PlusTen slotte

Kees Olthuis (1940-2019): componeren was zijn tweede natuur

Fagottist Kees Olthuis overleed vorige week na een ziekbed op 79-jarige leeftijd. Componeren was zijn tweede natuur; fagotspelen was zijn beroep.

Kees Olthuis in 2000. Beeld kco

Eigenlijk had hij operazanger willen worden. En dan bij voorkeur een bariton als Tito Gobbi, Sherill Milnes of George London. Hij was als jongen al halverwege, want zijn vader werkte als repetitor en koordirigent bij wat toen nog de Nederlandse Operastichting heette. 

Helaas gaf vrouwe Fortuna aan Kees Olthuis niet de stembanden van een Gobbi of London. Zijn operacarrière bleef beperkt tot een stille rol als jongetje in Madama Butterfly. Toen hij tijdens de generale repetitie begon te huilen en om zijn vader riep (die stond te dirigeren), werd duidelijk dat dit niet zijn weg was.

Olthuis, die vorige week na een ziekbed op 79-jarige leeftijd is overleden, werd fagottist, een instrument waar je per slot van rekening ook prachtig op kon zingen. Of kon laten zingen, zoals hij bewees in het door hem gecomponeerde Capriccio (2000), geschreven in opdracht van de Vrienden van het Concertgebouworkest.

Olthuis studeerde aan het Amsterdamsch Conservatorium fagot bij Frans Odijk en Arnold Swillens. Aan het bijvak piano had hij veel steun, toen hij zich begon te roeren als componist. Zijn eerste officiële compositie schreef hij in 1962, een stuk voor het eindexamen van een medestudent.

Haitink

Componeren was zijn tweede natuur; fagotspelen was zijn beroep. In 1970 trad hij toe tot het Concertgebouworkest, waar hij 35 jaar – de periode Haitink en Chailly – de stoel van de tweede fagottist zou bezetten, onder andere naast Brian Pollard, de gezichtsbepalende gigant op zijn instrument in die jaren.

In de jaren zeventig trad Olthuis toe tot het Nederlands Blazers Ensemble, dat was opgericht door soloblazers van het Concertgebouworkest en dat de wereld veroverde met concertprogramma’s waarop oude en nieuwe muziek organisch met elkaar werden gecombineerd.

Als componist voelde hij geen affiniteit met de avant-garde. Hij bleef trouw aan zijn rolmodellen – met name had hij bewondering voor Prokofjev, Bartók en Mahler. Maar ook Sjostakovitsj kon zijn goedkeuring wegdragen, wat onder meer resulteerde in een bewerking van de opera Lady Macbeth uit Mtsensk voor het Hexagon Ensemble.

Naast veel instrumentale muziek schreef Olthuis opera’s, waaronder De Gans, voor het Amsterdams Nonet, op een tekst van Jean-Paul Franssens, De naam van de maan en Het hemelse fagotje, beide op een tekst van Annie M. G. Schmidt en beide met veel succes opgevoerd. Ook componeerde hij in 1984 de Theseusfantasie op verzoek van Bernard Haitink (‘een hele eer’), en Masquerade, Figurations voor dirigent Jaap van Zweden, alle getuigend van een tijdloos vakmanschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden