PlusInterview

Kees Wieringa was museumdirecteur in Qatar: ‘Ik snakte er naar vrijheid’

Een tentoonstelling van historische meubels in het Sheikh Faisal Museum in Doha, Qatar. Beeld Shutterstock
Een tentoonstelling van historische meubels in het Sheikh Faisal Museum in Doha, Qatar.Beeld Shutterstock

Kees Wieringa werd in Qatar directeur van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al Thani Museum. Vers terug in Nederland vertelt hij wat voor een enorm avontuur dat is geweest.

Het eerste wat Kees Wieringa (63) deed toen hij na vier jaar in Qatar terugkwam in Nederland, was zijn mond vol drop stoppen. “Is daar niet te krijgen. Lusten ze daar niet. Vinden ze een enge smaak.” Hij is net een maand hier en is nog steeds aan het afkicken. “Ik merk dat ik nog steeds nadenk over wat ik wel en niet kan zeggen. Het is me niet gelukt daar te overleven. Ik begon te veel naar vrijheid te snakken. Als Nederlanders zijn we heel direct, gewend om te zeggen wat we denken. Dat was de grote confrontatie met de indirecte Arabische maatschappij, waar alles langs een omweg gaat en met een dubbele laag, een symboliek. Ik werd op den duur ook paranoïde van de gedachte dat ze elke stap die je zet volgen. Dat gevoel moet nog steeds slijten. En ik ben geschrokken van de invloed van religie op de samenleving. Ik ging er genuanceerder heen dan ik ervan terugkwam. Maar het was een geweldig avontuur.”

Hij heeft er een boek over geschreven, Inshallah, dat net is verschenen. Het geeft een eerlijk en bij vlagen onthutsend beeld van een westerling die zich staande moet houden in een streng islamitische, sterk materialistische, onempathische en onvrije cultuur.

Wieringa werd in 2016 directeur van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al Thani Museum. Eerder gaf hij leiding aan Kranenburgh in Bergen, aan het cultureel centrum Yxie in Alkmaar en als pianist was hij een belangrijke advocaat voor de muziek van Simeon ten Holt, die hij tot in Japan speelde.

Hoe kwam u in Qatar terecht?

“Ik kreeg een tip van een vriend. ‘Museumdirecteur gevraagd voor een sjeik in de Arabische wereld’. Mijn belangstelling was meteen gewekt. Een museum leiden in Nederland betekent vooral managen en bezig zijn met politiek en veel minder met de kunst zelf. Als zich dan een kans voordoet in het buitenland waar alles mogelijk lijkt, laat ik die niet liggen. Ik heb mijn cv gestuurd en na een jaar werd ik aangenomen. Het gesprek met de sjeik zelf duurde maar tien minuten. Alles draait om vertrouwen in die wereld. Ze hebben me natuurlijk helemaal gescreend. Ik ben op een heel intuïtieve manier geselecteerd.”

Wat wilde de sjeik met zijn musea?

“Hij wilde het Sheikh Faisal Bin Qassim Al Thani Museum internationaal op de kaart zetten. Er was een automuseum, dat nog steeds in opbouw is, vol heel exclusieve modellen, een erfgoedmuseum, zo groot als het Rijks, een tapijtenmuseum, een museum voor moderne kunst en, nog in aanbouw, een museum voor de koninklijke schatten. Al de gebouwen zijn Arabische paleizen. De bezoeker heeft het gevoel dat hij bij de koninklijke familie op bezoek komt.”

Hangen de veelbesproken dure aankopen op de kunstveilingen ook in die musea?

“Nee, die hangen in de privépaleizen. De Matisses en noem ze maar op zijn niet te zien.”

Kon u een eigen beleid voeren?

“Ja, maar ik kwam er pas gaandeweg achter dat er heel veel restricties waren. En het was soms niet duidelijk wat er wel en niet kon. Alles wat maar enigszins met religie te maken had, was geweldig. Maar vrouwen afbeelden mag niet. Het veiligste is nog abstracte kunst, maar ook daar kon een symboliek zitten die op weerstand stuitte.”

Vrouwen mogen daar niet veel.

“Een man daar legde het me zo uit: ‘de vrouw is een diamant die je in een doosje moet bewaren. Ik hou er veel van en ben er heel zuinig op’. Dat betekent dat vrouwen enorm in de watten worden gelegd, maar tegelijkertijd erg onvrij zijn. De sociale controle is verstikkend. In overheidsgebouwen heb je twee liften, een voor de mannen, een voor de vrouwen. De kunstenaars zijn bijna alleen maar vrouwen. Voor mannen is kunst soft.”

Hoe kwam u erachter wat wel en niet kon?

“Dat was ingewikkeld. Je hoorde het of vroeg het. Ik had een Nowrooz Festival georganiseerd, maar dat stuitte op weerstand omdat dit hoort bij de sjiieten, die in Qatar een minderheid zijn. Dat festival moest ik dus terugtrekken, anders had ik meteen mijn koffers kunnen pakken. Aan de andere kant kon er heel veel. In Nederland ben je als directeur van een museum voortdurend bezig met inkomsten en uitgaven, maar in Qatar ging het uitsluitend om vertrouwen, nooit om geld. Als ik iets belangrijk vond en dat aan de familie kon uitleggen, kon alles.”

“De laatste twee jaar heb ik een internationaal platform gecreëerd, Cultures in Dialogue, om de westerse en de Arabische wereld met elkaar in dialoog te brengen. Ik kon er voor naar Madrid, Parijs, noem maar op reizen. Het gaat nu naar de VN in New York. Als ik ervoor naar een groot museum moest bellen, kreeg ik meteen de directeur te spreken zodra ze hoorden dat Qatar aan de lijn was. Als directeur van Kranenburgh had ik denk ik hemel en aarde moeten bewegen om de directeur van het Louvre aan de telefoon te krijgen. Ze zagen mij waarschijnlijk als een geldautomaat.”

Het boek heet Inshallah. Waarom?

“Inshallah vat het leven daar samen. Het betekent ‘als God het wil’, met andere woorden: je laat een ander voor je denken, je besteedt je eigen verantwoordelijkheid uit. Dat vond ik heel confronterend. Kunst en muziek spelen zich af in het hoofd, zijn abstracties en dat is daar gevaarlijk, omdat je in de islam niet te veel in je hoofd moet zitten, niet te veel aan zelfreflectie moet doen, want dat is iets voor Allah.”

Wat was de sjeik voor iemand?

“Hij bezit veel panden in de VS, hotels in Washington en Rome, winkelcentra in Egypte, fabrieken in Afrika – dat kun je nooit allemaal overzien. Mensen in de lagen daaronder kunnen daar misbruik van maken, wat er ook gebeurde.”

Wat vond u het moeilijkst in Qatar?

“De extreme verschillen tussen arm en rijk. Goed beschouwd is het een totaal compassie­loze maatschappij. Er is ook geen zelfreflectie. Dat is ook het thema van mijn boek. Daardoor werd het leven en werken daar moeilijk. Uiteindelijk heb ik dat niet volgehouden. Ik begon te merken dat mijn eigen denken door dat systeem werd beïnvloed. Ik snakte ernaar met vrienden in een café te kunnen zitten en te kunnen zeggen wat je denkt. Toch was het een enorme ervaring die me van pas zal komen. Ik heb een manoir gekocht bij Fontainebleau en daar ga ik een kunsteninstelling oprichten, die ik geheel naar eigen inzicht kan vormgeven. Er is een concertzaaltje, een expositieruimte, een theaterzaal en daar ga ik kunstenaars uitnodigen. Het gaat Yxie heten, een woord van Lucebert. Een interdisciplinair centrum waar verschillende kunstvormen elkaar beïnvloeden. Over een jaar gaan we open. Kleinschalig en in alle vrijheid. Heerlijk. Ik kan niet wachten.”

Kees Wieringa: Inshallah. Museumdirecteur in Qatar (Uitgeverij Water), €21,99.

Kees Wieringa. Beeld -
Kees Wieringa.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden