PlusInterview

Kasper van Kooten: ‘Op mijn allerslechtst lig ik als een vaatdoek met een fles wijn op de bank en kijk ik naar YouTube’

In zijn boek Van Kooten en de beat vertelt Kasper van Kooten zijn levensverhaal met alle hoogte- en dieptepunten en zijn eeuwige gevecht als zoon van Kees. ‘Mensen duwden me nog net niet aan de kant als ze mijn vader en mij zagen voetballen.’

Katja Teunissen
Kasper van Kooten. Beeld ANP
Kasper van Kooten.Beeld ANP

Vanachter zijn bureau ziet de 50-jarige Kasper van Kooten hoe mensen met gebogen hoofd bij de buren naar binnen glippen. Het zijn cliënten van de psychologenpraktijk die daar kantoor houdt. “Meestal doe ik de luxaflex dicht. Ik herken de gêne van een therapeut bezoeken. Die had ik zelf ook.”

In zijn nieuwste boek, Van Kooten en de beat , vertelt Van Kooten openhartig over zijn grenzeloze liefde voor muziek. In zijn boek onderzoekt hij de oorsprong van zijn dwingende behoefte aan ritme en zijn verlangen naar diep contact.

Wat heeft u ontdekt over die drang naar ritme?

“Op de lagere en de middelbare school trommelde ik continu met mijn vingers op tafel. Het was mijn manier om orde te scheppen in de chaos om me heen, houvast te vinden. Als zoon van de bekendste man van Nederland vocht ik om de onverdeelde aandacht van mijn vader. Als bij ons de voordeur openging, werd hij meteen de wereld ingezogen. Iedereen wilde wat van hem. Mensen duwden me nog net niet aan de kant als ze ons op het strand zagen voetballen en dwars door ons partijtje met een camera op hem afliepen.”

“Toen ik op mijn vijfde mijn eerste drumstel kreeg en erop begon te rammen, gebeurde er iets magisch: ik had een taal gevonden waarin ik mijn gevoelens kon uitdrukken. Drummen werd mijn uitlaatklep. En ik had iets in handen waar ik controle over had. Thuis speelde er niemand muziek, alleen ik. In mijn nieuwe wereld was ik zelf de baas.”

U vertelt in uw boek dat uw vader, cabaretier en schrijver Kees van Kooten, niet scheutig was met complimenten.

“Het was niet snel goed. Maar dat heeft me wel veel gebracht. Bijvoorbeeld met schrijven. ‘Stilzitten tot het er staat,’ leerde hij me. Ik houd ervan op mijn tenen te lopen en druk te voelen. In de muziek werk ik altijd samen met muzikaal geschoolde artiesten waar ik tegenop kijk. Zij maken mij beter. Ik heb de kleinkunstacademie gedaan, geen conservatorium, en volg puur mijn gevoel als ik speel. Dat mijn collega’s me zonder scholing serieus nemen als muzikant, doet me veel.”

Hoe ervaart u die drang naar ritme in het dagelijks leven?

“Ik leef met het motto march to the beat of your own drum. Ik heb een enorme behoefte mijn eigen weg te gaan, mijn eigen ritme te volgen en wijk daar nauwelijks van af. Daar voel ik me vaak schuldig over. Vooral in liefdesrelaties en vriendschappen buiten de muziek en het theater heb ik de neiging me te verantwoorden voor de keuzes die ik maak en vraag ik me regelmatig af of ik me moet aanpassen.”

Hoe verhoudt de onvoorspelbaarheid van uw vak zich tot uw behoefte aan eigen regie behouden?

“Als drummer ben ik de kapitein van de band, zorg ik ervoor dat we van A naar B komen, heb ik de volledige controle. Dat vind ik heerlijk. Terwijl ik als cabaretier ook kan genieten van gedwongen improvisatie als iemand op de eerste rij me laat wankelen met een rake opmerking. Maar wat ik pittig vond, was de ontdekking dat je als performer geen enkele vat hebt op je succes. Het is me maar één keer gelukt om een nummer in de Top 100 te scoren. De droom van een gevierd artiest zijn met monsterhits op zijn naam heb ik moeten loslaten. Heel moeilijk voor een controlfreak als ik.”

U benoemt in uw boek ook een schreeuwende behoefte aan eerlijker contact met vrienden en familie.

“Het is voor mij nooit eerlijk en open genoeg. Ik wil altijd dieper gaan; de ander nog beter kennen, zelf nog beter begrepen worden. Dat verlangen heeft me ook veel gekost. Niet iedereen zit te wachten op die intensiteit. In therapie heb ik geleerd vaker afstand te nemen en niet alleen mijn eigen psychologische behoeftes te volgen, maar me ook te verdiepen in die van een ander.”

Uw huwelijk strandde wel.

“De zwaarste beproeving uit mijn leven. We hebben er alles aan gedaan om het te voorkomen, voor onze dochter. Het contact met mijn ex-vrouw is gelukkig wel goed. Vanaf het begin hebben we ook meteen gezorgd voor een duidelijk, nieuw ritme voor ons kind. Van zondag tot woensdag is ze bij mij en ben ik ook niet beschikbaar voor optredens en filmdagen.”

Ook de geplande voorstellingen vielen weg. Hoe is het verlies van dat houvast u afgegaan?

“Het schrijven van mijn boek gaf me de regelmaat die ik nodig heb. Maar dat mijn financiële zekerheid weg is, maakt me bang. Voordat ik vader was, maakte ik me nooit druk om mijn bankrekening. Maar nu leef ik voor de toekomst van mijn dochter en niet meer voor mezelf. Het idee dat ik haar zou moeten vertellen dat papa geen geld heeft voor zwemlessen, een goede jas of een nieuwe fiets is onverdraaglijk. Haar toekomst mag ik niet verkwanselen.”

Hoe gaat u om met die angst?

“Gelukkig word ik vrijwel altijd wakker met zin in de dag. Toch ik sta mezelf ook mijn duistere peinsmomenten toe; als mijn dochter bij haar moeder is. Op mijn allerslechtst lig ik als een vaatdoek met een fles wijn op de bank en kijk ik naar muziekvideo’s op YouTube. Maar de dag erna laad ik mijn racefiets in de auto en vertrek ik naar Limburg om mijn kop leeg te maken. Als ik me weer helder voel, ervaar ik heus wel vertrouwen. Maar ik mag er niet zomaar vanuit gaan dat alles goed komt. Ik moet controle houden.”

Kasper van Kooten: Van Kooten en de beat. De Bezige Bij, €21,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden