PlusKapitein Rob

Kapitein Rob: De laatste reis van De Vrijheid

Elke maandag, woensdag en zaterdag een nieuwe aflevering van Kapitein Rob.

Aflevering 16

18 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Rob legt De Vrijheid voor anker. Hij peddelt met Skip in een rubberbootje naar het eiland dat al eeuwenlang geteisterd wordt door stormen en aardbevingen. Lupardi en Yoto kijken toe hoe de zeeman met een kaartje in de hand het eiland afzoekt. “Meester, neem me niet kwalijk, maar ik snap het nog steeds niet,” zei Yoto. “U bent hier om de kapitein naar de plek van de schat van Peer den Schuymer te volgen. We hebben geld nodig om uw plannen te financieren. Maar waarom zo? U kunt toch op duizend andere manieren hetzelfde doel bereiken?”

De geleerde schudt ongeduldig zijn hoofd, terwijl hij toekijkt hoe de kapitein voor een meer blijft staan. “Echt, Yoto. Ik ben je dankbaar voor je diensten, maar moet ik dit nu weer uitleggen? Deze schat stelt hem in staat zijn reizen zonder financiële zorgen voort te zetten. De kapitein en ik hebben elkaar in deze tijd nog niet ontmoet. Maar tijdens zijn volgende reis komt onze eerste confrontatie. En je weet nog hoe rampzalig dat voor ons afliep. Maar als hij de schat niet krijgt, wat gebeurt er dan? Dan keert hij vast terug naar huis en beschikken wij over voldoende financiële middelen. Maar kijk, ik geloof dat hij de plek heeft gevonden.”

Rob trekt een duikpak aan en verdwijnt onder het water.

Aflevering 15

16 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Het treintje stopt in een immense, holle ruimte die grotendeels door een enorm, vierkant podium van glimmend metaal wordt gevuld. In elke hoek staat een merkwaardig uitziende paal. De geleerde pakt een zware armband met wijzers en toetsen. Ook Yoto draagt zo’n armband. Lupardi knikt even en drukt enkele toetsen in. Onmiddellijk vult een hoog, zoemend geluid de ruimte. Energie­cirkels dansen om de palen. Het gezoem neemt in intensiteit toe en de cirkels schieten naar elkaar toe. Lupardi en Yoto wachten doodkalm af. De cirkels raken elkaar nu en omsingelen de geleerde en zijn assistent. Zzzzzzappppp. Lupardi en Yoto lossen op in de lucht. Ze zijn spoorloos verdwenen. Maar tegelijk verschijnt op een tropisch eiland vanuit het niets een cirkel van licht.

De lucht trilt en het geluid van een rollende bliksem knettert. Een seconde later stappen Yoto en Lupardi over de onbewoonde atol in de Stille Oceaan. “Meester, we zijn er,” roept Yoto verrukt. “1947.” Lupardi knikt. “We zijn op de juiste bestemming en op het juiste tijdstip. Nu moeten we de locatie zien te vinden. Maar het duurt niet lang meer of er komt iemand die ons zal helpen.” Hij wijst naar de zee. Een zeiljacht snijdt door de golven. Een witte hond zit bij de boeg. Een man staat rechtop in de boot, terwijl hij met een verrekijker het eiland bestudeert. “Eindelijk,” mompelt Lupardi. “Kapitein Rob.”

Aflevering 14

13 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Lupardi zet de helm af. Uren waren verstreken. “Fascinerend,” mompelt hij. “Internet, sociale media, algoritmes. Had ik die vijftig jaar geleden maar gehad. De wereld was van mij geweest.” Hij staat op en beweegt zijn lange lichaam soepel door het laboratorium. Hij blijft staan voor een groot scherm en drukt op enkele toetsen. Op het scherm verschijnen pakijs en zee. Hij en Yoto hadden zich na de laatste confrontatie met kapitein Rob teruggetrokken in een van hun verborgen bases. Deze ligt in een uitgedoofde vulkaan op de Zuidpool, bedolven onder een metersdikke laag ijs.

Enorme walvissen die met gedachteantennes onder controle worden gehouden, bewaken het gebied. Keizerspinguïns patrouilleren in de omgeving en geven alles door aan de commandotoren, waar Lupardi en Yoto over een machtig wapenarsenaal tegen ongewenste bezoekers beschikken.

Maar dit is niet genoeg voor het doel van de geleerde. Hij heeft geld en grondstoffen nodig. Heel speciale grondstoffen. Lupardi en zijn assistent stappen in een treintje dat ze in een razend tempo naar het binnenste van de vulkaan brengt.

Aflevering 13

11 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Lupardi zet de helm af. Uren waren verstreken. “Fascinerend,” mompelt hij. “Internet, sociale media, algoritmes. Had ik die vijftig jaar geleden maar gehad. De wereld was van mij geweest.” Hij staat op en beweegt zijn lange lichaam soepel door het laboratorium. Hij blijft staan voor een groot scherm en drukt op enkele toetsen. Op het scherm verschijnen pakijs en zee. Lupardi en Yoto hadden zich na de laatste confrontatie met kapitein Rob teruggetrokken in een van hun verborgen bases. Deze ligt in een uitgedoofde vulkaan op de Zuidpool, bedolven onder een metersdikke laag ijs.

Enorme walvissen die met gedachtenantennes onder controle worden gehouden, bewaken het gebied. Keizerspinguïns patrouilleren in de omgeving en ­geven alles door aan de commandotoren, waar Lupardi en Yoto over een machtig wapenarsenaal tegen ongewenste bezoekers beschikken. Maar dit is niet genoeg voor het doel van de geleerde. Hij heeft geld en grondstoffen nodig. Heel speciale grondstoffen. Lupardi en zijn assistent stappen in een treintje dat ze in een razend tempo naar het binnenste van de vulkaan brengt.

Aflevering 12

9 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Prudon hoort wat Rob zegt, maar gelooft hem niet. “Yoto? Je bedoelt de assistent van Lupardi?” Rob knikt en glimlacht vaag. “Maar ik dacht dat hij dood was,” stamelt de geleerde. “Mijn vader zei...” Rob onderbreekt hem. “Lupardi verdween vijftig jaar geleden spoorloos en met hem was ook Yoto van het toneel. Iedereen nam aan dat ze dood waren. Maar ik had natuurlijk beter moeten weten.” Het beeld wordt haarscherp. Yoto is oud geworden. Hij draagt nog steeds dikke brillenglazen.

Yoto schuifelt om een soort van sarcofaag van koper die met allerlei slangen aan apparatuur is verbonden. “Het is tijd,” mompelt de Japanner. “De meester moet ontwaken. De capsules zijn klaar.”

De knecht drukt geroutineerd op enkele knoppen en trekt aan een hendel. Met een luid gesis ontsnapt stoom uit de sarcofaag. Het deksel schuift geluidloos opzij. Als de damp optrekt, wordt een magere man in een witte laboratoriumjas zichtbaar. Hij slaapt. Yoto wrijft in zijn handen. “Nog even,” kraait hij. “Nog even.” De Japanner loopt rondjes om de sarcofaag. Opeens opent de slapende man zijn ogen. Lupardi is wakker.

Aflevering 11

6 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Rob legt het oude document weer op tafel. ‘Maar hoe kan ik dat nu ­hebben geschreven? Ik kan het me niet eens herinneren.’ Prudon wijst naar het historisch oog. ‘Daarom ben ik hier. Alleen het historisch oog kan ons duidelijkheid geven.’ Rob staat moeizaam op. ‘Ik vermoedde al zoiets. Je wilt het document in het historisch oog leggen, toch?’ Rob voelt er niks voor. Het apparaat staat al decennia ongebruikt op zolder. De tijd van avonturen en de eindeloze oceanen is voorbij. Hij had het Paula na zijn laatste reis beloofd. Enkele jaren later overleed ze.

Hij kijkt naar Prudon. Zijn verzet smelt weg. Hij weet dat hij het de zoon van zijn oude vriend niet kan weigeren. Hij sleept zich naar de eettafel. ‘Goed dan. Blijkbaar kan het niet anders.’ Hij legt het document op het historisch oog, drukt op een knop en het koper komt zoemend tot leven. Rob en Prudon staren naar het scherm. Eerst zien ze alleen sneeuw. Maar langzaam wordt het beeld scherper. Een gezicht verschijnt. Een groot hoofd van een Japanner vult het beeld. Rob deinst achteruit. Dit bestaat niet. ‘Yoto!’ Zijn stem klinkt hees.

Aflevering 10

4 januari 2021Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Hij glimlacht bij de herinnering. Prudon opent zijn koffertje en haalt een map tevoorschijn. In de map ligt een vergeeld en gerafeld stuk papier met nauwelijks te ontcijferen woorden erop. ‘Dit werd enkele weken geleden bij mij gebracht. Het kwam uit een gebroken fles die in het Juttersmuseum op Texel lag. Dit document stamt uit de zeventiende eeuw. Het werd naar mij gebracht omdat ik als een deskundige op dit gebied wordt beschouwd.’ Rob knikt. ‘Werk je niet bij het Rijksmuseum? Je moeder vertelde me dat je met een Nederlandse was getrouwd en naar Amsterdam was verhuisd.’

De oude zeeman glimlacht. ‘Je beheerst onze taal goed. Ik hoor geen accent.’

De geleerde neemt het compliment met een beleefd hoofdknikje in ontvangst en legt een briefje naast het document. ‘We hebben het geprobeerd te ontcijferen, maar we kunnen er niet echt wijs uit worden. Maar twee woorden trokken onze aandacht. Lees ze zelf maar.’ Rob zet zijn leesbril op en leest het briefje, dat maar enkele woorden bevat. Een koude rilling kruipt over zijn rug. Hij leest: ‘hulp’, ‘Lup…’ en het was ondertekend door… . Maar dat kan niet. ‘Daar staat jouw naam’, zei Prudon. ‘Kapitein Rob.’

Aflevering 9

31 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Ze rijden naar de woning van de kapitein: een wit huisje in de duinen met in de grote tuin een majestueuze kastanjeboom waarvan de takken de lucht lijken te dragen. Rob zet koffie. Prudons ogen vinden als vanzelf het kastje waarop in een zilveren lijst een foto van zijn vader staat. Een krachtig gezicht met ogen die vrede hebben met de wereld. Hij overleed enkele jaren na zijn geboorte, maar die ogen herinnert hij zich nog. “Je lijkt op hem.” Rob geeft hem een dampende kop koffie. “En uit wat ik gelezen heb, begrijp ik dat je al net zo’n groot geleerde als je vader bent. Ik mis hem nog steeds.” Prudon knikt droevig.

Rob excuseert zich en keert even later weer terug met een grote doos die hij op de eettafel zet. Hij haalt er een groot, koperen instrument uit. “Is dat …?” Rob knikt. “Dat is de uitvinding die ik van je vader kreeg: het historisch oog.” Prudon is in twee stappen bij het historisch oog. “Niet te geloven,” mompelt hij. “Hij bestaat echt.” Hij raakt het glanzende metaal aan. “Ongelooflijk.” Rob legt een hand op zijn schouder. “Je vader was een groot genie. Ik heb heel wat avonturen beleefd dankzij dit apparaat. Maar dat is nu voorbij. De Vrijheid, de oude Skip: dat is verleden tijd.”

Aflevering 8

30 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Rob worstelt zich door de menigte. Iedereen feliciteert hem en slaat hem op de schouders. Hij kijkt om zich heen? Waar is Skip? De puppy dartelt vrolijk achter hem aan. Een man met een attachékoffer stapt op hem af. Hij heeft een bekend gezicht en kijkt bloedserieus. ‘Kapitein Rob? Mijn naam is Michel Prudon. U heeft mijn vader goed gekend.’ Prudon? 1. Die naam had hij al tientallen jaren niet meer gehoord. De geleerde, een goede vriend van hem, is al lang overleden. Prudon bestudeert het gezicht van de oude zeeman. Wat ziet hij er geweldig uit.

Rimpels tekenen diepe lijnen in zijn door weer en wind verweerde gezicht met de grijsblauwe ogen die alles hebben gezien; het grijs domineert het ooit koolzwarte haar. Prudon steekt zijn hand uit. ‘Mijnheer Van Stoerem, aangenaam kennis te maken.’ De oude man glimlacht en schudt de uitgestoken hand. Prudon moet zich schrap zetten. Heremejee, die bejaarde heeft nog behoorlijk wat kracht. ‘Noem me toch Rob alsjeblieft.’ Hij pakt Prudon bij de arm en trekt hem mee. ‘Kom, we gaan naar mijn huis. Daar is het rustiger. En dan mag je me vertellen wat de zoon van de uitvinder van het historisch oog hier te zoeken heeft.’

Aflevering 7

28 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Het zinkende schip begint aan de Brandaris te zuigen. Klaas kan niet langer wachten, zijn handen klemmen zich om het stuurrad. ‘Daar!’ Een bliksemschicht knettert en daar bij de reling verschijnt kapitein Rob, een meisje hangt om zijn nek. Hij klimt via de touwladder naar het dek van de reddingsboot en geeft het meisje over aan haar moeder. Die huilt van opluchting. Rob raakt met zijn vinger de klep van zijn pet aan en loopt naar het roer. Klaas ramt de oude zeeman op zijn schouder. ‘Godallemachtig Rob, wat slik jij voor vitaminen?’ Rob draait de Brandaris naar huis. ‘Vitaminen? Schotse tabak. En doe me nu maar een kopje koffie.’

Een zwijgende menigte in de haven trotseert de slagregen. De man met het koffertje dringt zich naar voren. Zijn pak kleeft aan zijn lijf. Hij zet zijn zware, hoornen bril af en kijkt in de richting waar iedereen zwijgend naar staart: de havenmond. Opeens verschijnt de boeg van een schip. ‘De Brandaris!’ roept een man. De menigte juicht. De Brandaris spoelt de haven binnen, trossen worden gegooid en even later ligt het schip veilig vast. De geredde passagiers en

bemanning worden in dekens gehuld en naar kachels en koffie begeleid. Een breedgeschouderde, oude man met een verweerd gezicht en grijswit haar stapt op de wal. Dat is de man die hij in een verzorgingshuis had gezocht. Daar staat ie: de kapitein. 

Aflevering 6

23 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

De kapitein antwoordt niet. Zijn ogen staarden dof voor zich uit. “Hoeveel mensen zijn er aan boord?” vraagt Rob. Maar hij zegt niks. Rob staart naar boven. Meer mensen komen via de touwladder naar beneden. Een van hen is een vrouw, ze staart in paniek om zich heen en klampt zich aan Rob vast. “Is Agnes niet hier? Dan is ze nog boven,” gilt ze. “Red haar.” Klaas bedenkt zich niet en springt op de touwladder. Hij komt niet ver, een enorme golf kwakt hem terug op het dek. Rob grijpt de touwladder stevig vast. Een stomverbaasde bemanning kijkt toe hoe de bejaarde man zich soepel en krachtig omhoog werkt.

Rob staat al snel op het dek van het zinkende schip. Hij pakt een dikke man die over de reling wil klimmen bij de schouders. “Agnes!” brult hij. De man wil zich losrukken, maar Rob houdt hem stevig vast. “Agnes!” Hij wijst zwakjes in de richting van de gastenverblijven. Rob laat hem los en worstelt zich door het zeildoek naar de ingang. Hij schreeuwt de naam van het meisje naar beneden. Niets. Of toch? Hij klimt naar beneden en gooit de deuren van de kajuiten open. Waar is ze?

Klaas Toxopeus staart naar de reling. Het lijkt erop dat bijna iedereen aan boord van de Brandaris is. The Widowmaker zinkt nu snel. Nog even en hij moet de reddingsboot bij het schip vandaan halen. 

Aflevering 5

21 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Een bliksemschicht schiet door de donkere lucht. Golven schudden de imposante driemaster als een murw gebeukte bokser heen en weer. The Widowmaker is een replica van een 17de-eeuws schip dat door een Amerikaanse filmstudio in de jaren zestig was gemaakt. De huidige eigenaar maakt lange zeetochten en beschikt over een kleine bemanning die wordt bijgestaan door de passagiers, die daar goud geld voor betalen.

Blijkbaar namen enkelen ook hun kinderen mee. Rob ziet het in een oogopslag: het schip is reddeloos verloren. Het is zinkende, een van de masten hangt als een gebroken luciferhoutje over de reling en het dek is een wirwar van touwen en zeildoek.

Een sloep uitzetten is onmogelijk. Rob stuurt de Brandaris langszij The Widowmaker. De bemanning en passagiers leunen al over de verschansing. Een touwladder bungelt tegen de houten scheepshuid. Een man stapt als eerste over de reling. Rob kijkt met gefronste wenkbrauwen toe. Er zijn toch vrouwen en kinderen aan boord? Emancipatie is allemaal fijn en wel, maar niet tijdens een reddingsactie.

De man laat zich op het dek vallen waar hij door de bemanning wordt opgevangen. Hij stamelt dat hij de kapitein is. De bemanning kijkt hem met zichtbaar afgrijzen aan. “Waarom ben je niet daar?” schreeuwt Rob, die naar buiten is gekomen. 

Aflevering 4

19 december 2020Beeld Groninger Achieven / Collectie erven Kuhn

De helikopter zwalkt heen en weer in de wind. De piloot vloekt, terwijl hij de stuurknuppel stevig vastklemt. Die passagier van hem moet wel heel belangrijk zijn dat ze hem deze vlucht in dit weer naar Terschelling laten doen. Hij werpt een blik naar achteren. Zijn passagier is een rijzige man van middelbare leeftijd, gekleed in een driedelig, antraciet maatkostuum. Hij ziet er net zo onverstoorbaar uit alsof hij op een zondagmiddag een kopje thee in een paviljoen drinkt. De piloot grijnst. Wat een baan. ‘Houd u vast’, schreeuwt hij. ‘We gaan landen.’ Hij verstaat zijn vak, enkele minuten later landt de helikopter feilloos op het platform aan het Kallandspad.

De passagier rent met zijn attachékoffertje naar een auto die al voor hem klaarstaat. ‘Waar naartoe?’ vraagt de chauffeur in het Westers, het dialect dat de geboren en getogen Terschellinger verraadt. ‘Waar is hier het verzorgingshuis? Ik ben op zoek naar een mijnheer Van Stoerem.’ De chauffeur schiet in de lach. ‘De kapitein bedoelt u? Ja, ik weet wel waar hij is. Maar zeker niet in een verzorgingshuis.’ Een wenkbrauw van de man op de achterbank schuift omhoog. ‘In een aanleunwoning dan? Hij moet inmiddels hoogbejaard zijn.’ De chauffeur wijst naar de kolkende zee. ‘Ik weet niet precies wat u over de kapitein hebt gehoord, maar een ding weet ik wel: als u hem zoekt, moet u daar zijn.’

Aflevering 3

16 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

De Brandaris deint als een wilde pony op de golven in de haven. De bemanning is al aan boord, ziet de oude man. Hij stapt over de reling. Een van de reddingswerkers, een jonge vent met de borstkas van een kleerkast, kijkt hem verbijsterd aan. “Zeg oudje, wat doe jij hier in vredesnaam? Ga alsjeblieft weer naar je luie stoel en je afstandsbediening.” Hij negeert hem en draait zich om naar zijn hond. “Kom Skip.” De ogen van de reddingswerker worden groot. “Skip? Maar bent u dan …” Klaas komt voor hem staan. “Inderdaad jochie, dat is kapitein Rob, een man die meer levens heeft gered dan jij met je botte verstand kunt tellen.”

De jonge man stamelt een excuus, maar Rob gebaart dat het in orde is. Hij neemt als vanzelf het commando over. Niemand die aan zijn gezag twijfelt. De legende is aan boord. Rob geeft opdracht de trossen los te gooien en enkele minuten later ramt de oude Brandaris door de schuimende golven.

Rob staat aan het roer, hij voelt het vertrouwde deinen van het dek. Hij glimlacht. Wat heeft hij dit gemist: de actie, de adrenaline. Iedereen kijkt uit naar het schip in nood. Het radiocontact is allang verbroken. Die kinderen … “Daar zijn ze!” Rob ziet het silhouet van de imposante driemaster. Het piratenschip.

Aflevering 2

14 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

De wind rukt aan de ramen. De oude man tuurt naar buiten en houdt zijn pijp stevig vast. In het huisje in de duinen van West-Terschelling knettert een behaaglijk haardvuur. Een witte puppy ligt opgerold in een mandje bij het oude fornuis. ‘Beroerd weer’, mompelt de man in zichzelf. Hij loopt naar de keuken om koffie te zetten. Het koffiezetapparaat pruttelt net als er luid op de deur wordt gebonsd. “Doe open, vlug!” De oude man is verbazingwekkend snel bij de deur. In de opening staat een grote, breedgeschouderde man, doorweekt tot op het bot. Klaas Toxopeus, de stuurman van de reddingsboot. Hij gebaart hem naar binnen.

De stuurman blijft staan. “Je moet komen. Er is een schip in nood en de reddingsboot is nog niet gerepareerd. Alleen de Brandaris is beschikbaar.” Het museumschip? Willen ze er met dat antieke scheepje op uit trekken? “Er zijn kinderen aan boord!” Mijn God, kinderen! Hij trekt zijn oude oliejas aan. De witte puppy is klaarwakker en draaft achter zijn baasje aan. De twee mannen rijden in de truck van Klaas naar de haven. ‘“Waar heb je mij eigenlijk voor nodig? Waar is jullie commandant?” “Nog steeds ziek,” gromt de stuurman. “Er is niemand die zo veel ervaring met de Brandaris heeft als jij.” “Al goed, al goed. Om wat voor schip gaat het?” “Een piratenschip.”

Aflevering 1 

12 december 2020Beeld UITGEVERIJ PERSONALIAE

Een koude regen stort neer op de daken van Oudeschild. Het is de tweede week van de zomervakantie, maar het weer zit niet mee. De stranden zijn leeg, op een enkele dappere zwemmer na. De duizenden vakantiegangers trekken in regenjassen naar de winkels en de schaarse musea. Het is koppen lopen in het Juttersmuseum. Eigenaar Norbert van der Slikke krabt in zijn grijze baard. Dit is wel erg veel volk. De meeste spullen in het museum kunnen wel tegen een stootje, maar die kinderen zitten overal met hun handen aan. Boeien, reddingsvesten, trossen: niks is veilig. Hij en de vrijwilligers komen ogen te kort.

Een koude rilling schiet door zijn nek. Een klein jongetje pakt een fles uit een vitrine terwijl zijn vader glimlachend toekijkt. Nee, niet die fles! Zijn grootvader had deze nog gejut. De ouwe beweerde altijd dat ie honderden jaren oud moest zijn. Norbert vloekt binnensmonds. Waarom zat die vitrine niet op slot? Hij dringt naar voren, maar hij is te laat. Het jongetje laat tot zijn afgrijzen de fles uit zijn handen glippen. Die klettert op de vloer en spat uiteen. De vader kijkt nerveus om zich heen en duwt zijn zoontje snel weg. Norbert knielt neer bij de scherven. Maar hij let niet op het glas. Uit de kapotte bodem steekt een vergeeld stuk papier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden