Illustrator Martijn van der Linden: ‘Het leesplezier van kinderen gaat al jaren achteruit, maar het tij is te keren.’

PlusInterview

Kinderboekenambassadeur Martijn van der Linden: ‘Illustraties wakkeren enthousiasme aan’

Illustrator Martijn van der Linden: ‘Het leesplezier van kinderen gaat al jaren achteruit, maar het tij is te keren.’Beeld Nina Schollaardt

Martijn van der Linden is de nieuwe Kinderboekenambassadeur. Het is voor het eerst in Nederland dat een illustrator voor het ambt is gevraagd. ‘Illustraties in kinderboeken? Dat hoeft niet op te houden na de basisschool.’

Joukje Akveld

Hij heeft een druk najaar. Om te beginnen was er de Kinderboekenweek vorige maand. Martijn van der Linden (43) deelt de negatieve reacties over ongeïnteresseerde kinderen en moeilijk te handhaven klassen die sommige van zijn collega’s op sociale media plaatsten niet. “Het was druk en leuk. Maranke en ik hebben heel veel kinderen gezien. Telkens als we vertrokken voelden we het enthousiasme van zo’n groep om met Bob Popcorn aan de slag te gaan.”

Maranke Rinck is Van der Lindens partner met wie hij sinds zijn debuut Het prinsenkind (2004) samenwerkt. Zij schrijft, hij tekent. Hun laatste creatie is Bob Popcorn, een luimige maiskorrel die als hij kwaad is ontploft en popcorn wordt. Tienduizenden kinderen hebben inmiddels met het explosieve mannetje kennisgemaakt. Zijn makers ontvangen fanmail in de vorm van Bobtekeningen, Bobknutsels en Bobknuffels. Onlangs is het vierde deel in de serie verschenen, Bob Popcorn – meesterkok.

Van der Linden kent de Pisarapporten waarin het leesplezier van kinderen al jaren een dalende trend vertoont en Nederland internationaal gezien bovendien onderaan bungelt. Toch is hij optimistisch. “Ik geloof dat het tij te keren is. Boeken kunnen wel degelijk een grote rol in een kinderleven spelen. Als er maar aandacht voor is. Als op school maar wordt voorgelezen, zodat kinderen snappen dat er in die kinderboekenwereld iets moois te halen valt.”

Teleac-serie striptekenen

Als Kinderboekenambassadeur is hij voor twee jaar aangesteld om het enthousiasme voor het genre aan te wakkeren. “Ik wil kijken hoe je afkeer van boeken kunt tegengaan door illustraties in te zetten. Kinderboeken zijn meer dan bladzijdes vol woorden. Je kunt bijvoorbeeld ook gaan tekenen naar aanleiding van de illustraties in een boek.”

Zelf was hij als kind gegrepen door de Teleac-cursus Strip- en Cartoontekenen van Hanco Kolk en Peter de Wit. “Er hoorde een boek bij. Dat boek had een enorme invloed op mij. Toen ik voor deze functie werd gevraagd dacht ik: hoe gaaf zou het zijn als er voor kinderen ook zo’n boek over illustreren zou zijn? Dat ze zich realiseren dat tekenen een beroep is, dat boeken door iemand zijn gemaakt.” Hij sprak erover met zijn uitgever die het idee omarmde. “Ik wil mijn collega’s aan het woord laten en natuurlijk moeten er heel veel tekeningen in komen. Dit boek moet vooral plezier uitstralen.”

Daarnaast wil hij zijn vakgebied verbreden. “Illustraties in boeken? Dat hoeft niet op te houden na de basisschool. Zorg dat er ook geïllustreerde boeken voor tieners zijn. Met beeld kun je jongeren op een andere manier aanspreken dan met tekst.”

Zelf illustreerde Van der Linden Erna Sassens jongerenroman Zonder titel. “In dat boek speelt kunst en tekenen een belangrijke rol. Wat mij betreft is dat geen vereiste. Ook youngadultboeken met een ander onderwerp krijgen een extra laag als je illustraties toevoegt.” Voor de duidelijkheid: hij heeft het niet over graphic novels – ‘dat ligt dichter bij strip’ – maar echt over fictie.

Martijn van der Linden illustreert de Bob Popcorn-reeks over een luimige maiskorrel die als hij kwaad is ontploft en popcorn wordt. Beeld Martijn van der Linden
Martijn van der Linden illustreert de Bob Popcorn-reeks over een luimige maiskorrel die als hij kwaad is ontploft en popcorn wordt.Beeld Martijn van der Linden

Wat hem betreft kun je illustraties zelfs doortrekken naar boeken voor volwassenen. Dat gebeurt nu af en toe – Annemarie van Haeringen maakte tekeningen bij de dierenverhalen van Toon Tellegen, Sylvia Weve illustreerde werk van Annejet van der Zijl – maar van Van der Linden, die zelf illustraties maakte voor Arthur Japins Honden voor het leven, zou het veel vaker mogen. “Zo genereer je meer aanzien voor het illustratievak. En zo blijft het papieren boek iets lekkers om vast te houden. Een geïllustreerd e-book heeft toch een andere uitstraling.”

Voorleeslintje

Om zijn boodschap te verkondigen, trekt hij het land in. De eerste optredens zijn achter de rug. Docenten, bibliothecarissen, leesconsulenten, kunstacademies – als Kinderboekenambassadeur verbreedt hij zijn doelgroep met volwassenen. Omdat voorlezen zo belangrijk is voor het enthousiasmeren van kinderen, wil hij een voorleeslintje in het leven roepen voor mensen die een speciale prestatie leveren op dat gebied.

En naar voorbeeld van Quentin Blake, Engelands eerste Children’s Laureate, droomt hij van een platform voor tekenaars. “In Londen heeft Blake een centrum voor kinderboekenillustraties opgezet. Zoiets zou hier ook heel tof zijn, hoewel ik denk ik niet degene ben die dat moet realiseren. In Engeland is meer geld beschikbaar voor dergelijke initiatieven dan bij ons. Maar het is een mooi project om over na te denken. Kinderboekenillustraties zitten nog te vaak in het hoekje van ‘o, dat is voor kinderen.’ Maar Raoul Deleo die nu net het Gouden Penseel won, komt niet uit het kinderboekenvak. Terra Ultima was zijn debuut.”

Een goed kinderboek heeft een magnetische werking, denkt Van der Linden. “Kinderen pakken het op en kunnen het niet meer wegleggen. Illustraties kunnen daarbij een grote rol spelen. Daardoor ziet een bladspiegel er toch wat minder beangstigend uit.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden