Plus

Kees van Kooten: 'Ik ben emotioneel incontinent'

Een jaar geleden begon Kees van Kooten (76) aan zijn 'eerste vijfenzeventigjaarlijkse balansopruiming'. Die resulteerde in het 460 pagina's dikke zelfportret Karrevrachten Pennevruchten, waarin hij terugblikt op zijn schrijversleven. 'Ik vind schrijven eigenlijk helemaal niet zo leuk. Ja, als het af is, dat vind ik leuk.'

Kees van Kooten: 'Het liefst ben ik de hele dag aan het prutselen, ja, zo noem ik dat. Liever nog dan schrijven' Beeld Andreas Terlaak/Lumen

'Iedere dag heb ik één doel, en dat is - let op, dit wordt een bedgeheimpje - eerder wakker worden dan Barbara, stilletjes de slaapkamer uitglippen, met koffie teruggaan naar het grote bed om haar wakker te maken met een geweldige, nieuwe grap."

Kees van Kooten lacht, terwijl uit allebei zijn ogen een traan ontsnapt. Die ontroering vindt hij in alles wat hij koestert en bewondert: zijn kinderen, kleinkinderen, vriendschappen, mooie kunst, goed gelukte satire, iemand die met ongekend veel ballen kan jongleren.

Parodie of satire
In de kleine dingen vooral. Daar waar ook de verhalen zitten. De verhalen die hij vertelt, in zijn columns, lezingen, haiku's, romans, essays, theater- en liedteksten en nog veel meer. Alles wat Van Kooten opvalt, ontroert, verwondert of verbaast: het móét op papier. Liefst in de vorm van een parodie of satire, in de hoop dat anderen zich erin herkennen. En er net als hij hard om kunnen lachen.

Veel verhalen zijn in een van zijn 42 boeken geëindigd, maar een heleboel ook niet. Die ­lagen ergens te verstoffen in zijn schrijfkamer, die hij een jaar geleden besloot uit te mesten. "We zijn na mijn moeders overlijden een maand bezig geweest om alle papieren uit te zoeken, ze bewaarde alles. Dat kan ik Kasper en Kim toch niet aandoen?!"

Gaandeweg ontstond het idee om uit de 23 ordners vol materiaal die zijn opruimdrift had ­opgeleverd, alle waardevolle kattenbelletjes en pennenvruchten te bundelen - samen met zijn favoriete vormgever Piet Schreuders. Niet ­alleen om een mooie verzamelbundel te kunnen nalaten, maar ook als afsluiting van zijn schrijfcarrière.

Vers geschreven boek
Want een vers geschreven boek, Van Kooten weet niet of dat er nog van komt.
Na zijn hartinfarct, drie jaar geleden, koos hij om in de tijd die hem nog rest zijn bucketlist af te werken. "Daarop staan mijn vriendschappen, en mijn kinderen en kleinkinderen. Ik heb te weinig tijd aan hen besteed, ik was altijd bezig."

Bovendien moet hij rustig aan doen. Of nou ja, van zijn vrouw, kinderen en cardioloog dan; de pompfunctie van zijn hart functioneert nog voor 40 procent. Stilzitten zit niet in zijn aard. "Het liefst ben ik de hele dag aan het prutselen, ja, zo noem ik dat. Liever nog dan schrijven. Ik vind schrijven eigenlijk helemaal niet zo leuk. Ja, als het af is, dat vind ik leuk."

"Laatst nog heb ik met Kee - ze zit in groep zeven - poten onder een houten kistje gezet. Nu heb ik een tafeltje voor op mijn balkonnetje, om mijn biertje, dat gun ik mezelf soms, op te zetten. Het staat als een huis. Er ligt ook van dat kunstgras, dat voelt lekker zacht. Elke ochtend haal ik op mijn blote voeten in mijn pyjama de dode blaadjes uit mijn plantjes."

Cynisch en ironisch
Van Kooten tuurt in gedachten naar de plek die hij beschrijft, terwijl hij met druk zwaaiende ­armen vertelt hij hoe hij met kleindochter Kee de grote balk voor de tafelpoten in vieren heeft gezaagd en haar heeft laten uitrekenen hoelang die dan moesten worden. "136 centimeter ­gedeeld door vier, hoeveel is dat?"

Hij glundert. "Je moet me echt vastbinden, ­anders breng ik al mijn dagen bij die kinderen door." Zijn ogen beginnen te glinsteren van het traanvocht. "Het is de ouderdom, ik ben emotioneel incontinent."

Omdat kinderen Kim en Kasper zelf ook graag tijd doorbrengen met hun gezin, kon Van Kooten de momenten zonder hen benutten om zijn archief op te ruimen.

Van Kooten: "Het is wel een beetje 'cynironisch'. Iedereen heeft het ­tegenwoordig over opruimen, mensen schrijven er boekjes over. Daar maken we ons hier blijkbaar druk over. Dat moet je tegen die mensen in Syrië of op Sint-Maarten zeggen: die zijn in één klap al hun spullen kwijt. Dat vind ik ­cynisch en ironisch tegelijk. Ja, daar bedenk ik dan een nieuw woord voor."

Best emotioneel
"Het was soms best emotioneel, van die 'ach, wat dacht ik toen?'-momenten, weet je wel. Maar ik heb ook vreselijk gelachen, om van die gekke zinnetjes die ik tegenkwam. Dat ik nog precies wist wanneer ik die had opgeschreven en toen net zo hard moest lachen, omdat mijn hoofd sneller ging dan mijn pen."

Als hij terugkijkt, is hij het trotst op wat hij ­samen met Wim de Bie heeft gedaan: het Simplisties Verbond, de Bescheurkalender, Keek op de Week. Samen schrijven tot diep in de nacht, stikken van het lachen en met zijn kleine clubje alle vrijheid krijgen om te maken wat ze wilden - in die tijd had je nog geen netmanagers.

"We ­waren echte geluksvogels."Karrevrachten Pennevruchten gaat juist niet over Van Kooten en De Bie: dat archief ruimt De Bie op. "Hij komt er wel in voor. Hij maakt ­natuurlijk een groot deel uit van mijn leven - nog steeds."

Bloemlezing
Voor het 'geen voor- maar tegenwoord' kroop Van Kooten overigens wel weer even in de huid van de betweterige Neerlandicus Dr. E. I. Kipping, die meneer van Kooten wijst op het ontbreken van de tussen-n in de titelwoorden. Van Kooten heeft er lak aan: de meeste teksten in de bundel stammen immers uit de tijd dat je die woorden nog zonder tussen-n schreef.

Het boek is een zelfportret in de vorm van een bloemlezing, waarin Van Kooten zichzelf uit­tekent als een man die vanaf het moment dat hij voor het eerst een pen vastpakte, wist dat hij die nooit zou loslaten. Het bewijs hiervan, een briefje aan zijn vader met de woorden 'ik bleif aan de gang met de sgreiffen', siert de eerste bladzijde.

Een groot schrijver zou hij zichzelf niet willen noemen; liever een 'amuseur'. Hij bewondert mensen als Jan Siebelink en Tommy Wieringa, die elke paar jaar een heel nieuwe roman schrijven. "Dat is niets voor mij. Veel van mijn werk is biografisch, lichter."

Veelschrijver
De boeken van Remco Campert en Simon Carmiggelt prijken nog altijd fier op zijn schrijftafel, tussen zijn laptop en allerlei prulletjes en briefjes. En Engelstalige werken, zoals die van Billy Collins, een Amerikaans dichter wiens werk Van Kooten vorig jaar nog in het Nederlands vertaalde. Die schrijvers inspireerden hem tot het type schrijver dat hijzelf geworden is.

Een veelschrijver, op z'n minst. De enorme hoeveelheid tekst die hij heeft geproduceerd - en de snelheid waarmee - verbaast Van Kooten zelf ook. Met grote ogen: "Hoe heb ik dat gedaan, denk ik weleens. Maar ja, ik ging niet naar bed voordat iets af was."

Door de vele korte nachten heeft hij alles kunnen doen wat hij wilde doen. Spijt kent Van Kooten niet. Al had hij graag Kruis of munt van de Haagse Jo Boer gelezen toen zijn moeder nog leefde, zodat hij haar had kunnen vertellen dat hij het net zo prachtig vond als zij.

Solidariteit
Ook had hij achteraf gezien stiekem graag een tekstje opgenomen in het boek, ondertekend met: Kees van Kooten, schrijfster. Van Kooten: "Gewoon, uit solidariteit. Dat beroepen alleen nog een mannelijke vorm kennen, het schept ­alleen maar verwarring. En als een vrouw die een boek schrijft een schrijver is, kan ik net zo goed een schrijfster zijn, toch?"

En zo blijven de ideeën stromen, Van Kootens hoofd staat nimmer stil. Schrijven doet hij nog steeds, al is de snelheid er nu af en doet hij elke middag een dutje. "Dat vluchtige, dat hoeft voor mij allemaal niet meer. Ik wil nog heel veel doen, maar ik hoef het noodlot niet uit te dagen, hè? Dus ik haast me, maar dan langzaam."

Slagerij De Levensweg

Je durft niet meer te kijken:
dag en nacht kadaverende
brandstapels van lijken
zakelijk palaveren
over geruimde dieren
bij gebrek aan offerschapen
slachten moslims stieren
miljoenen evenhoevigen
mogen wij ausradieren.

Wie hier durft refereren
aan concentratiekampen
verwart appels met peren:
zo mag een mens niet schampen!
Wereldwijd brandt nu de vraag:
Zijn wij de schuld? Is dit Gods plaag?
En eet de domme carnivoor
nog jaren onbekommerd door
of kiest hij een groener spoor?

Hoe kan ik dieren blijven eten
met een onbelast geweten?
Ik stel een nieuwe aanpak voor:
men schuift in Europees verband
zijn vleesbord acht jaar aan de kant
want deze pittige termijn
zal biologisch nodig zijn
om nog gezonde koeien
natuurlijk op te laten groeien.

Die ommezwaai kost even tijd
en in die pauzejaren
(men eet kool en spaart de geit)
zijn wij geen schuldenaren.
Ten slotte doet zo'n oude koe
ongestresst de ogen toe.
Niet..n hormoon gegeten.
Zijn vlees zal ietsje taaier zijn,
maar onbezwaard te eten.

Maar dat schijnt weerzinwekkend.
Iedereen wie ik dit zeg
kijkt weg en trekkebekkend
sputtert hij dat van zo'n dier
de biefstuk op een x-manier
en om een rare reden
minder eetbaar wordt geacht
dan als die via turbokracht
tot megawasdom is gebracht!

Waar geven wij de voorkeur aan?
Doodgemaakt of doodgegaan?
Opruimen of laten staan?
Inkrimpen of betijen?
Beknotten of gedijen?
Wij willen slagerijen
die pas nadat hun levensweg
op eigen kracht is afgelegd
in dode dieren snijen!

Door Koos Koets
Humo, 27 maart 2001

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden