PlusBoekrecensie

Ken Loach en Édouard Louis over kunst en sociaal onrecht

De Britse filmmaker Ken Loach en de Franse schrijver Édouard Louis gingen in gesprek over de rol van de kunst bij het aan de kaak stellen van sociaal onrecht. Hun discussie is nu in boekvorm verschenen.

Tekst uit de film ‘I, Daniel Blake’ van Ken Loach, geprojecteerd op een muur in Londen. Beeld Getty Images
Tekst uit de film ‘I, Daniel Blake’ van Ken Loach, geprojecteerd op een muur in Londen.Beeld Getty Images

Wie neemt het eigenlijk nog op voor de lagere klasse (voorheen de arbeidersklasse) nu het socialisme op sterven na dood is? Hoe komt het dat het socialisme in Europese landen als Frankrijk en Engeland het steeds vaker aflegt tegen ­extreemrechts? Welke rol kan de kunstenaar vervullen bij het aan de kaak stellen van sociaal onrecht?

Het zijn urgente vragen in het werk van zowel de Britse filmregisseur Ken Loach (1936) als de Franse auteur Édouard Louis (1992), beide afkomstig uit landen waar links nog relatief goed vertegenwoordigd is in de politiek. ‘We leven onder regeringen die de mens totaal minachten,’ zegt Loach tegen Louis in Dialoog over kunst en politiek.

Het boekje is een transcriptie van een gesprek dat de twee voerden bij Al Jazeera in Londen. Loach maakte veelbekroonde, sociale film­drama’s waarin de lagere klasse centraal staat. Denk aan Kes (1969) of I Daniel Blake (2016). Ook in zijn laatste film Sorry We Missed You (2019) laat hij zien wat vooruitgang voor de lagere klasse in Engeland tegenwoordig inhoudt: Abby werkt lange dagen in de thuiszorg, Ricky heeft zijn baan in de bouw verloren en klust wat bij. Om hun financiële situatie te verbeteren, sluit Ricky een franchisedeal met een postorder­bedrijf. Hij gaat als zelfstandig pakketbezorger aan de slag. De werkdruk blijkt torenhoog hij raakt verstrikt in regels en protocollen. Ondertussen kan het gezin ternauwernood het hoofd boven water houden.

Eddy Bellegueule

Die voortdurende economische stress is ook herkenbaar voor Louis die werd geboren als ­Eddy Bellegueule. Hij groeide op in een arbeidersmilieu in Noord-Frankrijk en schreef bestsellers als Weg met Eddy Bellegueule (2014), Ze hebben mijn vader vermoord (2018) en het ­onlangs verschenen Strijd en metamorfose van een vrouw.

Zijn vader kreeg op zijn vijfendertigste een ongeluk in de fabriek waar hij werkte – een kabel viel op hem en verbrijzelde zijn rug. Hij was jarenlang arbeidsongeschikt. Tot de overheid op een dag besloot dat hij weer arbeidsgeschikt was, omdat de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een invaliditeitspensioen waren aangescherpt. Hij leed echter iedere dag intense pijn. Louis zag zijn vader voor de keuze gesteld staan: of je sterft van de honger, of je werkt je dood.

De filmmaker en de schrijver zien een gewelddadige overheid: Louis een overheid die eerder uit is op vervolging dan uitsluiting en Loach een die door de economische stress vormen van ­geweld in de huiselijke omgeving uitlokt, omdat mensen zich door vermoeidheid en uitputting gaan afreageren in huiselijke setting.

Louis: ‘We zouden moeten kunnen aantonen dat er zoiets bestaat als ‘dubbel politiek geweld’; ten eerste als regeringen de sociale bijstand ­afschaffen, arbeidsomstandigheden ondergraven, medicijnen niet langer vergoeden enzovoort, en ten tweede als die ingrepen vervolgens een persoonlijke impact hebben op het leven van de mensen vanwege de stress (…)’

Heteroseksuele norm

De 84-jarige Loach idealiseert de gemeenschapszin in de lage klasse en wijt alle gevoelens van stress en verdeeldheid aan gebrek aan ­‘materiële geborgenheid’. Die is volgens hem nodig voor mensen om altruïstisch te ­kunnen zijn. Een wat simplistische en klassiek socialistische gedachte.

Daar openbaart zich misschien wel een generatiekloof, want de homoseksuele Louis heeft een veel minder rooskleurig beeld van dergelijke gemeenschappen, waar de heteroseksuele norm en dominante mannelijkheid ook tot uitsluiting en agressie jegens minderheden leidt. Dat is immers ook zijn eigen ervaring geweest.

Het blijken regelmatig de verkenningen en ­inzichten van de 28-jarige Louis die het interessantst zijn. In het gesprek neemt hij de leiding en toont hij zich een slag intellectueler en scherpzinniger en heeft hij meer oog voor de ­onderwerpen van deze tijd.

Waarom maken de linkse partijen niet zo’n bliksemsnelle opgang als extreemrechtse partijen? Louis denkt dat ze moeite hebben hun denkkader te vernieuwen: ‘Hoe koppelen ze bijvoorbeeld het klassenbewustzijn aan de positie van de vrouw? (..) Zolang de klassenanalyse ­gebaseerd blijft op het beeld van een hechte, ­authentieke, mannelijke, witte gemeenschap zal links nooit een politieke dynamiek teweeg kunnen brengen en zal de weegschaal altijd doorslaan naar extreemrechts – waar men ­duidelijk begrijpt dat er breuklijnen bestaan binnen de lagere klasse en dat er in die klassen intern strijd wordt geleverd.’ Extreemrechts weet de lage klasse handig te verdelen: ‘de zwarten pikken onze banen in’.

Buitenstaanderperspectief

Links zou dus veel kunnen winnen door oog te hebben voor het intersectionalisme en in te zetten op verbinding tussen verschillende onderdrukte groepen (‘Verenigt u!!’). Een geslaagd voorbeeld dat door Louis noch Loach wordt genoemd is de campagne Lesbians & gays support the miners; een groep homo’s en lesbiennes ­zamelde geld in voor de getroffen mijnwerkersgezinnen tijdens de Britse mijnwerkingsstaking in 1984. Dit terwijl binnen de mijnwerkers­gemeenschap veel homofobie was. Tijdens de gaypride in Londen in 1985 liepen veel mijn­werkers mee om hun steun aan de homo­gemeenschap te betuigen. Hierover werd de film Pride (2014) gemaakt.

Zowel Loach als Louis zet hoog in op representatie van de lage klasse in hun werk. Loach’ film Kes (1969) naar de roman van Barry Hines over een arbeidersjongen die het thuis erg moeilijk heeft en een torenvalk gaat trainen, maakte veel indruk op het filmpubliek van de jaren zeventig. De vraag is: is het zichtbaar maken, de representatie van de lage klasse, genoeg om vandaag de dag nog impact te hebben?

Endemische armoede met alle bijbehorende problematiek is in wezen een saai onderwerp, want voorspelbaar in zijn neerwaartse spiraal. Kunst kan het belangwekkend maken door een extra laag toe te voegen, zoals Louis bijvoorbeeld deed met Strijd en metamorfose van een vrouw, over de transformatie die zijn moeder doormaakte toen ze actief aan haar uitzichtloze omstandigheden (armoede, een man die haar sloeg) probeerde te ontsnappen. Het buitenstaanderperspectief – dat van een verwonderde zoon die de situatie probeert te analyseren – maakt het een interessant boek.

Onverdraaglijk

Dat boek zal echter vooral gelezen worden door de hogere klasse, die wellicht tijdens het lezen vermaakt zal zijn en nieuwe inzichten zal opdoen, om het daarna terzijde te leggen. Louis stelt: ‘Kunst moet laten zien hoe onverdraaglijk de wereld in werkelijkheid is (..) en energie en inspiratie bieden om hem draaglijker en mooier te maken.’

Een prachtig en onversneden idealistisch antwoord waar Loach zich ook in kan vinden. Maar het roept direct nieuwe vragen op. Hoe dan? Zou kunst geen minder vrijblijvende voorwaarden moeten scheppen voor de elite die kunst kan consumeren?

Deze prikkelende dialoog vormt een mooie opening voor nog meer gesprekken.

null Beeld

Dialoog over kunst en politiek

Édouard Louis & Ken Loach
Vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos,
De Bezige Bij
€16,99, 68 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden