroep) en Daniël Esser (cellist in het Concertgebouworkest) hebben al jaren een halve dagtaak aan de beluistering van alle live-radio-opnamen die in de loop der jaren door de Avro, NPS en Tros zijn uitgezonden. Of misschien wel een hele, want de zaken worden groots aangepakt.

Na de delen 1 tot en met 4, die de periode van 1935 tot en met 1980 bestrijken, hebben Collette en Esser zich gebogen over het bewogen tijdvak 1980-1990, waarin Bernard Haitink met slaande deuren vertrok als chef-dirigent en werd opgevolgd door de Italiaan Riccardo Chailly (wat ten huize van Hans Vonk, door Haitink als diens opvolger aangewezen, ook tot slaande deuren moet hebben geleid).

De totale Anthology zal negentig cd's gaan omvatten. Deel vijf, de periode 1980-1990, bestaat uit veertien cd's. De vraag wanneer de liefhebber dit allemaal moet gaan draaien, laten we in het midden. Troosten we ons met de gedachte dat de Wereldomroep de cd's allemaal de internationale ether instuurt, waardoor in potentie een publiek van vele miljoenen zuchtend en zachtjes wenend de hoogtepunten van alweer een decennium uit de geschiedenis van het beste orkest ter wereld tot zich kan nemen.

Bloemlezers Collette en Esser hebben het zich niet gemakkelijk gemaakt, want van de dirigenten Haitink en Chailly stelden zij al eerder omvangrijke cd-boxen samen, waardoor er veel fraai materiaal niet meer kon worden gebruikt. Op doublures zit niemand te wachten per slot van rekening. Het aandeel van Haitink en Chailly blijft om die reden in deel vijf van de Anthology bescheiden. Haitink komt tot twee stukken (een tegenvallende Eerste symfonie van Schumann en een heel veel betere Valses nobles et sentimentales van Ravel) en Chailly tot drie: een ouverture van Rossini, een vroege en nog honderd procent laatromantische Webern (Im Sommerwind) en Le chant du rossignol van Stravinsky, de componist met wiens werk Chailly als zeer weinig anderen eer kon inleggen.

Curieus genoeg is Haitinks Eerste van Schumann de enige opname uit 1981 in de box. Blijkbaar was dat een uitzonderlijk mager muziekjaar voor het Concertgebouworkest.

Curieus is ook dat een box die de periode 1980-1990 heet te bestrijken met twee opnamen uit juni 1979 begint. Maar we klagen niet. De uitvoeringen van Brahms Vierde symfonie en de zelden in een concertzaal te horen Fünf Orchesterstücke opus 10 van Anton Webern - meesterlijke miniaturen - onder leiding van Carlo Maria Giulini, behoren tot de geïnspireerdste momenten in de doos.

De samenstellers kozen zoals altijd voor 'spectaculair geslaagde uitvoeringen, voor bijzonder, vooral ook Nederlands repertoire, voor grote solisten, grote dirigenten en voor een mooie opbouw van de gehele serie', zoals Collette het in een vraaggesprek met deze krant formuleerde.

Er is geen woord van overdreven. Tot de spectaculair geslaagde uitvoeringen behoren onder veel meer de Vijfde symfonie van Carl Nielsen, het Klarinetconcert van Hindemith (solist George Pieterson speelt prachtig) en de Tweede symfonie van Rachmaninoff, alle onder leiding van de Russische emigré Kirill Kondrasjin, die in 1979 tot vaste gastdirigent van het Concertgebouworkest werd benoemd. De eigenzinnige orkestdirecteur Hein van Royen had die benoeming er zonder medeweten van Haitink doorgeduwd, wat vanzelfsprekend enige gramstorigheid bij de chef-dirigent tot gevolg had, maar uiteindelijk spon hij er ook garen bij. Kondrasjin was veel meer dan Haitink een orkesttrainer en een fijnslijper. Zijn strenge aanpak was een perfecte aanvulling op het laisser faire van de chef.

Spectaculair geslaagd mogen ook de Zesde symfonie van de eeuwig onderschatte Bohuslav Martinu en de Suite uit Die Frau ohne Schatten van Strauss heten. Dirigent Wolfgang Sawallisch stijgt in Martinu tot grote hoogten en Erich Leinsdorf maakt met zijn Strauss diepe indruk.

Een rode draad door de reeds verschenen Anthologies zijn de symfonieën van Mahler en vanzelfsprekend is er ook in deel vijf eentje opgenomen. Die Eerste symfonie met dirigent Leonard Bernstein, vastgelegd in 1987, is meteen ook een van de absolute hoogtepunten in de doos. Meteen vanaf de fluisterzacht gespeelde openingsmaten staat vast dat hier iets bijzonder gaat gebeuren en Bernstein lost alle geschapen verwachtingen ruimschoots in.

En dan zouden we bijna de Drei Bruchstücke aus Wozzeck, geleid door Gerd Albrecht, of de Zesde symfonie van Sibelius, geleid door specialist Sir Colin Davis nog vergeten.

Lodewijk Collette en Daniël Esser hebben weer een mooi schatkistje vervaardigd. (ERIK VOERMANS)
(RNW)

www.concertgebouworkest.nl

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden