Plus Holland Festival

Karlheinz Stockhausen over het bizarste deel van zijn operacyclus Licht

Marathonvoorstelling Aus Licht, uit de immense operacyclus Licht van Karlheinz Stockhausen, is een hoogtepunt van het Holland Festival. Muziekredacteur Erik Voermans zocht de componist in 1995 op. 

Repetitie voor Helikopter-Streichquartett (2019). Beeld Janiek Dam

Waaraan ik het te danken had, weet ik nog steeds niet, maar in 1995 mocht ik Karlheinz Stockhausen interviewen, bij hem thuis, in Kürten, in het witte gebouw dat hij naar eigen serieel ontwerp had laten bouwen. Daar woonde en werkte hij met zijn twee vertrouwelingen, Kathinka Pasveer en Suzanne Stephens, beiden musici van het hoogste kaliber.

Dat bezoek aan Stockhausen bleek een kleine queeste. Eerst per trein naar Köln Hauptbahnhof. Dan met de taxi richting Kürten, via Dürscheid, Biesfeld en Eichhof. De chauffeur moest onderweg vier keer uitstappen om de weg te vragen.

Stockhausen, toen 67, ontving me in zijn instrumentenkamer, die een fraai uitzicht op het bos bood. Het woonhuis was verboden gebied voor journalisten. Kathinka Pasveer deed de deur open. “Je hebt geluk,” zei ze. “Hij geeft weinig interviews meer.”

Zijn schuwheid begreep ik wel. Stockhausen had zich de laatste decennia willens en wetens steeds meer van de bewoonde wereld geïsoleerd en zich teruggetrokken in een eigen universum, dat volledig om hem, zijn muziek en zijn ideeën draaide. De onvoorwaardelijkheid waarmee hij zijn dromen najoeg, maakte hem kwetsbaar. Toen al. Nu, bijna 25 jaar later, zou hij als een volslagen krankzinnige worden gezien die, volledig buiten elke realiteit staand, muziek componeerde waar alleen een handvol elitaire linkse gekkies iets mee kunnen.

Toen ik hem sprak, werkte hij aan Mittwoch uit de opera­cyclus Licht. Die sieben Tagen der Woche, die zou bestaan uit zeven opera’s, vernoemd naar elke weekdag, en die hij ergens in de 21ste eeuw hoopte te voltooien. De mateloosheid van Licht – waaraan hij al sinds 1977 schreef – werkte veel commentatoren op de zenuwen. Zij konden in 1995 nog niet weten dat Stockhausen het zevenluik (goed voor 29 uur muziek) daadwerkelijk af zou krijgen en dat hij daarna zou beginnen aan Klang – die 24 Stunden des Tages, met muziek bij elk uur van een dag. Hij werkte eraan tot hij op 5 december 2007, op zijn 79ste, overleed aan een hartstilstand. Het laatste voltooide deel was, zeer toepasselijk, Paradies: 21. Stunde aus Klang, voor fluit en elektronica.

Nieuwe vrijheid

Ik ging naar Kürten om Stockhausen vragen te stellen over het mafste, beroemdste, beruchtste en meest omstreden onderdeel uit Licht: het Helikopter-Streichquartett, ­waarvoor de leden van het Arditti String Quartet plaats moesten nemen in vier rondvliegende Alouette III-­helikopters van de Grasshoppers, het stuntteam van de Koninklijke Luchtmacht. Het was dé gebeurtenis van het Holland Festival van 1995, dat de wereldprimeur kreeg. Sindsdien is het om begrijpelijke redenen weinig meer uitgevoerd, en pas één keer (in Birmingham, in 2012) samen met alle andere delen van de opera Mittwoch.

Stockhausen zat me in de instrumentenkamer achter een tafel op te wachten, met voor zich de opengeslagen partituur van het Quartett. Hij stond op – reusachtige ­gestalte, priemende bruine ogen – gaf me een hand, in­formeerde naar het verloop van de reis en begon na mijn eerste vraag te vertellen, met zijn prachtige diepe stem.

Nee, een gewoon strijkkwartet had hij nooit overwogen, zoals hij ook nooit een pianoconcert, vioolconcert, cantate of symfonie zou willen of kunnen componeren. “Voor mij is elk werk verschillend. Met elk nieuw stuk probeer ik een Klangwelt te scheppen die voordien nog niet bestond. In de middeleeuwen maakte muziek samen met arith­metica, geometrie en astronomie deel uit van het quadrivium, de vier vakgebieden die tot de essentiële bagage van de vrije mens werden gerekend. Muziek was de hoogste kunst. Het is ongelooflijk belangrijk dat dit besef in onze tijd opnieuw wakker wordt gemaakt. Dat we muziek ­maken die vrij is en niet alleen gebonden is aan amusement. Begrijp me goed, er is niets tegen amusement. In de jaren veertig heb ik jarenlang elke nacht in Duitse bars ­gespeeld, mein Leben verdient.”

“Ook de meeste andere hedendaagse, zogenaamde nieuwe muziek, vind ik Unterhaltungsmusik. Een veeleisender en gecompliceerder variant, die dienstdoet als geestelijke verstrooiing in kringen van intellectuelen. Dat is slechts één wereld. Wat daaraan ontbreekt, is de vrijheid van de muziek, de nieuwe vrijheid, waarbij het net als bij puur wetenschappelijk onderzoek, in de astronomie of de chemie bijvoorbeeld, niet gaat om het onmiddellijke nut, maar het onderzoeken zelf. Zoeken is een menselijke deugd, een sehr hohe geistige Disziplin. Veel van mijn ­werken stroken daardoor niet met de gebruikelijke uitvoeringspraktijk. ‘Wat jij wilt, kost veel geld,’ zeggen ze dan. Daar kan ik ook niks aan doen! Maar het levert ook iets op: een geistige Weiterentwicklung.”

Helikopterklanken

Haastig, gedreven, me met bezwerende blik fixerend: “Hier is de partituur van mijn Helikopter-Streichquartett. Het is heel belangrijk dat u die ziet. Maar laat ik u eerst vertellen hoe het stuk ontstond.”

Bij de Salzburger Festspiele vroegen ze Stockhausen in 1991 of hij voor het festival van 1994 een strijkkwartet wilde schrijven. Dat wilde hij niet. Maar toen kreeg hij die droom. Hierin zag hij de vier leden van een strijkkwartet in een helikopter vliegen. Hij hoorde ook klanken.

“Een bijzondere combinatie van snelle tremoli en glissandi, die zich mooi vermengde met het geluid van de ­rotorbladen. Ik ken dat geluid goed, want er vliegt hier ­geregeld een ­helikopter over ons huis. Soms is het geluid storend monotoon, maar als de heli van vlieghoogte verandert en de geproduceerde toonhoogten hoger of lager worden, is het een zeer interessant muziekinstrument.”

Helikopter-Streichquartett in 1995. Beeld Holland Festival

“Toen ik het eenmaal af had, was het belangrijk dat alles zo zou worden georganiseerd als ik het in mijn hoofd had. Met enig angst en beven deelde ik dat mede aan professor Landesmann, toen nog de directeur van de Salzburger Festspiele. Het duurde veertien eindeloos lijkende dagen voor ik een antwoord kreeg. Jetzt ist es aus, dacht ik. Maar de brief was juist heel opbeurend. Ze zouden er alles aan doen om het voor elkaar te krijgen.”

In Oostenrijk zou met grote transporthelikopters worden gewerkt, die voor niets door het leger ter beschikking waren gesteld. In die dingen was plaats voor een heel ­camerateam per musicus. Het project zou groots worden aangepakt. De Oostenrijkse radio en tv hadden belangstelling getoond. Stockhausen kon niet wachten tot het zover was.

Reddende engel

Toen kwam er een kink in de kabel. Het gezicht van Stockhausen betrekt. “Landesmann kwam speciaal naar Kürten om het me te vertellen. Er bleek in Oostenrijk een protestactie te zijn georganiseerd door Die Grünen. Zij vonden het ongehoord dat de lucht verpest zou worden door die malle Stockhausen met zijn helikopters. In de krant zeiden ze dat de Salzburger Festspiele ook maar meteen moesten worden opgeheven. Also gut. Toen werden ze plotseling heel bang in Salzburg en dreven ze de kosten vervolgens tot astronomische hoogte op, zodat de zaak wel moest afketsen. Grote persconferentie: het spijt ons, Schluss, kaputt.”

De in 2004 overleden toenmalige directeur van het ­Holland Festival, Jan van Vlijmen, ontpopte zich als reddende engel door de geannuleerde productie over te ­nemen. Stockhausen bezong zijn lof tijdens het interview dan ook in alle toonaarden. “Ongelooflijk! Ik hoop vurig dat het voorbeeld van Jan van Vlijmen school zal maken. Dat mensen zeggen: ‘Menschenkinder, das ist doch toll! Eindelijk krijgen we eens wat anders!’”

Het Helikopter-Quartett is de derde scène uit Mittwoch, maar hoe het allemaal vorm moest krijgen, wist hij nog niet precies toen ik hem sprak. “Misschien moet midden in de uitvoering het dak van het operahuis opengaan en kijkt het publiek dan naar vier helikopters tegen de sterrenhemel. Licht was tot nu toe een vreselijke odyssee. Steeds maar dat wachten, en uiteindelijk de onzekerheid of het überhaupt wel plaats zal vinden. Sinds ik aan Licht begon, zijn er zeventien jaar voorbij. Geen enkel operahuis in Duitsland heeft tot nog toe een productie overgenomen. En er zijn meer dan honderd operahuizen! Maar ja, ze doen liever repertoireopera’s. Ze zijn niet geïnteresseerd in werkelijke vooruitgang. Operahuizen zijn geen echte kunstplaatsen meer.”

Pas acht jaar na Stockhausens dood zou Mittwoch voor het eerst in zijn geheel worden opgevoerd.

Irvine Arditti, de primarius van het Arditti Kwartet, vroeg hem of al die elektronica wel nodig was; of hij geen versie kon schrijven zonder helikopters en met een geluidsband. Pierre Boulez suggereerde ooit hetzelfde. Stockhausen had er weinig begrip voor. “De structuur van de uitvoering is niet ingericht op iets eenmaligs. Alles raakt bekneld tussen strakke repetitieschema’s, reis­schema’s en de noodzaak geld te verdienen ten koste van alles wat naar avontuur zweemt. Alleen verrückte Leute wie ich kunnen daar iets tegenover zetten, voorstellen doen voor een toekomst waarin we vrijer zijn, zodat men zegt: het is een eer voor de mens dat er kunst bestaat omwille van de kunst.”

Aus Licht deel 1, 2, 3, Gashouder, 31/5-10/6.

Vliegend strijkkwartet

Voor de uitvoering van Stockhausens ­Helikopter-Streichquartett zijn nodig: een strijkkwartet, vier ­helikopters met bemanning, twaalf microfoons met zenders, vier muzieklessenaars, vier cameramannen in de helikopters en vier koptelefoons. 

Iedere strijker heeft een contactmicrofoon op zijn instrument en aan elke heli is een buitenboordmicrofoon gemonteerd die de klanken van de rotorbladen registreert. Verder hebben de musici nog een microfoon voor hun mond, omdat ze behalve spelen ook op gezette tijden hardop en op verschillende toonhoogten moeten tellen. 

Alle signalen worden radiografisch naar een mengtafel in de concertzaal op de begane grond gezonden. In 1995 zat Stockhausen achter het mengpaneel, met de vingers aan de knoppen. Straks, bij het huidige Holland Festival, wordt zijn plaats ingenomen door ­Kathinka Pasveer. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden