PlusFilmrecensie

Kanarie voelt soms bijna als een Kammerspiel aan

Regisseur Christiaan Olwagen strooit in Kanarie zelfverzekerd met genres en stijlen. Scènes bestaan geregeld uit lange, onafgebroken takes in afgebakende ruimtes, waardoor het soms bijna als een Kammerspiel aanvoelt.

Tienerjongen Johan Niemand wordt gepest vanwege zijn liefde voor Britse new wave.

In de opening van Kanarie loopt Johan Niemand over straat in een bruidsjurk en playbackt hij met overgave Smalltown Boy van Bronski Beat. De jarentachtigklassieker met een duidelijke boodschap aan jonge homo’s, opgroeiend in benepen dorpen: ‘Run away, turn away, run away, turn away.’

Zo’n dorp is ook het Zuid-Afrikaanse Villiersdorp waar Johan opgroeit: ingedut en roomblank, loyaal aan God en het apartheidsregime. Het is halverwege de jaren tachtig en terwijl Johan (prachtige rol van de Zuid-Afrikaanse komiek Schalk Bezuidenhout) daar stiekem droomt van Boy George en een carrière als modeontwerper, woedt aan de landsgrens een oorlog met Namibië.

Wanneer hij wordt opgeroepen voor militaire dienst, komt Johan terecht bij het koor van het Zuid-Afrikaanse leger. Hier ontmoet hij voor het eerst jongens die ook naar Sade en David Bowie luisteren. En vooral ontmoet hij er Wolfgang, een jongen die zijn heimelijke verlangens tastbare realiteit maakt. Maar het brengt hem in conflict met wie hij probeert te zijn. Denkt te moeten zijn.

‘Kanaries’ worden de koorleden genoemd, maar vaker nog krijgen ze de term moffie naar het hoofd geslingerd, een scheldwoord voor homoseksuelen. Het is ook de titel van een film van Oliver Hermanus die eerder dit jaar in de Nederlandse bioscopen verscheen, waarin eveneens een Zuid-Afrikaanse jongen in militaire dienst zijn homoseksualiteit aftast.

Waar Hermanus’ film ingetogen was, daar strooit regisseur Christiaan Olwagen zelfverzekerd met genres en stijlen. Er zijn vet aangezette musicalnummers waarvan de kleuren afspatten. Scènes bestaan geregeld uit lange, onafgebroken takes in afgebakende ruimtes, waardoor het soms bijna als een Kammerspiel aanvoelt.

Het benadrukt hoezeer de Kanaries in een bubbel zitten. Ze zingen weliswaar over de jongens aan het front, maar de realiteit daarvan sijpelt nauwelijks door. En tegelijk is het giftige gedachtegoed dat die jaren Zuid-Afrika regeerde overal in aanwezig. In de totale onzichtbaarheid van zwarte Zuid-Afrikanen, in het schreeuwerige machismo dat geen ruimte laat aan wat buiten de benauwende normen valt: wit, man, heteroseksueel.

Op een chique receptie na een van hun optredens wijst een vrouw de koorleden op de ideologie die ze propageren met hun tournee en de volgens haar ‘schizofrene’ positie van het koor, als representant van zowel de kerk als het leger. Het is een van de weinige momenten waarop de film politiek expliciet wordt, maar het conflict erachter woedt onophoudelijk in Johan.

Wanneer hij auditie doet voor de Kanaries wordt hem gevraagd waarom hij zich aanmeldde. “Musiek is my lewe,” antwoordt hij. “En my Christenskap en Suid-Afrikanerskap is my net so belangrik.” Maar die laatste twee pijlers, waarin hij zijn identiteit tracht te verankeren, zouden hem verwerpen als ze zagen wie hij is.

Kanarie

Regie Christiaan Olwagen
Met Schalk Bezuidenhout, Hannes Otto, Germandt Geldenhuys
Te zien in De Munt, Studio K

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden