PlusInterview

Kees Jansma: ‘Wesley Sneijder praat met warmte over Ajax’

Kees Jansma: ‘Ik hoop Wesley ervan te kunnen overtuigen om zichzelf weer een doel te stellen.’ Beeld Corné van der Stelt / Lumen

Kees Jansma (73) tekende het levensverhaal van Wesley Sneijder op. De ex-voetballer vertelt daarin openhartig over zijn breuk met Yolanthe, drankzucht en zijn tijd bij Ajax. Jansma: ‘Hij windt er geen doekjes om.’

Voor zijn laatste ontmoeting met Wesley Sneijder voor de biografie Sneijder (uitgeverij Inside) wordt Kees Jansma uitgenodigd aan de Floridadreef in Utrecht. Een paar minuten voor vier in de middag rijdt Jansma een Utrechts industrieterrein op. Zijn navigatiesysteem herkent het opgegeven huisnummer niet. Na drie keer draaien en keren besluit hij Sneijder telefonisch om opheldering te vragen, maar precies op dat moment wordt hij zelf ontdekt. ‘Je moet hier wezen, Jansen,’ roept een onvervalste Utrechter.

Jansma parkeert zijn auto voor een bedrijfspand waarop de woorden Klussen en Daken zijn te herkennen. Hij moet boven zijn, waar een feestje aan de gang is. Jansma: “Ik stond opeens in een soort clubhuis van bouwvakkers, schilders en dakbedekkers. Iedereen stond in het schemerdonker, verzameld aan de bar, rond een de enthousiaste zanger. Drankje erbij, een sigaretje, iedereen blij.”

Geen arrogantie

Ergens bij de achterste tafel vindt hij Sneijder. Met zijn broers en vrienden om zich heen, opgetrommeld vanwege deze laatste ontmoeting. Zij waren erbij in Madrid, in Milaan, in Istanboel en in Qatar. Dus zijn ze er nu ook. “Om de vijf minuten vroeg Wesley of ik het naar mijn zin had. En dat was het eigenlijk. Het ging erom nog eenmaal te laten zien dat dit is waar hij vandaan komt en dat ook is wie hij is. Een jongen uit Ondiep, die heel goed kon voetballen, graag geniet van het leven, en ook na het winnen van al die titels, de Champions League en twee geweldige wereldkampioenschappen voetbal niet gebukt gaat onder arrogantie of hooghartigheid.”

Het schrijven van Sneijders levensverhaal was voor de doorgewinterde Jansma geen gemakkelijke opgave, ook al kent hij Sneijder goed door zijn tijd als perschef bij het Nederlands Elftal. “Een geestige, ongedurige man – zo ken ik hem. Een bizar goede voetballer ook, die klein is, neigt naar te veel kilo’s en toch de absolute wereldtop haalde. Wesley wilde per se zijn verhaal kwijt, zijn visie op wat hij allemaal heeft meegemaakt. Alleen kwam dat verhaal moeilijk los. Hij had het doorgaans na een half uur wel gehad. Dan vond hij het wel mooi geweest en wilde hij door.”

Uit het boek, waarin Sneijder zich openhartig toont, wordt het leven van de gevierde profvoetballer niet verheerlijk. In veel hoofdstukken gaat achter de hoogtepunten een onpeilbare leegte schuil, die regelmatig wordt gevuld met extreme prikkels – en dan zijn in de wereld van schatrijke voetbalprofs seksuele uitspattingen en drankgebruik nooit ver weg. “Ik ben altijd vrolijk, maar dat wil niet zeggen dat ik altijd gelukkig ben,” zegt Sneijder op een gegeven moment.

In het gevlij

Jansma: “De kern van het boek. Dat citaat is een zelfportret in veertien woorden. Wesley windt er geen doekjes om. Hij vertelt over zijn drankzucht, en ook over zijn privéleven dat op drift raakte door wat hij noemt ‘geen drugs, maar wel drank en rock-’n-roll’. ‘Ik kan niet zeggen dat ik voldoende weerstand bood,’ concludeert hij ergens in het boek. Dat is, denk ik, een voorzichtige maar adequate vaststelling.”

Vlak voordat het boek deze week verscheen, raakte Sneijder in opspraak. Hij reageerde met een filmpje op een boze, naargeestige brief van Ajaxfans. Die verwijten hem zijn verleden bij de Amsterdamse club weg te poetsen om bij de supporters van FC Utrecht, waar Sneijder een skybox heeft, in het gevlij te komen.

Jansma: “Hij praat met warmte over Ajax. Maar Wesley is ook altijd in Utrecht blijven wonen. Hij ging vanaf zijn zevende op en neer naar Amsterdam. Als jochie liep hij al met een grote Ajaxtas in Ondiep over straat. In die zin snap ik de ophef niet. En dat hij dan een filmpje de wereld in stuurt waarin hij over ‘Utereg, m’n stadsie’ zingt terwijl hij langs de Arena rijdt – dat is hoe hij is. Recht op de man af. Impulsief. Ik praat daar natuurlijk wel met hem over, maar ik ben zijn vader niet. Bovendien laat zo’n karakter zich niet sturen. Hij reageert, en denkt daarna pas na.”

Het is onterecht, stelt Jansma met klem, dat van Sneijder een beeld is ontstaan van een schoffie met een dikke bankrekening. “Hij is een slimme jongen, spreekt diverse talen, en weet heel goed hoe de media werken. Ik heb als perschef altijd prima met hem gewerkt. Ook als hij geen zin had in ‘die klotepers’ kwam hij met goede teksten. Een prima formulerende man.”

Teug naar de basis

Jansma zag Sneijder voor zijn boek enkele maanden achter elkaar zo’n drie keer per week. Dat was nodig, omdat Sneijder er alles aan deed onder de gesprekken uit te komen. Hij bezocht hem thuis, in een groot en door Jansma als ‘nogal leeg’ omschreven appartement in Utrecht, bij Will’s in Nieuwegein (een restaurant van een goede vriend van Sneijder), thuis over de vloer bij de familie Kaay in Ondiep, en langs het Amsterdam-Rijnkanaal, waar de oud-voetballer graag vist met zijn broers. “Het is mooi om te zien hoe hij weer helemaal thuis is in Ondiep. Hij is echt teruggekeerd naar de basis. En in Ondiep is hij gewoon Wesley. In die privéomgeving kende ik hem nog niet. Ik kende hem vooral van onderweg, met Oranje. Als de voetballer en wereldster.”

Jansma heeft zich als journalist nooit beziggehouden met het privéleven van voetballers. Wat die in hun vrije tijd uitvreten, vindt hij oninteressant en ook niet zijn zaak. Toch vertelt Sneijder in de biografie uitgebreid over zijn stukgelopen huwelijk met Yolanthe Cabau-Van Kasbergen en over zijn hoop dat het op een dag weer goedkomt. “Als je een biografie schrijft, kan je je niet tot de voetbalzaken beperken. Wesley en Yolanthe zijn onbedoeld nationaal bezit geworden; iedereen lijkt een mening over hen te hebben. Dat aspect moest ook in het boek terug te vinden zijn – en voor de verandering vanuit het perspectief van Wesley zelf.”

Liefdevol

Sneijder had zich op deze hoofdstukken goed voorbereid. “Ik zou bijna het woord ‘liefdevol’ willen gebruiken, al klinkt dat meteen weer zo vet. Hij wilde geen misstap maken.” Opvallend genoeg was hij bij gesprekken over de hoogtepunten in zijn voetballoopbaan veel minder zorgvuldig. “Wesley is geen man van plakboeken en voetbalcitaten. We keken wedstrijden terug die hij compleet was vergeten – soms stond hij te juichen bij zijn eigen doelpunten.”

Toen Jansma 57 was verruilde hij de sportjournalistiek voor het woordvoerderschap: hij werd – tot afgrijzen van collega’s – perschef van het Nederlands Elftal. Een stap die hij nog altijd ‘bijzonder’ noemt. “Er bestaan veel ongeschreven regels en één ervan is dat een journalist niet overstapt naar het zogeheten andere kamp. Mijn oude vader zei destijds: ‘Maar lijkt het je leuk?’ En ik dacht: verdomd... het lijkt me ongelooflijk leuk. Toen heb ik die sprong gemaakt. Opeens was ik onderdeel van de wereld waar ik al veertig jaar over schreef. Een bijzonder tijdperk, met het WK 2010 in Zuid-Afrika en het WK 2014 in Brazilië. En ik had geluk met slimme gasten in de selectie als Nigel de Jong, Van Persie, Robben, Wijnaldum en natuurlijk Sneijder.”

Jansma zit, zoals dat heet, inmiddels vijftig jaar in het vak. Hij schreef columns voor Het Parool en later Trouw, was jarenlang presentator en chef van Studio Sport, schreef tien jaar voor Voetbal International, werkte voor Canal Plus en had een eigen productiebedrijf, maar inmiddels is hij in een fase beland ‘waarin ik nog wel meedoe, maar niet per se meer in die frontlinie’.

Andere tijden

In al die jaren zag Jansma de sportjournalistiek veranderen. De klassieke verslaggever, die met veel kennis van zaken wedstrijdverslagen schreef voor de krant, maakte plaats voor all rounders die voortdurend krant, site en sociale media moeten voeden met het laatste nieuws, interviews, opinies, en transfergeruchten.

“Ook voor de spelers is er veel veranderd. Vroeger hadden ze persoonlijk contact met journalisten. Zo ging ik als jong broekie Piet Keizer, toen een grote ster, gewoon thuis interviewen. Nu worden de voetballers geconfronteerd met een leger aan media, een meerkoppig monster. Een interview moet nu in een paar minuten gebeuren, en dan zijn er nog de YouTube-kanalen en Instagramaccounts van de clubs. Het is te massaal geworden. Ik ben geen nostalgicus, maar in dit geval moet ik vaststellen dat meer media en meer platformen hebben geleid tot een vermindering van kwaliteit.”

De komende dagen is Jansma op tournee met zijn boek (‘Wesley en ik hebben de klusjes verdeeld’). Daarna zet hij een dikke streep onder dit project (‘Eerlijk? Ik vond het een helse klus’). Volgend seizoen gaat hij ‘op een kleinere schaal’ voetbaltelevisie maken voor de website van Voetbal International. “Een klassiek, wekelijks programma in een studiootje, met specialisten, een bekende gast, mooie filmpjes en actualiteiten. Samen met die voetbalgekken van VI. Ik word daar omringd door allerlei jonge gasten. Dat vind ik heerlijk; zo kan ik niet verslappen en blijft mijn geest lenig.”

Een nieuw boek ziet hij zichzelf niet snel schrijven – ook niet als Arjen Robben of Robin van Persie aankloppen. “Het was mooi om dit met Wesley te doen. Een man die is opgegroeid in een omgeving waar de deur voor iedereen altijd open staat.”

Blijft het contact ook na de boekpromotie in stand? “Minder intensief, maar natuurlijk blijft de relatie bestaan. Ik hoop Wesley ervan te kunnen overtuigen om zichzelf weer een doel te stellen. Het is goed na zo’n schitterende carrière wat gas terug te nemen, maar uiteindelijk gedijt ieder mens beter als het leven een richting heeft. Wesley ziet voetbaltechnisch zoveel meer dan anderen. Dat unieke talent kan iedere voetbalorganisatie goed gebruiken.”

Sneijder. Kees Jansma. 240 pagina’s. Uitgeverij: Inside. 21,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden